DROPS Super Sale · BESPAAR 30% op 5 knusse wolgarens.
DROPS Alpaca
100% alpaca
vanaf 3.12 € /50g
DROPS Kid-Silk
75% mohair, 25% zijde
vanaf 4.04 € /25g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 57.64€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Autumn & Winter 26/27

Blush Pearl Jacket

Gebreid vest in DROPS Alpaca en DROPS Kid-Silk. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met Europeaanse schouders, gerstekorrel en riem. Maten XS – XXXL.

Markeer maat:


DROPS 272-15

#blushpearljacket

DROPS Design: Patroon z-1088
Garengroep A + A + A
-------------------------------------------------------

MATEN:
XS - S - M - L - XL - XXL - XXXL

GAREN:
DROPS ALPACA van garnstudio (behoort tot garengroep A)
600-650-700-750-850-900-1100 kleur 302, Camel
En gebruik:
DROPS KID-SILK van garnstudio (behoort tot garengroep A)
125-125-150-150-175-200-200 g kleur 54, Licht Zand

NAALDEN:
DROPS RONDBREINAALD 5 MM: Lengte 40 cm en 80 cm.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 5 MM.
De techniek MAGIC LOOP kan gebruikt worden – u heeft dan alleen een rondbreinaald van 80 cm nodig.

STEKENVERHOUDING:
17 steken in de breedte en 22 naalden in de hoogte met gerstekorrel en 2 draden DROPS Alpaca + 1 draad DROPS Kid-Silk (3 draden) op naald 5 mm = 10 x 10 cm.
LET OP: De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

Misschien vindt u deze ook leuk...

DROPS Alpaca
100% alpaca
vanaf 3.12 € /50g
DROPS Kid-Silk
75% mohair, 25% zijde
vanaf 4.04 € /25g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 57.64€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

0
0


-------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

RIBBELSTEEK (heen en weer):
Brei alle naalden recht, aan zowel de goede als de verkeerde kant.
1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht.

PATROON:
Zie telpatroon A.1.
Het telpatroon toont het patroon aan de goede kant.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1:
MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de GOEDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus aan de achterkant van de naald. De nieuwe steken worden op de volgende naald in A.1 gebreid.
MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de GOEDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt. De nieuwe steken worden op de volgende naald in A.1 gebreid.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2:
MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS – aan de VERKEERDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei averecht door de lus aan de voorkant van de naald. De nieuwe steken worden op de volgende naald in A.1 gebreid.
MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de VERKEERDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei averecht door de lus aan de achterkant van de naald. De nieuwe steken worden op de volgende naald in A.1 gebreid.

TIP VOOR HET BREIEN (voor de biezen en de mouwen):
Als u verkorte naalden breit, ontstaat er een klein gaatje na elke keer dat u het werk keert. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad aan te trekken of de techniek Duitse Verkorte naalden te gebruiken als volgt:
Haal de eerste steek averecht af met de draad aan de voorkant, breng de draad over de rechter naald en trek goed aan vanaf de achterkant (2 lussen op de naald). Deze lussen worden samen gebreid op de volgende naald.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 2 steken onder de mouw door 3 recht samen te breien; Pas aan zodat de minderingen in het patroon passen en volg de markeerdraad ongeveer mid onder de mouw. LET OP: Als u gerstekorrel in de rondte breit, is het normaal dat de textuur een beetje versprint naarmate u verder gaat.
midden
-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig.
De 2 biezen worden eerst gebreid (achterkant van de hals), dan worden er steken opgenomen langs de voorbies en het achterpand wordt van boven naar beneden gebreid terwijl u aan elke kant steken meerdert voor de schouders, totdat het juiste aantal steken is bereikt. Het achterpand heeft ietwat diagonale schouders Het wordt voortgezet tot aan de armsgaten.
De voorpanden worden gebreid door steken op te nemen langs een schouder achter, met de voorbiessteken op dezelfde naald, en van boven naar beneden te breien tot aan de armsgaten en te meerderen voor de halslijn. Dit wordt herhaald op de andere schouder.
Na de armsgaten worden de voor- en achterpanden samengevoegd en wordt het lijf verder heen en weer gebreid.
Er worden steken opgenomen rondom de armsgaten voor de mouwen, welke heen en weer worden gestart voor de mouwkop, dan verder in de rondte gebreid. De riem wordt op het einde gebreid.

