Soft Daffodil Cardigan#softdaffodilcardigan |
|||||||||||||
![]() |
![]() |
||||||||||||
Gebreid vest in 1 draad DROPS Baby Merino en 1 draad DROPS Kid-Silk. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid in tricotsteek met Europeaanse pas, rolhalsrand, PUNNIKRAND en kantpatroon. Maten XS - XXXL.
DROPS 268-13 |
|||||||||||||
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- TIP VOOR HET MEERDEREN-1: MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus die aan de achterkant van de naald ligt. MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de GOEDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt. TIP VOOR HET MEERDEREN-2: MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- op de VERKEERDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei averecht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt. MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – op de VERKEERDE KANT: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei averecht door de lus die op de achterkant van de naald ligt. RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid): Brei alle naalden recht, aan zowel de goede als de verkeerde kant. 1 ribbel in de hoogte = brei 2 naalden recht. BIEZEN MET PUNNIKRAND: BEGIN VAN DE NAALD: Brei de voorbies als volgt: Haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht, brei 5 RIBBELSTEKEN – lees uitleg hierboven. EINDE VAN DE NAALD: Brei de voorbies als volgt: Brei tot er 7 steken over zijn op de naald, brei 5 ribbelsteken, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. Brei zo aan zowel de goede als de verkeerde kant. PATROON: Zie telpatroon A.1. Het telpatroon toont het patroon aan de goede kant. De telpatronen worden van rechts naar links gelezen als u aan de goede kant breit en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit. Tussen elke herhaling van A.1 in de hoogte, breit u 5-5-5-5-6-6-6 cm tricotsteek. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). KNOOPSGATEN: Brei de knoopsgaten op de rechter voorbies (als het kledingstuk gedragen wordt) aan de goede kant, als er 5 steken over zijn op de naald als volgt: NAALD 1 (goede kant): Maak 1 omslag, 2 recht samen, 1 recht, haal 1 steek averecht af met de draad aan de voorkant, 1 recht. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei de voorbies zoals hiervoor, brei de omslag recht zodat er een gaatje ontstaat. Het eerste knoopsgat wordt op de eerste naald aan de goede kant gebreid nadat alle steken voor de hals zijn opgezet. Brei dan de andere 4-4-5-5-5-5-5 knoopsgaten met 9½-10-8½-9-9-9-9½ cm tussen elk. ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- VEST – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK. Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Brei volgens punten 1 – 5. 1 ACHTERPAND: Zet steken op voor de achterkant van de hals. Brei het achterpand heen en weer gebreid, meerder steken aan elke kant tot het aantal schoudersteken bereikt is. Het achterpand heeft een ietwat diagonale schouder. 2 VOORPANDEN: Begin door steken op te nemen langs een schouder achter, brei naar beneden en meerder voor de halslijn. Herhaal op de andere schouder. 3 PAS: Voeg de voor- en achterpanden samen, brei eerst 1 voorpand, neem steken op voor de mouw langs de zijkant van het voorpand, brei het achterpand, neem steken op voor de mouw langs de zijkant van het tweede voorpand, brei dan dit voorpand. De pas wordt heen en weer gebreid vanaf midden voor. 4 MEERDEREN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Terwijl u de pas breit, meerdert u eerst steken voor de mouwen, dan voor de mouwen en het lijf. 5 LIJF EN MOUWEN: Als alle meerderingen klaar zijn en de pas de juiste lengte heeft, wordt het werk verdeeld over het lijf en de mouwen. Het lijf wordt verder heen en weer gebreid terwijl de mouwen wachten. De mouwen worden in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de hals wordt op het einde heen en weer gebreid. Als er een «0» in uw maat staat, sla dan de informatie over en ga gelijk verder met de volgende instructie. ACHTERPAND: Het werk wordt heen en weer gebreid. Zet 32-32-34-36-38-40-40 steken op met rondbreinaald 4 mm, 1 draad Drops Baby Merino en 1 draad DROPS Kid-Silk (2 draden). NAALD 1 (verkeerde kant): Averecht. NAALD 2 (goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht. NAALD 3 (verkeerde kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. 