DROPS Super Sale · BESPAAR 30% op 5 knusse wolgarens.
DROPS Nepal
65% wol, 35% alpaca
vanaf 2.20 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 28.60€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Autumn & Winter 26/27

Winding Ways Cardigan

Gebreid oversized vest in DROPS Nepal of DROPS Big Merino. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met Europese schouders, kabels, gerstekorrel en PUNNIKRAND. Maten XS – XXXL.

Markeer maat:


DROPS 273-20

#windingwayscardigan

DROPS Design: Patroon ne-415
Garengroep C of A + A
-------------------------------------------------------

MATEN:
XS - S - M - L - XL - XXL - XXXL

GAREN:
DROPS NEPAL van garnstudio (behoort tot garengroep C)
650-750-800-900-950-1050-1150 g kleur 0100, Naturel

Of gebruik:
DROPS BIG MERINO van garnstudio (behoort tot garengroep C)
650-750-800-900-950-1050-1150 g kleur 01, Naturel

KNOPEN:
DROPS KNOPEN NR 511: 6-6-6-7-7-7-7 stuks.

NAALDEN:
DROPS RONDBREINAALD 5 MM: Lengte 40 cm en 80 cm.
DROPS RONDBREINAALD 3 MM: Lengte 80 cm.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 5 MM.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3 MM.
DROPS KABELNAALD.
De techniek MAGIC LOOP kan gebruikt worden – u heeft dan alleen een rondbreinaald van 80 cm nodig in elke maat.

STEKENVERHOUDING:
17 steken in de breedte en 22 naalden in de hoogte met tricotsteek op naald 5 mm = 10 x 10 cm.
LET OP: De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

Misschien vindt u deze ook leuk...

DROPS Nepal
65% wol, 35% alpaca
vanaf 2.20 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 28.60€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

0
0

-------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

RIBBELSTEEK:
Brei alle naalden recht, aan zowel de goede als de verkeerde kant.
1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1:
MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de GOEDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus aan de achterkant van de naald.
MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de GOEDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2:
MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- op de VERKEERDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei averecht door de lus aan de voorkant van de naald.
MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – op de VERKEERDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei averecht door de lus aan de achterkant van de naald.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.7.
Kies het telpatroon voor uw maat (geldt voor A.1, A.2, A.5 en A.6).
De telpatronen tonen het patroon aan de goede kant.
De telpatronen worden van rechts naar links gelezen als u aan de goede kant breit en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit.

BIEZEN MET PUNNIKRAND:
BEGIN VAN DE NAALD:
Brei de voorbies als volgt (8 steken): Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, brei A.4 over de laatste 6 steken (gerstekorrel).
EINDE VAN DE NAALD:
Brei de voorbies als volgt (8 steken): Brei tot er 8 steken over zijn op de naald, brei 6 steken van A.4 (gerstekorrel), haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht.
Brei zo aan zowel de goede als de verkeerde kant.

KNOOPSGATEN:
Brei de knoopsgaten op de rechter voorbies aan de goede kant als het kledingstuk gedragen wordt (voorbies = 8 steken) en als er 5 steken over zijn op de naald als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Maak 1 omslag, 2 recht/averecht samen (wat het beste bij het patroon past), 1 gerstekorrel, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei de voorbies zoals hiervoor, brei de omslag recht/averecht (wat het beste bij het patroon past) zodat er een gaatje ontstaat.
Het eerste knoopsgat wordt 7 cm onder de opgezette steken voor de halslijn gebreid. Brei dan 4-4-4-5-5-5-5 knoopsgaten met 8-8½-9-8-8-8-8-8½ cm tussen elk. Het onderste knoopsgat wordt in de overgang tussen de tricotsteek en boordsteek gebreid.
Het laatste knoopsgat wordt op de hals gebreid.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt:
Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd).

