DROPS Super Sale - BESPAAR 30% op 5 populaire garens!
DROPS Air
65% alpaca, 28% polyamide, 7% Wool
vanaf 5.60 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 28.00€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Rose Pearl Sweater

Gebreide trui in DROPS Air. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met Europese pas en kantpatroon. Maten XS - XXXL.

Markeer maat:


DROPS 267-10

#rosepearlsweater

DROPS Design: Patroon ai-551
Garengroep C of A + A
-------------------------------------------------------
MATEN:
XS – S – M – L – XL – XXL – XXXL

GAREN:
DROPS AIR van garnstudio (behoort tot garengroep C)
250-300-300-350-350-400-450 g kleur 51, Woestijnroos

NAALDEN:
DROPS RONDBREINAALD 5 MM: Lengte 40 cm en 80 cm.
DROPS RONDBREINAALD 4 MM: Lengte 40 cm en 80 cm.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 5 MM.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 4 MM.
De techniek MAGIC LOOP kan gebruikt worden – u heeft dan alleen een rondbreinaald van 80 cm nodig in elke maat.

STEKENVERHOUDING:
17 steken in de breedte en 22 naalden in de hoogte met tricotsteek op naald 5 mm = 10 x 10 cm.
LET OP: De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

Misschien vindt u deze ook leuk...

DROPS Air
65% alpaca, 28% polyamide, 7% Wool
vanaf 5.60 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 28.00€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon


-------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

PATROON:
Zie telpatroon A.1.
Het telpatroon toont het patroon aan de goede kant.

TIP VOOR HET BREIEN:
Als u meerdert op het achterpand, brei dan de nieuwe steken in het patroon (dus 5-5-6-6-5-5-5 tricotsteken tussen elke herhaling van A.1). Haak het kantpatroon niet in A.1 voordat er genoeg ruimte is voor een hele herhaling A.1.
Nadat u de linker en rechter schouders voor hebt samengevoegd en steken heeft opgezet voor de halslijn, breit u de gemeerderde steken op het voorpand in het gecreëerde patroon, maar brei het kantpatroon in A.1 pas als u minstens 2 naalden heeft gebreid, zodat de halslijn netjes blijft bij het breien van de steken voor de hals.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1:
MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de GOEDE KANT (de nieuwe steek draait naar links):
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus aan de achterkant van de naald.
MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de GOEDE KANT (de nieuwe steek draait naar rechts):
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2:
MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- op de VERKEERDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei averecht door de lus aan de voorkant van de naald.
MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – op de VERKEERDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei averecht door de lus aan de achterkant van de naald.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 1 steek aan elke kant van telpatroon A.1 onder de mouw als volgt:
Brei tot er 3 steken over zijn voor A.1, 2 recht samen, 1 recht, brei A.1, 1 recht, haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd).

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK.
Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig.
Als er een «0» in uw maat staat, sla dan de informatie over en ga gelijk verder met de volgende instructie.
Brei volgens punten 1 – 5.

1. ACHTERPAND:
Zet steken op voor de achterkant van de hals. Brei het achterpand heen en weer, van boven naar beneden, meerder steken aan elke kant tot het aantal schoudersteken bereikt is. Het achterpand heeft licht diagonale schouders.

2. VOORPAND:
Wordt in 2 delen gebreid (elke kant van de hals). Begin door steken op te nemen langs een schouder achter, brei naar beneden en meerder voor de halslijn. Herhaal op de andere schouder. Meerder dan steken voor de halslijn, voeg de 2 voorpanden samen en ga verder heen en weer gebreid tot de juiste lengte.

3. PAS:
Plaats alle steken op dezelfde rondbreinaald, brei eerst het voorpand, neem steken op voor een mouw langs de zijkant van het voorpand, brei het achterpand, neem steken op voor de tweede mouw langs de andere kant van het voorpand. De pas wordt in de rondte voortgezet.

4. MEERDEREN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN:
Terwijl u de pas verder breit, worden er steken gemeerderd, eerst voor de mouwen en later voor zowel het lijf als de mouwen.

5. LIJF EN MOUWEN:
Als de meerderingen en de pas klaar zijn, wordt de pas verdeeld voor het lijf en de mouwen. Het lijf wordt in de rondte verder gebreid terwijl de mouwen wachten. Dan worden de mouwen in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de hals wordt op het einde in de rondte gebreid.

