Spring Dawn Top#springdawntop |
||||||||||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||||||||
Gebreide trui met korte mouwen in DROPS BabyMerino of DROPS Safran. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid met Europese pas, korte mouwen en kantpatroon. Maat XS – XXXL.
DROPS 268-16 |
||||||||||||||||
|
---------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ---------------------------------------------------------- PATROON: Zie telpatronen A.1 tot A.3. De telpatronen tonen alle naalden in het patroon aan de goede kant gezien. LET OP! Brei patroon op het voorpand en achterpand en tricotsteek op de mouwen. Brei de gemeerderde steken in patroon maar brei de steken in tricotsteek tot er ruimte is voor een heel nieuw kantpatroon in de breedte. LET OP! Vermijd een kantpatroon tot aan de overgang tussen het voorpand/achterpand en de mouwen. TIP VOOR HET MEERDEREN-1: MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS- aan de goede kant: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei de steek recht in de lus achter de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS - aan de goede kant: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei de steek recht in de lus aan de voorkant van de naald. TIP VOOR HET MEERDEREN-2:MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS - op de verkeerde kant: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei de steek averecht in de lus aan de voorkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS - op de verkeerde kant: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei de steek averecht in de lus achter de naald. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, ontstaat er een klein gaatje in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouwen. De gaatjes kunnen gesloten worden door de draad tussen twee steken op te nemen - brei deze draad gedraaid samen met de eerste steek tussen het lijf en de mouw om het gaatje te sluiten. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 2 steken geminderd). ---------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ---------------------------------------------------------- TRUI - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK: In dit patroon worden naalden van verschillende lengte gebruikt, begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel indien nodig. Het kledingstuk wordt gebreid volgens punt 1 - 5. 1. ACHTERPAND: Zet steken op aan de achterkant van de hals en brei het achterpand heen en weer naar beneden terwijl u tegelijkertijd meerdert aan elke kant van het werk tot het aantal steken voor de schouderbreedte bereikt is. Het achterpand heeft een ietwat diagonale schouder. 2. VOORPAND: Wordt in 2 delen gebreid (= elke kant van de hals). Begin door steken op te nemen langs een schouder op het achterpand, brei het voorpand naar beneden en meerder richting de hals. Herhaal op de andere schouder, zet dan nieuwe steken op voor de hals midden voor = voeg de voorpanden samen tot één deel. Brei het voorpand heen en weer gebreid tot de aangegeven afmetingen. 3. PAS: Brei op de volgende naald alle steken op dezelfde rondbreinaald - brei als volgt: Brei de steken op het voorpand, neem steken op voor de mouw langs de zijkant op het voorpand, brei het achterpand, neem steken op voor de mouw langs de andere kant op het voorpand = brei dan de pas in de rondte over alle steken - brei een kantpatroon op het voorpand en achterpand en brei tricotsteek op de mouwen. 4. MEERDERINGEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Meerder bij het breien van de pas steken voor het lijf en de mouwen, meerder eerst voor de mouwen en meerder dan voor zowel het lijf als de mouwen. 5. LIJF EN MOUWEN: Als alle steken gemeerderd zijn en de pas is gebreid volgens de aangegeven afmetingen, verdeel dan het werk voor het lijf en de mouwen. Brei het lijf naar beneden in de rondte op de naald terwijl de mouwen wachten. Brei dan de mouwen naar beneden in de rondte op de naald. Eindig door steken op te nemen rondom de hals en brei een halsrand in de rondte. ACHTERPAND: Brei het werk heen en weer gebreid op de rondbreinaald. Zet 41-43-45-47-49-53-57 steken op rondbreinaald 3 mm met DROPS Baby Merino of DROPS Safran. NAALD 1 (= verkeerde kant): Brei alle steken averecht. NAALD 2 (= goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 3 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht. NAALD 3 (= verkeerde kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2 en brei 3 averecht, meerder 1 steek richting rechts, brei averecht tot er 3 steken over zijn, meerder 1 steek richting links, 3 averecht. NA 3e NAALD: Brei de 2e en 3e NAALD 13-14-14-14-14-14-15 keer (= 26-28-28-28-28-28-30 naalden zijn gebreid), na het meerderen zijn er 93-99-101-103-105-109-117 steken op de naald. Knip het garen af, zet de steken op een hulpdraad. LINKERSCHOUDER: Vind de linkerschouder op het achterpand als volgt: Leg het achterpand plat neer met de goede kant naar boven, plaats het achterpand zodat de steken op de hulpdraad naar u toe liggen, de linkerkant van het werk = linkerschouder. Neem nu steken op langs de linker diagonale schouder op het achterpand – begin aan de goede kant bij de hals en neem steken op richting het armsgat als volgt: Neem 1 steek op in iedere gebreide naald aan de binnenkant van de buitenste steek = 26-28-28-28-28-28-30 steken voor de schouder. Voeg 1 markeerder in het werk richting de hals. Alle lengte afmetingen worden vanaf deze markeerder gedaan, gemeten in de steekrichting. Brei in tricotsteek (brei de eerste naald op de verkeerde kant). Meerder bij een hoogte van 5-5-6-6-6-6-7 cm, steken richting de hals als volgt: NAALD 1 (= goede kant): Denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei de rest van de naald recht. NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei averecht zonder te meerderen. Brei de 1e en 2e NAALD 6 keer in totaal (= 12 naalden gebreid) = 32-34-34-34-34-34-36 steken. Meerder dan steken richting de hals als volgt: NAALD 1 (= goede kant): Denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1 en brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei de rest van de naald recht. NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei averecht zonder te meerderen. NAALD 3 (= goede kant): Brei recht zonder te meerderen. NAALD 4 (= verkeerde kant): Brei averecht zonder te meerderen. Brei de 1e en 4e NAALD 2-2-2-2-3-3-3 keer (= 8-8-8-8-12-12-12 naalden zijn gebreid) = 34-36-36-36-37-37-39 steken. De meerderingen voor de hals zijn nu klaar. Het werk meet nu 11-11-12-12-13-13-14 cm vanaf de markeerder. 2-2-3-3-3-3-3 cm van de halsdiepte zit op het achterpand. Zet de steken op een hulpdraad, brei nu de rechterschouder over de rechter diagonale schouder op het achterpand zoals uitgelegd hieronder. RECHTERSCHOUDER: Neem nu steken op langs de rechter diagonale schouder op het achterpand - begin aan de goede kant op het armsgat en neem steken op richting de hals als volgt: Neem 1 steek op in iedere gebreide naald aan de binnenkant van de buitenste steek = 26-28-28-28-28-28-30 steken voor de schouder. Voeg 1 markeerder in het werk richting de hals. Alle lengte afmetingen worden vanaf deze markeerder gedaan, gemeten in de steekrichting. Brei in tricotsteek (brei de eerste naald op de verkeerde kant). Meerder bij een hoogte van 5-5-6-6-6-6-7 cm, steken richting de hals als volgt: NAALD 1 (= goede kant): Brei recht tot er 3 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei averecht zonder te meerderen. Brei de 1e en 2e NAALD 6 keer in totaal (= 12 naalden gebreid) = 32-34-34-34-34-34-36 steken. Meerder dan steken richting de hals als volgt: NAALD 1 (= goede kant): Brei recht tot er 3 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. NAALD 2 (= verkeerde kant): Brei averecht zonder te meerderen. NAALD 3 (= goede kant): Brei recht zonder te meerderen. NAALD 4 (= verkeerde kant): Brei averecht zonder te meerderen. Brei de 1e en 4e NAALD 2-2-2-2-3-3-3 keer (= 8-8-8-8-12-12-12 naalden zijn gebreid) = 34-36-36-36-37-37-39 steken. Zet nu de schouders samen voor het voorpand zoals uitgelegd hieronder. VOORPAND: Zet op de volgende naald (= goede kant) de schouders samen voor het voorpand als volgt: Brei de 34-36-36-36-37-37-39 steken van de rechterschouder recht, zet 25-27-29-31-31-35-39 steken op voor de hals aan het einde van deze naald, brei de 34-36-36-36-37-37-39 steken van de linkerschouder recht = 93-99-101-103-105-109-117 steken. Brei in tricotsteek heen en weer gebreid tot het werk 12-12-13-13-14-14-15 cm meet vanaf de markeerdraad – brei de laatste naald op de verkeerde kant. Zet dan het voorpand en achterpand samen en neem steken op voor de mouwen, brei zoals uitgelegd hieronder. NAALD 1 (= goede kant): Brei de eerste 2 steken van het voorpand recht samen (= 1 steek geminderd), brei