Barley Twist Sweater#barleytwistsweater |
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
![]() |
||||||||||||||||||||||||
Gebreide trui in DROPS Alpaca Bouclé en DROPS Kid-Silk. Het werk wordt van boven naar beneden gebreid in tricotsteek met Europese pas en kabels. Maten XS - XXXL.
DROPS 267-9 |
|||||||||||||||||||||||||
|
------------------------------------------------------- UITLEG VOOR HET PATROON: ------------------------------------------------------- PATROON: Zie telpatronen A.1 en A.2. Kies het telpatroon voor uw maat. TIP VOOR HET MEERDEREN-1: MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – aan de goede kant: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei recht door de lus aan de achterkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- aan de goede kant: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei recht door de lus die aan de voorkant van de naald ligt. TIP VOOR HET MEERDEREN-2: MEERDER 1 STEEK RICHTING RECHTS- op de verkeerde kant: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de achterkant en brei averecht door de lus aan de voorkant van de naald. MEERDER 1 STEEK RICHTING LINKS – op de verkeerde kant: Gebruik de linker naald om de draad tussen 2 steken van de naald eronder op te nemen, neem de draad op vanaf de voorkant en brei averecht door de lus aan de achterkant van de naald. MOUWTIP: Als u steken opneemt onder de mouw, kan er een klein gaatje ontstaan in de overgang tussen de steken op het lijf en de mouw. Dit gaatje kan gesloten worden door de draad tussen 2 steken op te nemen en deze gedraaid samen te breien met de eerste steek tussen het lijf en de mouw. TIP VOOR HET MINDEREN: Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze 2 steken), haal 1 steek recht af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (2 steken geminderd). ------------------------------------------------------- BEGIN HET WERK HIER: ------------------------------------------------------- TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK. Het patroon gebruikt zowel lange als korte naalden; begin met de lengte die past bij het aantal steken en wissel wanneer nodig. Er worden kabels gebreid op het voorpand en tricotsteek op de rest van de naald. Als er een «0» in uw maat staat, sla dan de informatie over en ga gelijk verder met de volgende instructie. Brei volgens punten 1 – 5. 1. ACHTERPAND: Zet steken op voor de achterkant van de hals. Brei het achterpand heen en weer, van boven naar beneden, meerder steken aan elke kant tot het aantal schoudersteken bereikt is. Het achterpand heeft licht diagonale schouders. 2. VOORPAND: Wordt in 2 delen gebreid (elke kant van de hals). Begin door steken op te nemen langs een schouder achter, brei naar beneden en meerder voor de halslijn. Herhaal op de andere schouder. 3. PAS: Plaats alle steken op dezelfde rondbreinaald, brei eerst een voorpand, neem steken op voor een mouw langs de zijkant van het voorpand, brei het achterpand, neem steken op voor de tweede mouw langs de zijkant van het tweede voorpand, zet steken op voor de voorkant van de halslijn. De pas wordt heen en weer gebreid vanaf midden voor. 4. MEERDEREN VOOR HALSLIJN, LIJF EN MOUWEN: Terwijl u de pas verder breit, worden eerst steken gemeerderd voor de halslijn en mouwen en later voor het lijf en de mouwen. Na de laatste meerderingen voor de halslijn worden de voorpanden samengevoegd en wordt de pas verder in de rondte gebreid. 5. LIJF EN MOUWEN: Als de meerderingen en de pas klaar zijn, wordt de pas verdeeld voor het lijf en de mouwen. Het lijf wordt in de rondte afgewerkt terwijl de mouwen wachten. Dan worden de mouwen in de rondte gebreid, van boven naar beneden. Er worden steken opgenomen rondom de halslijn en de hals wordt op het einde in de rondte gebreid. ACHTERPAND: Het werk wordt heen en weer gebreid. Zet 24-24-24-26-26-28-28 steken op met rondbreinaald 6 mm, 1 draad DROPS Alpaca Bouclé en 1 draad DROPS Kid-Silk (2 draden). NAALD 1 (verkeerde kant): Averecht. NAALD 2 (goede kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Brei 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht. NAALD 3 (verkeerde kant): Lees TIP VOOR HET MEERDEREN-2. 