ACHTERPAND:
Het werk wordt heen en weer gebreid.
Zet 28-28-32-32-36-36-36 steken op met rondbreinaald 5 mm en DROPS Air.
NAALD 1 (verkeerde kant): Averecht.
NAALD 2 (goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei 0-0-1-1-4-4-4 recht, * brei A.1 (4 steken), 5-5-6-6-5-5-5 recht *, brei van *-* in totaal 2 keer, brei A.1, brei 0-0-1-1-4-4-4 recht, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht.
NAALD 3 (verkeerde kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. 3 averecht, meerder 1 steek richting rechts, 1-1-2-2-5-5-5 averecht, * brei A.1, 5-5-6-6-6-5-5-5 averecht *, brei van *-* in totaal 2 keer, brei A.1, 1-1-2-2-5-5-5 averecht, meerder 1 steek richting links, 3 averecht.
NA NAALD 3 (Lees TIP VOOR HET BREIEN in de uitleg hierboven):
Brei NAALDEN 2 en 3 in totaal 9-9-10-10-11-11-11 keer (18-18-20-20-22-22-22 naalden gebreid). Na de laatste naald zijn er 64-64-72-72-80-80-80 steken.
Brei nog 2 naalden in patroon zonder te meerderen.
Denk om de stekenverhouding. Het werk meet ongeveer 8-8-8-8-9-9-9 cm vanaf de opzetrand. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad.

LINKERSCHOUDER:
Gebruik rondbreinaald 5 mm en DROPS Air.
Vind de linker schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer, met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de linkerkant van het werk = linkerschouder.
Begin aan de goede kant, bij de hals op de linker schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot het armsgat, eindig dan door 1 steek op te nemen aan de buitenkant op de schouder = 21-21-23-23-25-25-25 schoudersteken.
Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting.
Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant.
NAALD 1 (goede kant): Brei 5-5-5-5-1-1-1 recht, * brei A.1, 5-5-6-6-5-5-5 recht *, brei van *-* in totaal 1-1-1-1-2-2-2 keer, brei A.1, 3-3-4-4-2-2-2 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 3-3-4-4-2-2-2 averecht, * brei A.1, 5-5-6-6-5-5-5 averecht *, brei van *-* in totaal 1-1-1-1-2-2-2 keer, brei A.1, 5-5-5-5-1-1-1 averecht.

Brei NAALDEN 1 en 2 tot het werk ongeveer: 7-7-9-9-10-11-12 cm. Zet nu steken op aan het einde van elke naald aan de verkeerde kant als volgt – denk om TIP VOOR HET BREIEN.
Zet 2 keer 1 steek op, 1 keer 2 steken en 1 keer 3 steken, met de laatste naald aan de verkeerde kant = 28-28-30-30-32-32-32 steken. Het werk meet ongeveer 11-11-13-13-14-15-16 cm vanaf de markeerder.
1-1-2-2-2-2-3 cm van de halslijndiepte ligt op het achterpand. Knip de draad af, plaats de steken op een hulpdraad en brei de rechterschouder voor over de rechterschouder achter.

RECHTERSCHOUDER:
Gebruik rondbreinaald 5 mm en DROPS Air.
Begin aan de goede kant bij het armsgat op de rechter schouder achter en neem 1 steek op aan de buitenkant van de schouder, neem dan 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot de hals = 21-21-23-23-25-25-25 schoudersteken.
Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerdraad genomen, gemeten in de breirichting.
Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant.
NAALD 1 (goede kant): 3-3-4-4-2-2-2 recht, * brei A.1, 5-5-6-6-5-5-5 recht *, brei van *-* in totaal 1-1-1-1-2-2-2 keer, brei A.1, 5-5-5-5-1-1-1 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 5-5-5-5-1-1-1 averecht, * brei A.1, 5-5-6-6-5-5-5 averecht *, brei van *-* in totaal 1-1-1-1-2-2-2 keer, brei A.1, 3-3-4-4-2-2-2 averecht.

Brei NAALDEN 1 en 2 tot het werk ongeveer: 7-7-9-9-10-11-12 cm. Zet nu steken op aan het einde van elke naald aan de goede kant als volgt – denk om TIP VOOR HET BREIEN.
Zet 2 keer 1 steek op, 1 keer 2 steken en 1 keer 3 steken = 28-28-30-30-32-32-32 steken. Brei averecht terug aan de verkeerde kant.
Het werk meet ongeveer 11-11-13-13-14-15-16 cm vanaf de markeerder.
De voorpanden worden nu samengevoegd en er worden steken opgezet voor de halslijn midden voor.

