Teal Crossover by DROPS Design

Gehaakt vest in DROPS Merino Extra Fine. Het werk wordt gehaakt met kabels, reliëfsteken en een col. Maten S - XXXL.

  • Teal Crossover / DROPS 227-30 - Gehaakt vest in DROPS Merino Extra Fine. Het werk wordt gehaakt met kabels, reliëfsteken en een col. Maten S - XXXL.
  • Teal Crossover / DROPS 227-30 - Gehaakt vest in DROPS Merino Extra Fine. Het werk wordt gehaakt met kabels, reliëfsteken en een col. Maten S - XXXL.
  • Teal Crossover / DROPS 227-30 - Gehaakt vest in DROPS Merino Extra Fine. Het werk wordt gehaakt met kabels, reliëfsteken en een col. Maten S - XXXL.
  • Teal Crossover / DROPS 227-30 - Gehaakt vest in DROPS Merino Extra Fine. Het werk wordt gehaakt met kabels, reliëfsteken en een col. Maten S - XXXL.
DROPS Design: Patroon nr. me-231
Garengroep B
-------------------------------------------------------

MATEN:
S - M - L - XL - XXL - XXXL

MATERIALEN:
DROPS MERINO EXTRA FINE van garnstudio (behoort tot garengroep B)
850-950-1050-1150-1250-1350 g kleur 37, donkergrijs/groen

DROPS KNOPEN, Buffelhoorn NR 536: 5-5-6-6-6-6 stuks.

STEKENVERHOUDING:
16 stokjes in de breedte en 8 toeren in de hoogte = 10 x 10 cm.
HAAKNAALD:
DROPS HAAKNAALD 4.5 MM.
De haaknaald is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere haaknaald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere haaknaald.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------


100% wol
vanaf 2.96 € /50g
DROPS Merino Extra Fine uni colour DROPS Merino Extra Fine uni colour 2.96 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
DROPS Merino Extra Fine mix DROPS Merino Extra Fine mix 2.96 € /50g
Hobbydoos.nl
Bestel
needles Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 50.32€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

-------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

LOSSE:
Als u aan het uiteinde van de haaknaald haakt, is de losse vaak te strak; 1 losse zou even lang moeten zijn als 1 dubbel stokje/stokje breed is.

INFORMATIE VOOR HET HAKEN:
Als u heen en weer haakt.
Op het begin van elke toer met stokjes haakt u 3 lossen, deze vervangen niet het eerste stokje maar worden aanvullend gehaakt.
Op het begin of elke toer van vasten haakt u 1 losse, deze vervangt niet de eerste vaste maar wordt aanvullend gehaakt.
Als u in de rondte haakt.
Op het begin van elke toer van stokjes haakt u 3 lossen, deze vervangen niet het eerste stokje maar worden aanvullend gehaakt. Eindig de toer met 1 halve vaste in de 3e losse vanaf het begin van de toer.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.6. Kies het telpatroon voor uw maat (geldt voor A.5 en A.6).

TIP VOOR RELIËSTEKEN:
Als u het reliëfpatroon haakt is het belangrijk dat de reliëfsteken niet te strak of te los worden. Als de steken te strak zijn wanneer u in reliëf-vierdubbele-stokjes haakt, haak dan in plaats daarvan reliëf-vijfdubbel-stokjes. Als de steken te los worden, haak dan in plaats daarvan reliëf-driedubbele-stokjes.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 1 vaste door 2 vasten samen te haken: Voeg de haaknaald in bij de eerste steek en neem de draad op, voeg de haaknaald in bij de volgende steek en neem de draad op (= 3 lussen op de haaknaald), maak 1 omslag en haal het door alle 3 lussen (1 steek geminderd).
Minder 1 stokje door 2 stokjes samen te haken:
* Maak 1 omslag, voeg de haaknaald in bij de volgende steek, neem de draad op, 1 omslag en haal het door de eerste 2 lussen op de haaknaald *, haak van *-* 1 keer, maak 1 omslag en haal het door alle 3 lussen op de haaknaald (1 steek geminderd).

