DROPS Super Sale - 7 katoengarens de hele maand maart in de aanbieding!
DROPS Flora
65% wol, 35% alpaca
vanaf 2.00 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 10.00€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Super Sale

Strawberry Pie Tee

Gebreide trui met korte mouwen in DROPS Flora. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met kantpatroon op het voorpand, A-vorm en gehaakte randen. Maat XS – XXXL.

Markeer maat:


DROPS 267-36

#strawberrypiesweater

DROPS design: Patroon fl-103
Garengroep A
----------------------------------------------------------

MAAT:
XS - S - M - L - XL - XXL - XXXL

GAREN:
DROPS FLORA van garnstudio (behoort tot garengroep A)
250-250-300-300-350-350-400 g kleur 36, Rozenblaadjes

NAALDEN:
DROPS RONDBREINAALD 3 mm: Lengte 40 en 80 cm.
DROPS RONDBREINAALD 2.5 mm: Lengte 40 en 80 cm.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3 mm.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 2.5 mm.
DROPS KABELNAALD.
De techniek MAGIC LOOP kan gebruikt worden- u heeft dan alleen een rondbreinaald nodig van 80 cm in elke maat.

HAAKNAALD:
DROPS HAAKNAALD 3 mm

STEKENVERHOUDING:
26 steken in de breedte en 34 naalden in de hoogte in tricotsteek op naald 3 mm = 10 x 10 cm.
30 steken in de breedte en 34 naalden in de hoogte in patroon A.3b op naald 3 mm = 10 x 10 cm.
LET OP: De naalddikte is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, brei dan verder met grotere naalden, als u te weinig steken heeft op 10 cm, brei dan verder met kleinere naalden.

STEKENVERHOUDING:
24 stokjes in de breedte en 13 toeren in de hoogte op haaknaald 3 mm = 10 x 10 cm.
LET OP: De haaknaald is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, haak dan verder met een grotere haaknaald, als u te weinig steken heeft op 10 cm haak dan verder met een kleinere haaknaald.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

Misschien vindt u deze ook leuk...

DROPS Flora
65% wol, 35% alpaca
vanaf 2.00 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 10.00€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

0
0


----------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

----------------------------------------------------------

RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
Recht op alle naalden, dus recht aan de goede kant en recht aan de verkeerde kant.
1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht.

RIBBELSTEEK (in de rondte):
Brei afwisselend 1 naald recht en 1 naald averecht.
1 ribbel in de hoogte = 2 naalden.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.6.
Kies het telpatroon voor de gewenste maat (geldt voor A.1 en A.2).
Lees de telpatronen van rechts naar links als u aan de goede kant breit/haakt en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit.
Telpatroon A.6 = gehaakte rand aan de onderkant rondom de mouwen.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1:
MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS- aan de GOEDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei de steek recht in de lus achter de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS - aan de GOEDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei de steek recht in de lus aan de voorkant van de naald.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2:
Meerder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt:
Brei tot er 2 steken over zijn voor de markeerdraad, maak 1 omslag, 4 recht (de markeerdraad is in het midden van deze 4 steken), maak 1 omslag (= 2 steken gemeerderd).
Brei op de volgende naald de omslagen averecht om gaatjes te maken. Brei de nieuwe steken in tricotsteek.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt:
Brei tot er 4 steken over zijn voor de markeerdraad en brei 2 recht samen, 4 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze 4 steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 2 steken geminderd).

TIP VOOR HET BREIEN:
Als u verkorte toeren breit ontstaat er een klein gaatje bij het keren van het werk – dit gaatje kan gesloten worden door de draad aan te trekken of de techniek Duitse Verkorte toeren te gebruiken als volgt:
Haal de eerste steek averecht af. Plaats de draad over de rechter naald en trek goed aan op de achterkant (zodat er twee lussen op de naald komen). Brei deze lussen samen op de volgende naald.

----------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

----------------------------------------------------------

TRUI - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
In dit patroon worden naalden van verschillende lengte gebruikt, begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Brei het voor- en achterpand apart heen en weer gebreid op de rondbreinaald tot aan de armsgaten en brei van boven naar beneden. Breng dan de delen samen en brei naar beneden in de rondte op de rondbreinaald. Neem steken op voor de mouwen rondom de armsgaten en brei de mouwen naar beneden. Brei eerst heen en weer met verkorte toeren om een mouwkop te maken, brei dan de mouwen naar beneden in de rondte op de naald. Eindig door steken op te nemen rondom de hals en brei een halsrand. Haak een rand rond de onderkant van beide mouwen.
Als er 0 steken staan in uw maat, sla dan de informatie over en ga verder met de volgende informatie.

