Fra schreef:
Buongiorno. Lavorando il dietro, ad un certo punto si taglia il filo e si mettono maglie in sospeso. Dopo c’è scritto « lavorare 14 ferri avanti e indietro ». Ma da dove, se ho messo le maglie in sospeso? Dal primo ferro di inizio? Grazie x l’aiuto
02.11.2026 - 21:43
Erika Rainer 5630 Bad Hofgastein schreef:
Leider kann ich die Anleitung für das Muster für den lucky cables sweater drops 273-3 nicht finden. Bitte um Zusendung dieser mit Maschenangaben. Vielen Dank die wolle ist super.
29.10.2026 - 12:08DROPS Design antwoorde:
Liebe Erika, die Diagramme (das Muster) finden Sie ganz am Ende der Anleitung, dort gibt es auch die Symbolerklärung zu den einzelnen Symbolen im Diagramm. Viel Spaß beim Stricken!
29.10.2026 - 21:18
Henry schreef:
Hello, what a beautiful pattern! I was wondering if there is a cardigan version of it
19.10.2026 - 00:32DROPS Design antwoorde:
Dear Henry, unfortunately we don't have a cardigan version of this pattern. Happy knitting!
19.10.2026 - 01:04
Doris schreef:
Hallo wie kann ich diese Strickanleitung umrechnen? Mir ist nicht klar, warum beim Rumpfteil 288 Maschen 60cm, resp. 120 cm ergeben. Die Strickprobe besagt 20 M = 10cm. Das ergäbe doch 144cm resp. 72cm mache ich da einen Überlegungsfehler? Wenn ich mit in meiner Maschenprobe 25M = 10cm erhalte und ich grösse XL stricke ergäbe dies einen Breite von 61.6 cm? Irgendwie bin ich glaube ich zu doof.... Vielen Dank für Ihre Antwort. Herzlich Doris Würscher
15.10.2026 - 17:42DROPS Design antwoorde:
Liebe Doris, die Maschenprobe wird 20 Mazschen glattrechts = 10 x 10 cm und die 19 Maschen A.2/A.4 = ca 7,5 cm (man braucht mehr Maschen fürs Glattrechts als für Zöpfe) - Beim Rumfpteil sind es etwas mehr als 16 Rapporte A.2/A.4 = 16x 7.5= 120 cm / 2 = ca 60 cm. So sollte Ihre Maschenprobe stimmen, dann stimmen die fertigen Maßnahmen. Viel Spaß beim Stricken!
16.10.2026 - 16:12
Lucky Cables Sweater#luckycablessweater |
|||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||
Gebreide trui in DROPS Karisma. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met Europese pas, kabels en kantpatroon. Maten XS - XXXL.
DROPS 273-3 |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- PATROON: Zie telpatronen A.1 tot A.4. Als er te weinig steken zijn om te kabelen of voor een volledige herhaling van het patroon, brei dan de steken in tricotsteek tot er genoeg steken zijn (tenzij anders aangegeven in de telpatronen). De telpatronen tonen het patroon aan de goede kant. De telpatronen worden van rechts naar links gebreid als u aan de goede kant breit en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit. TIP VOOR HET MEERDEREN-1: MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus aan de achterkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt. Brei de nieuwe steken in het patroon. TIP VOOR HET MEERDEREN-2: MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- op de verkeerde kant: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei averecht door de lus aan de voorkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – op de verkeerde kant: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei averecht door de lus aan de achterkant van de naald. Brei de nieuwe steken in het patroon. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van A.4x onder de mouw als volgt: Brei tot er 2 steken over zijn voor A.4x, 2 recht samen, A.4x recht over de volgende 9 steken, haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK. Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Als er een «0» in uw maat staat, sla dan de informatie over en ga gelijk verder met de volgende instructie. Brei volgens punten 1 – 5. 