TIP VOOR HET BREIEN:
Als u verkorte naalden breit, ontstaat er een klein gaatje na elke keer dat u het werk keert. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad aan te trekken of de techniek Duitse Verkorte naalden te gebruiken als volgt:
Haal de eerste steek averecht af met de draad aan de voorkant, breng de draad over de rechter naald en trek goed aan vanaf de achterkant (2 lussen op de naald). Deze lussen worden samen gebreid op de volgende naald.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig.
Begin door steken op te zetten aan de achterkant van de hals en brei het achterpand van boven naar beneden in tricotsteek, terwijl u aan elke kant steken meerdert voor de schouders totdat het juiste aantal steken is bereikt. Het achterpand heeft ietwat diagonale schouders. Het achterpand loopt door tot aan de armsgaten.
Een voorpand wordt gebreid door steken op te nemen langs de schouder achter, brei in patroon en tricotsteek en meerder voor de halslijn. Dit wordt herhaald op de andere schouder.
Aan de onderkant van de armsgaten worden de voor- en achterpanden samengevoegd op dezelfde rondbreinaald en wordt het lijf verder heen en weer gebreid, brei patroon en tricotsteek op de voorpanden en tricotsteek op het achterpand.
Er worden steken opgenomen rondom de armsgaten voor de mouwen, welke eerst heen en weer worden gebreid voor de mouwkop, dan verder in de rondte. Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de hals wordt op het einde gebreid.

ACHTERPAND:
Het werk wordt heen en weer gebreid op de rondbreinaald. Zet 28-28-28-28-32-32-32 steken op met rondbreinaald 5 mm en DROPS Nepal of DROPS Big Merino.
NAALD 1 (verkeerde kant): Averecht.
NAALD 2 (goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht.
NAALD 3 (verkeerde kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. 3 averecht, meerder 1 steek richting rechts, brei averecht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting links, 3 averecht.
NA NAALD 3:
Brei NAALDEN 2 en 3 in totaal 13-14-15-17-18-20-22 keer (26-28-30-34-36-40-44 naalden gebreid) = 80-84-88-96-104-112-120 steken.
Voeg 1 markeerder in aan de buitenkant van een zijkant. Het werk wordt nu vanaf hier gemeten!
Ga verder met tricotsteek met 1 RIBBELSTEEK aan elke kant – lees uitleg hierboven. Denk om de stekenverhouding.
Brei tot het werk 9-8-8-8-9-8-8 cm meet vanaf de markeerder en naar beneden over het armsgat.

MEERDEREN VOOR DE ARMSGATEN:
NAALD 1 (goede kant): Denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): Averecht.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 2-4-4-4-4-5-6 keer (4-8-8-8-8-10-12 naalden gebreid) = 84-92-96-104-112-122-132 steken.
Brei verder tot het werk 11-12-12-12-13-13-13 cm meet, vanaf de markeerder en naar beneden over het armsgat, eindig na een naald aan de goede kant. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. Brei het linker voorpand over de linker schouder achter als volgt.

LINKER VOORPAND:
Vind de linker schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer, met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de linkerkant van het werk = linkerschouder.
Begin aan de goede kant bij de hals op de linker schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot het armsgat = 26-28-30-34-36-40-44 steken.
Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze opneemnaald genomen.
NAALD 1 (verkeerde kant): Brei 1 ribbelsteek, brei averecht tot het einde van de naald en meerder 5-5-5-5-8-8-8 steken verdeeld op de naald = 31-33-35-39-44-48-52 steken.
NAALD 2 (goede kant): Brei 12-12-12-12-10-10-10 recht, brei A.1, 5-7-9-13-12-16-20 recht, 1 ribbelsteek.
NAALD 3 (verkeerde kant): 1 ribbelsteek, 5-7-9-13-12-16-20 averecht, A.1, 12-12-12-12-10-10-10 averecht.
Herhaal NAALDEN 2 en 3 tot A.1 klaar is in de hoogte. Het werk meet ongeveer 5-5-5-5-6-6-6 cm vanaf de opneemnaald. Meerder nu voor de halslijn.