ACHTERPAND:
RECHTERSCHOUDER:
Brei heen en weer gebreid op de rondbreinaald. Zet 25-29-32-34-34-36-39 steken op rondbreinaald 3 mm met DROPS Flora. Brei tricotsteek heen en weer gebreid met 1 steek in RIBBELSTEEK aan elke kant – lees uitleg hierboven. Brei tot het werk 2 cm meet - pas zo aan dat de volgende naald aan de verkeerde kant is. Zet nu nieuwe steken op voor de hals zoals uitgelegd hieronder.
NAALD 1 (= verkeerde kant): Brei 1 steek in ribbelsteek, brei de rest van de naald averecht, zet 2 nieuwe steken op voor de hals aan het einde van de naald.
NAALD 2 (= goede kant): Brei recht tot er 1 steek over is, 1 steek in ribbelsteek.
NAALD 3 (= verkeerde kant): Brei 1 steek in ribbelsteek, brei de rest van de naald averecht, zet 1 nieuwe steek op voor de hals aan het einde van de naald.
NAALD 4 (= goede kant): Brei recht tot er 1 steek over is, 1 steek in ribbelsteek.
NAALD 5 (= verkeerde kant): Brei 1 steek in ribbelsteek, brei de rest van de naald averecht, zet 1 nieuwe steek op voor de hals aan het einde van de naald = 29-33-36-38-38-40-43 steken.
Leg het werk opzij en brei de linkerschouder.

ACHTERPAND:
LINKERSCHOUDER:
Zet 25-29-32-34-34-36-39 steken op rondbreinaald 3 mm met DROPS Flora. Brei in tricotsteek heen en weer gebreid met 1 steek in ribbelsteek aan elke kant. Brei tot het werk 2 cm meet - pas zo aan dat de volgende naald aan de goede kant is. Zet nu nieuwe steken op voor de hals zoals uitgelegd hieronder.
NAALD 1 (= goede kant): Brei 1 steek in ribbelsteek, brei de rest van de naald recht, zet 2 nieuwe steken op voor de hals aan het einde van de naald.
NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei averecht tot er 1 steek over is, 1 steek in ribbelsteek.
NAALD 3 (= goede kant): Brei 1 steek in ribbelsteek, brei de rest van de naald recht, zet 1 nieuwe steek op voor de hals aan het einde van de naald.
NAALD 4 (= verkeerde kant): Brei averecht tot er 1 steek over is, 1 steek in ribbelsteek.
NAALD 5 (= goede kant): Brei 1 steek in ribbelsteek, brei de rest van de naald recht, zet 1 nieuwe steek op voor de hals aan het einde van de naald = 29-33-36-38-38-40-43 steken.
NAALD 6 (= verkeerde kant): Brei averecht tot er 1 steek over is, 1 steek in ribbelsteek.
Zet dan de schouders bij elkaar voor het achterpand zoals uitgelegd hieronder.

ACHTERPAND (linker en rechter schouder samen):
Brei de eerste naald als volgt aan de goede kant: Brei zoals hiervoor over de 29-33-36-38-38-40-43 steken van de linkerschouder, zet 38-38-38-38-44-44-44 steken op voor de hals aan het einde van deze naald, brei de 29-33-36-38-38-40-43 steken van de rechterschouder = 96-104-110-114-120-124-130 steken. Brei in tricotsteek met 1 steek in ribbelsteek aan elke kant tot het werk 17-18-18-17-17-16-15 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder. Denk om de stekenverhouding! Meerder nu aan elke kant voor de armsgaten.

MEERDEREN VOOR DE ARMSGATEN:
NAALD 1 (= goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en brei 4 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 4 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, 4 recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei averecht met 1 steek in ribbelsteek aan elke kant.
Brei de 1e en 2e NAALD 1-2-3-7-8-12-15 keer in totaal (= 2-4-6-14-16-24-30 naalden gebreid) = 98-108-116-128-136-148-160 steken op de naald.
Brei tot het werk 18-19-20-21-22-23-24 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder, eindig met een naald aan de verkeerde kant. Knip het garen af. Brei nu het voorpand zoals uitgelegd hieronder.