RECHTER BIES:
Zet 21-21-21-22-22-23-23 steken op met rondbreinaald 5 mm, 2 draden DROPS Alpaca en 1 draad DROPS Kid-Silk (3 draden).
Brei dan als volgt:NAALD 1 (verkeerde kant): Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, 17-17-17-18-18-19-19 recht, 1 averecht, 1 recht, keer het werk – lees TIP VOOR HET BREIEN.
NAALD 2 (goede kant): Brei 9-9-9-9-9-10-10 recht, keer het werk.
NAALD 3 (verkeerde kant): Brei 9-9-9-9-9-10-10 recht, keer het werk.
NAALD 4 (goede kant): Brei 19-19-19-20-20-21-21 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, keer het werk.
Brei NAALDEN 1 tot 4 tot de voorbies 6-7-7-7½-7½-8-8 cm meet, aan de korte kant; Eindig na een naald aan de verkeerde kant. Minder TEGELIJKERTIJD op de laatste naald 1 steek door de 2 laatste steken op de naald samen te breien = 20-20-20-21-21-22-22 voorbiessteken. Plaats de steken op een hulpdraad.

LINKER VOORBIES:
Gebruik rondbreinaald 5 mm en neem 1 steek op in elk van de 21-21-21-22-22-23-23 opgezette steken op de rechter voorbies, zorg ervoor dat u zo opneemt zodat de steken mooi doorlopen.
NAALD 1 (verkeerde kant): Brei 19-19-19-20-20-21-21 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, keer het werk – denk om TIP VOOR HET BREIEN.
NAALD 2 (goede kant): Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, 17-17-17-18-18-19-19 recht, 1 averecht, 1 recht, keer het werk.
NAALD 3 (verkeerde kant): Brei 9-9-9-9-9-10-10 recht, keer het werk.
NAALD 4 (goede kant): Brei 9-9-9-9-9-10-10 recht, keer het werk.
Brei NAALDEN 1 tot 4 tot de voorbies 6-7-7-7½-7½-8-8 cm meet, aan de korte kant; Eindig na een naald aan de verkeerde kant. Minder TEGELIJKERTIJD op de laatste naald 1 steek door de 2 eerste steken op de naald gedraaid averecht samen te breien = 20-20-20-21-21-22-22 voorbiessteken. Plaats de steken op een hulpdraad. De band meet in totaal 12-14-14-15-15-16-16 cm.
Er worden nu steken opgenomen voor het achterpand langs de rand van de voorbies.

ACHTERPAND:
Het werk wordt heen en weer gebreid. Gebruik rondbreinaald 5 mm, 2 draden DROPS Alpaca en 1 draad DROPS Kid-Silk (3 draden). Neem 23-25-25-27-27-29-29 steken op langs de ribbelsteekrand van de voorbies, brei aan de goede kant en aan de binnenkant van 1 steek. Zorg ervoor dat u een gelijk aantal steken heeft aan elke kant van de naad midden achter (brei niet over de 20-20-20-21-21-22-22 steken op de hulpdraden).
NAALD 1 (verkeerde kant): Averecht.
NAALD 2 (goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei A.1 tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht.
NAALD 3 (verkeerde kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. 3 averecht, meerder 1 steek richting rechts, brei A.1 tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting links, 3 averecht.
NA NAALD 3:
Brei NAALDEN 2 en 3 in totaal 11-11-12-13-14-14-15 keer (22-22-24-26-28-28-30 naalden gebreid) = 67-69-73-79-83-85-89 steken.
Voeg 1 markeerder in aan de buitenkant van een zijkant; Het werk wordt nu vanaf hier gemeten!
Ga verder met 3 kantsteken in tricotsteek en patroon A.1 – denk om de stekenverhouding - tot het werk 8-9-9-9-8-5-3 cm meet vanaf de markeerder, naar beneden over het armsgat, en eindig na een naald aan de verkeerde kant. Meerder nu voor de armsgaten.