MEERDEREN VOOR DE HALSLIJN:
NAALD 1 (goede kant): Brei de 3 eerste steken in A.2, meerder 1 steek richting links – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1, eindig A.2, brei A.1 zoals hiervoor, 5-7-9-13-12-16-20 recht en 1 ribbelsteek.
NAALD 2 (verkeerde kant): 1 ribbelsteek, 5-7-9-13-12-16-20 averecht, A.1, brei A.2 tot het einde van de naald.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 7 keer (14 naalden gebreid), dus meerder voor de halslijn aan de binnenkant van 3 tricotsteken bij de hals. De gemeerderde steken worden in het patroon gebreid zoals te zien is in A.2 = 38-40-42-46-51-55-59 steken.
Zet op de eerste naald aan de verkeerde kant na de laatste halslijnmeerdering, 20-20-20-20-22-22-22 nieuwe steken op aan het einde van de naald (midden voor) = 58-60-62-66-73-77-81 steken.
Keer het werk en brei als volgt aan de goede kant: 8 steken volgens BIEZEN MET PUNNIKRAND – lees uitleg hierboven, brei de een na laatste naald in A.2, ga verder met A.1, brei 5-7-9-13-12-16-20 tricotsteken, 1 ribbelsteek. Brei dit patroon terug aan de verkeerde kant (A.2 is nu klaar).
Ga verder als volgt:
NAALD 1 (goede kant): 8 voorbiessteken met PUNNIKRAND, brei A.3, ga verder met A.1, 5-7-9-13-12-16-20 recht, 1 ribbelsteek.
NAALD 2 (verkeerde kant): 1 ribbelsteek, 5-7-9-13-12-16-20 averecht, A.1, A.3, 8 voorbiessteken met PUNNIKRAND.
Herhaal NAALDEN 1 en 2 tot het werk 25-24-26-28-29-30-32 cm meet vanaf de opneemnaald.

MEERDEREN VOOR HET ARMSGAT:
NAALD 1 (goede kant): Brei zoals hiervoor tot er 4 steken over zijn bij het armsgat, meerder 1 steek richting rechts – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1, 3 recht, 1 ribbelsteek.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei zoals hiervoor zonder te meerderen (de gemeerderde steken worden gebreid in tricotsteek).
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 2-4-4-4-4-5-6 keer (4-8-8-8-8-10-12 naalden gebreid) = 60-64-66-70-77-82-87 steken.
Brei verder tot het werk 27-28-30-32-33-35-37 cm meet vanaf de opneemnaald, eindig na een naald aan de goede kant.
Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. Brei het rechter voorpand over de rechter schouder achter als volgt.

RECHTER VOORPAND:
Begin aan de goede kant bij het armsgat op de rechter schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot de hals = 26-28-30-34-36-40-44 steken.
Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze opneemnaald genomen.
NAALD 1 (verkeerde kant): Brei averecht tot er 1 steek over is, terwijl u 5-5-5-5-8-8-8 steken verdeeld meerdert, brei 1 ribbelsteek = 31-33-35-39-44-48-52 steken.
NAALD 2 (goede kant): Brei 1 ribbelsteek, 5-7-9-13-12-16-20 recht, brei A.5, 12-12-12-12-10-10-10 recht.
NAALD 3 (verkeerde kant): Brei 12-12-12-12-10-10-10 averecht, A.5, 5-7-9-13-12-16-20 averecht, 1 ribbelsteek.
Herhaal NAALDEN 2 en 3 tot A.5 klaar is in de hoogte. Het werk meet ongeveer 5-5-5-5-6-6-6 cm vanaf de opneemnaald. Meerder nu voor de halslijn.