TIP VOOR HET MEERDEREN (mouwen):
Haak 2 stokjes in de 3e steek op de toer, haak tot er 3 steken over zijn en haak 2 stokjes in de volgende steek (= 2 steken gemeerderd).

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De voor- en achterpanden worden apart heen en weer gehaakt. Er wordt een reliëfpatroon gehaakt op de voor- en achterpanden – lees TIP VOOR RELIËF-PATROON.
De mouwen worden in de rondte gehaakt, keer na elke toer zodat de textuur overeen komt met het lijf. De delen worden samen genaaid en de col wordt aan het einde gehaakt.

ACHTERPAND:
Haak 84-87-96-105-114-123 lossen – lees LOSSE, met haaknaald 4.5 mm en DROPS Merino Extra Fine. Keer het werk en haak 1 stokje in de 4e losse vanaf de haaknaald, haak 1 stokje in elk van de andere 80-83-92-101-110-119 lossen = 81-84-93-102-111-120 stokjes + 3 lossen om het werk mee te keren.
Haak dan als volgt:
3 lossen – lees INFORMATIE VOOR HET HAKEN, A.1 tot het einde van de toer. Ga verder met dit patroon heen en weer gehaakt voor 8 cm – pas aan zodat de laatste toer een toer van vasten is aan de verkeerde kant en minder 1-0-1-0-1-0 vasten op deze toer – lees TIP VOOR HET MINDEREN = 80-84-92-102-110-120 vasten + 1 losse om het werk mee te keren.
Haak aan de goede kant als volgt:
1 stokje in elk van de eerste 3-5-9-9-13-18 steken, A.2 over de volgende 2 steken, A.3 over de volgende 60-60-60-70-70-70 steken (= 6-6-6-7-7-7 herhalingen van 10 steken), A.4 over de volgende 12 steken, 1 stokje in elk van de laatste 3-5-9-9-13-18 steken.
Ga verder met dit patroon. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Als de telpatronen klaar zijn in de hoogte, herhaal dan A.X verder.
Als het werk 38-39-40-41-42-43 cm meet, kant dan af voor de armsgaten als volgt: Haak 1 halve vaste in elk van de eerste 2-3-5-7-8-10 steken, patroon zoals hiervoor over de volgende 76-78-82-88-94-100 steken (2-3-5-7-8-10 steken over), keer het werk.
Voor maten S, M en L gaat u naar ALLE MATEN hieronder.
Voor maten XL, XXL en XXXL gaat u verder heen en weer gehaakt met patroon en minder 1 stokje aan elke kant door 2 stokjes samen te haken – lees TIP VOOR HET MINDEREN. Minder zo elke toer (zowel vanaf de goede als de verkeerde kant) in totaal 1-2-4 keer.

ALLE MATEN:
= 76-78-82-86-90-92 steken.
Ga verder in patroon over de middelste 74-74-74-84-84-84 steken en 1 stokje in elk van de 1-2-4-1-3-4 steken aan elke kant.
Als het werk 54-56-58-60-62-64 cm meet, haak dan de volgende toer als volgt: Patroon zoals hiervoor over de eerste 28-29-31-32-34-35 steken, haak 2 stokjes samen = 29-30-32-33-35-36 steken op de schouder. Keer het werk en haak de teruggaande toer. Knip de draad af. Het werk meet ongeveer 56-58-60-62-64-66 cm.
Sla de middelste 16-16-16-18-18-18 steken over (= hals). Ga verder aan de goede kant als volgt: Haak 2 stokjes samen en haak zoals hiervoor tot het einde van de toer = 29-30-32-33-35-36 steken op de schouder. Keer het werk en haak de teruggaande toer. Knip de draad af. Het werk meet ongeveer 56-58-60-62-64-66 cm.

