DROPS Super Sale - 7 katoengarens de hele maand maart in de aanbieding!
DROPS Brushed Alpaca Silk
77% Alpaga, 23% Soie
vanaf 2.30 € /25g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 11.50€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Super Sale

Lilac Serenade Top

Gebreide trui met korte mouwen in DROPS Brushed Alpaca Silk. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met opgenomen mouwen en kantpatroon. Maten XS - XXXL.

Markeer maat:


DROPS 266-10

#lilacserenadetop

DROPS design: Patroon as-212
Garengroep C of A + A
-------------------------------------------------------

MATEN:
XS - S - M - L - XL - XXL - XXXL

GAREN:
DROPS BRUSHED ALPACA SILK van garnstudio (behoort tot garengroep C)
125-150-150-175-175-200-225 g kleur 13, Denimblauw

NAALDEN:
DROPS RONDBREINAALD 4 MM: Lengte 40 cm en 80 cm.
DROPS RONDBREINAALD 3 MM: Lengte 40 cm en 80 cm.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 4 MM.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3 MM.
De techniek MAGIC LOOP kan gebruikt worden – u heeft dan alleen een rondbreinaald van 80 cm nodig in elke maat.

STEKENVERHOUDING:
19 steken in de breedte en 25 naalden in de hoogte met tricotsteek op naald 4 mm = 10 x 10 cm.
LET OP: De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

Misschien vindt u deze ook leuk...

DROPS Brushed Alpaca Silk
77% Alpaga, 23% Soie
vanaf 2.30 € /25g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 11.50€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

0
0


-------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

PATROON:
Zie telpatroon A.1.
Kies het telpatroon voor uw maat.

TIP VOOR HET MEERDEREN:
Alle meerderingen worden aan de goede kant gebreid.
Meerder 1 steek door 1 omslag te maken, welke als volgt aan de verkeerde kant wordt gebreid:
BEGIN VAN DE NAALD (de steek draait naar rechts):
Haal de omslag averecht af en zet hem omgekeerd terug op de linker naald door de linker naald aan de achterkant in te brengen. Brei averecht door de lus aan de voorkant van de naald om een gaatje te voorkomen. Brei de nieuwe steken in tricotsteek.
EINDE VAN DE NAALD (de steek draait naar links):
Brei de omslag averecht door de lus die op de achterkant van de naald ligt om een gaatje te voorkomen. Brei de nieuwe steken in tricotsteek.

TIP VOOR HET BREIEN:
Als u verkorte toeren breit, ontstaat er een klein gaatje na elke keer dat u het werk keert. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad aan te trekken of de techniek Duitse Verkorte toeren te gebruiken als volgt:
Haal de eerste steek averecht af, breng de draad over de rechter naald en trek goed aan vanaf de achterkant (2 lussen op de naald). Deze lussen worden samen gebreid op de volgende naald.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraadsteek als volgt:
Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerder, 2 recht samen, 3 recht (de markeerder zit in het midden van deze 3 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd).

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK.
Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig.
De achter- en voorpanden worden apart heen en weer gebreid met de rondbreinaald, tot aan de armsgaten. De delen worden samengevoegd en het lijf wordt verder in de rondte gebreid. Er worden steken opgenomen rondom de armsgaten voor de mouwen, welke eerst heen en weer worden gebreid met verkorte toeren voor de mouwkop, dan verder in de rondte.
Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de hals wordt op het einde gebreid.

LINKER SCHOUDER ACHTER:
Zet 21-22-23-25-25-26-28 steken op met rondbreinaald 4 mm en DROPS Brushed Alpaca Silk.
Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant, ga dan verder als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 recht, brei A.1 (= 11-11-11-11-13-13-13 steken), brei 6-6-8-8-8-10-10 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 6-6-8-8-8-10-10 averecht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 averecht.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 2 keer (4 naalden gebreid). De laatste rij is de laatste rij in A.1.

