DROPS Super Sale · BESPAAR 30% op 5 knusse wolgarens.
DROPS Karisma
100% wol
vanaf 1.85 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 24.05€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Autumn & Winter 26/27

Lucky Cables Sweater

Gebreide trui in DROPS Karisma. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met Europese pas, kabels en kantpatroon. Maten XS - XXXL.

Markeer maat:


DROPS 273-3

#luckycablessweater

DROPS Design: Patroon u-1002
Garengroep B
-------------------------------------------------------

MATEN:
XS - S - M - L - XL - XXL - XXXL

GAREN:
DROPS KARISMA van garnstudio (behoort tot garengroep B)
650-750-800-900-950-1050-1150 g kleur 89, Ochtendmist

NAALDEN:
DROPS RONDBREINAALD 4.5 MM: Lengte 40 cm en 80 cm.
DROPS RONDBREINAALD 3 MM: Lengte 40 cm en 80 cm.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 4.5 MM.
DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3 MM.
DROPS KABELNAALD.
De techniek MAGIC LOOP kan gebruikt worden – u heeft dan alleen een rondbreinaald van 80 cm nodig in elke maat.

STEKENVERHOUDING:
20 steken in de breedte en 26 naalden in de hoogte met tricotsteek op naald 4.5 mm = 10 x 10 cm.
20 steken in de breedte en 26 naalden in de hoogte met patroon A.2/A.4 op naald 4.5 mm = 10 x 10 cm.
A.2/A.4 (= 19 steken in de breedte) op naald 4.5 mm = ongeveer 7½ cm.
LET OP: De naalddikte is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een grotere naald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, ga dan verder met een kleinere naald.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

Misschien vindt u deze ook leuk...

DROPS Karisma
100% wol
vanaf 1.85 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 24.05€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

0
0


-------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.4.
Als er te weinig steken zijn om te kabelen of voor een volledige herhaling van het patroon, brei dan de steken in tricotsteek tot er genoeg steken zijn (tenzij anders aangegeven in de telpatronen).
De telpatronen tonen het patroon aan de goede kant.
De telpatronen worden van rechts naar links gebreid als u aan de goede kant breit en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit.

TIP VOOR HET MEERDEREN-1:
MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de GOEDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus aan de achterkant van de naald.
MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de GOEDE KANT:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt.
Brei de nieuwe steken in het patroon.

TIP VOOR HET MEERDEREN-2:
MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- op de verkeerde kant:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei averecht door de lus aan de voorkant van de naald.
MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – op de verkeerde kant:
Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei averecht door de lus aan de achterkant van de naald.
Brei de nieuwe steken in het patroon.

MOUWTIP:
Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 1 steek aan elke kant van A.4x onder de mouw als volgt:
Brei tot er 2 steken over zijn voor A.4x, 2 recht samen, A.4x recht over de volgende 9 steken, haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd).

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK.
Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig.
Als er een «0» in uw maat staat, sla dan de informatie over en ga gelijk verder met de volgende instructie.
Brei volgens punten 1 – 5.
1. ACHTERPAND:
Zet steken op voor de achterkant van de hals. Brei het achterpand heen en weer, van boven naar beneden, meerder steken aan elke kant tot het aantal schoudersteken bereikt is. Het achterpand heeft ietwat diagonale schouders. Brei tot de juiste lengte.
2. VOORPAND:
Wordt in 2 delen gebreid (elke kant van de hals). Begin door steken op te nemen langs een schouder achter, brei in patroon naar beneden en meerder voor de halslijn. Herhaal op de andere schouder. Er worden steken opgezet voor de halslijn en de 2 schouders worden samengevoegd voor het voorpand welke op de juiste lengte wordt gebreid.
3. PAS:
Plaats alle steken op dezelfde rondbreinaald, brei eerst het voorpand, neem steken op voor een mouw langs de zijkant van de voor- en achterpanden, brei het achterpand, neem steken op voor de tweede mouw langs de andere kant van de voor- en achterpanden. De pas wordt in de rondte verder gebreid.
4. MEERDEREN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN:
Terwijl u verder gaat met de pas, worden er steken gemeerderd op het lijf en de mouwen.
5. LIJF EN MOUWEN:
Als de meerderingen en de pas klaar zijn, wordt de pas verdeeld voor het lijf en de mouwen. Het lijf wordt verder in de rondte gebreid terwijl de mouwen wachten. Dan worden de mouwen in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de hals wordt in de rondte gebreid op het einde.