MEERDEREN VOOR DE HALSLIJN:
NAALD 1 (goede kant): 1 ribbelsteek, 5-7-9-13-12-16-20 recht, brei A.5 zoals hiervoor, brei A.6 tot er 3 steken over zijn (3 laatste steken in A.6), meerder 1 steek richting rechts – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1, brei de laatste 3 steken in A.6.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei A.6, A.5, 5-7-9-13-12-16-20 averecht, 1 ribbelsteek.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 7 keer (14 naalden gebreid), dus meerder voor de halslijn aan de binnenkant van 3 tricotsteken bij de hals. De gemeerderde steken worden in het patroon gebreid zoals te zien is in A.6 = 38-40-42-46-51-55-59 steken.
Zet op de eerste naald aan de goede kant na de laatste halslijnmeerdering, 20-20-20-20-22-22-22 nieuwe steken op aan het einde van de naald (midden voor) = 58-60-62-66-73-77-81 steken.
Keer het werk en brei als volgt aan de verkeerde kant: 8 voorbiessteken met PUNNIKRAND, brei de laatste naald in A.6, ga verder met A.5, 5-7-9-13-12-16-20 averecht, 1 ribbelsteek.
NAALD 1 (goede kant): 1 ribbelsteek, 5-7-9-13-12-16-20 recht, ga verder met A.5, brei A.7 en 8 voorbiessteken met PUNNIKRAND.
NAALD 2 (verkeerde kant): 8 voorbiessteken met PUNNIKRAND, brei A.7, A.5, 5-7-9-13-12-16-20 averecht, 1 ribbelsteek.
Herhaal NAALDEN 1 en 2 tot het werk 25-24-26-28-29-30-32 cm meet vanaf de opneemnaald – denk om de knoopsgaten op de rechter voorbies – lees uitleg hierboven.

MEERDEREN VOOR HET ARMSGAT:
NAALD 1 (goede kant): Brei de eerste 3 steken in ribbelsteek en tricotsteek, meerder 1 steek richting links – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1, brei tot het einde van de naald zoals hiervoor.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei zoals hiervoor zonder te meerderen (de gemeerderde steken worden gebreid in tricotsteek).
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 2-4-4-4-4-5-6 keer (4-8-8-8-8-10-12 naalden gebreid) = 60-64-66-70-77-82-87 steken.
Brei verder tot het werk 27-28-30-32-33-35-37 cm meet vanaf de opneemnaald, eindig na een naald aan de goede kant.
De voor- en achterpanden worden nu samengevoegd voor het lijf.

LIJF:
Aan de verkeerde kant: Brei de 60-64-66-70-77-82-87 steken op het rechter voorpand zoals hiervoor, maar brei de ribbelsteek in tricotsteek, zet 4-4-6-4-6-6-6 steken op (onder de mouw), brei de 84-92-96-104-112-122-132 steken van het achterpand averecht, zet 4-4-6-4-6-6-6 steken op (onder de mouw), brei de 60-64-66-70-77-82-87 steken van het linker voorpand zoals hiervoor, maar brei de ribbelsteek in tricotsteek = 212-228-240-252-278-298-318 steken.
Ga verder met de voorbiessteken, patroon en tricotsteek (de opgezette steken onder de mouwen worden in tricotsteek gebreid), tot het werk 49-51-53-55-56-58-60 cm meet vanaf de opzetrand midden achter.

Begin op de volgende naald aan de goede kant met de boordsteek. Meerder tegelijkertijd 26-26-30-34-32-36-40 steken verdeeld als volgt: Meerder 1 steek over elk deel van 5 gerstekorrels (4 gemeerderde steken), meerder 2 steken over elk deel van de grote kabel (4 gemeerderde steken), meerder 18-18-22-26-24-28-32 steken verdeeld over de tricotsteken op het achterpand en de zijkanten (meerder niet over de biezen) = 238-254-270-286-310-334-358 steken.
Brei dan als volgt: Ga verder met rondbreinaald 3 mm. Brei de voorbies zoals hiervoor, boordsteek (2 recht en 2 averecht – denk om het meerderen) tot er 10 steken over zijn, 2 recht en brei de voorbies zoals hiervoor.
Als de boordsteek 5-5-5-5-6-6-6 cm meet, kant dan ietwat losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht.
Het vest meet ongeveer 54-56-58-60-62-64-66 cm vanaf midden achter en 56-58-60-62-64-66-68 cm vanaf de schouder.