Meerder nu voor de halslijn:
NAALD 1 (goede kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 recht, brei A.1, 6-6-8-8-8-10-10 recht, zet 1 steek op = 22-23-24-26-26-27-29 steken.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 7-7-9-9-9-11-11 averecht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 averecht.
NAALD 3 (goede kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 recht, brei A.1, 7-7-9-9-9-11-11 recht, zet 2 steken op = 24-25-26-28-28-29-31 steken.
NAALD 4 (verkeerde kant): Brei 9-9-11-11-11-13-13 averecht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 averecht.
NAALD 5 (goede kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 recht, brei A.1, 9-9-11-11-11-13-13 recht. Knip de draad af, leg het werk aan de kant en brei de rechterschouder achter.

RECHTER SCHOUDER ACHTER:
Zet 21-22-23-25-25-26-28 steken op met rondbreinaald 4 mm.
Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant, ga dan verder als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Brei 6-6-8-8-8-10-10 recht, brei A.1 (= 11-11-11-11-13-13-13 steken), 4-5-4-6-4-3-5 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 averecht, brei A.1, 6-6-8-8-8-10-10 averecht.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 2 keer (4 naalden gebreid). De laatste rij is de laatste rij in A.1.

Meerder nu voor de halslijn:
NAALD 1 (goede kant): Brei 6-6-8-8-8-10-10 recht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 averecht, brei A.1, 6-6-8-8-8-10-10 averecht, zet 1 steek op = 22-23-24-26-26-27-29 steken.
NAALD 3 (goede kant): Brei 7-7-9-9-9-11-11 recht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 recht.
NAALD 4 (verkeerde kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 averecht, brei A.1, 7-7-9-9-9-11-11 averecht, zet 2 steken op = 24-25-26-28-28-29-31 steken.
NAALD 5 (goede kant): Brei 9-9-11-11-11-13-13 recht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 recht.
Knip de draad niet af. De 2 schouders worden nu samengevoegd voor het achterpand.

ACHTERPAND:
Brei de rechter schouder achter aan de verkeerde kant, brei 4-5-4-6-4-3-5 averecht, brei A.1, 9-9-11-11-11-13-13 averecht, zet 31-31-33-33-37-39-39 steken op voor de halslijn, brei de linker schouder achter aan de verkeerde kant, 9-9-11-11-11-13-13 averecht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 averecht = 79-81-85-89-93-97-101 steken.
Ga verder heen en weer gebreid met tricotsteek en 4 herhalingen van A.1, brei aan de goede kant als volgt:
Brei 4-5-4-6-4-3-5 recht, brei A.1, brei 9-9-11-11-11-13-13 recht, brei A.1, brei 9-9-11-11-11-13-13 recht, brei A.1, 9-9-11-11-11-13-13 recht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 recht.
Ga verder met dit patroon heen en weer gebreid tot het werk 18-18-17-18-18-18-19 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder, waarbij de laatste naald de laatste naald in A.1 is (verkeerde kant). Meerder nu voor de armsgaten.

MEERDEREN VOOR DE ARMSGATEN:
NAALD 1 (goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN. 3 recht, maak 1 omslag, brei zoals hiervoor tot er 3 steken over zijn, maak 1 omslag, 3 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei zoals hiervoor, brei de omslagen zoals beschreven in TIP VOOR HET MEERDEREN.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 3-4-6-6-8-9-9 keer (6-8-12-12-16-18-18 naalden gebreid) = 85-89-97-101-109-115-119 steken.
Het werk meet ongeveer 20-21-22-23-24-25-26 cm vanaf de schouder. Eindig na een naald aan de verkeerde kant. Knip de draad af en brei de voorpanden.

RECHTER VOORPAND:
Zet 21-22-23-25-25-26-28 steken op met rondbreinaald 4 mm.
Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant, ga dan verder als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 recht, brei A.1 (= 11-11-11-11-13-13-13 steken), brei 6-6-8-8-8-10-10 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 6-6-8-8-8-10-10 averecht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 averecht.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 4-4-6-6-6-8-8 keer (8-8-12-12-12-16-16 naalden gebreid). De laatste naald is de laatste naald in A.1.