RECHTER VOORPAND:
Haak 48-50-54-60-64-70 lossen – denk om LOSSE, met haaknaald 4.5 mm en DROPS Merino Extra Fine. Keer het werk en haak 1 stokje in de 4e losse vanaf de haaknaald, dan 1 stokje in elk van de andere 44-46-50-56-60-66 lossen = 45-47-51-57-61-67 stokjes + 3 lossen om het werk mee te keren.
Haak dan als volgt:
3 lossen, haak A.1 tot het einde van de toer. Ga verder met dit patroon heen en weer gehaakt voor 8 cm – pas aan zodat de laatste toer een toer van vasten is aan de verkeerde kant en minder 0-0-0-0-0-1 vaste(n) op deze toer = 45-47-51-57-61-66 vasten + 1 losse om het werk mee te keren.
Haak aan de goede kant als volgt:
1 stokje in elk van de eerste 4 steken (= voorbies), haak A.5 (kies het telpatroon voor uw maat) over de volgende 6-6-6-12-12-12 steken, A.3 over de volgende 20 steken (= 2 herhalingen van 10 steken), A.4 over de volgende 12 steken, 1 stokje in elk van de laatste 3-5-9-9-13-18 steken.
Ga verder met dit patroon.
Als de telpatronen klaar zijn in de hoogte, herhaal dan A.X verder.
Als het werk 38-39-40-41-42-43 cm meet, kant dan af voor het armsgat op de volgende toer aan de verkeerde kant als volgt: Haak 1 halve vaste in elk van de eerste 2-3-5-7-8-10 steken, haak dan zoals hiervoor tot het einde van de toer = 43-44-46-50-53-56 steken.
Maten S, M en L gaan verder bij de paragraaf ALLE MATEN hieronder.
Maten XL, XXL en XXXL gaan verder heen en weer gehaakt met patroon en minder 1 stokje bij het armsgat door 2 stokjes samen te haken. Minder zo elke toer (zowel vanaf de goede als de verkeerde kant) in totaal 1-2-4 keer.

ALLE MATEN:
= 43-44-46-49-51-52 steken.
Ga verder met het patroon, met 1 stokje in elk van de 1-2-4-1-3-4 steken bij het armsgat.
Als het werk 49-51-53-54-56-58 cm meet, ga dan verder met zoveel steken in patroon als ruimte voor is – de andere steken worden met stokjes gehaakt.
Haak dan als volgt aan de goede kant: 1 halve vaste in elk van de eerste 8-8-8-10-10-10 steken (= voorbies en hals), haak 2 aan 2 stokjes samen over de volgende 4 steken en patroon zoals hiervoor tot het einde van de toer. Keer het werk en haak in patroon tot er 4 steken over zijn en haak 2 aan 2 stokjes samen over deze 4 steken. Keer het werk en haak 2 aan 2 stokjes samen over de eerste 4 steken en patroon tot het einde van de toer = 29-30-32-33-35-36 steken on de schouder. Haak verder tot het werk 56-58-60-62-64-66 cm meet. Knip de draad af.

