Rose Cloud Cardigan#rosecloudcardigan |
|||||||||||||
![]() |
![]() |
||||||||||||
Gebreid vest in DROPS Alpaca of DROPS Flora. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met korte mouwen, ronde pas, reliëfpatroon en PUNNIKRAND. Maten XS - XXXL.
DROPS 267-32 |
|||||||||||||
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid): Brei alle naalden recht, aan zowel de goede als de verkeerde kant. 1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht. BIEZEN MET PUNNIKRAND: BEGIN VAN DE NAALD:Brei de voorbies als volgt (7 steken): Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, brei 5 ribbelsteken. EINDE VAN DE NAALD: Brei de voorbies als volgt (7 steken): Brei tot er 7 steken over zijn op de naald, brei 5 ribbelsteken, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. Brei zo aan zowel de goede als de verkeerde kant. KNOOPSGATEN: Brei de knoopsgaten op de rechter voorbies (als het kledingstuk gedragen wordt) aan de goede kant, als er 5 steken over zijn op de naald als volgt: NAALD 1 (goede kant): Maak 1 omslag, 2 recht samen, 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei de voorbies zoals hiervoor, brei de omslag recht zodat er een gaatje ontstaat. Het eerste knoopsgat wordt op de eerste naald aan de goede kant gebreid nadat de hals klaar is. Brei dan de andere 7 knoopsgaten met 6½-6½-7-7-7-7½-7½ cm tussen elk. Het onderste knoopsgat wordt in de overgang tussen de tricotsteek en boordsteek gebreid. Verhoging (achterkant van de hals): Om de achterkant van de hals iets hoger te maken bij het breien van een ronde pas, kunt u een verhoging breien zoals hier beschreven. Sla dit gedeelte over als u geen verhoging wilt. Voeg 1 markeerder in, in het midden van de naald (= midden achter) – lees TIP VOOR HET BREIEN. Brei de volgende 6 naalden heen en weer als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei tot 13-14-15-16-17-18-19 steken voorbij de markeerdraad midden achter, keer het werk, trek de draad aan. NAALD 2: Brei 26-28-30-32-34-36-38 averecht, keer het werk, trek de draad aan. NAALD 3: 39-42-45-48-51-54-57 recht, keer het werk, trek de draad aan. NAALD 4: Brei 52-56-60-64-68-72-76 averecht, keer het werk, trek de draad aan. NAALD 5: Brei 65-70-75-80-85-90-95 recht, keer het werk, trek de draad aan. NAALD 6: Brei 78-84-90-96-102-108-114 averecht, keer het werk, trek de draad aan. Brei recht tot het einde van de naald (met de voorbies zoals hiervoor), keer het werk en brei 1 naald averecht (met de biezen zoals hiervoor), ga dan verder met de pas zoals beschreven in de tekst. TIP VOOR HET BREIEN: Als u verkorte toeren breit, ontstaat er een klein gaatje na elke keer dat u het werk keert. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad aan te trekken of de techniek Duitse Verkorte toeren te gebruiken als volgt: Haal de eerste steek averecht af, breng de draad over de rechter naald en trek goed aan vanaf de achterkant (2 lussen op de naald). Deze lussen worden samen gebreid op de volgende naald. TIP VOOR HET MEERDEREN-1: Om uit te rekenen hoe u verdeeld meerdert, tel het totaal aantal steken op de naald (dus, 136 steken), minus 20 steken aan elke kant, deel dan de overgebleven steken door het aantal te maken meerderingen (dus, 11) = 8.7. In dit voorbeeld meerdert u als volgt na ongeveer elke 9e steek. Meerder niet over de 20 buitenste steken aan elke kant. Dit wordt gedaan om midden voor een rechte lijn te houden bij het breien van de ronde pas. Alle meerderingen worden aan de goede kant gebreid. Deze symmetrische manier van meerderen geeft 1 nieuwe steek. Volg punten 1-4: 1. Houd de breidraad achter het werk, haal de eerste steek op de linker naald averecht af. 2. Voeg de linker naald in achter de afgehaalde steek en vervolgens tussen de afgehaalde steek en de eerste steek op de rechter naald. 3. Maak 1 omslag op de rechter naald, haal het door de steek om 1 nieuwe steek op de rechter naald te geven. 4. Laat de buitenste lus van de linker naald af glijden en brei recht door de andere lus die aan de voorkant van de naald ligt. 1 gemeerderde steek. TIP VOOR HET MEERDEREN-2: Alle meerderingen worden aan de goede kant gebreid! Meerder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad. Brei tot er 4 steken over zijn voor de markeerdraad, maak 1 omslag, 8 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze 8 steken), maak 1 omslag. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen (2 gemeerderde steken). PATROON: Zie telpatronen A.1 tot A.3. De telpatronen worden van rechts naar links gelezen als u aan de goede kant breit en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK. Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. De hals en de pas worden heen en weer gebreid met de rondbreinaald, vanaf midden voor en van boven naar beneden. Als u wilt, kan een verhoging worden gebreid nadat de hals klaar is. Als de pas klaar is, wordt het werk verdeeld voor het lijf en de mouwen en het lijf wordt verder heen en weer gebreid, terwijl de mouwen wachten. De mouwen worden in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Als er een «0» in uw maat staat, sla dan de informatie over en ga gelijk verder met de volgende instructie. HALS: Zet 136-140-144-148-156-164-172 steken op met rondbreinaald 2.5 mm en DROPS Alpaca of DROPS Flora. Brei de eerste naald aan de verkeerde kant als volgt: 7 steken volgens BIEZEN MET PUNNIKRAND lees uitleg hierboven, brei boordsteek (2 averecht, 2 recht) tot er 9 steken over zijn, 2 averecht, brei 7 steken volgens biezen met PUNNIKRAND. Aan de goede kant brei dan als volgt: 7 steken volgens biezen met PUNNIKRAND, brei boordsteek (2 recht, 2 averecht) tot er 9 steken over zijn, 2 recht, brei 7 steken volgens biezen met PUNNIKRAND. Ga verder met deze boordsteek voor 3-3-3-3½-3½-4-4 cm. Voeg 1 markeerder in aan de binnenkant van een voorbies (= midden voor), het werk wordt vanaf hier gemeten. PAS: Ga verder met rondbreinaald 3 mm en brei de eerste naald aan de goede kant: Brei tricotsteek met 7 voorbiessteken aan elke kant, meerder tegelijkertijd 11-13-15-17-19-25-27 steken verdeeld – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en meerder niet over de biezen. Denk om het eerste knoopsgat – lees uitleg hierboven = 147-153-159-165-175-189-199 steken. U kunt nu een VERHOGING aan de achterkant van de hals breien – lees uitleg hierboven, ga dan verder als volgt. Als u geen verhoging wilt, gaat u verder als volgt. Brei tricotsteek en de biezen. Denk om de stekenverhouding. Als de pas 2-2-3-3-3-3-3 cm meet vanaf de markeerder, meerder dan 26-28-30-32-34-36-38 steken verdeeld – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1 (meerder niet over de buitenste 20 steken aan elke kant) = 173-181-189-197-209-225-237 steken. Als de pas 4-5-6-6-6-6-7 cm meet vanaf de markeerder, meerder dan 26-30-34-36-40-42-46 steken verdeeld = 199-211-223-233-249-267-283 steken. Als de pas 5-6-7-7-7-7-8 cm meet vanaf de markeerder en de volgende naald is aan de goede kant, brei dan in PATROON – lees uitleg hierboven, als volgt: Brei de voorbies zoals hiervoor, brei A.1 tot er 8 steken over zijn, dan A.2 en de voorbies zoals hiervoor. Aan de verkeerde kant: Brei de voorbies zoals hiervoor, brei A.2, dan A.1 tot er 7 steken over zijn, de voorbies zoals hiervoor. Ga verder met dit patroon en herhaal de telpatronen in de hoogte. Meerder TEGELIJKERTIJD als volgt, meerder altijd in een deel van tricotsteek, meerder niet over de 20 steken aan elke kant: Als de pas 6-7-8-8-8-8-9 cm meet vanaf de markeerder, meerder dan 28-32-34-36-40-42-46 steken verdeeld = 227-243-257-269-289-309-329 steken. Als de pas 8-9-10-10-10-10-11 cm meet vanaf de markeerder, meerder dan 28-32-34-36-40-42-46 steken verdeeld = 255-275-291-305-329-351-375 steken. Als de pas 10-11-12-12-12-12-13 cm meet vanaf de markeerder, meerder dan 28-32-34-36-40-42-46 steken verdeeld = 283-307-325-341-369-393-421 steken. Als de pas 12-13-14-14-14-14-15 cm meet vanaf de markeerder, meerder dan 28-32-34-36-40-42-46 steken verdeeld = 311-339-359-377-409-435-467 steken. Als de pas 14-15-16-16-16-16-17 cm meet vanaf de markeerder, meerder dan 22-24-26-36-40-42-46 steken verdeeld = 333-363-385-413-449-477-513 steken. Als de pas 16-17-19-18-18-19-20 cm meet vanaf de markeerder, meerder dan 22-24-26-20-22-24-26 steken verdeeld = 355-387-411-433-471-501-539 steken. De meerderingen zijn klaar in de maten XS, S en M. Ga naar ALLE MATEN. In de maten L, XL, XXL en XXXL meerdert u als volgt: Als de pas 0-0-0-20-20-22-23 cm meet vanaf de markeerder, meerder dan 0-0-0-18-20-22-24 steken verdeeld = 355-387-411-451-491-523-563 steken. ALLE MATEN: Als alle meerderingen klaar zijn, ga dan verder met het patroon en de biezen zonder verdere meerderingen tot de pas 19-20-22-23-23-25-27 cm meet vanaf de markeerder. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Brei 57-62-67-72-77-84-91 steken zoals hiervoor (= voorpand), plaats de volgende 70-76-78-88-98-100-106 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-10-10-12-14-16 steken op (midden onder de mouw), brei 101-111-121-131-141-155-169 steken (= achterpand), plaats de volgende 70-76-78-88-98-100-106 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-10-10-12-14-16 steken op (midden onder de mouw), brei de laatste 57-62-67-72-77-84-91 steken zoals hiervoor (= voorpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LIJF: = 231-251-275-295-319-351-383 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de 8-8-10-10-12-14-16 opgezette steken onder elke mouw. Neem de markeerdraden mee tijdens het breien in de hoogte, deze worden gebruikt bij het meerderen in de zijkanten van het lijf. Ga verder heen en weer met het patroon en de biezen, zorg ervoor dat het patroon doorloopt vanaf de pas. Als het lijf 5 cm meet vanaf de scheiding, meerder dan 1 steek aan elke kant van beide markeerdraden – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (4 gemeerderde steken). LET OP: Meerder in een deel van de tricotsteek in het patroon. Meerder zo iedere 5-5-5½-5½-5½-5½-5½ cm in totaal 4 keer = 247-267-291-311-335-367-399 steken. Brei tot het werk 40-42-44-45-45-47-48 cm meet vanaf de markeerder midden voor. Er is ongeveer 7-7-7-8-9-9-10 cm over tot de gewenste lengte. Ga verder met tricotsteek en de biezen tot het werk 44-46-48-50-50-52-54 cm meet vanaf de markeerder. Begin op de volgende naald aan de goede kant met de boordsteek, meerder tegelijkertijd 57-61-65-69-77-85-93 steken verdeeld op de eerste naald – lees TIP VOOR HET MEERDEREN (meerder niet over de biezen) = 304-328-356-380-412-452-492 steken, brei als volgt: Ga verder met rondbreinaald 2.5 mm. Brei de voorbies zoals hiervoor, boordsteek (2 recht, 2 averecht – denk om het meerderen) tot er 9 steken over zijn, 2 recht en brei de voorbies zoals hiervoor. Als de boordsteek 3-3-3-3-4-4-4 cm meet, kant dan af met boordsteek. De jas meet ongeveer 47-49-51-53-54-56-58 cm vanaf de markeerdraad midden voor en 52-54-56-58-60-62-64 cm vanaf de schouder. MOUWEN: Plaats de 70-76-78-88-98-100-106 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 3 mm en neem 1 steek op in elk van de 8-8-10-10-12-14-16 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 78-84-88-98-110-114-122 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 8-8-10-10-12-14-16 steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Brei A.3 in de rondte, zorg ervoor dat het patroon doorloopt vanaf de pas. TEGELIJKERTIJD, als de mouw 2 cm meet vanaf de scheiding, minder dan midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken iedere 2 cm in totaal 4-4-4-3-3-1-0 keer = 70-76-80-92-104-112-122 steken. LET OP: Minder altijd in een deel van tricotsteek in het patroon. Brei verder tot de mouw 12-12-10-10-11-9-8 cm meet vanaf de scheiding, brei dan tricotsteek tot de mouw 15-15-13-13-13-11-10 cm meet vanaf de scheiding. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 2.5 mm. Brei boordsteek (2 recht, 2 averecht), meerder tegelijkertijd 14-16-16-16-16-20-22 steken verdeeld op de eerste naald = 84-92-96-108-120-132-144 steken. Als de boordsteek 3-3-3-3-4-4-4 cm meet, kant dan af met boordsteek. De mouw meet ongeveer 18-18-16-16-17-15-14 cm vanaf de scheiding. AFWERKING: Naai de knopen op de linker voorbies. |
|||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #rosecloudcardigan of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 41 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 267-32
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.