3 averecht, meerder 1 steek richting rechts, brei averecht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting links, 3 averecht. NA NAALD 3: Brei NAALDEN 2 en 3 in totaal 10-10-10-10-10-11-11 keer (20-20-20-20-20-22-22 naalden gebreid). Na de laatste meerdering zijn er 72-72-74-76-78-84-84 steken. Denk om de stekenverhouding. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. RECHTER VOORPAND: Vind de rechter schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer, met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de rechterkant van het werk = rechterschouder. Begin aan de goede kant bij het armsgat op de rechter schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot aan de halslijn = 19-19-19-21-21-23-25 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei tricotsteek met de eerste naald aan de verkeerde kant. Als het werk 6-6-7-7-7-8-9 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. NAALD 2 (verkeerde kant): Averecht. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 6-6-6-6-6-6-6 keer (12-12-12-12-12-12-12 naalden gebreid) = 26-26-26-26-26-28-28 steken. Zet op de volgende naald aan de goede kant, 17-17-18-19-20-21-21 steken op voor de halslijn aan het einde van de naald = 43-43-44-45-46-49-49 steken. De meerderingen voor de halslijn zijn klaar. Het werk meet ongeveer 11-11-12-12-12-13-14 cm vanaf de markeerder. Een deel van de halslijndiepte ligt op het achterpand. De halslijndiepte aan de voorkant = 9-9-9-9-9-10-11 cm. De halslijndiepte op het achterpand = 2-2-3-3-3-3-3 cm. Ga verder met tricotsteek en 7 voorbiessteken volgens BIEZEN MET PUNNIKRAND midden voor – lees uitleg hierboven, tot het werk 11-12-13-13-14-14-15 cm meet vanaf de markeerder, eindig met een naald aan de verkeerde kant. Knip de draad af, plaats de steken op een hulpdraad en brei de linker schouder voor over de linker schouder achter. LINKER VOORPAND: Begin aan de goede kant bij de halslijn op de linker schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot aan het armsgat = 20-20-20-20-20-22-22 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei tricotsteek met de eerste naald aan de verkeerde kant. Als het werk 6-6-7-7-7-8-9 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot het einde van de naald.. NAALD 2 (verkeerde kant): Averecht. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 6-6-6-6-6-6-6 keer (12-12-12-12-12-12-12 naalden gebreid) = 26-26-26-26-26-28-28 steken. Zet op de volgende naald aan de verkeerde kant, 17-17-18-19-20-21-21 steken op voor de halslijn aan het einde van de naald = 43-43-44-45-46-49-49 steken. De meerderingen voor de halslijn zijn klaar. Het werk meet ongeveer 11-11-12-12-12-13-14 cm vanaf de markeerder. Een deel van de halslijndiepte ligt op het achterpand. De halslijndiepte aan de voorkant = 9-9-9-9-9-10-11 cm. Halslijndiepte achterpand = 2-2-3-3-3-3-3 cm. Ga verder met tricotsteek en 7 voorbiessteken volgens BIEZEN MET PUNNIKRAND midden voor – lees uitleg hierboven, tot het werk 11-12-13-13-14-14-15 cm meet vanaf de markeerder, eindig met een naald aan de verkeerde kant. Knip de draad niet af. De voor- en achterpanden worden nu samengevoegd en er worden steken opgenomen voor de mouwen. U haakt ook in PATROON, dus lees de volgende paragraaf en denk eraan als u de PAS breit. PATROON: U begint het patroon 1½ cm nadat de steken voor de mouw zijn gebreid. Begin aan de goede kant en brei als volgt: 7 voorbiessteken zoals hiervoor, brei A.1 tot er 8 steken over zijn, 1 recht (deze steek wordt aan de verkeerde kant averecht gebreid) en 7 voorbiessteken zoals hiervoor (denk erom dat u verder meerdert). Tussen elke herhaling van A.1 in de hoogte, brei 5-5-5-5-6-6-6 cm tricotsteek. Zorg ervoor dat u minimaal 3 cm tricotsteek