-------------------------------------------------------

ACHTERPAND:
Het werk wordt heen en weer gebreid op de rondbreinaald. Zet 47 steken op in alle maten met rondbreinaald 4.5 mm en DROPS Karisma.
Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant. Brei nu in PATROON heen en weer gebreid, meerder als volgt – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en TIP VOOR HET MEERDEREN-2:
LET OP: Meerder aan de goede kant richting links aan het begin van de naald en richting rechts aan het einde van de naald. Meerder aan de verkeerde kant richting rechts aan het begin van de naald en richting links aan het einde van de naald.
NAALD 1 (goede kant): Brei A.1, A.2, A.3 (2 gemeerderde steken).
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei A.3, A.2, A.1 (2 gemeerderde steken).
NA NAALD 2:
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 13-13-13-15-15-15-15 keer (26-26-26-30-30-30-30 naalden gebreid). In de 3 kleinste maten breit u tot en met de naald gemarkeerd met een pijl, in de 4 grootste maten breit u het hele telpatroon (geldt voor A.1 en A.3) = 99-99-99-107-107-107-107 steken. Denk om de stekenverhouding. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad.
Voeg 1 markeerder in aan de buitenkant van een zijkant; het werk wordt nu vanaf hier gemeten.

Het patroon is nu op het achterpand gecreëerd. Brei 14-14-14-10-10-10-10 naalden heen en weer, met 5-5-5-9-9-9-9 tricotsteken aan elke kant en zonder te meerderen, eindig met de laatste naald in A.2. Het werk meet ongeveer 15 cm vanaf de opzetrand en 5-5-5-4-4-4-4 cm vanaf de markeerder aan de zijkant. Knip de draad af, plaats de steken op een hulpdraad.

LINKERSCHOUDER:
Vind de linker schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer, met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de linkerkant van het werk = linkerschouder.
Begin aan de goede kant bij de hals op de linker schouder achter en neem 3 steken op aan de buitenkant van de opzetrand - zie ster in telpatroon A.1, neem dan 1 steek op in elke gebreide naald aan de binnenkant van de buitenste steek tot het armsgat (26-26-26-30-30-30-30 steken), eindig door 1 steek op te nemen aan de buitenkant op de schouder (kantsteek) = 30-30-30-34-34-34-34 schoudersteken.

Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting.
Brei de eerste naald aan de verkeerde kant als volgt:
Brei 5-5-5-9-9-9-9 averecht, 1 recht, 1 gedraaid averecht, 1 recht, 7 averecht, 1 recht, 1 gedraaid averecht, 1 recht, 6 averecht, 1 recht, 1 gedraaid averecht, 1 recht, 3 averecht.

Ga verder met patroon A.2 als volgt:
NAALD 1 (goede kant): 3 recht, brei A.2 tot er 5-5-5-9-9-9-9 steken over zijn op de naald, 5-5-5-9-9-9-9 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 5-5-5-9-9-9-9 averecht, ga verder met het patroon tot er 3 steken over zijn, 3 averecht.