MEERDEREN VOOR DE ARMSGATEN:
Noteer op welke naald in A.1 de meerderingen beginnen, zodat ze overeenkomen op de voorpanden.
NAALD 1 (goede kant): Denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 1 recht, meerder 1 steek richting links, brei A.1 tot er 1 steek over is op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 1 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): 1 averecht, brei A.1 tot er 1 steek over is op de naald, 1 averecht.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 4-4-6-6-8-12-14 keer (8-8-12-12-16-24-28 naalden gebreid) = 75-77-85-91-99-109-117 steken.
Brei verder tot het werk 12-13-14-14-15-16-16 cm meet, vanaf de markeerder en naar beneden over het armsgat, eindig na een naald aan de verkeerde kant. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. Brei het linker voorpand over de linker schouder achter als volgt.

LINKERSCHOUDER:
Vind de linker schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer, met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de linkerkant van het werk = linkerschouder.
Begin met de linker voorbies en brei de 20-20-20-21-21-22-22 voorbiessteken als volgt: Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, brei 17-17-17-18-18-19-19 steken in ribbelsteek, 1 steek in tricotsteek, neem dan vanaf de hals op de linker schouder achter 1 steek op in elke naald gebreid langs de schouder, aan de binnenkant van de buitenste steek tot aan het armsgat (22-22-24-26-28-28-30 steken), Neem tot slot 1 steek op aan de buitenkant van de schouder = 43-43-45-48-50-51-53 steken.
Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze opneemnaald genomen.
NAALD 1 (verkeerde kant): Brei averecht tot er 20-20-20-21-21-22-22 steken over zijn, brei de voorbiessteken als volgt: 1 tricotsteek, 17-17-17-18-18-19-19 ribbelsteken, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant en brei 1 recht.
NAALD 2 (goede kant): Brei de voorbiessteken zoals hiervoor, brei dan A.1 tot het einde van de naald.
NAALD 3 (verkeerde kant): Ga verder met A.1 tot er 20-20-20-21-21-22-22 steken over zijn, brei de voorbiessteken zoals hiervoor.
Herhaal NAALDEN 2 en 3 tot het werk 10-11-12-12-13-13-15 cm meet.

OVERZICHT VAN HET VOLGENDE DEEL:
U meerdert nu voor de V-hals en vervolgens voor het armsgat. De meerderingen voor het armsgat beginnen voordat de meerderingen voor de V-hals klaar zijn. Lees de volgende 2 delen voordat u verder gaat, zodat u weet wanneer u moet beginnen met de meerderingen voor het armsgat.

MEERDEREN VOOR DE V-HALS:
NAALD 1 (goede kant): Brei de voorbiessteken zoals hiervoor, meerder 1 steek richting links – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1, brei A.1 tot het einde van de naald.
NAALD 2 (verkeerde kant): Ga verder met A.1 tot er 20-20-20-21-21-22-22 steken over zijn, brei de voorbiessteken zoals hiervoor.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 4-4-4-4-4-5-5 keer (8-8-8-8-8-10-10 naalden gebreid).
Meerder nu als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Brei de voorbiessteken zoals hiervoor, meerder 1 steek richting links, brei A.1 tot het einde van de naald.
NAALD 2 (verkeerde kant): Ga verder met A.1 tot er 20-20-20-21-21-22-22 steken over zijn, brei de voorbiessteken zoals hiervoor.
NAALD 3 (goede kant): Brei de voorbiessteken zoals hiervoor, brei A.1 tot het einde van de naald.
NAALD 4 (verkeerde kant): Ga verder met A.1 tot er 20-20-20-21-21-22-22 steken over zijn, brei de voorbiessteken zoals hiervoor.
Brei NAALDEN 1 tot 4 in totaal 7-7-7-8-8-8-8 keer (28-28-28-32-32-32-32 naalden gebreid).
U heeft in totaal 11-11-11-12-12-13-13 keer gemeerderd voor de V-hals. Brei verder met A.1 en de 20-20-20-21-21-22-22 voorbiessteken zoals hiervoor.

