Shy Daffodil Sweater#shydaffodilsweater |
||||||||||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||||||||
Gebreide trui in DROPS Big Merino. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid in tricotsteek met Europese pas en kleine kabels. Maten XS - XXXL.
DROPS 268-29 |
||||||||||||||||
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- PATROON: Zie telpatroon A.1. TIP VOOR HET MEERDEREN-1: MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus aan de achterkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt. TIP VOOR HET MEERDEREN-2: MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- op de VERKEERDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei averecht door de lus aan de voorkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – op de VERKEERDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei averecht door de lus aan de achterkant van de naald. TIP VOOR HET MEERDEREN-3: Meerder 1 steek door 1 omslag te maken zoals te zien is in A.1. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid als volgt: VOOR DE MARKEERDER (de omslag draait naar rechts): Haal de omslag averecht af en zet hem dan terug op de linker naald door de linker naald door de achterste lus in te brengen (de omslag is nu andersom). Brei recht door de steeklus die aan de voorkant van de naald ligt. Brei dan de nieuwe steek in tricotsteek. NA DE MARKEERDER (omslag draait naar links): Brei recht door de lus die aan de achterkant van de naald ligt. Brei dan de nieuwe steek in tricotsteek. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK. Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Als er een «0» in uw maat staat, sla dan de informatie over en ga gelijk verder met de volgende instructie. Brei volgens punten 1 – 5. 1. ACHTERPAND: Zet steken op voor de achterkant van de hals. Brei het achterpand heen en weer, van boven naar beneden, meerder steken aan elke kant totdat het aantal schoudersteken bereikt is. Het achterpand heeft licht diagonale schouders. 2. VOORPAND: Wordt in 2 delen gebreid (elke kant van de hals). Begin door steken op te nemen langs een schouder achter, brei naar beneden en meerder voor de halslijn. Herhaal op de andere schouder. Zet dan steken op voor de halslijn, voeg de 2 voorpanden samen en ga verder heen en weer tot de juiste lengte. 3. PAS: Plaats alle steken op dezelfde rondbreinaald, brei eerst het voorpand, neem steken op voor een mouw langs de zijkant van het voorpand, brei het achterpand, neem steken op voor de tweede mouw langs de andere kant van het voorpand. De pas wordt in de rondte voortgezet. 4. MEERDEREN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Terwijl u de pas voortzet, worden er steken gemeerderd, eerst voor de mouwen en later voor zowel het lijf als de mouwen. 5. LIJF EN MOUWEN: Als de meerderingen en de pas klaar zijn, wordt de pas verdeeld voor het lijf en de mouwen. Het lijf wordt in de rondte afgewerkt terwijl de mouwen wachten. Dan worden de mouwen in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de hals wordt in de rondte gebreid op het einde. ACHTERPAND: Het werk wordt heen en weer gebreid. Zet 32-30-32-34-32-34-36 steken op met rondbreinaald 5 mm en DROPS Big Merino. NAALD 1 (verkeerde kant): Averecht. NAALD 2 (goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 2 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 2 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht. NAALD 3 (verkeerde kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. Brei 2 averecht, meerder 1 steek richting rechts, brei averecht tot er 2 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting links, 2 averecht. NA NAALD 3: Brei NAALDEN 2 en 3 in totaal 8-9-9-9-10-10-10 keer (16-18-18-18-20-20-20 naalden gebreid). Na de laatste meerdering zijn er 64-66-68-70-72-74-76 steken. Denk om de stekenverhouding. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. LINKERSCHOUDER: Vind de linker schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer, met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de linkerkant van het werk = linkerschouder. Begin aan de goede kant bij de hals op de linker schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot het armsgat (16-18-18-28-20-20-20 steken), eindig door 1 steek op te nemen aan de buitenkant op de schouder (kantsteek) = 17-19-19-19-21-21-21 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei tricotsteek, met de eerste naald aan de verkeerde kant. Als het werk 5-6-6-7-7-8-9 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): 2 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot het einde van de naald (1 gemeerderde steek). NAALD 2 (verkeerde kant): Averecht. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 6 keer (12 naalden gebreid) = 23-25-25-25-27-27-27 steken. De meerderingen voor de halslijn zijn klaar. Het werk meet ongeveer 10-11-11-12-12-13-14 cm vanaf de markeerder. Ongeveer 2-2-2-3-2-3-3 cm van de halslijndiepte ligt op het achterpand. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. Brei het rechter voorpand over de rechter schouder achter als volgt. RECHTERSCHOUDER: Begin aan de goede kant bij het armsgat op de rechter schouder achter en neem 1 steek op aan de buitenkant van de schouder (kantsteek), dan 1 steek in elke naald gebreid, aan de binnenkant van de buitenste steek tot aan de hals (16-18-18-28-20-20-20 steken) = 17-19-19-19-21-21-21 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei tricotsteek, met de eerste naald aan de verkeerde kant. Als het werk 5-6-6-7-7-8-9 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei recht tot er 2 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Averecht. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 6 keer (12 naalden gebreid) = 23-25-25-25-27-27-27 steken. VOORPAND: Voeg op de volgende naald (goede kant) de voorste schouders samen als volgt: Brei de 23-25-25-25-27-27-27 steken op de rechterschouder recht, zet 18-16-18-20-18-20-22 steken op voor de halslijn midden voor, brei de 23-25-25-25-27-27-27 steken op de linkerschouder recht = 64-66-68-70-72-74-76 steken. Brei tricotsteek heen en weer gebreid tot het werk 11-12-12-13-13-14-15 cm meet vanaf de markeerder, met de laatste naald aan de verkeerde kant. Voeg nu de voor- en achterpanden samen en neem steken op voor de mouwen. NAALD 1 (goede kant): Brei de eerste 2 steken op het voorpand recht samen (1 steek geminderd), voeg 1 markeerder in deze samengebreide steek, brei recht tot er 2 steken over zijn op het voorpand, haal 1 steek af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over (1 steek geminderd), voeg 1 markeerder in deze steek, neem 18-20-20-22-22-24-26 steken op langs de linkerkant van het voorpand (= mouwsteken, Brei de eerste 2 steken op het achterpand recht samen (= 1 steek geminderd), voeg 1 markeerder in deze samengebreide steek, brei recht tot er 2 steken over zijn op het achterpand, haal 1 steek af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over (1 steek geminderd), voeg 1 markeerder in deze laatste steek. Neem 18-20-20-22-22-24-26 steken op langs de rechterkant van het voorpand (= mouwsteken, opgenomen aan de binnenkant van de buitenste steek) = 160-168-172-180-184-192-200 steken. PAS: Ga verder in de rondte en meerder voor de mouwen als volgt:. NAALD 1: Brei recht en meerder 1 steek aan elke kant van de mouwen (aan de binnenkant van de mouwmarkeerders) – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Meerder, richting links aan het begin van de mouw en richting rechts aan het einde van de mouw. Het aantal steken op de mouw neemt toe, maar blijft hetzelfde op de voor- en achterpanden. Brei deze naald 3-3-3-3-3-3-1 keer: 24-26-26-28-28-30-28 steken op elke mouw en 62-64-66-68-70-72-74 steken op de voor- en achterpanden = 172-180-184-192-196-204-204 steken. Ga verder met meerderen op iedere 2e naald als volgt: NAALD 1: Brei recht en meerder 1 steek aan elke kant van de mouwen zoals hiervoor. Het aantal steken op de mouw neemt toe, maar blijft hetzelfde op de voor- en achterpanden. NAALD 2: Brei recht zonder te meerderen. Brei NAALDEN 1 en 2, 4-4-3-2-2-1-1 keer (8-8-6-4-4-2-2 naalden gebreid). Er zijn in totaal 7-7-6-5-5-4-2 meerderingen in de hoogte op de mouwen: 32-34-32-32-32-32-30 steken op elke mouw en 62-64-66-68-70-72-74 steken op de voor- en achterpanden = 188-196-196-200-204-208-208 steken. Meerder nu op zowel het lijf als de mouwen volgens het telpatroon, meerder aan elke kant van de markeerdraadsteken zodat er 1 steek tussen de meerderingen op het lijf en de mouwen zit. Dus de kabels zijn symmetrisch, de naald begint als er 2 steken over zijn voor de markeerdraadsteek. Brei dan als volgt: NAALD 1: Begin de naald als er nog 2 steken over zijn op de mouw (2 steken voor de markeerdraadsteek), brei A.1, brei recht tot er 3 steken over zijn op het voorpand (2 steken voor de markeerdraadsteek), brei A.1, brei recht tot er 2 steken