Als het werk 4-5-6-7-8-9-10 cm meet , meerder dan voor de halslijn als volgt (noteer welke naald dit is, zodat u op dezelfde naald op de rechterschouder begint). Brei dan als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. 3 recht, meerder 1 steek richting links, ga verder met het patroon tot er 5-5-5-9-9-9-9 steken over zijn, 5-5-5-9-9-9-9 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): Brei 5-5-5-9-9-9-9 averecht, ga verder met het patroon tot er 3 steken over zijn, 3 averecht. De gemeerderde steken worden gebreid in tricotsteek; Ze worden vervolgens in het patroon gebreid als de meerderingen voor de halslijn klaar zijn.
NA NAALD 2:
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 5 keer (10 naalden gebreid) = 35-35-35-39-39-39-39 steken. De meerderingen voor de halslijn zijn klaar. Het werk meet ongeveer 8-9-10-11-12-13-14 cm vanaf de markeerder. 2 cm van de halslijndiepte ligt op het achterpand.
Plaats de steken op een hulpdraad. Brei de rechterschouder over de rechter schouder achter als volgt.

RECHTERSCHOUDER:
Begin aan de goede kant bij het armsgat op de rechter schouder achter en neem 1 steek op aan de buitenkant van de schouder (kantsteek), neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot aan de hals (26-26-26-30-30-30-30 steken), eindig door 3 steken op te nemen in de opzetrand - zie ster in telpatroon A.3 = 30-30-30-34-34-34-34 schoudersteken.

Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting.
Brei de eerste naald aan de goede kant als volgt:
3 averecht, 1 recht, 1 gedraaid averecht, 1 recht, 6 averecht, 1 recht, 1 gedraaid averecht, 1 recht, 7 averecht, 1 recht, 1 gedraaid averecht, 1 recht, 5-5-5-9-9-9-9 averecht.

Brei verder in patroon A.4 als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Brei 5-5-5-9-9-9-9 recht, brei A.4 tot er 3 steken over zijn, 3 recht.
NAALD 2 (verkeerde kant): 3 averecht, ga verder met het patroon tot er 5-5-5-9-9-9-9 steken over zijn, 5-5-5-9-9-9-9 averecht.

Als het werk 4-5-6-7-8-9-10 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt (zorg ervoor dat dit dezelfde naald is als op de linkerschouder). Brei dan als volgt:
NAALD 1 (goede kant): Brei 5-5-5-9-9-9-9 recht, ga verder met A.4 tot er 3 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1.
NAALD 2 (verkeerde kant): 3 averecht, ga verder met het patroon tot er 5-5-5-9-9-9-9 steken over zijn, 5-5-5-9-9-9-9 averecht. De gemeerderde steken worden gebreid in tricotsteek; Ze worden vervolgens in het patroon gebreid als de meerderingen voor de halslijn klaar zijn.
NA NAALD 2:
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 5 keer (10 naalden gebreid) = 35-35-35-39-39-39-39 steken.

VOORPAND:
Voeg op de volgende naald (goede kant) de voorste schouders samen voor het voorpand als volgt:
Ga verder met het patroon over de 35-35-35-39-39-39-39 steken op de rechterschouder, zet 29 steken op, ga verder met het patroon over de 35-35-35-39-39-39-39 steken op de linkerschouder = 99-99-99-107-107-107-107 steken. Het patroon past over de opgezette steken op de halslijn. Ga verder met A.4 over alle steken met 5-5-5-9-9-9-9 tricotsteken aan elke kant.

Ga verder met dit patroon heen en weer gebreid tot A.2/A.4 in totaal 5 keer in de hoogte is gebreid vanaf de opgenomen naald op de schouder, eindig met de laatste naald in A.4. Het werk meet ongeveer 19 cm. Knip de draad af.
De voor- en achterpanden worden nu samengevoegd en er worden steken opgenomen voor de mouwen als volgt.

