DROPS design: Model nr. fa-232
Garengroep A
----------------------------------------------------------
Maat: S - M - L - XL - XXL - XXXL
Materiaal: DROPS FABEL van Garnstudio
Kleur nr. 604, ocean view: 150-150-150-150-200-200 gr
Kleur nr. 910, sea mist: 150-150-150-150-200-200 gr

DROPS HAAKNLD 3.5 mm - of de maat die u nodig hebt voor een stekenverhouding van 20 stk = 10 cm in de breedte (10 toeren in A.2 meet ongeveer 12 cm, 1 vierkant meet ongeveer 8 x 8 cm).
DROPS HAAKNLD 4.5 mm - voor de strikband.
DROPS PARELMOER KNOPEN, NR. 521 (15 mm): 4 stuks voor alle maten
----------------------------------------------------------

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------


75% wol, 25% polyamide
vanaf 2.29 € /50g
DROPS Fabel uni colour DROPS Fabel uni colour 2.29 € /50g
Breiwebshop
Bestel
DROPS Fabel print DROPS Fabel print 2.45 € /50g
Breiwebshop
Bestel
DROPS Fabel long print DROPS Fabel long print 2.65 € /50g
Breiwebshop
Bestel
needles Naalden & Haaknaalden Bestel
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 13.74€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

PATROON:
Zie telpatroon A.1 voor het vierkant en A.3 voor de gehaakte rand aan de onderkant van de rok.

BLAADJE:
1 blaadje = haak 3 l, haak in dezelfde v 2 stk - maar wacht met de laatste doorhaling van beide st, haal draad door alle 3 st op haak, 3 l, 1 hv in dezelfde v, 1 hv in de volgende v.

BOBBEL:
1 bobbel = haak 2 stk in dezelfde l-lus - maar wacht met de laatste doorhaling van beide st, haal draad door alle 3 st op haak.

BOBBEL AAN HET BEGIN VAN DE TOER:
Haak 3 l, 1 stk in 1e l-lus.

TOER MET STK:
Vervang 1e stk aan begin van elke toer door 3 l, haak 1 stk in elke v. Eindig toer met 1 hv in 3e l van het begin van de toer.

TOER MET V:
Begin elke toer met v met 1 l (telt niet als 1e v), haak 1 v in elk stk. Eindig toer met 1 hv in 1e v van het begin van de toer.

PATROON A.2 EN STREPEN:
1 herhaling van A.2 = 2 toeren. Haak afwisselend 1 toer met stk en 1 toer met v.
Haak TEGELIJKERTIJD strepen in A.2 als volgt: * haak 1 herhaling van A.2 (= 2 toeren) in Fabel ocean view, 1 herhaling (= 2 toeren) met Fabel sea mist *, herhaal steeds van *-*.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 1 stk door 2 stk samen te haken als volgt: haak 1 stk in de volgende v maar wacht met de laatste doorhaling, haak 1 stk in de volgende v op dezelfde manier, maak 1 omsl en haal de draad door alle 3 st op de haak. LET OP! Minder niet aan het begin of einde van de toer als het werk heen en weer wordt gehaakt.
Minder 1 v door 1 v over te slaan.
----------------------------------------------------------

VIERKANT:
Wordt in de rondte gehaakt. Zie telpatroon A.1 - haak 4 l met Fabel sea mist en haaknld 3.5 mm en vorm een ring met 1 hv in 1e l.
TOER 1: haak 1 l, 8 v in l-ring, eindig met 1 hv in 1e v van het begin van de toer LEES TOER MET V.
TOER 2: haak in elke v 1 BLAADJE - lees uitleg boven - maar haak in laatste v als volgt: 3 l, haak in dezelfde v 3 stk - maar wacht met de laatste doorhaling van elke st, haal de draad door alle 4 st op de haak = 8 blaadjes.
TOER 3: haak 5 l, 1 stk in hetzelfde blaadje (= hoek), * 3 l, 1 v in volgende blaadje, 3 l, haak in volgende blaadje: 1 stk, 2 l en 1 stk (= hoek) *, herhaal van *-* nog 2 keer, 3 l, 1 v in laatste blaadje, 3 l, eindig met 1 hv in 3e l van het begin van de toer = 12 l-lussen.
TOER 4: haak 3 l, 1 stk in dezelfde lus, 3 l, haak 1 BOBBEL - lees uitleg boven - in dezelfde lus, * haak in elke van de volgende 2 l-lussen 2 bobbels met 2 l ertussen, haak in volgende l-lus 2 bobbels met 3 l ertussen (= hoek) *, herhaal van *-* nog 2 keer, haak in elke van de laatste 2 l-lussen 2 bobbels met 2 l ertussen, eindig met 1 hv in 3e l van het begin van de toer = 12 l-lussen.
TOER 5: haak 1 l, haak in 1e l-lus: 1 v, 3 l en 1 v (= hoek), ** * 3 l, 1 v in volgende l-lus *, herhaal van *-* nog 1 keer, 3 l, haak in de volgende l-lus: 1 v, 3 l, 1 v (= hoek) **, herhaal van **-** nog 2 keer, herhaal dan van *-* nog 2 keer, eindig met 3 l en 1 hv in 1e v van het begin van de toer.
TOER 6: haak 1 l, haak in 1e l-lus: 2 v, 3 l en 2 v (= hoek), * haak 3 v in elke van de volgende 3 l-lussen, haak in de volgende l-lus: 2 v, 3 l en 2 v (= hoek) *, herhaal van *-* nog 2 keer, haak 3 v in elke van de laatste 3 l-lussen, eindig met 1 hv in 1e v van het begin van de toer. Knip de draad af en zet vast.
Haak 12-13-14-15-16-18 vierkantjes in totaal met Fabel sea mist.