LINKER VOORPAND:
Haak 48-50-54-60-64-70 lossen – denk om LOSSE, met haaknaald 4.5 mm en DROPS Merino Extra Fine. Keer het werk en haak 1 stokje in de 4e losse vanaf de haaknaald, dan 1 stokje in elk van de andere 44-46-50-56-60-66 lossen = 45-47-51-57-61-67 stokjes + 3 lossen om het werk mee te keren.
Haak dan als volgt:
3 lossen, haak A.1. Ga verder met dit patroon heen en weer gehaakt voor 8 cm – pas aan zodat de laatste toer een toer van vasten is aan de verkeerde kant en minder 0-0-0-0-0-1 vaste(n) op deze toer = 45-47-51-57-61-66 vasten + 1 losse om het werk mee te keren.
Haak aan de goede kant als volgt:
1 stokje in elke van de eerste 3-5-9-9-13-18 steken, haak A.2 over de volgende 2 steken, A.3 over de volgende 30 steken (= 3 herhalingen van 10 steken), A.6 (kies het telpatroon voor uw maat) over de volgende 6-6-6-12-12-12 steken, 1 stokje in elk van de laatste 4 steken (= voorbies).
Ga verder met dit patroon.
Als de telpatronen klaar zijn in de hoogte, herhaal dan A.X verder.
Als het werk 38-39-40-41-42-43 cm meet, kant dan af voor het armsgat op de volgende toer aan de goede kant als volgt: Haak 1 halve vaste in elk van de eerste 2-3-5-7-8-10 steken, haak dan zoals hiervoor tot het einde van de toer = 43-44-46-50-53-56 steken.
Maten S, M en L gaan verder met de paragraaf ALLE MATEN hieronder.
Maten XL, XXL en XXXL gaan verder heen en weer gehaakt met patroon en minder 1 stokje bij het armsgat door 2 stokjes samen te haken. Minder zo elke toer (zowel aan de goede als de verkeerde kant) in totaal 1-2-4 keer.

ALLE MATEN:
= 43-44-46-49-51-52 steken.
Ga verder in patroon, met 1 stokje in elk van de 1-2-4-1-3-4 steken bij het armsgat.
Als het werk 49-51-53-54-56-58 cm meet, ga dan verder met zoveel steken in patroon als ruimte voor is – de andere steken worden gehaakt met stokjes.
Haak dan als volgt aan de goede kant: Haak tot er 12-12-12-14-14-14 steken over zijn op de toer, haak 2 aan 2 stokjes samen over de volgende 4 steken (8-8-8-10-10-10 steken over = voorbies en hals). Keer het werk en haak terug als volgt: Haak 2 aan 2 stokjes samen over de volgende 4 steken en patroon zoals hiervoor tot het einde van de toer. Keer het werk en haak patroon tot er 4 steken over zijn en haak 2 aan 2 stokjes samen over deze 4 steken = 29-30-32-33-35-36 steken on de schouder. Haak verder tot het werk 56-58-60-62-64-66 cm. Knip de draad af.

MOUWEN:
Haak 52-55-55-58-58-61 lossen – denk om LOSSE, met haaknaald 4.5 mm en DROPS Merino Extra Fine. Vorm deze tot een ring met 1 halve vaste in de eerst gehaakte losse. Haak 3 lossen, dan 1 stokje in elke losse, eindig de toer met 1 halve vaste in de 3e losse op het begin of de toer = 51-54-54-57-57-60 stokjes + 3 lossen om het werk mee te keren.
Haak A.1 in de rondte – keer na elke toer zodat u afwisselend aan de goede en verkeerde kant haakt. De reliëfsteken worden altijd aan de goede kant gehaakt. Herhaal de laatste 4 toeren in het telpatroon tot het werk 11 cm meet. Ga verder met stokjes. Als het werk 19-20-20-20-20-20 cm meet, meerder dan 2 stokjes onder de mouw – lees TIP VOOR HET MEERDEREN. Meerder zo iedere 12-10½-5-4½-3-2½ cm een totaal of 3-3-5-5-7-7 keer = 57-60-64-67-71-74 stokjes. Als de mouw 47-45-45-43-42-39 cm meet, haak dan de mouwkop heen en weer tot de gewenste lengte als volgt in de verschillende maten:

MATEN S, M EN L:
Haak verder voor 1-3-3 cm.

MATEN XL, XXL EN XXXL:
Haak verder voor 4-5-8 cm. De volgende toer wordt als volgt gehaakt:
Minder 1-2-4 steken door 2 aan 2 stokjes samen te haken over de eerste 2-4-8 steken, haak 1 stokje in elke steek tot er 2-4-8 steken over zijn, haak 2 aan 2 stokjes samen over de laatste 2-4-8 steken = 65-67-66 steken.

