River Dream Sweater#riverdreamsweater |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Gebreide trui in DROPS Nepal of DROPS Alaska. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met rolrand, ronde pas en kabels. Maat XS – XXXL.
DROPS 273-11 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
---------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ---------------------------------------------------------- TIP VOOR HET MEERDEREN-1: Om te berekenen hoe u verdeeld meerdert, gebruikt u het totaal aantal steken op de naald (bijv. 82 steken) en deelt u de steken door het aantal te maken meerderingen (bijv. 18) = 4.6. Meerder in dit voorbeeld afwisselend ongeveer elke 4e en 5e steek - meerder als volgt: Deze symmetrische meerdering geeft 1 nieuwe steek. Volg punt 1 - 4 hieronder: 1. Houd het garen achter het werk. Haal de eerste steek losjes averecht af op de rechter naald. 2. Voeg de linker naald in achter de afgehaalde steek en tussen de afgehaalde steek en de volgende steek op de rechter naald. 3. Maak een omslag met de omslag om de rechter naald en haal de omslag door de steek om 1 nieuwe steek op de rechter naald te krijgen. 4. Laat de voorste lus van de steek van de linker naald af glijden en brei dan de 1 recht aan de voorkant van de andere lus van de steek. Er is 1 steek gemeerderd. TIP VOOR HET MEERDEREN-2: Bij het gelijkmatig meerderen van steken in de overgang voor de boordsteek, zal er een gelijkmatige meerdering zijn als u meerdert waar de steken averecht gaan lopen, de steken in tricotsteek lopen dan mooi over in de boordsteek. VERHOGING: Om de trui hoger te maken aan de achterkant van de hals wanneer u in de rondte breit voor de ronde pas, breit u een verhoging. Sla deze paragraaf over als u geen verhoging wilt. Begin aan de goede kant midden achter en brei recht tot er 10-11-12-12-13-13-14 steken over zijn voor de markeerder midden voor, keer het werk – lees TIP VOOR HET BREIEN en brei averecht tot er 10-11-12-12-13-13-14 steken over zijn voor de markeerder midden voor aan de andere kant.* Keer het werk en brei recht tot er 13-14-14-15-16-17-17 steken over zijn voor de vorige keer dat u het werk keerde, keer het werk en brei averecht tot er 13-14-14-15-16-17-17 steken over zijn voor de vorige keer dat u het werk keerde aan de andere kant *, Brei van *-* 1 keer (= 6 naalden gebreid). Keer het werk en brei recht tot het begin van de naald midden achter. Brei dan de pas in de rondte zoals uitgelegd in het patroon. TIP VOOR HET BREIEN: Als u verkorte naalden breit ontstaat er een klein gaatje bij het keren van het werk - dit gaatje kan gesloten worden door de draad aan te trekken of de techniek Duitse Verkorte naalden te gebruiken als volgt: Haal de eerste steek averecht af met de draad aan de voorkant van het werk. Plaats de draad over de rechter naald en trek goed aan op de achterkant (zodat er twee lussen op de naald komen). Brei deze lussen samen op de volgende naald. PATROON: Zie telpatroon A.1. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, ontstaat er een klein gaatje in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouwen. De gaatjes kunnen gesloten worden door de draad tussen twee steken op te nemen - brei deze draad gedraaid samen met de eerste steek tussen het lijf en de mouw om het gaatje te sluiten. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 2 steken geminderd). ---------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ---------------------------------------------------------- TRUI - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK: In dit patroon worden naalden van verschillende lengtes gebruikt, begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Brei de halsrand en de pas in de rondte op de rondbreinaald vanaf midden achter, brei van boven naar beneden met meerderingen voor de ronde pas. Als de pas klaar is, verdeel dan het werk voor het lijf en de mouwen. Brei het lijf naar beneden in de rondte op de rondbreinaald terwijl de mouwen wachten. HALSRAND: Zet 82-86-90-94-98-100-104 steken op rondbreinaald 5 mm met DROPS Nepal of DROPS Alaska. Ga verder met rondbreinaald 3.5 mm en brei 3 naalden in tricotsteek (= rolrand). Brei dan boordsteek in de rondte (= 1 recht / 1 averecht) voor 2-2-2-2½-2½-3-3 cm. Brei dan in tricotsteek tot de halsrand 4-4-4-4½-4½-5-5 cm meet na de rolrand. Voeg 1 markeerder in het midden van de naald (= midden voor), meet de pas vanaf deze markeerder. PAS: Ga verder met rondbreinaald 5 mm, brei 1 naald in tricotsteek en