op het lijf breit voor de boordsteek. PAS: NAALD 1 (goede kant): Begin aan de goede kant en brei over het linker voorpand zoals hiervoor tot er 2 steken over zijn, haal 1 steek af, 1 recht, haal de afgehaalde steek over (1 geminderde steek), voeg hier 1 markeerder in, neem 22-22-24-24-26-26-28 steken op langs de zijkant van het linker voorpand (= mouwsteken, opgenomen aan de binnenkant van de buitenste steek). Voeg 1 markeerder in, brei de eerste 2 steken op het achterpand recht samen (1 geminderde steek), tot er 2 steken over zijn op het achterpand, haal 1 steek af, 1 recht, haal de afgehaalde steek over (1 geminderde steek) voeg 1 markeerder in, neem 22-22-24-24-26-26-28 steken op langs de zijkant van het rechter voorpand (= mouwsteken, opgenomen aan de binnenkant van de buitenste steek), Voeg 1 markeerder in, brei de eerste 2 steken op het rechter voorpand recht samen (1 geminderde steek), brei over het rechter voorpand zoals hiervoor = 198-198-206-210-218-230-234 steken. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei zoals hiervoor tot de eerste markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei averecht naar de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei averecht naar de volgende markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, Brei averecht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei tot het einde van de naald zoals hiervoor = 202-202-210-214-222-234-238 steken. NAALD 3 (goede kant): Brei zoals hiervoor tot de eerste markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei recht tot de volgende markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, Brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei tot het einde van de naald zoals hiervoor = 206-206-214-218-226-238-242 steken. NAALD 4 (verkeerde kant): Brei zoals hiervoor tot de eerste markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei averecht naar de volgende markeerder (= mouw), meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei averecht naar de volgende markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, Brei averecht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei tot het einde van de naald zoals hiervoor = 210-210-218-222-230-242-246 steken. NAALD 5 (goede kant): Brei zoals hiervoor naar de eerste markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht naar de volgende markeerder (= mouw), meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei recht naar de volgende markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, Brei recht tot de volgende markeerder (= mouw), meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei tot het einde van de naald zoals hiervoor = 214-214-222-226-234-246-250 steken. NAALD 6 (verkeerde kant): Brei averecht met 7 voorbiessteken aan elke kant, zonder te meerderen. NA NAALD 6: Brei NAALDEN 5 en 6, 7-5-5-6-3-2-0 keer (14-10-10-12-6-4-0 naalden gebreid). Er zijn in totaal 11-9-9-10-7-6-4 meerderingen in de hoogte op de mouwen: 44-40-42-44-40-38-36 steken op elke mouw, 42-42-43-44-45-48-48 steken op elk voorpand en 70-70-72-74-76-82-82 steken op het achterpand = 242-234-242-250-246-254-250 steken. Meerder nu op zowel het lijf als de mouwen, 2 steken na/voor de markeerder op het lijf zodat er 2 steken tussen de meerderingen op de mouwen en het lijf zijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei zoals hiervoor tot er 2 steken over zijn voor de eerste markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder (= mouw), meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, 2 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 2 steken over zijn voor de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder (= mouw), meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, 2 recht, meerder 1 steek richting links, Brei tot het einde van de naald zoals hiervoor (8 gemeerderde steken, 1 gemeerderde steek aan elke kant van de 2 steken in de overgang tussen het lijf en de mouwen). NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht met biezen aan elke kant. Herhaal deze 2 naalden tot u 