NAALD 1 (goede kant): Brei de eerste steek op het achterpand recht (deze steek hoort bij de mouw), voeg 1 markeerder in, ga verder met tricotsteek en patroon tot er 1 steek over is op het achterpand, voeg 1 markeerder in, brei de laatste steek op het achterpand recht (hoort bij de mouw), neem 59 steken op langs de zijkant van het achterpand en rechter voorpand. Brei aan de binnenkant van de buitenste steek (= mouwsteken), brei de eerste steek op het voorpand recht (hoort bij de mouw), voeg 1 markeerder in, ga verder met tricotsteek en patroon tot er 1 steek over is op het voorpand, voeg 1 markeerder in, brei de laatste steek op het voorpand recht (hoort bij de mouw), neem 59 steken op langs de zijkant van het linker voorpand en achterpand, aan de binnenkant van de buitenste steek (= mouwsteken) = 316-316-316-332-332-332-332 steken.
Brei 1 recht, zodat de naald begint bij de markeerder in de overgang tussen het achterpand en de linkermouw.
Er is 1 markeerdraad in elke overgang tussen het lijf en de mouwen, met 97-97-97-105-105-105-105 steken op de voor- en achterpanden en 61 steken op elke mouw = 316-316-316-332-332-332-332 steken.
.

PAS:
De pas wordt in de rondte verder gebreid met tricotsteek en patroon, waarbij het patroon op de mouwen als volgt wordt bepaald:
Ga verder met tricotsteek en patroon over het achterpand tot aan de markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, 5 recht, brei A.4 over de volgende 51 steken (brei dezelfde naald in het patroon als op het lijf, dus naald 2 in A.4), 5 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, ga verder met tricotsteek en patroon over het voorpand tot aan de markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei 5 recht, ga verder met A.4 over de volgende 51 steken, 5 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald.
Het patroon is nu ook vastgesteld op de middelste 51 steken van elke mouw.

Meerder nu op zowel het lijf als de mouwen, meerder 2 steken aan de binnenkant van de markeerders op het lijf zodat er 2 steken tussen de meerderingen op het lijf en de mouwen zijn. De gemeerderde steken worden in tricotsteek gebreid op zowel het lijf als de mouwen (d.w.z. het patroon wordt gebreid over de middelste 89 steken op de voor- en achterpanden en over de middelste 51 steken op elke mouw).
Brei dan als volgt:

NAALD 1: 2 recht, meerder 1 steek richting links, ga verder met tricotsteek en patroon tot er 2 steken over zijn op het achterpand voor de markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, ga verder met tricotsteek en patroon naar de volgende markeerder (= mouw), Meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, 2 recht, meerder 1 steek richting links, ga verder met tricotsteek en patroon tot er 2 steken over zijn op het voorpand voor de markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links Ga verder met tricotsteek en patroon naar de volgende markeerder (= mouw), Meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald (8 gemeerderde steken; 1 steek gemeerderd aan elke kant van de 2 steken in elke overgang tussen het lijf en de mouwen).
NAALD 2: Ga verder met tricotsteek en patroon over alle steken zonder te meerderen.
NA NAALD 2:
Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 7-10-14-15-18-20-22 keer (14-20-28-30-36-40-44 naalden gebreid) = 75-81-89-91-97-101-105 steken op elke mouw en 111-117-125-135-141-145-149 steken op de voor- en achterpanden = 372-396-428-452-476-492-508 steken.

De mouwen meten ongeveer 5-8-11-12-14-15-17 cm. Als het werk dubbel gevouwen wordt op de schouder moet het ongeveer 18-20-23-24-26-27-29 cm meten vanaf de buitenkant op de schouder en naar beneden over het armsgat. Als het werk korter is dan dit, brei dan verder zonder verdere meerderingen tot de juiste lengte.
Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen.

VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN
Bij het verdelen komen de markeerders op de voor- en achterpanden terecht in de maten XS, S, M, XL, XXL en XXXL (in maat L wordt het werk verdeeld bij de markeerders).
Brei de eerste 111-117-125-135-141-145-149 steken zoals hiervoor (= achterpand), brei 1-1-1-0-1-3-5 steken recht (horen bij het achterpand), plaats de volgende 73-79-87-91-95-95-95 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 9-9-9-9-11-13-17 steken op (midden onder de mouw), brei 113-119-127-135-143-151-159 steken zoals hiervoor (voorpand), plaats de volgende 73-79-87-91-95-95-95 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 9-9-9-9-11-13-17 steken op (midden onder de mouw), brei de laatste 1-1-1-0-1-3-5 steken recht (horen bij het achterpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid.