Meerder nu voor de halslijn:
NAALD 1 (goede kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 recht, brei A.1, 6-6-8-8-8-10-10 recht, zet 1 steek op = 22-23-24-26-26-27-29 steken.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 7-7-9-9-9-11-11 averecht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 averecht.
NAALD 3 (goede kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 recht, brei A.1, 7-7-9-9-9-11-11 recht, zet 1 steek op = 23-24-25-27-27-28-30 steken.
NAALD 4 (verkeerde kant): Brei 8-8-10-10-10-12-12 averecht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 averecht.
NAALD 5 (goede kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 recht, brei A.1, 8-8-10-10-10-12-12 recht, zet 2 steken op = 25-26-27-29-29-30-32 steken.
NAALD 6 (verkeerde kant): 1 recht, 9-9-11-11-11-13-13 averecht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 averecht.
NAALD 7 (goede kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 recht, brei A.1, 9-9-11-11-11-13-13 recht, 1 averecht, zet 2 steken op = 27-28-29-31-31-32-34 steken.
NAALD 8 (verkeerde kant): 2 averecht, 1 recht, 9-9-11-11-11-13-13 averecht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 averecht.
NAALD 9 (goede kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 recht, brei A.1, brei 9-9-11-11-11-13-13 recht, 1 averecht, 2 recht.
Knip de draad af en haak het linker voorpand.

LINKER VOORPAND:
Zet 21-22-23-25-25-26-28 steken op met rondbreinaald 4 mm.
Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant, ga dan verder als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Brei 6-6-8-8-8-10-10 recht, brei A.1 (= 11-11-11-11-13-13-13 steken), 4-5-4-6-4-3-5 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 averecht, brei A.1, 6-6-8-8-8-10-10 averecht.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 4-4-6-6-6-8-8 keer (8-8-12-12-12-16-16 naalden gebreid), waarbij de laatste naald de laatste naald in A.1 is.

Meerder nu voor de halslijn:
NAALD 1 (goede kant): Brei 6-6-8-8-8-10-10 recht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 averecht, brei A.1, 6-6-8-8-8-10-10 averecht, zet 1 steek op = 22-23-24-26-26-27-29 steken.
NAALD 3 (goede kant): Brei 7-7-9-9-9-11-11 recht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 recht.
NAALD 4 (verkeerde kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 averecht, brei A.1, 7-7-9-9-9-11-11 averecht, zet 1 steek op = 23-24-25-27-27-28-30 steken.
NAALD 5 (goede kant): Brei 8-8-10-10-10-12-12 recht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 recht.
NAALD 6 (verkeerde kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 averecht, brei A.1, 8-8-10-10-10-12-12 averecht, zet 2 steken op = 25-26-27-29-29-30-32 steken.
NAALD 7 (goede kant): 1 averecht, 9-9-11-11-11-13-13 recht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 recht.
NAALD 8 (verkeerde kant): Brei 4-5-4-6-4-3-5 averecht, brei A.1, 9-9-11-11-11-13-13 averecht, 1 recht, zet 2 steken op = 27-28-29-31-31-32-34 steken.
NAALD 9 (goede kant): 2 recht, 1 averecht, 9-9-11-11-11-13-13 recht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 recht.

Knip de draad niet af. De 2 schouders worden nu samengevoegd voor het voorpand.

VOORPAND:
Brei het linker voorpand aan de verkeerde kant, brei 4-5-4-6-4-3-5 averecht, brei A.1, 9-9-11-11-11-13-13 averecht, zet 25-25-27-27-31-33-33 steken op voor de halslijn, brei de rechter schouder voor aan de verkeerde kant, brei 9-9-11-11-11-13-13 averecht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 averecht = 79-81-85-89-93-97-101 steken.
Ga verder heen en weer gebreid met tricotsteek en 4 herhalingen van A.1, brei als volgt aan de goede kant:
Brei 4-5-4-6-4-3-5 recht, brei A.1, brei 9-9-11-11-11-13-13 recht, brei A.1, brei 9-9-11-11-11-13-13 recht, brei A.1, 9-9-11-11-11-13-13 recht, brei A.1, 4-5-4-6-4-3-5 recht.
Ga verder met dit patroon heen en weer gebreid tot het werk 18-18-17-18-18-18-19 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder, waarbij de laatste naald de laatste naald in A.1 is (aan de verkeerde kant). Meerder nu voor de armsgaten.