VOORPAND:
LINKERSCHOUDER:
Zet 25-29-32-34-34-36-39 steken op rondbreinaald 3 mm met DROPS Flora.Brei 1 naald averecht op de verkeerde kant. Brei de volgende naald als volgt aan de goede kant: Brei A.1, 17-21-24-26-26-28-31 recht, 1 steek in ribbelsteek. Brei de volgende naald als volgt op de verkeerde kant: 1 steek in ribbelsteek, 17-21-24-26-26-28-31 averecht, A.1 (lees het telpatroon van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit).
Ga zo verder in patroon heen en weer gebreid. Begin TEGELIJKERTIJD aan het einde van de naald gemarkeerd met de pijl in A.1 met meerderen voor de hals en zet nieuwe steken op voor de hals aan het einde van elke naald aan de verkeerde kant als volgt: Zet 4 keer 1 steek op, 4 keer 2 steken en 1-1-1-1-2-2-2 keer 3 steken - brei de gemeerderde steken in patroon zoals te zien is in het telpatroon. Brei tot er 1 naald over is in A.1 = 40-44-47-49-52-54-57 steken. De laatste naald die wordt gebreid is aan de verkeerde kant, knip het garen af.

VOORPAND:
RECHTERSCHOUDER:
Zet 25-29-32-34-34-36-39 steken op rondbreinaald 3 mm met DROPS Flora. Brei 1 naald averecht op de verkeerde kant. Brei de volgende naald als volgt aan de goede kant: 1 steek in ribbelsteek, 17-21-24-26-26-28-31 recht, brei A.2. Brei de volgende naald als volgt op de verkeerde kant: Brei A.2 (lees het telpatroon van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit), 17-21-24-26-26-28-31 averecht, 1 steek in ribbelsteek.
Ga zo verder in patroon heen en weer gebreid. Begin TEGELIJKERTIJD aan het einde van de naald gemarkeerd met de pijl in A.2 met meerderen voor de hals en zet nieuwe steken op voor de hals aan het einde van elke naald aan de goede kant als volgt: Zet 4 keer 1 steek op, 4 keer 2 steken en 1-1-1-1-2-2-2 keer 3 steken - brei de gemeerderde steken in patroon zoals te zien is in het telpatroon. Brei tot er 1 naald over is in A.2 = 40-44-47-49-52-54-57 steken. De laatste gebreide naald is aan de verkeerde kant, knip de draad niet af. Zet nu de rechter- en linkerschouder samen voor het voorpand zoals uitgelegd hieronder.

VOORPAND (rechter en linker schouder samen):
Brei de eerste naald als volgt aan de goede kant:
Brei zoals hiervoor over de 40-44-47-49-52-54-57 steken van de rechterschouder (brei nu de laatste naald in A.2), zet 24-24-24-24-26-26-26 steken op voor de hals aan het einde van deze naald, brei zoals hiervoor over de 40-44-47-49-52-54-57 steken van de linkerschouder (brei de laatste naald in A.1) = 104-112-118-122-130-134-140 steken op de naald.
Ga verder in patroon heen en weer als volgt – brei de eerste naald aan de verkeerde kant: Brei 1 steek in ribbelsteek, 17-21-24-26-26-28-31 averecht, A.3c (lees de telpatronen van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit), brei A.3b tot er 21-25-28-30-30-32-35 steken over zijn op de naald, brei A.3a, 17-21-24-26-26-28-31 averecht en 1 steek in ribbelsteek.
Brei dan als volgt aan de goede kant: 1 steek in ribbelsteek, 17-21-24-26-26-28-31 recht, A.3a, brei A.3b tot er 23-27-30-32-32-34-37 steken over zijn op de naald, brei A.3c, 17-21-24-26-26-28-31 recht en 1 steek in ribbelsteek.
Ga zo verder in patroon heen en weer gebreid. Bij een hoogte van 17-18-18-17-17-16-15 cm vanaf de opzetrand op de schouder, meerdert u aan elke kant voor de armsgaten.

MEERDEREN VOOR DE ARMSGATEN:
NAALD 1 (= goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en brei 4 recht, meerder 1 steek richting links, brei zoals hiervoor tot er 4 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, 4 recht.
NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei zoals hiervoor met 1 steek in ribbelsteek aan elke kant.
Brei de 1e en 2e NAALD 1-2-3-7-8-12-15 keer in totaal (= 2-4-6-14-16-24-30 naalden gebreid) = 106-116-124-136-146-158-170 steken op de naald.
Brei tot het werk 18-19-20-21-22-23-24 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder, eindig met een naald aan de verkeerde kant. Zet nu het voorpand en achterpand samen voor het lijf zoals uitgelegd hieronder.