3 averecht, meerder 1 steek richting rechts, brei averecht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting links, 3 averecht. NA NAALD 3: Brei NAALDEN 2 en 3 in totaal 7-7-8-8-8-8-9 keer (14-14-16-16-16-16-18 naalden gebreid). Na de laatste meerdering zijn er 52-52-56-58-58-60-64 steken. Denk om de stekenverhouding. Knip de draad af en plaats de steken op een hulpdraad. RECHTERSCHOUDER: Vind de rechter schouder achter als volgt: Leg het achterpand plat neer, met de goede kant naar boven, met de hulpdraad naar u toe; de rechterkant van het werk = rechterschouder. Begin aan de goede kant bij het armsgat op de rechter schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek, tot de halslijn = 14-14-16-16-16-16-18 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei tricotsteek met de eerste naald aan de verkeerde kant. Als het werk 5-5-6-5-6-8-8 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Brei recht tot er 3 steken over zijn op de naald, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht zonder te meerderen. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 3-3-3-4-4-4-4 keer (6-6-6-8-8-8-8 naalden gebreid) = 17-17-19-20-20-20-22 steken. Het werk meet ongeveer: 9-9-10-10-11-13-13 cm vanaf de markeerder. Knip de draad af, plaats de steken op een hulpdraad en brei de linkerschouder. LINKERSCHOUDER: Begin aan de goede kant bij de halslijn op de linker schouder achter en neem 1 steek op in elke gebreide naald, aan de binnenkant van de buitenste steek tot het armsgat = 14-14-16-16-16-16-18 schoudersteken. Voeg 1 markeerder in bij de hals. Alle afmetingen op het voorpand worden vanaf deze markeerder genomen, gemeten in de breirichting. Brei tricotsteek met de eerste naald aan de verkeerde kant. Als het werk 5-5-6-5-6-8-8 cm meet, meerder dan voor de halslijn als volgt: NAALD 1 (goede kant): Denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot het einde van de naald (1 gemeerderde steek). NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht zonder te meerderen. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 3-3-3-4-4-4-4 keer (6-6-6-8-8-8-8 naalden gebreid) = 17-17-19-20-20-20-22 steken. De pas meet ca. 9-9-10-10-11-13-13 cm vanaf de markeerder. De voor- en achterpanden worden nu samengevoegd, er worden steken opgenomen voor de mouwen, de meerderingen voor de halslijn worden voortgezet en er worden steken gemeerderd voor de mouwen. NAALD 1 (goede kant): Begin aan de goede kant met het linker voorpand, 3 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 2 steken over zijn op het voorpand, haal 1 steek af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over (1 steek geminderd), voeg hier 1 markeerder in, neem 12-12-14-14-16-18-18 steken op langs de zijkant van het linker voorpand (= mouwsteken, worden opgenomen aan de binnenkant van de buitenste steek), voeg hier 1 markeerder in, brei de eerste 2 steken op het achterpand recht samen (1 steek geminderd), brei recht tot er 2 steken over zijn op het achterpand, haal 1 steek af, 1 recht en haal de afgehaalde steek over (1 steek geminderd), voeg hier 1 markeerder in, neem 12-12-14-14-16-18-18 steken op langs de zijkant van het rechter voorpand (= mouwsteken, worden opgenomen aan de binnenkant van de buitenste steek), voeg hier 1 markeerdraad in, brei de eerste 2 steken op het rechter voorpand recht samen (1 steek geminderd), brei recht tot er 3 steken over zijn, meerder 1 steek richting rechts, 3 recht = 108-108-120-124-128-134-142 steken. De meerderingen voor de halslijn zijn klaar. Het werk meet ongeveer 10-10-11-11-12-14-14 cm vanaf de markeerder. Een deel van de halslijndiepte ligt op het achterpand. Halslijndiepte aan de voorkant = 9-9-10-10-11-12-12 cm. Halslijndiepte achterpand = 1-1-1-1-1-2-2 cm. NAALD 2 (verkeerde kant): Brei averecht tot de eerste markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei averecht naar de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei averecht naar de volgende markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, Brei averecht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei averecht tot het EINDE VAN DE NAALD = 112-112-124-128-132-138-146 steken. NAALD 3 (goede kant): Brei recht tot de eerste markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei recht tot de volgende markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, Brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei recht tot het einde van de naald, zet dan 15-15-15-15-15-17-17 nieuwe steken op voor de halslijn = 131-131-143-147-151-159-167 steken. Ga nu verder in de rondte. PAS: Brei recht tot de eerste markeerder (einde van het voorpand), de naald begint hier, dus in de overgang tussen het voorpand en de linkermouw: NAALD 1: Verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei recht naar de volgende markeerder (= achterpand), verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht naar de volgende markeerder (= rechter mouw), Meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei 12-12-14-13-13-12-14 recht, brei A.1 over de volgende 25-25-25-29-29-33-33 steken, 12-12-14-13-13-12-14 recht (= voorpand) = 135-135-147-151-155-163-171 steken. NAALD 2: Verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, brei recht tot de volgende markeerder, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, ga verder met tricotsteek en A.1 over het voorpand = 151-151-163-167-171-183-191 steken – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN-1. Het aantal steken op de mouwen neemt toe, maar blijft hetzelfde op de voor- en achterpanden. NAALD 3: Brei recht en brei A.1 zonder te meerderen. Brei NAALDEN 2 en 3 in totaal 7-5-6-6-5-2-2 keer (14-10-12-12-10-4-4 naalden gebreid MAAR als A.1 klaar is in de hoogte, brei dan A.2 boven A.1 met de andere steken recht). Er zijn in totaal 10-8-9-9-8-5-5 meerderingen in de hoogte op de mouwen: 32-28-32-32-32-28-28 steken op de mouwen, 50-50-54-56-56-58-62 steken op het achterpand en 61-61-65-67-67-73-77 steken op het voorpand) = 175-167-183-187-187-187-195 steken. U meerdert nu op zowel het lijf als de mouwen, meerder op het lijf aan de binnenkant van de 2 tricotsteken op de voor- en achterpanden als volgt: NAALD 1: Verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht naar de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, 2 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht tot er 2 steken over zijn op het achterpand, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht, verplaats de markeerder naar de rechter naald, meerder 1 steek richting links, brei recht tot de volgende markeerder, meerder 1 steek richting rechts, verplaats de markeerder naar de rechter naald, 2 recht, meerder 1 steek richting links, brei recht en ga verder met A.2 tot er 2 steken over zijn op het voorpand, meerder 1 steek richting rechts, 2 recht (8 gemeerderde steken: 1 gemeerderde steek aan elke kant van de 2 steken in elke overgang tussen het lijf en de mouwen). NAALD 2: Brei recht en ga verder met A.2 zonder te meerderen. Brei NAALDEN 1 en 2 in totaal 3-5-5-6-9-12-12 keer (6-10-10-12-18-24-24 naalden gebreid). Er zijn in totaal 13-13-14-15-17-17-17 meerderingen in de hoogte op de mouwen en 3-5-5-6-9-12-12 meerderingen in de hoogte op het lijf: 38-38-42-44-50-52-52 steken op elke mouw, 56-60-64-68-74-82-86 steken op het achterpand en 67-71-75-79-85-97-101 steken op het voorpand = 199-207-223-235-259-283-291 steken. De mouwen meten ongeveer 14-14-15-16-18-18-18 cm. Als de trui dubbel gevouwen is op de schouder, meet het werk ongeveer: 19-19-20-21-24-25-25 cm vanaf de buitenkant op de schouder en naar beneden over het armsgat. Als het werk korter is dan dit, brei dan verder tot de juiste lengte zonder verdere meerderingen. Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN: Plaats de eerste 38-38-42-44-50-52-52 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-8-8-10-10-12-14 steken op (midden onder de mouw), brei 56-60-64-68-74-82-86 recht (achterpand), plaats de volgende 38-38-42-44-50-52-52 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 6-8-8-10-10-12-14 steken op (midden onder de mouw), brei de laatste 67-71-75-79-85-97-101 steken in tricotsteek en kabels zoals hiervoor (= voorpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gebreid. LIJF: = 135-147-155-167-179-203-215 steken. Brei in tricotsteek in de rondte, met patroon op het voorpand, voor nog een 21-23-23-25-22-23-24 cm – pas aan zodat u 3 tot 5 naalden heeft gebreid na de laatste bekabelingsronde. Ga verder met rondbreinaald 4.5 mm. Brei boordsteek (1 recht, 1 averecht), meerder tegelijkertijd 13-13-15-17-19-21-23 steken verdeeld op de eerste naald (4 hiervan zijn 1 steek gemeerderd in elk deel gemarkeerd met een pijl in A.2, de andere 9-9-11-13-15-17-19 steken verdeeld = 148-160-170-184-198-224-238 steken. De boordsteek moet netjes in het patroon op de voorkant passen, waarbij de averechte steken in het patroon doorlopen op de boordsteek. Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, kant dan af met boordsteek. De trui meet ongeveer: 48-50-52-54-56-58-60 cm vanaf de bovenkant van de schouder. MOUWEN: Plaats de 38-38-42-44-50-52-52 mouwsteken van een hulpdraad op rondbreinaald 6 mm en neem 1 steek op in elk van de 6-8-8-10-10-12-14 opgezette steken onder de mouw – lees MOUWTIP = 44-46-50-54-60-64-66 steken. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de 6-8-8-10-10-12-14 steken onder de mouw. De naald begint bij de markeerdraad. Brei in tricotsteek in de rondte. TEGELIJKERTIJD, als de mouw 1 cm meet vanaf de scheiding, minder dan midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN als volgt: Minder 2 steken 2-2-3-3-5-5-5 keer elke 2e naald = 40-42-44-48-50-54-56 steken. Brei verder tot de mouw 10-11-9-9-7-7-7 cm meet vanaf de scheiding. Ga verder met breinaalden zonder knop maat 4.5 mm. Brei boordsteek (1 recht, 1 averecht), meerder tegelijkertijd 2-4-4-4-4-4-4 steken verdeeld op de eerste naald = 42-46-48-52-54-58-60 steken. Als de boordsteek 4-4-4-4-5-5-5 cm meet, kant dan af met boordsteek. De mouw meet ca. 14-15-13-13-12-12-12 cm vanaf de scheiding. HALS (boordsteek met PUNNIKRAND): Gebruik rondbreinaald 4.5 mm en 1 draad van elke kwaliteit (2 draden). Begin aan de goede kant op een schouderlijn en neem 72-72-74-76-78-88-88 steken op aan de binnenkant van 1 steek rondom de halslijn. Brei 1 naald recht en pas indien nodig het aantal steken aan, het moet deelbaar zijn door 2. Brei boordsteek in de rondte (1 recht, 1 averecht) voor 3-3-3-3½-3½-4-4 cm. Kant na de laatste naald af als volgt: START (goede kant): Zet 2 steken op de rechter naald aan de goede kant. Zet deze 2 steken op de linker naald zodat de breidraad 2 steken verderop op de naald zit (tijdens het breien trekt de draad de rand aan tot een klein buisje). NAALD 1 (goede kant): 1 recht, brei de volgende 2 steken gedraaid recht samen. Zet de 2 steken van de rechter naar de linker naald. Keer het werk niet. Herhaal NAALD 1 tot er 2 steken over zijn. Zet de 2 steken van de rechter naar de linker naald. Kant af. Naai een kleine steek om het begin en einde van de PUNNIKRAND samen te voegen. |
|||||||||||||||||||||||||
Uitleg van het telpatroon |
|||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
Heeft u dit patroon gemaakt?Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #barleytwistsweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij. Heeft u hulp nodig voor dit patroon?U vind 45 instructievideo's, een commentaar/vragengedeelte en nog veel meer, als u naar het patroon gaat op garnstudio.com © 1982-2026 DROPS Design A/S. Alle rechten voorbehouden. Op dit document, inclusief alle subdocumenten, rust copyright. Lees meer over wat u kunt doen met onze patronen onderaan elk patroon op onze site |
|||||||||||||||||||||||||
Laat een opmerking achter voor DROPS 267-9
Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!
Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.