White Comfort Jacket#whitecomfortjacket |
|||||||
![]() |
![]() |
||||||
Gebreid groot vest in DROPS Snow en DROPS Brushed Alpaca Silk. Gebreid met diepe V-hals en zakken. Maat XS–XXL.
DROPS 213-29 |
|||||||
|
UITLEG VOOR HET PATROON: ---------------------------------------------------------- RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid): Brei alle naalden recht. 1 ribbel = brei 2 naalden recht. PATROON: Zie telpatroon A.1. De telpatronen laten alle naalden in het patroon aan de goede kant zien. TIP VOOR HET OPMETEN: Alle breedte afmetingen worden gedaan als het werk plat ligt zonder het werk op te rekken. Alle lengte afmetingen worden gedaan terwijl u het werk ophoudt, anders wordt het vest te lang tijdens het dragen. TIP VOOR HET MINDEREN (geldt voor de halslijn): Minder voor de V-hals aan de binnenkant van de 4 voorbiessteken in gerstekorrel (A.1). Alle minderingen worden aan de goede kant gemaakt! Minder als volgt voor de 4 voorbiessteken: Begin 2 steken voor A.1, 2 recht samen, brei 4 voorbiessteken in A.1 zoals hiervoor (= 1 steek geminderd). Minder als volgt na de 4 voorbiessteken: Brei 4 voorbiessteken in A.1 zoals hiervoor, 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 1 steek geminderd). TIP VOOR HET MEERDEREN (geldt voor de mouwen): Meerder aan de binnenkant van de 1 kantsteek in ribbelsteek, afwisselend op het begin en einde van de naald zoals uitgelegd in patroon. Alle meerderingen worden gebreid aan de goede kant! Meerder 1 steek door 1 omslag te maken. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen. ---------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ---------------------------------------------------------- VEST - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK: Het achterpand, de voorpanden en de mouwen worden heen en weer gebreid, van onder naar boven. Het werk wordt samen genaaid op de schouder, de mouwen worden in en onder de arm genaaid en de zijnaden worden in een keer naar beneden dicht genaaid tot de split aan elke zijkant. Naai de kraag midden achter samen, en naai aan de halslijn op de achterkant van de hals. Brei dan twee zakken om op de voorpanden te naaien. ACHTERPAND: Zet 35-37-41-43-47-51 steken op naald 12 mm met 1 draad van elke kwaliteit (= 2 draden). Brei A.1 heen en weer voor 4 naalden (1e naald = goede kant). Ga verder met naald 15 mm. Brei dan in tricotsteek met 1 kantsteek in RIBBELSTEEK aan elke kant - lees uitleg hierboven. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Bij een hoogte van 56-58-60-62-64-66 cm - lees TIP VOOR HET OPMETEN, kant 3-3-4-4-5-6 steken af op het begin van de volgende 2 naalden voor de armsgaten = 29-31-33-35-37-39 steken over. Ga verder met tricotsteek en 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant. Kant bij een hoogte van 71-74-77-80-83-86 cm, de middelste 5-5-7-7-7-9 steken voor de hals af en eindig elk schouder apart. Ga zo verder als hiervoor en kant 1 steek af voor de hals op de volgende naald vanaf de hals = 11-12-12-13-14-14 steken over. Als er 1 naald over is voor het werk 74-77-80-83-86-89 cm meet, brei dan 1 naald recht op de verkeerde kant. Kant dan af met recht aan de goede kant. Brei de andere schouder op dezelfde manier. Het achterpand meet ongeveer 74-77-80-83-86-89 cm vanaf de schouder naar beneden. RECHTER VOORPAND: Zet 21-22-24-25-27-29 steken op (inclusief 4 voorbiessteken richting midden voor) op naald 12 mm met 1 draad van elke kwaliteit (= 2 draden). Brei A.1 heen en weer gebreid voor 4 naalden (1e naald = goede kant). Ga verder met naald 15 mm. Brei de volgende naald als volgt aan de goede kant: Brei A.1 over de eerste 4 steken (= voorbies), brei in tricotsteek tot er 1 steek over is op de naald en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek richting de zijkant. Ga zo verder heen en weer gebreid. Minder bij een hoogte van 44-46-48-50-52-54 cm, voor de V-hals door 1 steek te minderen na de 4 voorbiessteken – lees TIP VOOR HET MINDEREN. Minder zo iedere 6e naald 3-3-4-4-4-5 keer in totaal. Kant tegelijkertijd bij een hoogte van 56-58-60-62-64-66 cm, 3-3-4-4-5-6 steken af voor de armsgaten op het begin van eerste naald op de verkeerde kant. Na alle minderingen voor de V-hals en de armsgaten, zijn er 15-16-16-17-18-18 steken over op de naald. Brei dan met 4 voorbiessteken in A.1, tricotsteek en 1 kantsteek in ribbelsteek richting de zijkant. Als er 1 steek over is voor het werk 74-77-80-83-86-89 cm meet, brei dan recht op de verkeerde kant over de eerste 11-12-12-13-14-14 steken, ga dan verder met A.1 over de 4 voorbiessteken. Keer het werk, brei A.1 over de 4 voorbiessteken, en kant de overgebleven 11-12-12-13-14-14 steken af met recht aan de goede kant. Knip het garen af. Het voorpand meet ongeveer 74-77-80-83-86-89 cm vanaf de schouder naar beneden. Brei dan de halsrand zoals uitgelegd