recht tot er 2 steken over zijn op het voorpand, haal 1 steek af, 1 recht, haal de afgehaalde steek over (= 1 steek geminderd), voeg 1 markeerder in, neem 32-32-34-34-36-36-40 steken op langs de zijkant op het linker voorpand (= steken voor de mouw - neem steken op aan de binnenkant van de buitenste steek), Voeg 1 markeerder in, brei de eerste 2 steken van het achterpand recht samen (= 1 steek geminderd), brei recht tot er 2 steken over zijn op het achterpand, haal 1 steek af, 1 recht, haal de afgehaalde steek over (= 1 steek geminderd), voeg 1 markeerder in, neem 32-32-34-34-36-36-40 steken op langs de zijkant op het rechter werk (= steken voor de mouw - neem steken op aan de binnenkant van de buitenste steek), Voeg 1 markeerdraad in = 246-258-266-270-278-286-310 steken. PAS: Brei dan het werk in de rondte. NAALD 1: Brei recht over alle steken en meerder 1 steek aan elke kant van elke mouw - denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1 - meerder 1 steek richting links aan het begin van de mouw, meerder 1 steek richting rechts aan het einde van de mouw, het aantal steken op elke mouw neem toe, het aantal steken op het voorpand en het achterpand blijft hetzelfde. Brei deze naald 3 keer = 38-38-40-40-42-42-46 steken op elke mouw en 91-97-99-101-103-107-115 steken op het voorpand/achterpand) = 258-270-278-282-290-298-322 steken. Brei dan in de rondte als volgt: NAALD 1: Brei alle steken recht en meerder 1 steek aan elke kant van elke mouw zoals hiervoor – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1, het aantal steken op elke mouw neemt toe, het aantal steken op het voorpand en het achterpand blijft hetzelfde. NAALD 2: Brei alle steken recht zonder te meerderen = 262-274-282-286-294-302-326 steken. Brei nu in patroon op het voorpand en achterpand - lees uitleg hierboven en brei dan als volgt: NAALD 3: 3-6-7-8-9-3-7 recht, A.1, brei A.2 5-5-5-5-5-6-6 keer in totaal, 3-6-7-8-9-3-7 recht (= voorpand), verplaats de markeerdraad naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerdraad, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald, brei 3-6-7-8-9-3-7 recht, A.1, brei A.2 5-5-5-5-5-6-6 keer in totaal, 3-6-7-8-9-3-7 recht (= achterpand), Verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald. NAALD 4: Brei patroon en tricotsteek zoals uitgelegd hierboven zonder te meerderen. Brei de 3e en 4e NAALD 8-7-5-6-5-2-1 keer in totaal (= 16-14-10-12-10-4-2 naalden gebreid. Er zijn 12-11-9-10-9-6-5 meerderingen gedaan in totaal op de mouwen = 56-54-52-54-54-48-50 steken op elke mouw en 91-97-99-101-103-107-115 steken op het voorpand/achterpand) = 294-302-302-310-314-310-330 steken. Meerder dan op zowel de mouwen als het lijf, meerder op het lijf 2 steken aan de binnenkant van de markeerder zodat er 2 steken tussen het meerderen voor het lijf en het meerderen voor de mouw zitten - brei de volgende naald als volgt: NAALD 1: 2 recht, meerder 1 steek richting links, brei patroon zoals hiervoor tot er 2 steken over zijn op het voorpand voor de eerste markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald (= mouw), 2 recht, meerder 1 steek richting links, brei patroon zoals hiervoor tot er 2 steken op het achterpand over zijn voor de markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerdraad (= mouw), meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerdraad naar de rechter naald (= mouw). Er zijn 8 steken gemeerderd, dus er is 1 steek gemeerderd aan elke kant van de 2 steken in elke overgang tussen het lijf en de mouwen. NAALD 2: Brei patroon en tricotsteek zoals uitgelegd hierboven zonder te meerderen. Brei de 1e en 2e NAALD 11-13-16-19-23-28-31 keer in totaal (= 22-26-32-38-46-56-62 naalden gebreid). Er zijn 23-24-25-29-32-34-36 meerderingen gemaakt in totaal op de mouwen en 11-13-16-19-23-28-31 meerderingen op het lijf = 78-80-84-92-100-104-112 steken op elke mouw en 113-123-131-139-149-163-177 steken op het voorpand/achterpand) = 382-406-430-462-498-534-578 steken. De mouw meet ongeveer 13-13-14-16-18-19-20 cm - als de trui dubbel gevouwen is op de schouder, meet het werk 19-19-21-23-25-26-28 cm vanaf de rand op de schouder en naar beneden langs het armsgat. Als het kledingstuk korter is dan dit, ga dan verder tot de juiste afmetingen zonder meerderingen. Verdeel nu de pas voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: TEGELIJKERTIJD als de volgende naald wordt gebreid verdeelt