MOUWEN:
De mouw wordt van boven naar beneden gebreid.
Leg het werk plat neer en voeg 1 markeerder in op de bovenkant van het armsgat. LET OP: Dit is niet hetzelfde als de opneemnaald op het voorpand maar een paar cm naar beneden op het voorpand.
Gebruik rondbreinaald 5 mm en neem strak op of gebruik een kleinere naald.
NEEM STEKEN OP ALS VOLGT:
Begin in het midden van de opgezette steken onder de mouw en neem 66-68-74-76-80-84-86 steken op rondom het armsgat, met een gelijk aantal steken aan beide kanten van de markeerder.
MOUWKOP:
Brei 1 naald recht, 1 naald averecht en 1 naald recht.
Om de mouwkop een betere pasvorm te geven, breit u nu tricotsteek en patroon met verkorte naalden heen en weer over de mouwkop, beginnend midden onder de mouw als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Brei recht tot er 13 steken over zijn voor de markeerder op de schouder, brei de volgende 5 steken in A.4, 16 recht en meerder 4 steken verdeeld over deze steken (= 20 rechte steken), brei de volgende 5 steken in A.4, 2 recht, keer het werk – lees TIP VOOR HET BREIEN = 70-72-78-80-84-88-90 steken (inclusief de steken die niet op deze naald worden gebreid).
NAALD 2 (verkeerde kant): 2 averecht, brei A.4 over de volgende 5 steken, 20 averecht, A.4 over de volgende 5 steken, 2 averecht, keer het werk.
NAALD 3 (goede kant): 2 recht, brei A.4 over de volgende 5 steken, brei A.y over de volgende 20 steken, A.4 over de volgende 5 steken, 4 recht, keer het werk.
NAALD 4 (verkeerde kant): 4 averecht, ga verder met het patroon over 30 steken, 4 averecht, keer het werk.
NAALD 5 (goede kant): Brei zoals hiervoor tot 2 steken voorbij de vorige keer dat u het werk keerde, keer het werk.
NAALD 6 (verkeerde kant): Brei zoals hiervoor tot 2 steken voorbij de vorige keer dat u het werk keerde, keer het werk.
Herhaal NAALDEN 5 en 6 verder tot u in totaal 16-18-20-20-22-24-26 keer heeft gekeerd (8-9-10-10-11-12-13 keer aan elke kant, met de laatste naald aan de verkeerde kant).

NA DE LAATSTE KEER KEREN:
Na de laatste keer dat u naald 6 breit, keer dan het werk en brei vanaf de goede kant tot het begin van de naald (midden onder de mouw). Voeg hier 1 markeerdraad in; het wordt gebruikt voor het minderen onder de mouw. Neem deze mee tijdens het breien in de hoogte.
MOUW VERVOLG:
Ga verder in de rondte met patroon over de middelste 30 steken en tricotsteek over de andere steken. Minder TEGELIJKERTIJD na de eerste naald 2 steken midden onder de mouw, 2-2-2-2-3-3-3 keer elke 2e naald, minder dan 2 steken 5-6-8-8-8-9-10 keer elke 2 cm – lees TIP VOOR HET MINDEREN = 56-56-58-60-62-64-64 steken.
Brei verder tot de mouw 44-45-45-44-41-40-39 cm meet vanaf de markeerder op de schouder.
Ga verder met breinaalden zonder knop maat 3 mm. Brei op de volgende naald boordsteek (2 recht en 2 averecht), meerder tegelijkertijd 8-8-10-12-10-12-12 steken verdeeld op de naald zoals hieronder beschreven = 64-64-68-72-72-76-76 steken
MATEN XS, S, L en XL: 1 averecht, * 2 recht, 2 averecht *, brei van *-* tot er 3 steken over zijn op de naald, 2 recht, 1 averecht – meerder tegelijkertijd 2-2-4-3 steken in de tricotsteekdelen aan elke kant van het patroon, meerder 1 steek in elk deel van 5 gerstekorrels en meerder 2 steken over de grote kabel.
MATEN M, XXL en XXXL: 1 recht, * 2 averecht, 2 recht *, brei van *-* tot er 3 steken over zijn op de naald, 2 averecht, 1 recht - Meerder tegelijkertijd 3-4-4 steken in de tricotsteekdelen aan elke kant van het patroon, meerder 1 steek in elk deel van 5 gerstekorrels en meerder 2 steken over de grote kabel.

