Winds of Winter Vest#windsofwintervest |
|||||||
![]() |
![]() |
||||||
Gebreide top voor heren in DROPS Karisma of DROPS Merino Extra Fine. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met diagonale schouders, reliëfpatroon en ronde hals. Maat XS – XXL.
DROPS 260-5 |
|||||||
|
---------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ---------------------------------------------------------- PATROON: Zie telpatronen A.1 tot A.7. De telpatronen laten alle naalden in het patroon aan de goede kant zien. TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (aan de goede kant): Brei de gemeerderde steken in gerstekorrel (A.1). MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS VOOR DE SCHOUDERSTEKEN: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei de steek in de voorste lus van de steek. MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS NA DE SCHOUDERSTEKEN: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei de steek in de achterste lus van de steek. TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (op de verkeerde kant): Brei de gemeerderde steken in gerstekorrel (A.1). MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS VOOR DE SCHOUDERSTEKEN: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei de steek recht in de achterste lus van de steek. MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS NA DE SCHOUDERSTEKEN: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei de steek in de voorste lus van de steek. TIP VOOR HET BREIEN: Als u verkorte naalden breit ontstaat er een klein gaatje bij het keren van het werk - dit gaatje kan gesloten worden door de draad aan te trekken of de techniek Duitse Verkorte toeren te gebruiken als volgt: Haal de eerste steek averecht af. Plaats de draad over de rechter naald en trek goed aan op de achterkant (zodat er twee lussen op de naald komen). Brei deze lussen samen op de volgende naald. TIP VOOR HET MINDEREN (geldt voor de mouwranden): Brei tot er 1 steek over is voor de steek met een markeerder, haal 2 steken samen recht af, 1 recht, haal de afgehaalde steken over de gebreide steek (= 2 steken geminderd). Op deze manier ligt de rand mooi en de rechte steek volgt een rechte lijn. TIP VOOR HET MEERDEREN-3 (geldt voor de mouwranden): Brei tot de steek met de markeerder, maak 1 omslag, 1 recht (= steek met de markeerder), maak 1 omslag = 2 steken gemeerderd. Brei op de volgende naald de omslag gedraaid recht/averecht in boordsteek. ---------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ---------------------------------------------------------- TOP – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK: In dit patroon worden naalden van verschillende lengtes gebruikt, begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Brei de halsrand in de rondte op de rondbreinaald vanaf de rechterschouder op de achterkant en brei van boven naar beneden. Als de halsrand is gebreid, brei dan de pas heen en weer gebreid met verkorte toeren tot de halslijn klaar is. Verdeel het werk voor het voorpand en het achterpand en brei elk deel apart naar beneden tot het armsgat. Eindig het lijf in de rondte. Brei dan de mouwranden in de rondte. Vouw de halsrand dubbel naar de verkeerde kant en hecht vast. HALSRAND: Zet 112-112-120-120-128-128 steken op rondbreinaald 4 mm met DROPS Karisma of DROPS Merino Extra Fine. Ga verder met rondbreinaald 3 mm en brei boordsteek (= 1 recht/1 averecht) voor 7-7-7-9-9-9 cm (opzetten met een dikkere naald voorkomt een te strakke opzetrand, de halsrand wordt dubbel gevouwen en wordt een halsrand van ongeveer 3-3-3-4-4-4 cm). Voeg nu 2 markeerders in het werk, voeg de eerste markeerder in voor de 1e steek op de naald en voeg de 2e markeerder in voor de 56e-56e-60e-60e-64e-64e steken op de naald = 56-56-60-60-64-64 steken tussen de markeerders. De markeerders komen tussen de 2 steken op de naald. Deze 2 steken worden schoudersteken genoemd en worden gebreid in tricotsteek. Knip de draad af. Ga verder met rondbreinaald 4 mm en zet de eerste 11-11-11-11-11-11 steken op de linker naald zonder ze te breien, voeg de 1e markeerdraad hier in, zet de volgende 34-34-42-42-50-50 steken op de linker naald zonder ze te breien. Deze steken zitten midden voor. Er zijn 11-11-11-11-11-11 steken over op de naald voor de 2e markeerder. Voeg de 2e markeerdraad hier in, brei nu vanaf hier. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de markeerders en de markeerdraden. Meerder steken op de markeerders (geven de schoudersteken aan), brei verkorte toeren op de markeerdraden om een hals te maken – lees TIP VOOR HET BREIEN. Brei dan heen en weer gebreid. NAALD 1 (= goede kant): Begin op de 2e markeerdraad (richting de linkerschouder op het voorpand) brei patroon A.1 en meerder voor de schouder aan elke kant van de 2 schoudersteken - lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1, brei A.1 tot er 2 steken zijn gebreid voorbij de 1e markeerdraad. Er zijn 4 steken gemeerderd. Keer het werk. NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei patroon A.1 en meerder voor de schouder aan elke kant van de 2 schoudersteken, lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2, ga verder met A.1 tot er 2 steken zijn gebreid voorbij de 2e markeerdraad. Er zijn 4 steken gemeerderd. Keer