hieronder. HALSRAND: = 4 steken. Houd de steken op naald 15 mm. Voeg 1 markeerdraad in op de naald. Ga verder met A.1 heen en weer gebreid tot de halsrand ongeveer 8 tot 11 cm meet vanaf de markeerdraad - plaats de halsrand over de halslijn midden achter in de hals om controle over de lengte te houden, de halsrand moet ietwat opgerekt worden. Kant af met recht aan de goede kant. LINKER VOORPAND: Zet 21-22-24-25-27-29 steken op (inclusief 4 voorbiessteken richting midden voor) op naald 12 mm met 1 draad van elke kwaliteit (= 2 draden). Brei A.1 heen en weer voor 4 naalden (1e naald = goede kant). Ga verder met naald 15 mm. Brei de volgende naald als volgt aan de goede kant: Brei 1 kantsteek in ribbelsteek, brei in tricotsteek tot er 4 steken over zijn op de naald, en ga verder met A.1 over de laatste 4 steken (= voorbies). Ga zo verder heen en weer gebreid. Minder bij een hoogte van 44-46-48-50-52-54 cm, voor de V-hals door 1 steek te minderen voor de 4 voorbiessteken – lees TIP VOOR HET MINDEREN. Minder zo iedere 6e naald 3-3-4-4-4-5 keer in totaal. Kant tegelijkertijd bij een hoogte van 56-58-60-62-64-66 cm, 3-3-4-4-5-6 steken af voor de armsgaten op het begin van de eerste naald aan de goede kant. Na alle minderingen voor de V-hals en de armsgaten zijn er 15-16-16-17-18-18 steken over op de naald. Ga verder met 1 kantsteek in ribbelsteek in de zijkant richting het armsgat, tricotsteek en 4 voorbiessteken in A.1. Als er 1 naald over is voor het werk 74-77-80-83-86-89 cm meet, brei dan de volgende naald op de verkeerde kant: Ga verder met A.1 over de 4 voorbiessteken, en brei recht op de verkeerde kant over de overgebleven 11-12-12-13-14-14 steken. Keer het werk, kant de eerste 11-12-12-13-14-14 steken af met recht aan de goede kant, en brei A.1 over de 4 voorbiessteken. Knip het garen af. Het voorpand meet ongeveer 74-77-80-83-86-89 cm vanaf de schouder naar beneden. Brei dan de halsrand op dezelfde manier als op het rechter voorpand. MOUW: Zet 17-17-18-19-19-20 steken op naald 10 mm met 1 draad van elke kwaliteit (= 2 draden). Brei A.1 heen en weer met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant voor 3 cm. Ga verder met naald 15 mm, en brei in tricotsteek heen en weer gebreid met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant. Meerder bij een hoogte van 6-6-7-7-8-8 cm, 1 steek op het begin van de naald - lees TIP VOOR HET MEERDEREN. Herhaal het meerderen afwisselend aan het einde van de naald en begin van de naald iedere 5-4-3½-3½-2½-2½ cm 4-5-5-5-6-6 keer in totaal aan elke kant= 25-27-28-29-31-32 steken. Ga verder met breien tot de mouw 45-45-42-42-40-38 cm meet. Voeg 1 markeerdraad in aan elke kant op de mouw – de markeerdraad geeft aan waar de onderkant van het armsgat begint. Brei dan met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant tot de hele mouw 49-49-48-48-47-47 cm meet. Kant dan losjes af met recht aan de goede kant. Brei de andere mouw op dezelfde wijze. Op de afbeelding zijn de mouwen een beetje opgerold. AFWERKING: Naai de schoudernaden aan de binnenkant van de afkantrand. Naai de mouwen in de trui en naai de onderkant van het armsgat dicht – de ingevoegde markeerdraden op de mouwen moeten tegen de zijkant van het lijf komen. Naai de onderkant van de mouw en de zijnaad in een keer dicht - naai in de buitenste lussen van de kantsteek voor een platte naad, maar eindig de naad als er ongeveer 25 tot 30 cm over is aan de onderkant aan elke kant op het voor-/achterpand (= split). Naai de halsrand samen midden achter met maassteken, maar zorg ervoor dat de naad naar binnen gekeerd is. Naai de kraag aan de halslijn in de achterkant van de hals. Naai de knopen op de linker voorbies – de bovenste knoop wordt ongeveer 1 tot 2 cm onder waar de V-hals begint genaaid. Naai de volgende knoop ongeveer 12 tot 14 cm eronder. LET OP! Om de knoop stevig vast te maken, knoopt u elke knoop door een steek op de rechter voorbies, dus kant geen steken af voor de knoopsgaten. ZAKKEN: Zet 15-15-17-17-19-19 steken op naald 15 mm met 1 draad van elke kwaliteit (= 2 draden). Brei A.1 heen en weer over alle steken tot de zak ongeveer 23-23-23-25-25-25 cm meet. Brei 2 ribbels heen en weer over alle steken. Kant af met recht aan de goede kant. De zak meet ongeveer 26-26-26-28-28-28 cm in de hoogte. Brei de andere zak op dezelfde manier. Naai een zak aan elke voorpand, ongeveer 11-13-15-15-17-19 cm vanaf de onderrand en ongeveer 5-5-6-7-7-8 cm vanaf midden voor (pas het vest en pas de positionering van de zakken, indien nodig, aan). |
|||||||
Uitleg van het telpatroon |
|||||||
|
|||||||
![]() |
|||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #whitecomfortjacket of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 23 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 213-29
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.