LIJF:
= 244-256-272-288-308-328-352 steken.
Ga verder met tricotsteek en patroon in de rondte; de middelste 9 opgezette steken onder elke mouw worden in A.4x gebreid (beginnend op dezelfde naald als de rest van het patroon), de andere opgezette steken worden recht gebreid.
Brei tot het werk 46-48-50-52-54-56-58 cm meet vanaf de opzetrand midden achter, pas zo aan dat de laatste 3 naalden geen kabels of kantpatroon hebben.
Ga verder met rondbreinaald 3 mm. Brei boordsteek in de rondte (1 recht en 1 averecht). Meerder TEGELIJKERTIJD op naald 1 4-8-12-16-20-26-32 steken verdeeld over de gebreide delen (meerder niet over het patroon) = 248-264-284-304-328-354-384 steken.
Als de boordsteek 4 cm meet, kant dan af met boordsteek.
De trui meet ongeveer 50-52-54-56-58-60-62 cm vanaf de opzetrand midden achter en 52-54-56-58-60-62-64 cm vanaf de bovenkant van de schouder.

MOUWEN:
Plaats de 73-79-87-91-95-95-95 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 4.5 mm en neem 1 steek op in elk van de 9-9-9-9-11-13-17 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 82-88-96-100-106-108-112 steken. Voeg een markeerdraad in voor 9 van de nieuwe steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad.
Ga verder met tricotsteek en het patroon in de rondte. De middelste 9 van de nieuwe steken onder de mouw worden net als het lijf in A.4x gebreid, de andere nieuwe steken in tricotsteek.
TEGELIJKERTIJD, als de mouw 1 cm meet vanaf de scheiding, minder dan aan elke kant van A.4x onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken iedere 10-8-5-4-3-3-3 cm in totaal 2-4-7-8-10-10-11 keer = 78-80-82-84-86-88-90 steken.
Brei verder tot de mouw 46-44-42-40-39-39-38 cm meet vanaf de scheiding, pas zo aan dat de laatste 3 naalden geen kabels of kantpatroon hebben.
Ga verder met breinaalden zonder knop maat 3 mm. Brei boordsteek (1 recht en 1 averecht), meerder tegelijkertijd 2-4-4-4-6-6-6 steken verdeeld op de eerste naald over de gebreide delen (meerder niet over het patroon) = 80-84-86-88-92-94-96 steken.
Als de boordsteek 4 cm meet, kant dan af met boordsteek. De mouw meet ca. 50-48-46-44-43-43-42 cm vanaf de scheiding en 55-56-57-56-57-58-59 cm vanaf de opneemsteken op de schouder.

HALS:
Gebruik rondbreinaald 3 mm. Begin aan de goede kant bij een schouderlijn en neem 106-108-112-114-116-118-122 steken op rondom de halslijn, aan de binnenkant van 1 steek; het aantal steken moet deelbaar zijn door 2. Brei boordsteek in de rondte (1 recht en 1 averecht) voor 4-4-4-4½-4½-5-5 cm. Kant af met boordsteek.