AFWERKING:
Haak de vierkantjes samen langs de randen als volgt: haak met Fabel sea mist en haaknld 3.5 mm, leg de vierkantjes 2 aan 2 op elkaar met de verkeerde kant tegen de verkeerde kant, haak 1 v in l-lus in hoek van beide vierkantjes, * 2 l, sla 2 v over, 1 v in volgende v van beide vierkantjes *, herhaal van *-*, eindig met 2 l, 1 v in l-lus in de hoek op beide vierkantjes, knip de draad af en zet vast. Haak alle vierkantjes samen op dezelfde manier zodat ze een ring vormen.

ROK:
Wordt eerste in de rondte gehaakt en dan heen en weer na de split.
Haak met Fabel ocean view en haaknld 3.5 mm 1 toer van v langs een kant van de ring van vierkantjes als volgt: ** 2 v in 1e l-lus in hoek op 1 vierkant, * 1 v in elke van de volgende 2 v, 2 v in de volgende v *, herhaal van *-* nog 2 keer (3 keer in totaal), 2 v in laatste l-lus in hoek (= 16 v per vierkant) **, herhaal van **-** op elk vierkant = 192-208-224-240-256-288 v op de toer, eindig met 1 hv in 1e v. Haak dan patroon A.2 en STREPEN - lees uitleg boven = 6-6-6-6-8-6 keer in de hoogte. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! LEES ALLE ONDERSTAANDE AANWIJZINGEN DOOR VOOR U VERDER GAAT.
Minder in de volgende toer (met stk) 8 st - LEES TIP VOOR HET MINDEREN - gelijkmatig verdeeld over de toer. Herhaal dit minderen elke 4 patroonherhalingen van A.2 in de hoogte - dus altijd in een toer met stk – nog 2-3-4-4-4-4 keer, dan om de herhaling in de hoogte in totaal 3-2-1-1-1-3 keer – haak TEGELIJKERTIJD vanaf een hoogte van ongeveer 21-24-25-26-27-29 cm (laatste toer = toer met v) het werk verder heen en weer. LET OP: plaats een markeerder aan het begin van de 1e toer met stk. Haak dan elke toer met stk aan de goede kant en elke toer met v aan de verkeerde kant.
Als alle minderingen zijn gemaakt, zijn er 144-160-176-192-208-224 st over. Ga verder in A.2 en strepen heen en weer tot het werk ongeveer 39-42-43-45-47-49 cm meet, knip de draad af en zet vast.

KNOOPBIES:
Haak met Fabel ocean view langs de split middenachter als volgt: begin bij de markeerder en haak aan de goede kant 36-36-38-38-40-40 v langs de hele linkerkant van de split. Haak toeren met v heen en weer tot de bies ongeveer 4 cm meet, knip de draad af en zet vast.

GEHAAKTE RAND (aan de bovenkant van de rok):
Haak met Fabel ocean view aan de goede kant van de rand van de taille als volgt: haak 8 v over de bovenkant van de knoopbies, haak dan 1 v in elke v aan de bovenkant van de rok. Haak in de volgende toer 1 v in elke v – pas TEGELIJKERTIJD het aantal st aan - LEES TIP VOOR HET MINDEREN - naar 151-169-181-199-217-229 v (deelbaar door 6 plus 1). Haak de volgende toer als volgt: 1 l, * 1 v in de volgende v, sla 2 v over, 5 stk in de volgende v, sla 2 v over*, herhaal van *-* de hele toer, eindig met 1 v in laatste v, knip de draad af en zet vast. De rand meet ongeveer 1 cm in de hoogte.

