Tea Time Lace Sweater#teatimelacesweater |
|||||||||||||||||||
![]() |
![]() |
||||||||||||||||||
Gebreide trui in DROPS Muskat. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met raglan, kantpatroon en korte mouwen. Maat XS – XXXL.
DROPS 268-10 |
|||||||||||||||||||
|
---------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ---------------------------------------------------------- PATROON: Zie telpatronen A.1 tot A.7. RAGLAN: Meerder 1 steek door 1 omslag te maken. Brei op de volgende naald de omslag recht om gaatjes te maken. Brei de nieuwe steken in tricotsteek op het voorpand/achterpand en in kantpatroon op de mouwen. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, ontstaat er een klein gaatje in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouwen. De gaatjes kunnen gesloten worden door de draad tussen twee steken op te nemen - brei deze draad gedraaid samen met de eerste steek tussen het lijf en de mouw om het gaatje te sluiten. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 2 steken geminderd). ---------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ---------------------------------------------------------- TRUI - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK: In dit patroon worden naalden van verschillende lengtes gebruikt, begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Brei de halsrand en de pas in de rondte op de rondbreinaald vanaf de rechterschouder achter en brei van boven naar beneden. Als de pas klaar is, verdeel dan het werk voor het lijf en de mouwen. Brei het lijf naar beneden in de rondte op de rondbreinaald terwijl de mouwen wachten. Brei dan de mouwen naar beneden in de rondte op de naald. HALSRAND: Zet 96-100-104-108-116-120-124 steken op rondbreinaald 3 mm met DROPS Muskat. Brei boordsteek in de rondte (= 1 recht/1 averecht) voor 2-2-2½-2½-3-3-3 cm. Voeg 1 markeerder in na de eerste 35-36-37-38-40-41-42 steken op de naald (= ongeveer midden voor), meet het werk vanaf deze markeerder. PAS: Voeg 4 markeerders in het werk zonder de steken te breien, voeg de markeerders in een rechte steek van de boordsteek, deze steken worden raglansteken genoemd en het meerderen voor de raglan wordt aan elke kant van de raglansteken gedaan. De raglansteken worden gebreid in tricotsteek. Voeg de 1e markeerder in de eerste steek, tel 21 steken (= mouw), voeg de 2e markeerder in de volgende steek, tel 25-27-29-31-35-37-39 steken (= achterpand), voeg de 3e markeerder in de volgende steek, tel 21 steken (= mouw), voeg de 4e markeerder in de volgende steek, er zijn 25-27-29-31-35-37-39 steken over na de laatste markeerder (= achterpand). Ga verder met rondbreinaald 4 mm, brei in de rondte volgens telpatroon A.1, A.2 en A.3 op de mouwen, tricotsteek op het voorpand/achterpand, terwijl u TEGELIJKERTIJD meerdert voor de RAGLAN aan elke kant van de raglansteken – lees uitleg hierboven voor de meerdermethode. Meerder voor de raglan in iedere tweede naald, meerder aan elke kant van de raglansteken (= 8 steken gemeerderd per meerdernaald). LET OP! Meerder aan het begin van de naald na de steek met de 1e markeerder en aan het einde van de naald voor de steek met de 1e markeerder. Als de telpatronen 1 keer in de hoogte zijn gebreid, is er ruimte voor nog 1 herhaling van A.2 tussen A.1 en A.3 op elke mouw. Denk om de stekenverhouding! Ga verder met meerderen voor de raglan tot er 16-20-20-24-28-28-32 meerderingen zijn gemaakt in totaal (de telpatronen zijn 4-5-5-6-7-7-8 keer in totaal in de hoogte gebreid) = 224-260-264-300-340-344-380 steken. De steken worden als volgt verdeeld: 53-61-61-69-77-77-85 steken op elke mouw en 59-69-71-81-93-95-105 steken op het voorpand/achterpand (de raglansteken worden bij het voorpand/achterpand geteld). De meerderingen op de mouwen worden in alle maten gemaakt, ga verder met de meerderingen op het voorpand en achterpand en brei het patroon op de mouwen als volgt: Brei de raglansteek in tricotsteek, A.4 over 7 steken, A.2 over de volgende 40-48-48-56-64-64-72 steken (= 5-6-6-7-8-8-9 keer in de breedte), A.5 over 6 steken (= mouw), brei de raglansteek in tricotsteek, meerder voor de raglan na de raglansteek, brei tricotsteek over het voorpand, meerder voor de raglan voor de raglansteek en brei de raglansteek in tricotsteek, brei A.4 over 7 steken, A.2 over de volgende 40-48-48-56-64-64-72 steken (= 5-6-6-7-8-8-9 keer in de breedte), A.5 over 6 steken (= mouw), brei de raglansteek in tricotsteek, meerder voor de raglan na de raglansteek, brei tricotsteek over het achterpand, meerder voor de raglan voor de raglansteek (= 4 steken gemeerderd per meerdernaald). Meerder voor de raglan op deze manier om de naald totdat er 7-6-8-6-5-9-9 meerderingen zijn gemaakt (= 23-26-28-30-33-37-41 in totaal op het voorpand/achterpand). Er zijn 252-284-296-324-360-380-416 steken op de naald. De steken worden als volgt verdeeld: 53-61-61-69-77-77-85 steken op elke mouw) en 73-81-87-93-103-113-123 steken op het voorpand/achterpand (de raglansteken worden bij het voorpand/achterpand geteld). Als de meerderingen klaar zijn, moet het werk ongeveer 16-18-20-21-23-26-29 cm meten. Brei in tricotsteek en patroon zonder te meerderen tot het werk 19-19-20-21-24-26-29 cm meet vanaf de markeerdraad midden voor. Verdeel nu de pas voor het lijf en de mouwen. Noteer welke toer in de telpatronen de laatste toer op de mouwen was; dit maakt het later gemakkelijker om de mouw te breien. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Bij het verdelen van het werk voor het lijf en de mouwen worden de raglansteken iets op het voorpand/achterpand geplaatst, dus TEGELIJKERTIJD als de volgende naald wordt gebreid verdeelt u de pas voor het lijf en de mouwen als volgt: Brei 1 steek in tricotsteek (= deze steek hoort bij het achterpand), zet de volgende 53-61-61-69-77-77-85 steken op een hulpdraad voor de mouw, Zet 8-8-10-12-14-16-18 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant midden onder de mouw), brei 73-81-87-93-103-113-123 steken in tricotsteek (= voorpand), zet de volgende 53-61-61-69-77-77-85 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-10-12-14-16-18 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant midden onder de mouw) en brei de laatste 72-80-86-92-102-112-122 steken in tricotsteek (= achterpand). Brei het lijf en de mouwen apart verder. LIJF: = 162-178-194-210-234-258-282 steken. Voeg 1 markeerdraad in aan elke kant van het lijf, in het midden van de 8-8-10-12-14-16-18 opgezette steken onder elke mouw en neem de markeerdraden mee in de hoogte tijdens het breien. Brei tot er 3 steken over zijn voor de eerste markeerdraad, de naald begint hier. Brei A.6 over 6 steken (de markeerdraad is in het midden van A.6), brei tricotsteek tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad midden onder de andere mouw, brei A.6 (de markeerdraad is in het midden van A.6), brei tricotsteek over de hele naald. Ga zo verder in de rondte, tegelijkertijd als het werk ongeveer 3 cm meet vanaf de scheiding, brei dan A.7 over A.6 (= 2 steken gemeerderd aan elke kant). Ga dan verder met A.6 en herhaal A.7 (= meerderen) ongeveer iedere 3e-3e-3e-4e-4e-4e-4e keer dat het telpatroon in de hoogte wordt gebreid totdat A.7 4 keer in totaal aan elke kant is gebreid = 178-194-210-226-250-274-298 steken. Brei tricotsteek en A.6 tot het werk 40-43-45-47-48-50-52 cm meet vanaf de markeerdraad midden voor. Brei verder met rondbreinaald maat 3 mm, brei boordsteek (= 1 recht/1 averecht) terwijl u TEGELIJKERTIJD 16-16-22-22-26-26-28 steken verdeeld meerdert op de 1e naald = 194-210-232-248-276-300-326 steken. Als de boordsteek 2-2-2-2-3-3-3 cm meet, kant dan alle steken ietwat losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht. De trui meet 42-45-47-49-51-53-55 cm vanaf de markeerdraad midden voor en ongeveer 47-50-52-54-56-58-60 cm vanaf de bovenkant van de schouder. MOUWEN: Zet de 53-61-61-69-77-77-85 mouwsteken van een hulpdraad op naald 4 mm en neem daarnaast 1 steek op in elk van de 8-8-10-12-14-16-18 opgezette steken onder de mouw - lees MOUWTIP = 61-69-71-81-91-93-103 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de 8-8-10-12-14-16-18 nieuwe steken onder de mouw – de naald begint op de markeerdraad. LET OP! Zorg ervoor dat u het patroon op de juiste naald begint als u verder gaat. Brei 4-4-5-6-7-8-9 steken in tricotsteek, A.4 over 7 steken, A.2 over de volgende 40-48-48-56-64-64-72 steken (= 5-6-6-7-8-8-9 keer in de breedte), A.5 over 6 steken en brei 4-4-5-6-7-8-9 steken in tricotsteek - TEGELIJKERTIJD als er 1 naald is gebreid na de scheiding, minder dan midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN en minder als volgt: Minder 2 steken 1-3-2-2-3-1-2 keer in iedere tweede naald = 59-63-67-77-85-91-99 steken op de naald. Brei tot de mouw 19-19-19-18-14-13-10 cm meet vanaf de scheiding. Brei verder met breinaalden zonder knop maat 3 mm en brei boordsteek (= 1 recht/1 averecht) terwijl u TEGELIJKERTIJD 5-5-7-7-7-9-9 steken verdeeld meerdert op de 1e naald = 64-68-74-84-92-100-108 steken. Als de boordsteek 2-2-2-2-3-3-3 cm meet, kant dan alle steken ietwat losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht. De mouw meet ongeveer 21-21-21-20-17-16-13 cm vanaf de scheiding. |
|||||||||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
|||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #teatimelacesweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 20 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|||||||||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 268-10
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.