Telpatroon

recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant = recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant = averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
gedraaid recht aan de goede kant, gedraaid averecht aan de verkeerde kant = gedraaid recht aan de goede kant, gedraaid averecht aan de verkeerde kant
meerder 1 steek – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en TIP VOOR HET MEERDEREN-2; Meerder aan de goede kant richting links aan het begin van de naald en richting rechts aan het einde van de naald. Meerder aan de verkeerde kant richting rechts aan het begin van de naald en richting links aan het einde van de naald = meerder 1 steek – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en TIP VOOR HET MEERDEREN-2; Meerder aan de goede kant richting links aan het begin van de naald en richting rechts aan het einde van de naald. Meerder aan de verkeerde kant richting rechts aan het begin van de naald en richting links aan het einde van de naald
2 recht samen = 2 recht samen
maak 1 omslag tussen 2 steken, welke in tricotsteek wordt gebreid op de volgende naald zodat er een gaatje ontstaat = maak 1 omslag tussen 2 steken, welke in tricotsteek wordt gebreid op de volgende naald zodat er een gaatje ontstaat
haal 1 steek recht af, 2 recht samen, haal de afgehaalde steek over de samengebreide steken = haal 1 steek recht af, 2 recht samen, haal de afgehaalde steek over de samengebreide steken
plaats 3 steken op een kabelnaald achter het werk, 3 recht, 3 recht van de kabelnaald = plaats 3 steken op een kabelnaald achter het werk, 3 recht, 3 recht van de kabelnaald
deze 3 steken laten zien waar de eerste/laatste steken op de halslijn zijn opgenomen op de schouders van de voorkant, zodat het patroon overeenkomt met het achterpand = deze 3 steken laten zien waar de eerste/laatste steken op de halslijn zijn opgenomen op de schouders van de voorkant, zodat het patroon overeenkomt met het achterpand
pijl markeert de laatste naald in het telpatroon in de maten XS, S en M = pijl markeert de laatste naald in het telpatroon in de maten XS, S en M
Diagram for DROPS 273-3
Diagram for DROPS 273-3
Diagram for DROPS 273-3

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen. Leren breien

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

De garenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!
Heeft u dit patroon gemaakt?
Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #luckycablessweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij.

Laat een opmerking achter voor DROPS 273-3

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (4)

country flag Fra schreef:

Buongiorno. Lavorando il dietro, ad un certo punto si taglia il filo e si mettono maglie in sospeso. Dopo c’è scritto «  lavorare 14 ferri avanti e indietro  ». Ma da dove, se ho messo le maglie in sospeso? Dal primo ferro di inizio? Grazie x l’aiuto

02.11.2026 - 21:43

country flag Erika Rainer 5630 Bad Hofgastein schreef:

Leider kann ich die Anleitung für das Muster für den lucky cables sweater drops 273-3 nicht finden. Bitte um Zusendung dieser mit Maschenangaben. Vielen Dank die wolle ist super.

29.10.2026 - 12:08

DROPS Design antwoorde:

Liebe Erika, die Diagramme (das Muster) finden Sie ganz am Ende der Anleitung, dort gibt es auch die Symbolerklärung zu den einzelnen Symbolen im Diagramm. Viel Spaß beim Stricken!

29.10.2026 - 21:18

country flag Henry schreef:

Hello, what a beautiful pattern! I was wondering if there is a cardigan version of it

19.10.2026 - 00:32

DROPS Design antwoorde:

Dear Henry, unfortunately we don't have a cardigan version of this pattern. Happy knitting!

19.10.2026 - 01:04

country flag Doris schreef:

Hallo wie kann ich diese Strickanleitung umrechnen? Mir ist nicht klar, warum beim Rumpfteil 288 Maschen 60cm, resp. 120 cm ergeben. Die Strickprobe besagt 20 M = 10cm. Das ergäbe doch 144cm resp. 72cm mache ich da einen Überlegungsfehler? Wenn ich mit in meiner Maschenprobe 25M = 10cm erhalte und ich grösse XL stricke ergäbe dies einen Breite von 61.6 cm? Irgendwie bin ich glaube ich zu doof.... Vielen Dank für Ihre Antwort. Herzlich Doris Würscher

15.10.2026 - 17:42

DROPS Design antwoorde:

Liebe Doris, die Maschenprobe wird 20 Mazschen glattrechts = 10 x 10 cm und die 19 Maschen A.2/A.4 = ca 7,5 cm (man braucht mehr Maschen fürs Glattrechts als für Zöpfe) - Beim Rumfpteil sind es etwas mehr als 16 Rapporte A.2/A.4 = 16x 7.5= 120 cm / 2 = ca 60 cm. So sollte Ihre Maschenprobe stimmen, dann stimmen die fertigen Maßnahmen. Viel Spaß beim Stricken!

16.10.2026 - 16:12