VOORPAND:
Begin aan de goede kant op de rechterschouder.
Ga verder met het patroon over de rechterschouder, zet 8-8-12-12-16-16-16 steken op voor de halslijn en ga verder met het patroon over de linkerschouder = 64-64-72-72-80-80-80 steken.
Brei het patroon terug aan de verkeerde kant, over alle steken. LET OP: Brei indien nodig nog een paar naalden patroon zodat het patroon eindigt op dezelfde naald als het achterpand.
De voor- en achterpanden worden nu samengevoegd en er worden steken opgenomen voor de mouwen als volgt.

PAS:
NAALD 1 (beginnend aan de goede kant):
Brei 2 recht samen, ga verder met het patroon tot er 2 steken over zijn, haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (1 geminderde steek), voeg 1 markeerder in, neem 18-18-22-22-24-26-26 steken op langs het linker voorpand (= mouwsteken, opgenomen aan de binnenkant van 1 steek), voeg 1 markeerder in, brei de eerste 2 steken op het achterpand recht samen (1 geminderde steek). Ga verder met het patroon tot er 2 steken over zijn op het achterpand, haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (1 geminderde steek), voeg 1 markeerder in, neem 18-18-22-22-24-26-26 steken op langs het rechter voorpand (= mouwsteken, opgenomen aan de binnenkant van 1 steek), voeg 1 markeerder in = 160-160-184-184-204-208-208 steken. De pas wordt in de rondte verder gebreid.

NAALD 2:
Ga verder met het patroon tot de eerste markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei 7-7-9-9-10-11-11 recht, brei A.1, brei 7-7-9-9-10-11-11 recht (= mouw), meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, ga verder met het patroon over het achterpand, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei 7-7-9-9-10-11-11 recht, brei A.1, 7-7-9-9-10-11-11 recht (= mouw), meerder 1 steek richting rechts (= mouw), verplaats de markeerdraad naar de rechter naald. 4 gemeerderde steken = 164-164-188-188-208-212-212 steken.
Herhaal deze toer 0-0-0-0-1-1-1 keer. A.1 wordt in het midden van elke mouw gebreid, terwijl de andere mouwsteken worden gebreid = 164-164-188-188-212-216-216 steken.

Ga verder als volgt
NAALD 1:
Ga verder met het patroon naar de eerste markeerder (= voorpand), verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, ga verder met tricotsteek en A.1 naar de volgende markeerder (= mouw), meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, ga verder met het patroon naar de volgende markeerder (= achterpand), verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, ga verder met tricotsteek en A.1 tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts (= mouw), verplaats de markeerdraad naar de rechter naald.
4 gemeerderde steken (2 op elke mouw) = 168-168-192-192-216-220-220 steken.

NAALD 2:
Ga verder met het patroon en de tricotsteek zonder te meerderen.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 7-6-7-7-7-2-1 keer = 192-188-216-216-240-224-220 steken.

Meerder nu op zowel het lijf als de mouwen, meerder aan de binnenkant van 2 steken op het lijf zodat er 2 steken tussen de meerderingen op de mouwen en het lijf zijn:

NAALD 1:
Brei 2 recht, meerder 1 steek richting links, ga verder met het patroon tot er 2 steken over zijn voor de eerste markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, ga verder met het patroon naar de volgende markeerder (= mouw), meerder 1 steek richting rechts, Verplaats de markeerder naar de rechter naald, 2 recht, meerder 1 steek richting links, ga verder met het patroon tot er 2 steken over zijn voor de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, ga verder met het patroon naar de volgende markeerder (= mouw), Meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald (8 gemeerderde steken: 1 gemeerderde steek aan elke kant van de 2 steken in elke overgang tussen het lijf en de mouwen). De nieuwe steken worden voortgezet in tricotsteek.

NAALD 2:
Ga verder met het patroon zonder te meerderen.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 5-8-7-10-10-15-18 keer (10-16-14-20-20-30-36 naalden gebreid). 5-8-7-10-10-15-18 meerderingen in de hoogte op zowel het lijf als de mouwen: 44-48-52-58-62-64-68 steken op elke mouw en 72-78-84-90-98-108-114 steken op de voor- en achterpanden = 232-252-272-296-320-344-364 steken.