MEERDEREN VOOR DE ARMSGATEN:
NAALD 1 (goede kant): Denk om TIP VOOR HET MEERDEREN. 3 recht, maak 1 omslag, brei zoals hiervoor tot er 3 steken over zijn, maak 1 omslag, 3 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei zoals hiervoor, brei de omslagen zoals beschreven in TIP VOOR HET MEERDEREN.
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 3-4-6-6-8-9-9 keer (6-8-12-12-16-18-18 naalden gebreid) = 85-89-97-101-109-115-119 steken.
Het werk meet ongeveer 20-21-22-23-24-25-26 cm vanaf de schouder. Eindig na een naald aan de verkeerde kant. Knip de draad niet af. De voor- en achterpanden worden nu samengevoegd.

LIJF:
Brei aan de goede kant:
Brei over de 85-89-97-101-109-115-119 steken op het voorpand, zet 11-11-13-13-15-19-23 steken op (midden onder de mouw), brei zoals hiervoor over de 85-89-97-101-109-115-119 steken op het achterpand, zet 11-11-13-13-15-19-23 steken op (midden onder de mouw) = 192-200-220-228-248-268-284 steken.
Ga verder met het patroon en de tricotsteek in de rondte.
Brei onder de armsgaten 1 herhaling van A.1 (= 11-11-11-11-13-13-13 steken) over het midden van de 11-11-13-13-15-19-23 opgezette steken, met 7-9-11-13-13-15-21 tricotsteken aan elke kant van A.1 (in totaal 10 herhalingen van A.1 op de naald: 4 herhalingen op het voorpand, 4 herhalingen op het achterpand en 1 herhaling onder elke mouw).
De naald begint na de laatste herhaling van A.1 onder de mouw.
Brei tot het werk 45-47-49-51-53-55-57 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder, met de laatste naald 1 of 2 in A.1.
Ga verder met rondbreinaald 3 mm. Brei boordsteek (1 recht en 1 averecht), pas zo aan dat de boordsteek doorloopt met de averechte steken in A.1. Als de boordsteek 3 cm meet, kant dan ietwat losjes af met boordsteek.
De trui meet ongeveer 48-50-52-54-56-58-60 cm vanaf de opzetrand op de schouder.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden samen.

MOUWEN:
De mouw wordt van boven naar beneden gebreid.
Gebruik rondbreinaald 4 mm en neem de steken stevig op (of gebruik een kleinere naald).
NEEM STEKEN OP ALS VOLGT:
Begin in de middelste steek van de opgezette steken onder de mouw en neem 84-88-94-98-102-110-118 steken op rondom het armsgat, met 1 steek in de schoudernaad en een gelijk aantal steken aan elke kant van deze naad.
Voeg 2 markeerders in aan elke kant van de 11-11-11-11-13-13-13 steken op de bovenkant van de mouw (dus de middelste steek = steek in de schoudernaad). 1 herhaling van A.1 wordt over deze steken gebreid.

MOUWKOP:
Voor een betere pasvorm, brei verkorte toeren heen en weer gebreid met tricotsteek en patroon voor de mouwkop, beginnend midden onder de mouw en brei als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Brei tot 1 steek voorbij A.1 op de bovenkant van de mouw (dus brei A.1 tussen de markeerders + 1 tricotsteek), keer het werk – lees TIP VOOR HET BREIEN.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei tot 1 steek voorbij A.1, keer het werk.
NAALD 3 (goede kant): Brei tot 2 steken voorbij de vorige keer dat u het werk keerde, keer het werk.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei tot 2 steken voorbij de vorige keer dat u het werk keerde, keer het werk.
Herhaal NAALDEN 3 en 4 tot u in totaal 20-20-22-22-26-26-30 keer heeft gekeerd (10-10-11-11-13-13-15 keer aan elke kant, met de laatste naald aan de verkeerde kant).