Als de boordsteek 5-5-5-5-6-6-6 cm meet, kant dan ietwat losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht.
De mouw meet ongeveer 49-50-50-49-47-46-45 cm vanaf de schouder.

HALS:
Gebruik rondbreinaald 5 mm. Begin aan de goede kant, midden voor en neem ongeveer 106-106-106-106-118-118-118 steken op langs de halslijn (zorg ervoor dat u 1 steek opneemt in elke voorbiessteek en het aantal steken is deelbaar door 4 + 2).
Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant, pas indien nodig het aantal steken aan.
Aan de goede kant: Brei 8 voorbiessteken, boordsteek (2 recht en 2 averecht) tot er 10 steken over zijn, 2 recht en 8 voorbiessteken. Ga verder met deze boordsteek heen en weer gebreid voor 1-1½ cm. Brei op de volgende naald aan de goede kant het laatste knoopsgat zoals hiervoor boven de andere knoopsgaten op de rechter voorbies (dus brei de eerste 3 steken, brei 2 steken samen, maak 1 omslag).
Als de hals 4-4-4½-4½-5-5-5 cm meet, kant dan ietwat losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht.

AFWERKING:
Naai de knopen op de linker voorbies.

Telpatroon

recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant = recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant = averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
plaats 3 steken op een kabelnaald achter het werk, 3 recht, 3 recht van de kabelnaald = plaats 3 steken op een kabelnaald achter het werk, 3 recht, 3 recht van de kabelnaald
plaats 3 steken op een kabelnaald voor het werk, 3 recht, 3 recht van de kabelnaald = plaats 3 steken op een kabelnaald voor het werk, 3 recht, 3 recht van de kabelnaald
plaats 5 steken op een kabelnaald achter het werk, 5 recht, 5 recht van de kabelnaald = plaats 5 steken op een kabelnaald achter het werk, 5 recht, 5 recht van de kabelnaald
plaats 5 steken op een kabelnaald voor het werk, 5 recht, 5 recht van de kabelnaald = plaats 5 steken op een kabelnaald voor het werk, 5 recht, 5 recht van de kabelnaald
Diagram for DROPS 273-20
Diagram for DROPS 273-20
Diagram for DROPS 273-20
Diagram for DROPS 273-20
Diagram for DROPS 273-20

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen. Leren breien

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

De garenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!
Heeft u dit patroon gemaakt?
Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #windingwayscardigan of stuur ze naar de #dropsfan galerij.

Laat een opmerking achter voor DROPS 273-20

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (2)

country flag Anne Marie Fløttum schreef:

Er omgangen som strikkes fra vrangsiden med i mønsteret, eller er det bare rettsiden som er med? Da strikkes ev rett over rett og vrang over vrang tilbake på vrangsiden.

11.10.2026 - 11:41

DROPS Design antwoorde:

Hei Anne Marie, Diagrammene viser alle pinnene fra retten, men mønsteret strikkes både fra retten og vrangen. Blanke ruter er strikket rett fra retten og vrang fra vrangen, ruter med kryss vrang fra retten og rett fra vrangen. Fletting er alltid fra retten. Hilsen Drops Team.

12.10.2026 - 05:25

country flag Beata schreef:

Mam pytanie dotyczące ilości rzędów pomiędzy warkoczami. W schematach A1, A5 ta odległość to 10 rzędów (robimy warkocz co 10 rzędów), w schemacie A3 liczba rzędów między warkoczami zmniejsza się do 8 rzędów. Na przodzie lewym i prawym przy kontynuacji schematu A1 musimy powtórzyć mały warkocz. Jaka liczba rzędów między warkoczami jest prawidłowa? Ta ze schematu A1, czy kontynuacji A3? Rozmiar XS.

23.09.2026 - 11:14

DROPS Design antwoorde:

Witaj Beato, gdy przerabiasz schemat A.1, jest 11 rzędów między warkoczami. W schemacie A.3, w części dotyczącej mniejszego warkocza, mamy 9 rzędów między warkoczami. Pozdrawiamy!

25.09.2026 - 09:57