over zijn op de mouw (2 steken voor de markeerdraadsteek), brei A.1, brei recht tot er 3 steken over zijn op het achterpand (2 steken voor de markeerdraadsteek), brei A.1, brei recht tot het einde van de naald (8 gemeerderde steken). NAALD 2: Brei recht zonder te meerderen. NAALD 3: Begin de naald als er nog 3 steken over zijn op de mouw (3 steken voor de markeerdraadsteek), brei A.1, brei recht tot er 4 steken over zijn op het voorpand (3 steken voor de markeerdraadsteek), brei A.1, brei recht tot er 3 steken over zijn op de mouw (3 steken voor de markeerdraadsteek), brei A.1, brei recht tot er 4 steken over zijn op het achterpand (3 steken voor de markeerdraadsteek), brei A.1, brei recht tot het einde van de naald (8 gemeerderde steken). NAALD 4: Brei recht zonder te meerderen. Brei NAALDEN 1 tot 4, 4-5-6-7-8-9-10 keer (16-20-24-28-32-36-40 naalden gebreid en A.1 gebreid 4-5-6-7-8-9-10 keer in de hoogte). Er zijn in totaal 15-17-18-19-21-22-22 meerderingen in de hoogte op de mouwen en 8-10-12-14-16-18-20 meerderingen in de hoogte op het lijf: 48-54-56-60-64-68-70 steken op elke mouw en 78-84-90-96-102-108-114 steken op de voor- en achterpanden = 252-276-292-312-332-352-368 steken. De mouwen meten ongeveer 12-14-15-16-18-19-20 cm. Als de trui dubbel gevouwen wordt op de schouder, meet het werk ongeveer 18-20-21-23-25-26-28 cm meten vanaf de buitenkant op de schouder en naar beneden over het armsgat. Als het werk korter is dan dit, brei dan verder zonder verdere meerderingen tot de juiste lengte. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN Brei tot de eerste markeerdraadsteek en ga verder als volgt: Brei de eerste 78-84-90-96-102-108-114 steken recht (= voorpand), plaats de volgende 48-54-56-60-64-68-70 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-8-8-10-12-14 steken op (midden onder de mouw), brei de volgende 78-84-90-96-102-108-114 steken recht (achterpand), plaats de volgende 48-54-56-60-64-68-70 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-8-8-10-12-14 steken op (midden onder de mouw). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LIJF: = 168-180-196-208-224-240-256 steken. Brei in tricotsteek in de rondte tot het werk 44-46-48-49-51-52-54 cm meet vanaf de opzetrand midden achter. Ga verder met rondbreinaald 3 mm. Brei boordsteek (1 recht, 1 averecht), meerder tegelijkertijd 38-42-48-48-54-58-60 steken verdeeld op de eerste naald = 206-222-244-256-278-298-316 steken. Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, kant dan af met boordsteek. De trui meet ongeveer 48-50-52-53-56-57-59 cm vanaf midden achter en 50-52-54-56-58-60-62 cm vanaf de schouder. MOUWEN: Plaats de 48-54-56-60-64-68-70 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 5 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-6-8-8-10-12-14 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 54-60-64-68-74-80-84 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 6-6-8-8-10-12-14 nieuwe steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Brei in tricotsteek in de rondte. TEGELIJKERTIJD, als de mouw 1 cm meet vanaf de scheiding, minder dan midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken 3-5-6-8-10-12-13 keer iedere 10-8-6-4½-3-2½-2 cm = 48-50-52-52-54-56-58 steken. Brei verder tot de mouw 38-37-37-36-34-33-32 cm meet vanaf de scheiding. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 3 mm. Brei boordsteek (1 recht, 1 averecht), meerder tegelijkertijd 10-10-12-12-12-12-12 steken verdeeld op de eerste naald = 58-60-64-64-66-68-70 steken. Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, kant dan af met boordsteek. De mouw meet ca. 42-41-41-40-39-38-37 cm vanaf de scheiding. HALS: Gebruik rondbreinaald 3 mm. Begin aan de goede kant op een schouderlijn en neem 92-88-94-100-98-102-108 steken op aan de binnenkant van 1 steek. Brei 1 naald recht en pas indien nodig het aantal steken aan – het moet deelbaar zijn door 2. Brei boordsteek in de rondte (1 recht, 1 averecht) voor 3-3-3½-3½-3½-4-4 cm. Ga verder met rondbreinaald 5 mm en kant af met boordsteek. |
||||||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
||||||||||||||||
|
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #shydaffodilsweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 46 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
||||||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 268-29
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.