LIJF:
Brei zoals hiervoor over de 106-116-124-136-146-158-170 steken van het voorpand, zet 6-6-8-8-12-16-20 nieuwe steken op aan het einde van deze naald (= in de zijkant midden onder de mouw), brei de 98-108-116-128-136-148-160 steken van het achterpand zoals hiervoor en zet 6-6-8-8-12-16-20 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant midden onder de mouw) = 216-236-256-280-306-338-370 steken op de naald.
Voeg 1 markeerdraad in aan elke kant op het lijf, in het midden van de 6-6-8-8-12-16-20 opgezette steken onder elke mouw en beweeg de markeerdraden tijdens het breien, gebruik de markeerdraden bij het minderen en meerderen in de zijkanten op het lijf.
Ga verder zoals hiervoor met A.3 op het voorpand en tricotsteek over de overgebleven steken.
Bij een hoogte van 3-3-3-3-4-4-4 cm vanaf waar de delen in elkaar zijn gezet, minder dan 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden - lees TIP VOOR HET MINDEREN (= 4 steken geminderd). Minder zo iedere 2-2½-2½-3-3-3½-3½ cm 4 keer in totaal = 200-220-240-264-290-322-354 steken.

OVERZICHT VAN DE VOLGENDE SECTIE:
Brei nu het laatste deel van het patroon op het voorpand en meerder aan elke kant op het lijf voor de A-vorm. Lees het volgende gedeelte hieronder door voordat u verder gaat!

PATROON:
Nadat de laatste meerdering in de zijkanten klaar is en de 5e naald in de telpatronen is gebreid, brei dan de volgende naald als volgt: Brei zoals hiervoor tot A.3a, brei A.4a, brei A.4b over de volgende 60-60-60-60-68-68 steken, brei A.4c, brei in tricotsteek over de rest van de naald.
Ga zo verder in patroon tot A.4 in de hoogte is gebreid. Brei dan tricotsteek in de rondte over alle steken.

MEERDEREN:
Bij een hoogte van 31-33-35-37-39-41-43 cm vanaf de opzetrand op de schouder (het werk meet ongeveer 13-14-15-16-17-18-19 cm vanaf waar de delen in elkaar zijn gezet), meerdert u 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden - LEES TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (= 4 steken gemeerderd). Meerder zo iedere 4e naald 17 keer in totaal = 268-288-308-332-358-390-422 steken.
Het werk meet ongeveer 51-53-55-57-59-61-63 cm vanaf de opzetrand op de schouder.
Of ga door met meerderen tot de gewenste afmetingen. Haak dan een rand zoals uitgelegd hieronder.

RAND:
Ga verder met rondbreinaald 2.5 mm en brei A.5 in de rondte op het lijf. Als A.5 is gebreid, ga dan verder met rondbreinaald 3 mm voordat u afkant met recht.
De trui meet ongeveer 54-56-58-60-62-64-66 cm vanaf de opzetrand op de schouder.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden samen.

MOUWEN:
De mouw wordt gebreid vanaf het armsgat en naar beneden.
Leg het werk plat neer en voeg 1 markeerder in op de bovenkant van het armsgat = schoudernaad.
Gebruik rondbreinaald 3 mm en neem de steken strak op (gebruik indien nodig een dunnere naald).
NEEM STEKEN OP ALS VOLGT:
Begin in het midden van de nieuwe steken die opgezet zijn onder de mouw - neem 82-88-94-102-110-116-124 steken op – pas aan om hetzelfde aantal steken op te nemen aan elke kant van de markeerder.
MOUWKOP:
Brei nu tricotsteek met verkorte toeren heen en weer over de mouwkop, begin de naald midden onder de mouw en brei dan als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei 13-13-14-14-14-12-10 steken voorbij de markeerder op de bovenkant van de schouder, keer het werk – lees TIP VOOR HET BREIEN.
NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei 13-13-14-14-14-12-10 steken voorbij de markeerder, keer het werk.
NAALD 3 (= goede kant): Brei 3 steken voorbij de laatste keer keren, keer het werk.
NAALD 4 (= verkeerde kant): Brei 3 steken voorbij de laatste keer keren, keer het werk.
Brei de 3e en 4e NAALD 4-4-4-4-5-1-1 keer (= 8-8-8-8-10-2-2 naalden gebreid). Brei dan als volgt:
NAALD 1 (= goede kant): Brei 2 steken voorbij de laatste keer keren, keer het werk.
NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei 2 steken voorbij de laatste keer keren, keer het werk.
Brei de 1e en 2e NAALD 5-5-7-7-7-15-18 keer (= 10-10-14-14-14-30-36 naalden gebreid).
Er zijn 20-20-24-24-26-34-40 keer gekeerd in totaal (= 10-10-12-12-13-17-20 keer aan elke kant en de laatste naald wordt aan de verkeerde kant gebreid). De mouw meet ongeveer 6-6-7-7-8-10-12 cm vanaf de markeerder midden op de bovenkant van de schouder.
NA DE LAATSTE KEER KEREN:
Het werk wordt als laatste aan de verkeerde kant gebreid. Eindig de naald door het werk te keren, brei dan aan de goede kant naar het begin van de naald (= midden onder de mouw).
Voeg 1 markeerdraad in midden onder de mouw, de markeerdraad wordt gebruikt voor het minderen van steken onder de mouw. Neem de markeerdraad mee in de hoogte tijdens het breien.
DE MOUW VERDER:
Brei nu in de rondte in tricotsteek over alle steken terwijl u tegelijkertijd mindert onder de mouw, lees TIP VOOR HET MINDEREN en minder als volgt:
Als er 1 naald is gebreid, minder dan 2 steken 2-2-2-2-2-1-1 keer in iedere tweede naald, minder dan 2 steken 2-2-2-2-1-1-0 keer elke 3 cm = 74-80-86-94-104-112-122 steken op de naald.
Brei tot de mouw 21 cm meet vanaf het midden op de bovenkant van de schouder in alle maten.
Brei verder met breinaalden zonder knop maat 2.5 mm en brei 2 ribbels in RIBBELSTEEK in de rondte - zie uitleg hierboven.
Ga verder met naalden zonder knop 3 mm en kant af met recht aan de goede kant.
De mouw meet ongeveer 23 cm vanaf de markeerdraad midden op de bovenkant van de schouder in alle maten.