MEERDEREN VOOR HET ARMSGAT:
Als het werk 22-23-23-25-24-21-21 cm meet vanaf de opneemnaald, met de volgende naald de genoteerde naald op het achterpand, meerder dan als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Brei de voorbiessteken zoals hiervoor, dan A.1 tot er 1 steek over is, meerder 1 steek richting rechts – DENK OM TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en 1 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): 1 averecht, brei A.1 tot er 20-20-20-21-21-22-22 steken over zijn, brei de voorbiessteken zoals hiervoor.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 4-4-6-6-8-12-14 keer (8-8-12-12-16-24-28 naalden gebreid).

Als alle meerderingen voor de V-hals en het armsgat klaar zijn, zijn er 58-58-62-66-70-76-80 steken.
Ga verder met de biezen en A.1 tot het werk 26-27-28-30-31-32-34 cm meet vanaf de opneemnaald, eindig na een naald aan de verkeerde kant (dezelfde naald als op het achterpand).
Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. Brei de rechterschouder over de rechter schouder achter als volgt.

RECHTER VOORPAND:
Begin aan de goede kant bij het armsgat op de rechter schouder achter en neem 1 steek op aan de buitenkant op de schouder, neem dan 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van 1 steek tot aan de hals (22-22-24-26-28-28-30 steken), brei tenslotte over de 20-20-20-21-21-22-22 rechter voorbiessteken als volgt: Brei 1 tricotsteek, 17-17-17-18-18-19-19 ribbelsteken, Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant en brei 1 recht = 43-43-45-48-50-51-53 steken.
Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze opgenomen naald genomen.
NAALD 1 (verkeerde kant): Brei de 20-20-20-21-21-22-22 steken als volgt: Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, brei 17-17-17-18-18-19-19 ribbelsteken, 1 tricotsteek, brei averecht tot het einde van de naald.
NAALD 2 (goede kant): Brei A.1 tot er 20-20-20-21-21-22-22 steken over zijn, brei de voorbiessteken zoals hiervoor.
NAALD 3 (verkeerde kant): Brei de voorbiessteken zoals hiervoor, brei A.1 tot het einde van de naald.
Brei NAALDEN 2 en 3 tot het werk 10-11-12-12-13-13-15 cm meet.

OVERZICHT VAN HET VOLGENDE DEEL:
U meerdert nu voor de V-hals en vervolgens voor het armsgat. De meerderingen voor het armsgat beginnen voordat de meerderingen voor de V-hals klaar zijn. Lees de volgende 2 delen voordat u verder gaat, zodat u weet wanneer u moet beginnen met de meerderingen voor het armsgat.

MEERDEREN VOOR DE V-HALS:
NAALD 1 (goede kant): Ga verder met A.1 tot er 20-20-20-21-21-22-22 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, brei de voorbiessteken zoals hiervoor.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei de 20-20-20-21-21-22-22 voorbiessteken, dan A.1 tot het einde van de naald.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 4-4-4-4-4-5-5 keer (8-8-8-8-8-10-10 naalden gebreid).
Meerder nu als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Ga verder met A.1 tot er 20-20-20-21-21-22-22 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, brei de voorbiessteken zoals hiervoor.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei de voorbiessteken zoals hiervoor, dan A.1 tot het einde van de naald.
NAALD 3 (goede kant): Ga verder met A.1 tot er 20-20-20-21-21-22-22 steken over zijn, brei de voorbiessteken zoals hiervoor.
NAALD 4 (verkeerde kant): Brei de voorbiessteken zoals hiervoor, dan A.1 tot het einde van de naald.
Brei NAALDEN 1 tot 4 in totaal 7-7-7-8-8-8-8 keer (28-28-28-32-32-32-32 naalden gebreid).
U heeft in totaal 11-11-11-12-12-13-13 keer gemeerderd voor de V-hals. Ga verder met A.1 en de 20-20-20-21-21-22-22 voorbiessteken.

MEERDEREN VOOR HET ARMSGAT:
Als het werk 22-23-23-25-24-21-21 cm meet vanaf de opneemnaald, met de volgende naald de genoteerde naald op het achterpand, meerder dan als volgt:
NAALD 1 (goede kant): 1 recht, meerder 1 steek richting links – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1, brei A.1 tot er 20-20-20-21-21-22-22 steken over zijn, brei de voorbiessteken zoals hiervoor.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei de voorbiessteken zoals hiervoor en brei A.1 tot er 1 steek over is op de naald en 1 averecht.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 4-4-6-6-8-12-14 keer (8-8-12-12-16-24-28 naalden gebreid).