NA DE LAATSTE KEER KEREN:
Nadat u naald 4 voor de laatste keer heeft gebreid, keer dan het werk en brei terug naar het begin van de naald aan de goede kant (= midden onder de mouw).
Voeg 1 markeerdraad in de middelste steek onder de mouw; deze wordt gebruikt voor het minderen onder de mouw. Neem deze mee tijdens het breien in de hoogte.
Ga verder in de rondte, met tricotsteek en A.1 (tussen de markeerdraden). Minder TEGELIJKERTIJD midden onder de mouw als volgt - lees TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder na 1 naald 2 steken iedere 2e naald 14-14-15-13-11-11-11 keer = 56-60-64-72-80-88-96 steken.
Brei verder tot de mouw 21 cm meet vanaf de schouder (ca. 13-13-12-12-11-11-9 vanaf midden onder de mouw), pas zo aan dat de laatste naald een naald 1 of 2 in A.1 is.
Ga verder met breinaalden zonder knop maat 3 mm. Brei boordsteek (1 recht en 1 averecht), pas zo aan dat de boordsteek overeenkomt met de averechte steken in A.1.
Als de boordsteek 3 cm meet, kant dan ietwat losjes af met boordsteek. De mouw meet ca. 24 cm vanaf de schouder.

HALS:
Neem met rondbreinaald 3 mm steken op rondom de halslijn, aan de binnenkant van 1 steek en aan de goede kant als volgt:
Begin op een schoudernaad en neem 94-94-102-102-114-120-120 steken op. Het aantal steken moet deelbaar zijn door 2. Brei boordsteek (1 recht en 1 averecht) in de rondte voor 3-3-3-3-3½-3½-3½ cm. Kant af met boordsteek.

Telpatroon

recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant = recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant = averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
maak 1 omslag tussen 2 steken, brei op de volgende naald recht aan de goede kant en averecht aan de verkeerde kant zodat er een gaatje ontstaat. = maak 1 omslag tussen 2 steken, brei op de volgende naald recht aan de goede kant en averecht aan de verkeerde kant zodat er een gaatje ontstaat.
3 recht, zet deze 3 steken terug op de linker naald, haal de voorste steek op de linker naald over de buitenste steek zodat deze om de buitenste steek ligt, haal dan de nieuwe voorlaatste steek over de buitenste steek zodat deze ook om de steek ligt (2 geminderde steken), zet de laatste steek terug op de rechter naald. = 3 recht, zet deze 3 steken terug op de linker naald, haal de voorste steek op de linker naald over de buitenste steek zodat deze om de buitenste steek ligt, haal dan de nieuwe voorlaatste steek over de buitenste steek zodat deze ook om de steek ligt (2 geminderde steken), zet de laatste steek terug op de rechter naald.
3 recht, haal de voorste steek op de rechter naald over de buitenste steek zodat deze om de buitenste steek ligt, haal dan de nieuwe voorlaatste steek over de buitenste steek zodat deze ook om de steek ligt (2 geminderde steken). = 3 recht, haal de voorste steek op de rechter naald over de buitenste steek zodat deze om de buitenste steek ligt, haal dan de nieuwe voorlaatste steek over de buitenste steek zodat deze ook om de steek ligt (2 geminderde steken).
Diagram for DROPS 266-10
Diagram for DROPS 266-10

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen.

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

De garenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!
Heeft u dit patroon gemaakt?
Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #lilacserenadetop of stuur ze naar de #dropsfan galerij.

Laat een opmerking achter voor DROPS 266-10

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.