1. ACHTERPAND: Zet steken op voor de achterkant van de hals. Brei het achterpand heen en weer, van boven naar beneden, meerder steken aan elke kant tot het aantal schoudersteken bereikt is. Het achterpand heeft ietwat diagonale schouders. Brei tot de juiste lengte. 2. VOORPAND: Wordt in 2 delen gebreid (elke kant van de hals). Begin door steken op te nemen langs een schouder achter, brei in patroon naar beneden en meerder voor de halslijn. Herhaal op de andere schouder. Er worden steken opgezet voor de halslijn en de 2 schouders worden samengevoegd voor het voorpand welke op de juiste lengte wordt gebreid. 3. PAS: Plaats alle steken op dezelfde rondbreinaald, brei eerst het voorpand, neem steken op voor een mouw langs de zijkant van de voor- en achterpanden, brei het achterpand, neem steken op voor de tweede mouw langs de andere kant van de voor- en achterpanden. De pas wordt in de rondte verder gebreid. 4. MEERDEREN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Terwijl u verder gaat met de pas, worden er steken gemeerderd op het lijf en de mouwen. 5. LIJF EN MOUWEN: Als de meerderingen en de pas klaar zijn, wordt de pas verdeeld voor het lijf en de mouwen. Het lijf wordt verder in de rondte gebreid terwijl de mouwen wachten. Dan worden de mouwen in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de hals wordt in de rondte gebreid op het einde. ------------------------------------------------------- ACHTERPAND: Het werk wordt heen en weer gebreid op de rondbreinaald. Zet 47 steken op in alle maten met rondbreinaald 4.5 mm en DROPS Karisma. Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant. Brei nu in PATROON heen en weer gebreid, meerder als volgt – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en TIP VOOR HET MEERDEREN-2: LET OP: Meerder aan de goede kant richting links aan het begin van de naald en richting rechts aan het einde van de naald. Meerder aan de verkeerde kant richting rechts aan het begin van de naald en richting links aan het einde van de naald. NAALD 1 (goede kant): Brei A.1, A.2, A.3 (2 gemeerderde steken). NAALD 2 (verkeerde kant): Brei A.3, A.2, A.1 (2 gemeerderde steken). NA NAALD 2: Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 13-13-13-15-15-15-15 keer (26-26-26-30-30-30-30 naalden gebreid). In de 3 kleinste maten breit u tot en met de naald gemarkeerd met een pijl, in de 4 grootste maten breit u het hele telpatroon (geldt voor A.1 en A.3) = 99-99-99-107-107-107-107 steken. Denk om de stekenverhouding. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. Voeg 1 markeerder in aan de buitenkant van een zijkant; het werk wordt nu vanaf hier gemeten. Het patroon is nu op het achterpand gecreëerd. Brei 14-14-14-10-10-10-10 naalden heen en weer, met 5-5-5-9-9-9-9 tricotsteken aan elke kant en zonder te meerderen, eindig met de laatste naald in A.2. Het werk meet ongeveer 15 cm vanaf de opzetrand en 5-5-5-4-4-4-4 cm vanaf de markeerder aan de zijkant. Knip de draad af, plaats de steken op een hulpdraad. LINKERSCHOUDER: Vind de linker schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer, met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de linkerkant van het werk = linkerschouder. Begin aan de goede kant bij de hals op de linker schouder achter en neem 3 steken op aan de buitenkant van de opzetrand - zie ster in telpatroon A.1, neem dan 1 steek op in elke gebreide naald aan de binnenkant van de buitenste steek tot het armsgat (26-26-26-30-30-30-30 steken), eindig door 1 steek op te nemen aan de buitenkant op de schouder (kantsteek) = 30-30-30-34-34-34-34 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei de eerste naald aan de verkeerde kant als volgt: Brei 5-5-5-9-9-9-9 averecht, 1 recht, 1 gedraaid averecht, 1 recht, 7 averecht, 1 recht, 1 gedraaid averecht, 1 recht, 6 averecht, 1 recht, 1 gedraaid averecht, 1 recht, 3 averecht. Ga verder met patroon A.2 als volgt: NAALD 1 (goede kant): 3 recht, brei A.2 tot er 5-5-5-9-9-9-9 steken over zijn op de naald, 5-5-5-9-9-9-9 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 5-5-5-9-9-9-9 averecht, ga verder met het patroon tot er 3 steken over zijn, 3 averecht. Als het werk 4-5-6-7-8-9-10 cm meet , meerder dan voor de halslijn als volgt (noteer welke naald dit is, zodat u op dezelfde naald op de rechterschouder begint). Brei dan als volgt: NAALD 1 (goede kant): Denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. 