GEHAAKTE RAND (aan de onderkant van de rok):
Haak met Fabel ocean view langs de andere kant van de ring met vierkantjes als volgt: ** 3 v in 1e l-lus in hoek van 1 vierkant, * 1 v in elke van de volgende 2 v, 2 v in de volgende v *, herhaal van *-* nog 2 keer (3 keer in totaal), 3 v in laatste l-lus in hoek (= 18 v per vierkant) **, herhaal van **-** op elk vierkant = 216-234-252-270-288-324 v in totaal, eindig met 1 hv in 1e v. Haak dan patroon A.3 als volgt:
TOER 1: haak 4 l (vervangt 1e stk en 1e l), * sla 1 v over, 1 stk in de volgende v, 1 l *, herhaal van *-* - zie telpatroon A.3 -, eindig met 1 hv in 3e l van het begin van de toer.
TOER 2: haak 1 l, 1 v in 1e l-lus, * 1 v in volgende stk, 1 v in volgende l-lus *, herhaal van *-* nog 1 keer (= 5 v), ** 9 l, sla volgende 5 stk over, 1 v in volgende l-lus, herhaal van *-* nog 4 keer (= v-groep met 9 v) **, herhaal van **-** de hele toer - maar haak bij de laatste herhaling 4 v in plaats van 9 v, eindig met 1 hv in 1e v van het begin van de toer.
TOER 3: haak 1 l, 1 v in elke van de eerste 3 v, * 3 l, 9 stk in de volgende l-lus, 3 l, 1 v in elke van de middelste 5 v van volgende v-groep *, herhaal van *-* de hele toer - maar haak bij de laatste herhaling 1 v in elke van de laatste 2 v op de toer, eindig met 1 hv in 1e v van het begin van de toer.
TOER 4: haak 1 l, 1 v in elke van de eerste 2 v, * 3 l, 1 stk in elke van de volgende 9 stk, 3 l, 1 v in elke van de middelste 3 v van volgende v-groep *, herhaal van *-* de hele toer - maar haak bij de laatste herhaling 1 v in laatste v op toer, eindig met 1 hv in 1e v van het begin van de toer.
TOER 5: haak 1 l, 1 v in 1e v, * 3 l, haak 1 stk in elke van de volgende 9 stk met 1 l tussen elke st (= 9 stk en 8 l-lussen), 3 l, 1 v in de middelste v van volgende v-groep *, herhaal van *-* de hele toer - maar haak bij de laatste herhaling 3 l na laatste stk, eindig met 1 hv in 1e v van het begin van de toer.
TOER 6: haak 5 l, sla 1e l-lus over, * haak 1 v in elke van de volgende 8 l-lussen met 3 l tussen elke v (= 8 v en 7 l-lussen), 5 l *, herhaal van *-* de hele toer - maar haak bij de laatste herhaling 2 l na laatste v, eindig met 1 hv in 1e l-lus van het begin van de toer.
TOER 7: haak 1 l, 1 v in 1e l-lus, * 2 l, haak 1 v in elke van de volgende 7 l-lussen met 5 l tussen elke v (= 7 v en 6 l-lussen), 2 l, 1 v in de volgende l-lus *, herhaal van *-* de hele toer - maar haak bij de laatste herhaling 2 l na laatste v, eindig met 1 hv in 1e v van het begin van de toer.
TOER 8: haak 3 l, haak in elke l-lus op toer: 1 stk, 2 l en 1 stk, eindig met 1 hv in 1e l-lus van het begin van de toer.
TOER 9: haak 3 l, 4 stk in dezelfde l-lus, * 1 v in de volgende l-lus, 5 stk in de volgende l-lus *, herhaal van *-* de hele toer, eindig met 1 v in laatste l-lus en 1 hv in 3e l van het begin van de toer. Knip de draad af en zet vast.

STRIKBAND:
Haak met 1 draad van elke kleur en haaknld 4.5 mm een ketting van l met een lengte van ongeveer 130-135-140-145-150-155 cm, keer en haak 1 hv in elke l, knip de draad af en zet vast.

AFWERKING:
Naai 4 knopen gelijkmatig op tot knoopbies van de split, gebruik de openingen tussen de stk op de rechterkant als knoopsgaten. Haal de strikband tussen stk door van een na laatste toer met stk aan de bovenkant van de rok.


Telpatroon

symbols = l
symbols = hv
symbols = v
symbols = stk
symbols = blaadje: 3 l, haak in dezelfde v 2 stk - maar wacht met de laatste doorhaling van beide st, maak 1 omsl en haal draad door alle 3 st op haak, 3 l, 1 hv in dezelfde v, 1 hv in de volgende v
symbols = bobbel: haak 2 stk in dezelfde l-lus - maar wacht met de laatste doorhaling, maak 1 omsl en haal draad door alle 3 st op haak
symbols = bobbel aan het begin van de toer: haak 3 l, 1 stk in 1e l-lus
diagram
diagram
signature-image signature

Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

Bedankt dat u een patroon van DROPS Design kiest. We zijn er trots op dat we patronen aanbieden die correct en makkelijk te volgen zijn. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het origineel patroon controleren (DROPS 145-22) voor de afmetingen en de berekiningen.

