Pastel Bloom Sweater#pastelbloomsweater |
|
![]() |
![]() |
Gebreide trui in DROPS Fiesta en DROPS Kid-Silk. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid in tricotsteek met Europese pas, korte mouwen en rolhalsrand. Maten XS - XXXL.
DROPS 266-29 |
|
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- TIP VOOR HET MEERDEREN-1: MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de goede kant (de nieuwe steek draait naar links): Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus aan de achterkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de goede kant (de nieuwe steek draait naar rechts): Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). TIP VOOR HET MEERDEREN-2 (voor de overgang naar boordsteek): Bij het gelijkmatig meerderen op de eerste naald boordsteek is het belangrijk om de steken die daarna averecht worden gebreid te meerderen, zodat alle rechte steken vanaf de tricotsteek netjes doorlopen. ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK. Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Brei volgens punten 1 – 5. 1. ACHTERPAND: Zet steken op voor de achterkant van de hals. Brei het achterpand heen en weer, van boven naar beneden, meerder steken aan elke kant tot het aantal schoudersteken bereikt is. Het achterpand heeft licht diagonale schouders. 2. VOORPAND: Wordt in 2 delen gebreid (elke kant van de hals). Begin door steken op te nemen langs een schouder achter, brei naar beneden en meerder voor de halslijn. Herhaal op de andere schouder. Zet dan steken op voor de halslijn, voeg de 2 voorpanden samen en ga verder met het voorpand heen en weer gebreid tot de juiste lengte. 3. PAS: Plaats alle steken op dezelfde rondbreinaald, brei eerst het voorpand, neem steken op voor de mouw langs een kant van het voorpand, brei het achterpand, neem steken op voor de mouw langs de andere kant van het voorpand. De pas wordt in de rondte voortgezet. 4. MEERDEREN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Terwijl u doorgaat met de passteken worden er gemeerderd, eerst voor de mouwen en later voor zowel het lijf als de mouwen. 5. LIJF EN MOUWEN: Als de meerderingen en de pas klaar zijn, wordt de pas verdeeld voor het lijf en de mouwen. Het lijf wordt in de rondte afgewerkt terwijl de mouwen wachten. Dan worden de mouwen in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de hals wordt in de rondte gebreid op het einde. ACHTERPAND: Het werk wordt heen en weer gebreid. Zet 28-28-30-32-34-34-36 steken op met rondbreinaald 4.5 mm, 1 draad DROPS Fiesta en 1 draad DROPS Kid-Silk (2 draden). NAALD 1 (verkeerde kant): Averecht, zet 2 steken op aan het einde van de naald. NAALD 2 (goede kant): Recht, zet 2 steken op aan het einde van de naald NA NAALD 2: Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 9-10-10-10-10-11-11 keer (18-20-20-20-20-22-22 naalden gebreid) = 64-68-70-72-74-78-80 steken. Denk om de stekenverhouding. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. LINKERSCHOUDER: Vind de linker schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer, met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de linkerkant van het werk = linkerschouder. Begin aan de goede kant bij de hals op de linker schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot het armsgat (18-20-20-20-20-22-22 schoudersteken). Wees extra voorzichtig bij het breien van de nieuwe steken, brei recht aan de binnenkant van de steken die opgezet zijn, zodat de opneemrand netjes is. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand zijn vanaf deze markeerdraad genomen. NAALD 1 (verkeerde kant): 2 averecht, brei recht tot er 2 steken over zijn, 2 averecht. NAALD 2 (goede kant): Recht. NAALD 3 (verkeerde kant): 2 averecht, brei recht tot er 2 steken over zijn, 2 averecht. Er zijn nu 2 ribbels zichtbaar aan de rechterkant, met 2 tricotsteken aan elke kant. Ga verder met tricotsteek tot het werk 7-7-7-7-7-7-8 cm meet. Meerder nu voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1. 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot het einde van de naald. NAALD 2 (verkeerde kant): Averecht. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 5-5-6-6-7-7-7 keer (10-10-12-12-14-14-14 naalden gebreid) = 23-25-26-26-27-29-29 steken. De halsmeerderingen zijn klaar en het werk meet ongeveer 11-11-12-12-13-13-14 cm vanaf de markeerder. 2 cm van de halsdiepte zit op het achterpand. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. Brei de rechter schouder voor over de rechter schouder achter als volgt:. RECHTERSCHOUDER: Begin aan de goede kant bij het armsgat op de rechter schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot aan de halslijn (18-20-20-20-20-22-22 schoudersteken). Wees extra voorzichtig bij het opnemen aan de binnenkant van de 2 opgezette steken, zodat de opneemrand netjes is. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand zijn vanaf deze markeerdraad genomen. NAALD 1 (verkeerde kant): 2 averecht, brei recht tot er 2 steken over zijn, 2 averecht. NAALD 2 (goede kant): Recht. NAALD 3 (verkeerde kant): 2 averecht, brei recht tot er 2 steken over zijn, 2 averecht. Er zijn 2 zichtbare ribbels aan de rechterkant, met 2 tricotsteken aan elke kant. Ga verder met tricotsteek tot het werk 7-7-7-7-7-7-8 cm meet. Meerder nu voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht - denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. NAALD 2 (verkeerde kant): Averecht. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 5-5-6-6-7-7-7 keer (10-10-12-12-14-14-14 naalden gebreid) = 23-25-26-26-27-29-29 steken. De halsmeerderingen zijn klaar en het werk meet ongeveer 11-11-12-12-13-13-14 cm vanaf de markeerder. VOORPAND: Voeg op de volgende naald (goede kant) de 2 schouders samen voor het voorpand als volgt: Brei de 23-25-26-26-27-29-29 steken op de rechter schouder voor, zet 18-18-18-20-20-20-22 steken op voor de halslijn, brei de 23-25-26-26-27-29-29 steken op de linker schouder voor = 64-68-70-72-74-78-80 steken. Brei averecht terug aan de verkeerde kant. Voeg nu de voor- en achterpanden samen en neem steken op voor de mouwen. NAALD 1 (goede kant): Brei de eerste 2 steken op het voorpand recht samen (1 steek geminderd), brei recht tot er 2 steken over zijn op het voorpand, haal 1 steek af, 1 recht, haal de afgehaalde steek over (1 steek geminderd), voeg 1 markeerder in, neem 20-20-22-22-24-24-26 steken op langs de linkerkant van het voorpand (= mouwsteken, opgenomen aan de binnenkant van de buitenste steek), voeg 1 markeerder in, brei de eerste 2 steken op het achterpand recht samen (1 steek geminderd), brei recht tot er 2 steken over zijn op het achterpand, haal 1 steek af, 1 recht, haal de afgehaalde steek over (1 steek geminderd), voeg 1 markeerder in, neem 20-20-22-22-24-24-26 steken op langs de rechterkant van het voorpand (= mouwsteken, opgenomen aan de binnenkant van de buitenste steek), voeg 1 markeerder in = 164-172-180-184-192-200-208 steken. PAS: Ga verder in de rondte. NAALD 1: Brei recht en meerder 1 steek aan elke kant van beide mouwen – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1, meerder 1 steek richting links aan het begin van de mouw en 1 steek richting rechts aan het einde van de mouw. Het aantal steken op de mouwen neemt toe, maar blijft hetzelfde op de voor- en achterpanden. Brei deze naald in totaal 2-2-1-1-1-1-1 keer =24-24-24-24-26-26-28 steken op elke mouw en 62-66-68-70-72-76-78 steken op de voor- en achterpanden = 172-180-184-188-196-204-212 steken. Ga verder als volgt: NAALD 1: Brei recht en meerder 1 steek aan elke kant van elke mouw zoals hiervoor, denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Het aantal steken op de mouwen neemt toe, maar blijft hetzelfde op de voor- en achterpanden. NAALD 2: Brei recht zonder te meerderen. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 3-4-2-4-2-2-1 keer (6-8-4-8-4-4-2 naalden gebreid. Er zijn in totaal 5-6-3-5-3-3-2 meerderingen in de hoogte op de mouwen: 30-32-28-32-30-30-30 steken op elke mouw en 62-66-68-70-72-76-78 steken op de voor- en achterpanden) = 184-196-192-204-204-212-216 steken. Meerder nu op zowel het lijf als de mouwen, meerder 1 steek na/voor de markeerders op het lijf zodat er 1 steek tussen de meerderingen op de mouwen en het lijf zit: NAALD 1: 1 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 1 steek over is op het voorpand voor de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 1 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, Verplaats de markeerdraad naar de rechter naald (= mouw), 1 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 1 steek over is op het achterpand voor de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 1 recht, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald (= mouw). 