3 recht, meerder 1 steek richting links, ga verder met het patroon tot er 5-5-5-9-9-9-9 steken over zijn, 5-5-5-9-9-9-9 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 5-5-5-9-9-9-9 averecht, ga verder met het patroon tot er 3 steken over zijn, 3 averecht. De gemeerderde steken worden gebreid in tricotsteek; Ze worden vervolgens in het patroon gebreid als de meerderingen voor de halslijn klaar zijn. NA NAALD 2: Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 5 keer (10 naalden gebreid) = 35-35-35-39-39-39-39 steken. De meerderingen voor de halslijn zijn klaar. Het werk meet ongeveer 8-9-10-11-12-13-14 cm vanaf de markeerder. 2 cm van de halslijndiepte ligt op het achterpand. Plaats de steken op een hulpdraad. Brei de rechterschouder over de rechter schouder achter als volgt. RECHTERSCHOUDER: Begin aan de goede kant bij het armsgat op de rechter schouder achter en neem 1 steek op aan de buitenkant van de schouder (kantsteek), neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot aan de hals (26-26-26-30-30-30-30 steken), eindig door 3 steken op te nemen in de opzetrand - zie ster in telpatroon A.3 = 30-30-30-34-34-34-34 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei de eerste naald aan de goede kant als volgt: 3 averecht, 1 recht, 1 gedraaid averecht, 1 recht, 6 averecht, 1 recht, 1 gedraaid averecht, 1 recht, 7 averecht, 1 recht, 1 gedraaid averecht, 1 recht, 5-5-5-9-9-9-9 averecht. Brei verder in patroon A.4 als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei 5-5-5-9-9-9-9 recht, brei A.4 tot er 3 steken over zijn, 3 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): 3 averecht, ga verder met het patroon tot er 5-5-5-9-9-9-9 steken over zijn, 5-5-5-9-9-9-9 averecht. Als het werk 4-5-6-7-8-9-10 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt (zorg ervoor dat dit dezelfde naald is als op de linkerschouder). Brei dan als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei 5-5-5-9-9-9-9 recht, ga verder met A.4 tot er 3 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. NAALD 2 (verkeerde kant): 3 averecht, ga verder met het patroon tot er 5-5-5-9-9-9-9 steken over zijn, 5-5-5-9-9-9-9 averecht. De gemeerderde steken worden gebreid in tricotsteek; Ze worden vervolgens in het patroon gebreid als de meerderingen voor de halslijn klaar zijn. NA NAALD 2: Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 5 keer (10 naalden gebreid) = 35-35-35-39-39-39-39 steken. VOORPAND: Voeg op de volgende naald (goede kant) de voorste schouders samen voor het voorpand als volgt: Ga verder met het patroon over de 35-35-35-39-39-39-39 steken op de rechterschouder, zet 29 steken op, ga verder met het patroon over de 35-35-35-39-39-39-39 steken op de linkerschouder = 99-99-99-107-107-107-107 steken. Het patroon past over de opgezette steken op de halslijn. Ga verder met A.4 over alle steken met 5-5-5-9-9-9-9 tricotsteken aan elke kant. Ga verder met dit patroon heen en weer gebreid tot A.2/A.4 in totaal 5 keer in de hoogte is gebreid vanaf de opgenomen naald op de schouder, eindig met de laatste naald in A.4. Het werk meet ongeveer 19 cm. Knip de draad af. De voor- en achterpanden worden nu samengevoegd en er worden