Als alle meerderingen voor de V-hals en het armsgat klaar zijn, zijn er 58-58-62-66-70-76-80 steken.
Ga verder met de biezen en A.1 tot het werk 26-27-28-30-31-32-34 cm meet vanaf de opneemnaald, eindig na een naald aan de verkeerde kant (dezelfde naald als op het achterpand en het linker voorpand).
De voor- en achterpanden worden nu samengevoegd voor het lijf.

LIJF:
Aan de verkeerde kant:
Brei zoals hiervoor over de 58-58-62-66-70-76-80 steken op het rechter voorpand (20-20-20-21-21-22-22 voorbiessteken + A.1), zet 6-6-6-8-8-10-10 steken op (midden onder de mouw), brei over de 75-77-85-91-99-107-117 steken op het achterpand, zet 6-6-6-8-8-10-10 steken op (midden onder de mouw), brei zoals hiervoor over de 58-58-62-66-70-76-80 steken op het linker voorpand (A.1 + 20-20-20-21-21-22-22 voorbiessteken) = 203-205-221-239-255-281-297 steken.
Ga verder heen en weer met A.1 en de voorbiessteken aan elke kant. LET OP! De nieuwe steken onder de mouw worden in A.1 gebreid; Als deze steken niet overeenkomen met het patroon op de voor- en achterpanden, pas dan aan door 1 steek te minderen zodat het patroon past. De 3 tricotsteken aan elke kant van het achterpand worden ook in gerstekorrel gebreid.
Brei tot het werk 54-56-58-60-62-64-66 cm meet vanaf de opzetrand midden achter, eindig in het midden van A.1. Kant ietwat losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht.
Het vest meet ongeveer 54-56-58-60-62-64-66 cm vanaf midden achter en 56-58-60-62-64-66-68 cm vanaf de schouder.

MOUWEN:
De mouw wordt van boven naar beneden gebreid.
Leg het werk plat neer en voeg 1 markeerder in op de bovenkant van het armsgat. LET OP: Dit is niet hetzelfde als de opneemnaald op het voorpand maar een paar cm naar beneden op het voorpand.
Gebruik een kleinere naald om steken op te nemen en ook bij het heen en weer breien van de mouwkop als het weefsel los zit.
NEEM STEKEN OP ALS VOLGT:
Begin in het midden van de opgezette steken onder de mouw en neem 68-72-74-80-84-88-92 steken op rondom het armsgat, met een gelijk aantal steken aan beide kanten van de markeerder.
MOUWKOP:
Brei A.1 heen en weer gebreid met verkorte naalden voor de mouwkop (om de mouw een betere pasvorm te geven), beginnend vanaf midden onder de mouw als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Brei A.1 tot 8-8-9-9-10-10-11 steken voorbij de markeerder op de bovenkant van de mouw, keer het werk – lees TIP VOOR HET BREIEN. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei A.1 over 16-16-18-18-20-20-22 steken, keer het werk. NAALD 3 (goede kant): Brei A.1 tot 1 steek voorbij de vorige keer dat u het werk keerde, keer het werk.
NAALD 4 (verkeerde kant): Brei A.1 tot 1 steek voorbij de vorige keer dat u het werk keerde, keer het werk
Herhaal NAALDEN 3 en 4 tot u in totaal 22-26-26-28-32-38-42 keer heeft gekeerd (11-13-13-14-16-19-21 keer aan elke kant. De laatste keer dat u naald-4 breit, breit u over 36-40-42-44-50-56-62 steken aan de verkeerde kant).
NA DE LAATSTE KEER KEREN:
Keer het werk en brei A.1 terug vanaf de goede kant tot het begin van de naald (midden onder de mouw). Voeg hier 1 markeerdraad in; het wordt gebruikt voor het minderen onder de mouw. Neem deze mee tijdens het breien in de hoogte.
MOUW VERVOLG:
Brei A.1 in de rondte; over de eerste en laatste 16-16-16-18-17-16-15 steken op de naald is dit de eerste naald gerstekorrel, terwijl het patroon goed is gecreëerd over de mouwkop, d.w.z. het patroon op de eerste en laatste 16-16-16-18-17-16-15 steken komt niet noodzakelijkerwijs overeen met de andere steken op de naald. Tel terug en begin met de gerstekorrel zodat deze past in het gecreëerde patroon op de mouwkop.
Minder TEGELIJKERTIJD na 1 naald, steken midden onder de mouw - lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt:
Minder 2-2-2-2-3-3-3 keer 2 steken elke 2e naald, minder dan 6-6-6-7-7-7-8 keer 2 steken om de 2 cm = 52-56-58-60-64-68-70 steken.
Brei verder tot de mouw 55 cm meet in alle maten vanaf de schouder, pas zo aan dat u eindigt in het midden van A.1. Kant ietwat losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht.