ALLE MATEN:
De mouw meet ongeveer 48 cm in alle maten, met een split van ongeveer 1-3-3-5-6-9 cm op de bovenkant. Knip en hecht de draad af.
Haak de andere mouw op dezelfde manier.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden samen in elk en iedere steek. Naai de mouwkop aan het armsgat, naai dan de split aan de onderkant van het armsgat – zie tekening.
Naai de zijnaden aan de binnenkant van de buitenste steek, vanaf de armsgaten naar beneden vast.
Naai de knopen aan de linker voorbies als volgt: De bovenste knoop ongeveer 2 cm vanaf de hals en de onderste knoop 8 cm vanaf de onderrand. Verdeel de andere 3-3-4-4-4-4 knopen met ongeveer 9½-10-8½-9-9-9½ cm tussen elk. De knopen worden vast gemaakt tussen 2 stokjes op de rechter voorbies.

COL:
Begin aan de goede kant op de rechter voorbies als volgt:
Sla de 4 voorbiessteken over, hecht de draad aan met 1 vaste in de volgende steek, * haak 2 lossen, sla 1 cm over, haak 1 vaste *, haak van *-* 6-6-6-7-7-7 keer naar boven tot de schoudernaad, ga verder met 7-7-7-8-8-8 lossenlussen tot de volgende schoudernaad en 6-6-6-7-7-7 lossenlussen naar beneden over het linker voorpand, laat de laatste 4 steken over (= voorbies) = 19-19-19-22-22-22 lossenlussen.
De volgende toer wordt als volgt gehaakt: 3 lossen – denk om INFORMATIE VOOR HET HAKEN, haak 1 stokje in de eerste steek, 3 stokjes om elk van de volgende 19-19-19-22-22-22 lossenlussen en 1 stokje in de laatste steek = 59-59-59-68-68-68 stokjes + 3 lossen om het werk mee te keren.
Haak 1 toer met 1 stokje in elke steek.
Haak dan als volgt:
TOER 1: 1 stokje in elk van de eerste 3-3-3-3-3-3 steken, 2 stokjes in de volgende steek (= 1 steek gemeerderd), * 1 stokje in elk van de volgende 3 steken, 2 stokjes in de volgende steek (= 1 steek gemeerderd)*, haak van *-* in totaal 13-13-13-15-15-15 keer (= 13-13-13-15-15-15 steken gemeerderd), haak 1 stokje in elk van de laatste 3-3-3-4-4-4 steken = 73-73-73-84-84-84 steken.
TOER 2: Haak 1 stokje in elke steek.
TOER 3: Haak 1 stokje in elk van de eerste 3-3-3-4-4-4 steken, 2 stokjes in de volgende steek (= 1 steek gemeerderd), * 1 stokje in elk van de volgende 4 steken, 2 stokjes in de volgende steek*, haak van *-* in totaal 13-13-13-15-15-15 keer (= 13-13-13-15-15-15 steken gemeerderd), haak 1 stokje in elk van de laatste 4-4-4-4-4-4 steken = 87-87-87-100-100-100 steken.
TOER 4: Haak 1 stokje in elke steek.
TOER 5: Haak 1 stokje in elk van de eerste 4-4-4-4-4-4 steken, 2 stokjes in de volgende steek (= 1 steek gemeerderd), * 1 stokje in elk van de volgende 5 steken, 2 stokjes in de volgende steek*, haak van *-* 13-13-13-15-15-15 keer (= 13-13-13-15-15-15 steken gemeerderd), haak 1 stokje in elk van de laatste 4-4-4-5-5-5 steken = 101-101-101-116-116-116 steken.
TOER 6: Haak 1 stokje in elke steek.
De col meet ongeveer 7 cm. Knip en hecht de draad af.