u de pas voor het lijf en de mouwen als volgt: Brei de eerste 113-123-131-139-149-163-177 steken in patroon zoals hiervoor (= voorpand), zet de volgende 78-80-84-92-100-104-112 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-8-10-12-14-16-18 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant midden onder de mouw), brei de volgende 113-123-131-139-149-163-177 steken in patroon zoals hiervoor (= achterpand), zet de volgende 78-80-84-92-100-104-112 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-8-10-12-14-16-18 nieuwe steken op de naald (= in de zijkant midden onder de mouw). Brei het lijf en de mouwen apart verder. LIJF: = 238-262-282-302-326-358-390 steken. Voeg 1 markeerdraad in aan elke kant op het lijf, in het midden van de 6-8-10-12-14-16-18 nieuwe steken – neem de markeerdraaad mee tijdens het breien, gebruik de markeerdraden bij het minderen in de zijkanten op het lijf. Brei het gecreëerde patroon zoals hiervoor op het voorpand en achterpand en brei A.3 over de middelste 2 steken aan elke kant (de markeerdraad is in het midden van A.3). Ga zo verder met het patroon - LET OP: Brei A.1 en A.2 zo ver mogelijk richting A.3 aan elke kant, maar zorg ervoor dat er minstens 4 steken in tricotsteek tussen A.1/A.2 en A.3 zijn. Brei zo tot het werk 46-48-49-51-52-54-56 cm meet vanaf de opzetrand midden achter in de hals, maar pas zo aan dat er minstens 8 tot 10 naalden in tricotsteek zijn gebreid na de laatste naald met kantpatroon in A.1/A.2 (A.3 ga verder aan elke kant zoals hiervoor). Ga verder met rondbreinaald 2.5 mm, brei boordsteek (= 2 recht/2 averecht) terwijl u TEGELIJKERTIJD op de 1e naald 29-29-31-37-41-45-45 steken verdeeld meerdert op het voorpand en 29-29-31-37-41-45-45 steken verdeeld op het achterpand (meerder niet boven A.3 aan elke kant – pas de boordsteek aan zodat u 2 rechte steken over de steken in A.3 breit) = 296-320-344-376-408-448-480 steken. Als de boordsteek 2-2-2-2-3-3-3 cm meet, kant dan alle steken ietwat losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht. De trui meet ongeveer 48-50-51-53-55-57-59 cm vanaf de opzetrand aan de achterkant van de hals en 50-52-54-56-58-60-62 cm vanaf de bovenkant van de schouder. MOUWEN: Zet de 78-80-84-92-100-104-112 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 3 mm en neem daarnaast 1 steek op in elk van de 6-8-10-12-14-16-18 opgezette steken onder de mouw - lees MOUWTIP = 84-88-94-104-114-120-130 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de 6-8-10-12-14-16-18 nieuwe steken onder de mouw – de naald begint op de markeerdraad. Brei in tricotsteek in de rondte op de naald - TEGELIJKERTIJD als er 1 naald is gebreid na de scheiding, minder dan midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN en minder als volgt: Minder 2 steken 2-2-2-3-3-4-6 keer in iedere tweede naald, minder dan 2 steken 4-3-3-5-6-6-3 keer iedere 3-3-3-1½-1-1-1 cm = 72-78-84-88-96-100-112 steken op de naald. Brei tot de mouw 14-14-13-12-9-9-7 cm meet vanaf de scheiding - minder TEGELIJKERTIJD op de laatste naald 4-6-6-4-8-6-14 steken verdeeld = 68-72-78-84-88-94-98 steken. Brei 1 naald recht. Brei verder met breinaalden zonder knop maat 2.5 mm en brei boordsteek (= 2 recht/2 averecht) terwijl u TEGELIJKERTIJD 4-8-6-4-8-6-10 steken verdeeld meerdert op de 1e naald = 72-80-84-88-96-100-108 steken. Als de boordsteek 2-2-2-2-3-3-3 cm meet, kant dan af met recht boven recht en averecht boven averecht. De mouw meet ongeveer 29-29-29-30-30-31-30 cm vanaf de schouder. HALSRAND: Begin aan de goede kant op de schouderlijn en neem ongeveer 112-120-128-136-144-148-156 steken op rondom de hals op rondbreinaald 2.5 mm. Brei 1 naald recht en pas indien nodig het aantal steken aan - het aantal moet deelbaar zijn door 4. Brei dan boordsteek (= 2 recht/2 averecht - pas de boordsteek aan zodat deze past met 2 rechte steken over elke schouderlijn op het achterpand). Als de boordsteek 2-2-2½-2½-3-3-3 cm meet, kant dan alle steken ietwat losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht. |
||||||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
||||||||||||||||
|
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #springdawntop of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 46 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
||||||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 268-16
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.