RIEM:
Zet 13 steken op met naald 5 mm, 2 draden DROPS Alpaca en 1 draad DROPS Kid-Silk (3 draden)
Brei als volgt op alle naalden:
Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, brei A.1 over 9 steken, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. De riem moet ongeveer 6 cm breed zijn.
Herhaal deze naald tot de riem 160-165-170-175-180-185-190 cm meet of tot de gewenste lengte. Knip en hecht de draad af.

Telpatroon

recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant = recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant = recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
Diagram for DROPS 272-15
Diagram for DROPS 272-15

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen.

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

De garenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!
Heeft u dit patroon gemaakt?
Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #blushpearljacket of stuur ze naar de #dropsfan galerij.

Laat een opmerking achter voor DROPS 272-15

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (3)

country flag Anika schreef:

Danke für die Korrektur. Das ein I-Cord gestrickt wird, stand leider in der Beschreibung nicht drinnen. Dann habe ich dazu noch eine Frage. Bei der rechten Blende (Reihe 3 & 4) wird kein I-Cord gestrickt (nur rechts). Dadurch entsteht ein Fehler im Rand und der I-Cord wird immer unterbrochen. VG

04.11.2026 - 09:49

DROPS Design antwoorde:

Liebe Anika, die 2 I-Cord Maschen sind am Anfang der 1. Rückreihe bei der rechten Blende erklärt (auch nicht als =I-Cord Maschen beschrieben), die Reihe 2 und 3 sind verkürzten Reihen = hier werden keine I-Cord, da die verkürzten Reihen an der anderen Seite vom I-Cord gestrickt sind) und bei der 4. Reihe (= Hinreihe) sind die 2 I-Cord Maschen am Ende gestrickt. Bei der linken Blenden stricken Sie die I-Cord am Ende der 1. Reihe (Rückreihe) und am Anfang der 4. Reihe (Hinreihe) - die 2. + 3. Reihe sind nur ohne I-Cord gestrickt da sie auf der anderen Seite gestrickt werden. Viel Spaß beim Stricken!

05.11.2026 - 13:12

country flag Anika schreef:

Hallo, in der Auflistung fehlt oben die Rundnadel Nr. 4,5 (welche für das Rückenteil benötigt wird?!). Und bei der Blende steht Rd. 1 „1 Masche rechts, 17 Maschen rechts“. Warum steht dann da nicht gleich 18 Maschen rechts. Ich habe die Blende fertig gestrickt. Aber leider sieht der Rand nicht so schön aus. Und wenn man rechts und links gestrickt hat, schaut die der Rand auf jeder Seite anders aus.

02.11.2026 - 13:56

DROPS Design antwoorde:

Liebe Anika, das Rückenteil wird auch mit Nadeln Nr 5 gestrickt, eine Korrektur kommt - danke für den Hinweis; die 2 äussersten Maschen der Blende sind I-Cord Maschen - wie in diesem Video gestrickt. Viel Spaß beim Stricken!

03.11.2026 - 10:09

country flag Anika schreef:

Hallo, in der Auflistung fehlt oben die Rundnadel Nr. 4,5 (welche für das Rückenteil benötigt wird?!). Und bei der Blende steht Rd. 1 „1 Masche rechts, 17 Maschen rechts“. Warum steht dann da nicht gleich 18 Maschen rechts. Ich habe die Blende fertig gestrickt. Aber leider sieht der Rand nicht so schön aus. Und wenn man rechts und links gestrickt hat, schaut die der Rand auf jeder Seite anders aus.

02.11.2026 - 13:55