meerder 18-20-21-25-27-29-31 steken verdeeld - lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 = 100-106-111-119-125-129-135 steken. Brei nu een VERHOGING aan de achterkant van de hals - lees uitleg hierboven. Als de verhoging is gebreid, ga dan verder met de pas zoals uitgelegd hieronder. Als u geen verhoging wilt, gaat u verder zoals hieronder uitgelegd. Brei in tricotsteek in de rondte. Denk om de stekenverhouding! Als de pas 2-2-2½-3-3-4-4 cm meet vanaf de markeerder midden voor, meerder dan 20-24-24-26-30-36-40 steken verdeeld – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1= 120-130-135-145-155-165-175 steken. Ga verder in tricotsteek. Bij een hoogte van 2½-2½-3-4-4-5-5 cm vanaf de markeerder, brei dan in PATROON - lees uitleg hierboven, dus brei A.1 24-26-27-29-31-33-35 keer in totaal in de rondte op de pas. Ga zo verder in patroon en meerder zoals te zien is in het telpatroon. Als A.1 in de hoogte is gebreid, zijn er 264-286-297-319-341-363-385 steken op de naald. Brei en herhaal de laatste naald in het telpatroon tot het werk 22½-22½-23-24-24-26-27 cm meet vanaf de markeerder. Ga verder in tricotsteek tot het werk 23-23-24-25-26-27-29 cm meet vanaf de markeerder midden voor, terwijl u tegelijkertijd 24-30-25-31-37-39-37 steken verdeeld mindert op de 1e naald = 240-256-272-288-304-324-348 steken. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: TEGELIJKERTIJD als de volgende naald wordt gebreid verdeelt u de pas voor het lijf en de mouwen als volgt: Brei 37-39-42-44-47-51-55 steken in tricotsteek (= helft van het achterpand), zet de volgende 46-50-52-56-58-60-64 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-10-12-14-16-18-20 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant midden onder de mouw), brei 74-78-84-88-94-102-110 steken in tricotsteek (= voorpand), zet de volgende 46-50-52-56-58-60-64 steken op een hulpdraad voor de mouw, 8-10-12-14-16-18-20 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant midden onder de mouw) en brei de laatste 37-39-42-44-47-51-55 steken in tricotsteek (= helft van het achterpand). Brei het lijf en de mouwen apart verder. LIJF: = 164-176-192-204-220-240-260 steken. Voeg 1 markeerder in aan een kant van het werk (= in het midden van de 8-10-12-14-16-18-20 steken die opgezet zijn onder de mouw). Brei tot de markeerder, de naald begint hier en brei in de rondte. Brei tricotsteek tot het werk 43-45-47-49-50-51-53 cm meet vanaf de markeerder midden voor. Brei verder met rondbreinaald maat 3.5 mm en brei boordsteek (= 1 recht en 1 averecht) terwijl u TEGELIJKERTIJD 28-32-32-36-40-44-44 steken verdeeld meerdert op de 1e naald - lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2 = 192-208-224-240-260-284-304 steken. Brei tot de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet. Kant ietwat losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht. De trui meet 47-49-51-53-55-56-58 cm vanaf de markeerder midden voor en ongeveer 52-54-56-58-60-62-64 cm vanaf de bovenkant van de schouder. MOUWEN: Zet de 46-50-52-56-58-60-64 mouwsteken van een hulpdraad op naald 5 mm en neem daarnaast 1 steek op in elk van de 8-10-12-14-16-18-20 opgezette steken onder de mouw - lees MOUWTIP = 54-60-64-70-74-78-84 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de 8-10-12-14-16-18-20 nieuwe steken onder de mouw – de naald begint bij de markeerdraad. Brei tricotsteek in de rondte op de naald - TEGELIJKERTIJD als er 1 naald is gebreid na de scheiding, minder dan midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN en minder als volgt: Minder 2 steken om de naald 2-2-2-2-3-3-3 keer, minder dan 2 steken iedere 3-3-2-2-2-2-2 cm 2-4-5-7-8-9-11 keer = 46-48-50-52-52-54-56 steken op de naald. Brei tot de mouw ongeveer 40-41-40-40-38-39-37 cm meet vanaf de scheiding. Brei verder met breinaalden zonder knop maat 3.5 mm en brei boordsteek (= 1 recht en 1 averecht) terwijl u TEGELIJKERTIJD 8-8-8-10-10-10-10 steken verdeeld meerdert op de 1e naald - denk om TIP VOOR HET MEERDEREN -2 = 54-56-58-62-62-64-66 steken. Als de boordsteek 2-2-2-2-3-3-3 cm meet, brei dan 3 naalden recht in tricotsteek (= rolrand). Gebruik naald 5 mm en kant ietwat losjes af met recht. De mouw meet ongeveer 43-44-43-43-42-43-41 cm vanaf de scheiding. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #riverdreamsweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 27 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 273-11
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.