De mouw meet ongeveer 11-13-13-16-16-16-18 cm. Als de trui dubbel gevouwen is op de schouder, meet het werk ongeveer 16-18-19-22-23-24-26 cm vanaf de buitenkant op de schouder en naar beneden over het armsgat. Ga verder met het patroon zonder te meerderen tot het werk 18-19-20-22-24-25-26 cm meet, vanaf de buitenkant op de schouder en naar beneden over het armsgat.
Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen.

VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN
Brei de eerste 72-78-84-90-98-108-114 steken zoals hiervoor (= voorpand), plaats de volgende 44-48-52-58-62-64-68 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-8-8-10-10-12 steken op (midden onder de mouw), brei de volgende 72-78-84-90-98-108-114 steken zoals hiervoor (= achterpand), plaats de volgende 44-48-52-58-62-64-68 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-8-8-10-10-12 steken op (midden onder de mouw). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid.

LIJF:
= 156-168-184-196-216-236-252 steken.
Ga verder met tricotsteek en patroon in de rondte (de nieuwe steken onder elke mouw worden recht gebreid), tot het werk 45-48-48-50-51-53-54 cm meet vanaf de opzetrand midden achter.
Brei 2 naalden recht.
Ga verder met rondbreinaald 4 mm. Brei boordsteek (2 recht, 2 averecht), meerder tegelijkertijd 20-20-24-24-28-28-32 steken verdeeld op de eerste naald = 176-188-208-220-244-264-284 steken. Als de boordsteek 4-4-5-5-6-6-6 cm meet, kant dan ietwat losjes af met boordsteek.
De trui meet ongeveer 50-53-54-56-58-60-61 cm vanaf midden achter en 51-54-56-58-60-62-64 cm vanaf de schouder.

MOUWEN:
Plaats de 44-48-52-58-62-64-68 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 5 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-6-8-8-10-10-12 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 50-54-60-66-72-74-80 steken. Voeg een markeerdraad in aan elke kant van de 4 middelste steken onder de mouw. Het patroon wordt hier gebreid.
Brei tricotsteek en A.1 op de bovenkant van de mouw. Brei daarnaast A.1 over de 4 steken onder de mouw, zodat de naald overeenkomt met het patroon op de bovenkant van de mouw.
Begin TEGELIJKERTIJD, na 1 naald, met minderen midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken iedere 4-4-4-4-3-4-3 cm in totaal 3-3-5-6-7-6-7 keer = 44-48-50-54-58-62-66 steken.
Brei verder tot de mouw 38-38-37-35-31-32-31 cm meet vanaf de scheiding.
Brei 2 naalden recht.
Ga verder met breinaalden zonder knop maat 4 mm. Brei boordsteek (1 recht, 1 averecht), meerder tegelijkertijd 6-6-6-6-6-8-8 steken verdeeld op de eerste naald = 50-54-56-60-64-70-74 steken.
Als de boordsteek 4-4-5-5-6-6-6 cm meet, kant dan ietwat losjes af met boordsteek. De mouw meet ongeveer 43-43-42-40-37-38-38 cm vanaf de scheiding en 54-56-55-56-54-55-56 cm vanaf de schouder.

HALS:
Gebruik rondbreinaald 4 mm en DROPS Air. Begin aan de goede kant, op een schouderlijn en neem 76 tot 104 steken op rondom de halslijn, brei recht aan de binnenkant van 1 steek. Het aantal steken moet deelbaar zijn door 4. Brei boordsteek (2 recht, 2 averecht) voor 3-3-3-3-4-4-4 cm. Kant ietwat losjes af met boordsteek.

Telpatroon

recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant = recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant = averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
maak 1 omslag tussen 2 steken welke op de volgende naald wordt gebreid zodat er een gaatje ontstaat = maak 1 omslag tussen 2 steken welke op de volgende naald wordt gebreid zodat er een gaatje ontstaat
2 recht samen = 2 recht samen
haal 1 steek recht af, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek = haal 1 steek recht af, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek
Diagram for DROPS 267-10
Diagram for DROPS 267-10

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen.

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

De garenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!
Heeft u dit patroon gemaakt?
Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #rosepearlsweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij.

Laat een opmerking achter voor DROPS 267-10

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.