het werk. NAALD 3 (= goede kant): Brei patroon A.1 en meerder voor de schouder aan elke kant van de 2 schoudersteken - denk om tip voor het meerderen-1, ga verder met A.1 tot er 2 steken zijn gebreid voorbij de vorige keer dat u het werk keerde, brei de nieuwe steken in patroon A.1. Er zijn 4 steken gemeerderd. Keer het werk. NAALD 4 (= verkeerde kant): Brei patroon A.1 en meerder voor de schouder aan elke kant van de 2 schoudersteken - denk om tip voor het meerderen-2, ga verder met A.1 tot er 2 steken zijn gebreid voorbij de vorige keer dat u het werk keerde, brei de nieuwe steken in patroon A.1. Er zijn 4 steken gemeerderd. Keer het werk. Brei zoals de 3e en 4e NAALD verder in de hoogte, maar keer het werk als er 2 steken meer zijn gebreid sinds de vorige keer dat het werk werd gekeerd, 4-4-4-4-4-4 keer in totaal aan elke kant, keer dan het werk als er 1 steek meer is gebreid sinds de vorige keer dat het werk werd gekeerd, 3-3-5-5-7-7 keer in totaal aan elke kant. Er zijn 14-14-18-18-22-22 naalden gebreid en de laatste naald was gebreid op de verkeerde kant. Er zijn 168-168-192-192-216-216 steken op de naald, 14-14-18-18-22-22 meerderingen zijn gemaakt in totaal aan elke kant van de schoudersteken. Knip de draad af. Zet de 2 schoudersteken aan elke kant op aparte draden, er zouden 82-82-94-94-106-106 steken voor het voorpand moeten zijn en 82-82-94-94-106-106 steken voor het achterpand, zet de steken voor het achterpand op een hulpdraad. Brei nu heen en weer gebreid over het voorpand en het achterpand apart als volgt: VOORPAND: = 82-82-94-94-106-106 steken. Voeg een markeerder in op de rand, meet het armsgat vanaf hier. Begin aan de goede kant en ga verder met A.1 heen en weer gebreid. Als het werk ongeveer 13-14-15-16-17-18 cm meet vanaf de markeerder brei dan als volgt: Brei A.2. Brei A.3 6-6-7-7-8-8 keer in totaal, eindig met de eerste 10 steken in A.3 zodat het patroon hetzelfde is aan elke kant. Brei A.4, als er 6-8-8-12-12-16 naalden van A.4 over zijn (zie pijl in het telpatroon), meerder daarnaast voor het armsgat, zet nieuwe steken op aan het einde van iedere naald als volgt: Zet 2-2-2-4-4-4 keer 1 steek op aan elke kant, 0-1-1-1-1-3 keer 2 steken aan elke kant en 1 keer 3 steken aan elke kant (= 6-8-8-12-12-16 naalden gebreid) = 92-96-108-112-124-132 steken. Het werk meet 27-28-29-30-31-32 cm vanaf de markeerder. Denk om de stekenverhouding! ACHTERPAND: Zet de 82-82-94-94-106-106 steken van de hulpdraad terug op rondbreinaald 4 mm. Begin aan de goede kant en brei zoals op het voorpand = 92-96-108-112-124-132 steken. BRENG HET WERK SAMEN: Zet 2-6-6-10-10-12 steken op rondbreinaald 4 mm, brei de 92-96-108-112-124-132 steken van het voorpand in tricotsteek, zet 4-12-12-20-20-24 steken op, brei de 92-96-108-112-124-132 steken van het achterpand in tricotsteek en zet 2-6-6-9-9-12 steken op = 192-216-240-264-288-312 steken. Brei nu het werk in de rondte volgens patroon uitgelegd hieronder: LIJF: = 192-216-240-264-288-312 steken. Brei in patroon in de rondte als volgt: Brei A.5. Brei A.6. Brei A.3. Brei A.7. Brei A.1 tot het werk 28-29-30-30-31-32 cm meet vanaf waar het werk was samengevoegd. Ga verder met rondbreinaald 3 mm, brei 1 naald in tricotsteek en meerder 20-24-24-26-28-32 steken verdeeld = 212-240-264-290-316-344 steken. Brei boordsteek (= 1 recht/1 averecht) voor 5-5-5-6-6-6 cm. Kant ietwat losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht. Het werk meet ongeveer 60-62-64-66-68-70 cm vanaf de rand op de schouder. MOUWRANDEN: Gebruik rondbreinaald 3 mm. Begin aan de goede kant midden onder de mouw en neem ongeveer 63-69-71-75-79-83 steken op tot de 2 schoudersteken van de hulpdraad, zet de 2 steken op de linker naald, brei dan als volgt over de 2 steken: 1 recht, meerder 1 averechte steek, 1 recht. Neem 64-68-70-76-78-84 steken op tot het begin van de naald = 130-140-144-154-160-170 steken. Begin de naald met 1 recht en brei boordsteek (= 1 averecht/1 recht) (de boordsteek zou moeten doorlopen met de 3 steken op de bovenkant van de schouder). Voeg een markeerder in, in de middelste steek onder de mouw, minder dan aan elke kant van deze steek. Brei boordsteek (= 1 recht/1 averecht) voor 1 cm. Lees TIP VOOR HET MINDEREN en minder om de naald 3 keer in totaal. De mouwrand meet ongeveer 3 cm. Brei tot de mouwrand ongeveer 4 cm meet. Meerder nu aan elke kant van de steek met de markeerder - lees TIP VOOR HET MEERDEREN-3. Meerder om de naald 3 keer in totaal. Als de mouwrand ongeveer 7 cm meet, kant dan af met recht boven recht en averecht boven averecht. Vouw de mouwrand om en hecht vast - zorg ervoor dat u een strakke naad op het armsgat voorkomt. AFWERKING: Vouw de halsrand op de bovenkant van de hals naar beneden aan de binnenkant van het kledingstuk. Hecht de halsrand vast om een dubbele halsrand te maken. Om te voorkomen dat de halsrand te strak wordt en naar buiten krult, is het belangrijk dat de naad elastisch is. |
|||||||
Uitleg van het telpatroon |
|||||||
|
|||||||
![]() |
|||||||
![]() |
|||||||
![]() |
|||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #windsofwintervest of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 34 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 260-5
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.