steken opgenomen voor de mouwen als volgt. NAALD 1 (goede kant): Brei de eerste steek op het achterpand recht (deze steek hoort bij de mouw), voeg 1 markeerder in, ga verder met tricotsteek en patroon tot er 1 steek over is op het achterpand, voeg 1 markeerder in, brei de laatste steek op het achterpand recht (hoort bij de mouw), neem 59 steken op langs de zijkant van het achterpand en rechter voorpand. Brei aan de binnenkant van de buitenste steek (= mouwsteken), brei de eerste steek op het voorpand recht (hoort bij de mouw), voeg 1 markeerder in, ga verder met tricotsteek en patroon tot er 1 steek over is op het voorpand, voeg 1 markeerder in, brei de laatste steek op het voorpand recht (hoort bij de mouw), neem 59 steken op langs de zijkant van het linker voorpand en achterpand, aan de binnenkant van de buitenste steek (= mouwsteken) = 316-316-316-332-332-332-332 steken. Brei 1 recht, zodat de naald begint bij de markeerder in de overgang tussen het achterpand en de linkermouw. Er is 1 markeerdraad in elke overgang tussen het lijf en de mouwen, met 97-97-97-105-105-105-105 steken op de voor- en achterpanden en 61 steken op elke mouw = 316-316-316-332-332-332-332 steken. . PAS: De pas wordt in de rondte verder gebreid met tricotsteek en patroon, waarbij het patroon op de mouwen als volgt wordt bepaald: Ga verder met tricotsteek en patroon over het achterpand tot aan de markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, 5 recht, brei A.4 over de volgende 51 steken (brei dezelfde naald in het patroon als op het lijf, dus naald 2 in A.4), 5 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, ga verder met tricotsteek en patroon over het voorpand tot aan de markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei 5 recht, ga verder met A.4 over de volgende 51 steken, 5 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald. Het patroon is nu ook vastgesteld op de middelste 51 steken van elke mouw. Meerder nu op zowel het lijf als de mouwen, meerder 2 steken aan de binnenkant van de markeerders op het lijf zodat er 2 steken tussen de meerderingen op het lijf en de mouwen zijn. De gemeerderde steken worden in tricotsteek gebreid op zowel het lijf als de mouwen (d.w.z. het patroon wordt gebreid over de middelste 89 steken op de voor- en achterpanden en over de middelste 51 steken op elke mouw). Brei dan als volgt: NAALD 1: 2 recht, meerder 1 steek richting links, ga verder met tricotsteek en patroon tot er 2 steken over zijn op het achterpand voor de markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, ga verder met tricotsteek en patroon naar de volgende markeerder (= mouw), Meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, 2 recht, meerder 1 steek richting links, ga verder met tricotsteek en patroon tot er 2 steken over zijn op het voorpand voor de markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links Ga verder met tricotsteek en patroon naar de volgende markeerder (= mouw), Meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald (8 gemeerderde steken; 1 steek gemeerderd aan elke kant van de 2 steken in elke overgang tussen het lijf en de mouwen). NAALD 2: Ga verder met tricotsteek en patroon over alle steken zonder te meerderen. NA NAALD 2: Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 7-10-14-15-18-20-22 keer (14-20-28-30-36-40-44 naalden gebreid) = 75-81-89-91-97-101-105 steken op elke mouw en 111-117-125-135-141-145-149 steken op de voor- en achterpanden = 372-396-428-452-476-492-508 steken. De mouwen meten ongeveer 5-8-11-12-14-15-17 cm. Als het werk dubbel gevouwen wordt op de schouder moet het ongeveer 18-20-23-24-26-27-29 cm meten vanaf de buitenkant op de schouder en naar beneden over het armsgat. Als het werk korter is dan dit, brei dan verder zonder verdere meerderingen tot de juiste lengte. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN Bij het verdelen komen de markeerders op de voor- en achterpanden terecht in de maten XS, S, M, XL, XXL en XXXL (in maat L wordt het werk verdeeld bij de markeerders). Brei de eerste 111-117-125-135-141-145-149 steken zoals hiervoor (= achterpand), brei 1-1-1-0-1-3-5 steken recht (horen bij het achterpand), plaats de volgende 73-79-87-91-95-95-95 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 9-9-9-9-11-13-17 steken op (midden onder de mouw), brei 113-119-127-135-143-151-159 steken zoals hiervoor (voorpand), plaats de volgende 73-79-87-91-95-95-95 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 9-9-9-9-11-13-17 steken op (midden onder de mouw), brei de laatste 1-1-1-0-1-3-5 steken recht (horen bij het achterpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LIJF: = 244-256-272-288-308-328-352 steken. Ga verder met tricotsteek en patroon in de rondte; de middelste 9 opgezette steken onder elke mouw worden in A.4x gebreid (beginnend op dezelfde naald als de rest van het patroon), de andere opgezette steken worden recht gebreid. Brei tot het werk 46-48-50-52-54-56-58 cm meet vanaf de opzetrand midden achter, pas zo aan dat de laatste 3 naalden geen kabels of kantpatroon hebben. Ga verder met rondbreinaald 3 mm. Brei boordsteek in de rondte (1 recht en 1 averecht). Meerder TEGELIJKERTIJD op naald 1 4-8-12-16-20-26-32 steken verdeeld over de gebreide delen (meerder niet over het patroon) = 248-264-284-304-328-354-384 steken. Als de boordsteek 4 cm meet, kant dan af met boordsteek. De trui meet ongeveer 50-52-54-56-58-60-62 cm vanaf de opzetrand midden achter en 52-54-56-58-60-62-64 cm vanaf de bovenkant van de schouder. MOUWEN: Plaats de 73-79-87-91-95-95-95 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 4.5 mm en neem 1 steek op in elk van de 9-9-9-9-11-13-17 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 82-88-96-100-106-108-112 steken. Voeg een markeerdraad in voor 9 van de nieuwe steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Ga verder met tricotsteek en het patroon in de rondte. De middelste 9 van de nieuwe steken onder de mouw worden net als het lijf in A.4x gebreid, de andere nieuwe steken in tricotsteek. TEGELIJKERTIJD, als de mouw 1 cm meet vanaf de scheiding, minder dan aan elke kant van A.4x onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken iedere 10-8-5-4-3-3-3 cm in totaal 2-4-7-8-10-10-11 keer = 78-80-82-84-86-88-90 steken. Brei verder tot de mouw 46-44-42-40-39-39-38 cm meet vanaf de scheiding, pas zo aan dat de laatste 3 naalden geen kabels of kantpatroon hebben. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 3 mm. Brei boordsteek (1 recht en 1 averecht), meerder tegelijkertijd 2-4-4-4-6-6-6 steken verdeeld op de eerste naald over de gebreide delen (meerder niet over het patroon) = 80-84-86-88-92-94-96 steken. Als de boordsteek 4 cm meet, kant dan af met boordsteek. De mouw meet ca. 50-48-46-44-43-43-42 cm vanaf de scheiding en 55-56-57-56-57-58-59 cm vanaf de opneemsteken op de schouder. HALS: Gebruik rondbreinaald 3 mm. Begin aan de goede kant bij een schouderlijn en neem 106-108-112-114-116-118-122 steken op rondom de halslijn, aan de binnenkant van 1 steek; het aantal steken moet deelbaar zijn door 2. Brei boordsteek in de rondte (1 recht en 1 averecht) voor 4-4-4-4½-4½-5-5 cm. Kant af met boordsteek. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #luckycablessweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 38 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|||||||||||||||||||||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 273-3
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.