Telpatroon

symbols = toer is reeds gehaakt! Begin op de pijl
symbols = begin hier
symbols = 1 RELIËF-DUBBEL-STOKJE (alleen aan de goede kant gehaakt): Haak 1 dubbel stokje om 1 stokje/reliëf-dubbel-stokje van de vorige toer van stokjes/reliëfsteken (haak niet in de lussen, maar om het stokje/reliëfsteek)
symbols = 1 vaste in de steek
symbols = 1 stokje in de steek (gehaakt op de verkeerde kant)
symbols = 1 stokje in de steek (gehaakt aan de goede kant)
symbols = 1 RELIËF-DRIEDUBBEL-STOKJE (alleen aan de goede kant gehaakt): Haak 1 driedubbel-stokje om 1 stokje van de vorige toer van stokjes (haak niet in de lussen maar om het stokje)
De cirkel aan het einde van het reliëf-driedubbele-stokje toont om welke u moet haken. Begin van de lijn = toer waar dit reliëf-driedubbel-stokje begint. Op de eerste toer in A.2 tot A.4 haakt u de 2 symbolen diagonaal over elkaar om hetzelfde stokje
symbols = 1 RELIËF-VIERDUBBEL-STOKJE (alleen aan de goede kant gehaakt): Haak 1 vierdubbel stokje om 1 vierdubbel stokje van de vorige toer van reliëfsteken (haak niet in de lussen maar om het vierdubbele stokje). De zwarte punt aan het einde van het symbool toont om welke steek u moet haken. Begin van de lijn = toer waar dit reliëf-vierdubbel-stokje begint.
symbols = 1 stokje en 1 RELIËF-VIERDUBBEL-STOKJE (alleen aan de goede kant gehaakt): Haak 1 stokje in de volgende steek, maar wacht met de laatste omslag en doorhaling. Haak 1 vierdubbel stokje om 1 vierdubbel stokje van de vorige toer van reliëfsteken (haak niet in de lussen maar om het vierdubbele stokje), op de laatste omslag haalt u de draad door alle lussen op de haaknaald. Het zwarte vierkant aan het einde van het symbool toont om welke steek u moet haken. Begin van de lijn = toer waar dit reliëf-vierdubbel-stokje begint.
symbols = 1 RELIËF-VIERDUBBEL-STOKJE en 1 stokje (alleen aan de goede kant gehaakt): Haak 1 vierdubbel stokje om 1 vierdubbel stokje van de vorige toer of reliëfsteken (haak niet in de lussen maar om het vierdubbele stokje), maar wacht met de laatste omslag en doorhaling. Haak 1 stokje in de volgende steek, op de laatste omslag haalt u de draad door alle lussen op de haaknaald. Het witte vierkant aan het einde van het symbool toont om welke steek u moet haken. Begin van de lijn = toer waar dit reliëf-vierdubbele-stokje begint.
symbols = 1 RELIËFSTOKJE (alleen aan de goede kant gehaakt): Haak 1 stokje om 1 vierdubbel stokje van de vorige toer van reliëfsteken (haak niet in de lussen maar om het vierdubbele stokje). De ster aan het einde van het symbool toont om welke steek u moet haken. Begin van de lijn = toer waar dit reliëfstokje begint.
symbols = deze reliëf-vierdubbele-stokjes zijn ingetekend zodat u makkelijker de overgang tussen de telpatronen kunt zien.
symbols = de mouwkop wordt aan het armsgat genaaid: a tegen A en b tegen B
diagram
diagram
diagram
diagram
diagram
signature-image signature

Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 227-30) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (2)

country flag Adelina wrote:

Ho una domanda riguardo al colore di questo modello. Dalle foto sembra blu petrolio ma dalle spiegazioni è il n. 37 che è un colore molto diverso. È corretta questa indicazione?

08.10.2021 - 15:04

DROPS Design answered:

Buongiorno Adelina, abbiamo inoltrato la sua segnalazione al settore design: se ci dovessero essere delle correzioni le potrà trovare direttamente sul sito. Buon lavoro!

09.10.2021 kl. 13:16

country flag Benee wrote:

Love the cable design

30.09.2021 - 23:22

Laat een opmerking achter voor DROPS 227-30

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.