HALSRAND:
Gebruik rondbreinaald 2.5 mm en begin aan de goede kant op een schoudernaad en opneemrand ongeveer 126-126-126-126-142-142-142 steken rondom de hals aan de binnenkant van 1 steek - het aantal steken moet deelbaar zijn door 2.
Begin op de 2e naald in A.5 en brei A.5 in de rondte op de hals. Als A.5 is gebreid, ga dan verder met rondbreinaald 3 mm voordat u afkant met recht aan de goede kant.

GEHAAKTE MOUWEN:
Gebruik haaknaald 3 mm, begin aan de goede kant onder de mouw en haak telpatroon A.10a in de eerste steek, brei dan A.10b rondom de mouw, eindig na een hele herhaling midden onder de mouw. Knip en hecht het garen af.

Telpatroon

recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant = recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant = averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
zet 1 steek op een kabelnaald en houd deze achter het werk, 1 recht, 1 averecht van de kabelnaald = zet 1 steek op een kabelnaald en houd deze achter het werk, 1 recht, 1 averecht van de kabelnaald
zet 1 steek op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 1 averecht, 1 recht van de kabelnaald = zet 1 steek op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 1 averecht, 1 recht van de kabelnaald
zet 1 steek op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 1 recht, 1 recht van de kabelnaald = zet 1 steek op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 1 recht, 1 recht van de kabelnaald
1 averecht, maak 2 omslagen, 1 averecht = 1 averecht, maak 2 omslagen, 1 averecht
aan de verkeerde kant: 2 recht samen (= 1 steek + 1 omslag), brei 2 steken gedraaid recht samen (= 1 omslag + 1 steek) / aan de goede kant: 2 averecht samen, 2 gedraaid averecht samen = aan de verkeerde kant: 2 recht samen (= 1 steek + 1 omslag), brei 2 steken gedraaid recht samen (= 1 omslag + 1 steek) / aan de goede kant: 2 averecht samen, 2 gedraaid averecht samen
nieuwe steek voor de halslijn begint aan het einde van deze naald = nieuwe steek voor de halslijn begint aan het einde van deze naald
eerste naald aan de goede kant als de rechter- en linkerschouder samen worden geplaatst = eerste naald aan de goede kant als de rechter- en linkerschouder samen worden geplaatst
1 steek op het kledingstuk = 1 steek op het kledingstuk
sla ongeveer 1,5 cm over op het kledingstuk = sla ongeveer 1,5 cm over op het kledingstuk
1 vaste in de steek van het kledingstuk = 1 vaste in de steek van het kledingstuk
1 losse = 1 losse
1 vaste in de steek van het kledingstuk = 1 vaste in de steek van het kledingstuk
Diagram for DROPS 267-36
Diagram for DROPS 267-36
Diagram for DROPS 267-36
Diagram for DROPS 267-36
Diagram for DROPS 267-36
Diagram for DROPS 267-36

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen.

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

De garenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!
Heeft u dit patroon gemaakt?
Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #strawberrypiesweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij.

Laat een opmerking achter voor DROPS 267-36

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.