6-10-11-13-16-19-22 keer in de hoogte heeft gemeerderd op het lijf en de mouwen. Er zijn in totaal 17-19-20-23-23-25-26 meerderingen in de hoogte op de mouwen: 56-60-64-70-72-76-80 steken op elke mouw, 48-52-54-57-61-67-70 steken op elk voorpand en 82-90-94-100-108-120-126 steken op het achterpand = 290-314-330-354-374-406-426 steken. De mouwen meten ongeveer 13-14-15-17-17-19-20 cm. Als het vest dubbel gevouwen is op de schouder, meet het werk ongeveer 19-20-22-24-24-26-28 cm vanaf de buitenkant op de schouder en naar beneden over het armsgat. Als het werk korter is dan dit, brei dan verder zonder verdere meerderingen tot de juiste lengte. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Brei 48-52-54-57-61-67-70 steken zoals hiervoor (= voorpand), plaats de volgende 56-60-64-70-72-76-80 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-8-10-12-12-14 steken op (midden onder de mouw), brei de volgende 82-90-94-100-108-120-126 steken (= achterpand), plaats de volgende 56-60-64-70-72-76-80 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-6-8-10-12-12-14 steken op (midden onder de mouw), brei de laatste 48-52-54-57-61-67-70 steken (= voorpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LIJF: = 190-206-218-234-254-278-294 steken. Ga verder met tricotsteek, patroon en de biezen tot het werk 46-48-49-51-52-54-56 cm meet vanaf de opzetrand midden achter, met minstens 3 cm tricotsteek voordat u aan de boordsteek begint. Begin op de volgende naald aan de goede kant met de boordsteek. Meerder tegelijkertijd 27-29-33-35-37-39-45 steken verdeeld op de naald (meerder niet over de biezen) en brei als volgt: Ga verder met rondbreinaald 2.5 mm. Brei 7 voorbiessteken zoals hiervoor, boordsteek (1 recht, 1 averecht – denk om het meerderen) tot er 8 steken over zijn, 1 recht en brei de voorbies zoals hiervoor = 217-235-251-269-291-317-339 steken. Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, kant dan af met recht boven recht en averecht boven averecht. Het vest meet ongeveer 50-52-53-55-57-59-61 cm vanaf midden achter en 52-54-56-58-60-62-64 cm vanaf de schouder. MOUWEN: Plaats de 56-60-64-70-72-76-80 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 4 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-6-8-10-12-12-14 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 62-66-72-80-84-88-94 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 6-6-8-10-12-12-14 steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Brei tricotsteek en patroon in de rondte. TEGELIJKERTIJD, als de mouw 3 cm meet vanaf de scheiding, minder dan midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken iedere 8-6-4½-3-2½-2-1½ cm in totaal 4-6-8-11-12-13-15 keer = 54-54-56-58-60-62-64 steken. Brei verder tot de mouw 37-38-39-37-35-33-32 cm meet vanaf de scheiding, met minstens 3 cm tricotsteek voordat u aan de boordsteek begint. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 2.5 mm. Brei boordsteek (1 recht, 1 averecht), meerder tegelijkertijd 8-8-8-8-10-10-10 steken verdeeld op de eerste naald = 62-62-64-66-70-72-74 steken. Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, kant dan af met boordsteek. De mouw meet ongeveer 41-42-43-41-39-38-37 cm vanaf de scheiding. HALS: Gebruik rondbreinaald 2.5 mm. Begin aan de goede kant midden voor en neem 109 tot 131 steken op langs de halslijn, waarbij het aantal steken deelbaar is door 2+1. Brei de eerste naald als volgt aan de verkeerde kant: De voorbies zoals hiervoor, boordsteek (1 averecht, 1 recht) tot er 8 steken over zijn, 1 averecht en brei de voorbies zoals hiervoor. Brei deze boordsteek terug aan de goede kant, brei dan 3 naalden tricotsteek (biezen zoals hiervoor) = rolrand. Gebruik rondbreinaald 5 mm en kant af met recht aan de goede kant. AFWERKING: Naai de knopen op de linker voorbies. |
|||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #softdaffodilcardigan of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 52 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 268-13
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.