8 gemeerderde steken, 1 steek gemeerderd aan elke kant van 1 gebreide steek in elke overgang tussen het lijf en de mouwen. NAALD 2: Brei recht zonder te meerderen. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 10-11-13-15-18-21-24 keer (20-22-26-30-36-42-48 naalden gebreid). Er zijn in totaal 15-17-16-20-21-24-26 meerderingen in de hoogte op de mouwen en 10-11-13-15-18-21-24 meerderingen in de hoogte op het lijf: 50-54-54-62-66-72-78 steken op elke mouw en 82-88-94-100-108-118-126 steken op de voor- en achterpanden = 264-284-296-324-348-380-408 steken. De mouwen meten ongeveer 12-13-13-16-17-20-21 cm. Als u de trui dubbel vouwt op de schouder, meet de pas ongeveer 18-19-19-22-24-27-28 cm meten vanaf de buitenkant op de schouder en naar beneden over het armsgat. Brei indien nodig verder tot deze lengte zonder verdere meerderingen. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Brei de eerste 82-88-94-100-108-118-126 steken recht (= voorpand), plaats de volgende 50-54-54-62-66-72-78 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-8-8-10-10-12 steken op (midden onder de mouw), brei 82-88-94-100-108-118-126 recht (= achterpand), plaats de volgende 50-54-54-62-66-72-78 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-8-8-10-10-12 steken op (midden onder de mouw). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LIJF: = 176-188-204-216-236-256-276 steken. Ga verder met tricotsteek in de rondte tot het werk 46-49-51-53-54-56-58 cm meet vanaf de opzetrand midden achter. Ga verder met rondbreinaald 3.5 mm. Brei boordsteek (2 recht, 2 averecht), meerder tegelijkertijd 20-20-24-24-28-28-32 steken verdeeld op de eerste naald – lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2 in de uitleg hierboven = 196-208-228-240-264-284-308 steken. Als de boordsteek 3-3-3-3-4-4-4 cm meet, kant dan af met boordsteek. De trui meet ongeveer 51-54-56-58-60-62-64 cm vanaf de bovenkant van de schouder. MOUWEN: Plaats de 50-54-54-62-66-72-78 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 4.5 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-6-8-8-10-10-12 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 56-60-62-70-76-82-90 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 6-6-8-8-10-10-12 steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Brei in tricotsteek in de rondte. Minder TEGELIJKERTIJD na de eerste naald de steken midden onder de mouw als volgt – lees TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 keer 2 steken, minder dan 2 steken om de 2 cm, 2-2-1-2-1-0-1 keer = 50-54-58-64-72-80-86 steken. Brei verder tot de mouw 12-11-10-10-8-6-6 cm meet vanaf de scheiding. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 3.5 mm. Brei boordsteek (2 recht, 2 averecht), meerder tegelijkertijd 6-6-6-8-8-8-10 steken verdeeld op de eerste naald – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-2 = 56-60-64-72-80-88-96 steken. Als de boordsteek 3-3-3-3-4-4-4 cm meet, kant dan ietwat losjes af met boordsteek. De mouw meet ongeveer 29-29-29-30-30-30-31 cm vanaf de schouder. HALS: Gebruik rondbreinaald 3.5 mm en 1 draad van elke kwaliteit (2 draden). Begin aan de goede kant op een schouderlijn en neem 76 tot 104 steken op rondom de halslijn. Brei 3 naalden recht, pas indien nodig het aantal steken aan op de eerste naald (moet deelbaar zijn door 4). Brei boordsteek in de rondte (2 recht, 2 averecht) voor 3-3-3-3-4-4-4 cm. Brei 3 naalden recht (= rolrand) en kant ietwat losjes af met recht. |
|
![]() |
|
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #pastelbloomsweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 23 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|
Laat een opmerking achter voor DROPS 266-29
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.