Heeft u moeite met het volgen van het patroon? Hieronder vindt u een lijst met bronnen die u kunnen helpen om uw project vlot af te maken - of om eenvoudig iets nieuws te leren.

1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

naar boven

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

naar boven

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

naar boven

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

naar boven

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

naar boven

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

naar boven

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

naar boven

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

naar boven

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

naar boven

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

naar boven

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

naar boven

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

naar boven

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

naar boven

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

naar boven

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

naar boven

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

naar boven

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

naar boven

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

naar boven

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

naar boven

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

naar boven

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

naar boven

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

naar boven

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

naar boven

Heeft u DROPS garen besteld om dit patroon te maken? Dan heeft u recht op hulp van de winkel waar u het garen gekocht heeft. Vind hier een lijst van DROPS winkels!
Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan.. In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Opmerkingen / Vragen (57)

country flag Dani wrote:

Hello all at Drops Design. Love your patterns; they are fantastic and I've had a lot of fun making some of them. Please, though, one small request: would it be possible for you to print the crochet pattern diagrams with each row/round in an alternating shade? i.e. row 1 in grey, row 2 in black, row 3 in grey etc. This would greatly help both myself and, I suspect, many others in following them. I am slightly dyslexic and struggle to follow them. All the best wishes. Dani

12.02.2021 - 15:05

DROPS Design answered:

Dear Dani, thanks for your comment, for technical reasons it's not that possible, but what about highligting each row with a highlighter of different colours? This might help. Happy crocheting!

12.02.2021 kl. 16:32

country flag Sophie wrote:

Bonjour, Pour la partie Jupe, le point fantaisie A.2 en suivant les RAYURES est-il bien 1 rang = (1 tour de B puis 1 tour de ms) en Fabel vue sur la mer, puis la même chose en Fabel brume océane ? Si oui, comment je place chaque couleur de fil entre chaque rang ? Merci pour votre réponse.

21.12.2020 - 10:59

DROPS Design answered:

Bonjour Sophie, c'est bien ça, on crochète 2 tours/rangs d'une couleur puis 2 tours/rangs de l'autre. Laissez le fil de la couleur non utilisée sur l'envers de l'ouvrage et changez de couleur lors de la dernière maille coulée du tour précédent. Quand vous reprenez la couleur de la rayure précédente, ne tirez pas trop sur le fil pour ne pas resserrer l'ouvrage à ce niveau. Bon crochet!

21.12.2020 kl. 14:10

country flag Sophie wrote:

Bonsoir. J'ai fait les carrés que j'ai assemblée en rond en les positionnant envers contre envers, comme indiqué. Je suis étonnée de voir que la couture d'assemblage des carrés est en relief. Du coup je ne sais pas de quel côté doit être ce raccord en relief : à l'intérieur ou à l'extérieur de la jupe, car je crains qu'ils s'accrochent et que cela abîme la jupe. Pouvez-vous me dire si ces raccords en relief sont à l'intérieur ou à l'extérieur de la jupe please? Merci

05.11.2020 - 22:43

DROPS Design answered:

Bonjour Sophie, l'assemblage des carrés se fait sur l'endroit (on pose les carrés envers contre envers). Si vous préférez une transition plate, vous pouvez les coudre si cela vous convient davantage. Bon crochet!

06.11.2020 kl. 08:26

country flag Elena wrote:

Hello i have started this lovely model, in round 3 of square, what means 1 dc in same leaf ? where should the hook be entered? in last stitch of petal? in the middle of petal? Many thanks

11.01.2019 - 22:39

DROPS Design answered:

Dear Elena I would enter the hook into the middle of the petal. Happy Crafting!

12.01.2019 kl. 15:42

country flag Natasja wrote:

Als ik het rok gedeelte begin met de stokjes en vasten boven de granny's keer ik dan ook mijn werk telkens of blijf ik in de rondte werken naar boven toe?

19.10.2018 - 22:44

DROPS Design answered:

Dag Natasja,

Het staat niet duidelijk aangegeven in het patroon of je al dan niet het werk moet keren, maar als je de foto bekijkt, zie dat dit wel de bedoeling is, omdat de kleur verspringt midden achter. Het werk blijft ook beter in model als je steeds midden achter keert.

20.10.2018 kl. 16:53

country flag Aune wrote:

Hola, Tengo problemas al realizar la primera vuelta in la parte de ma falda (puntos vajos alrededor del aro). Como se ve en la figura A1, cada cuadrado tiene 13 puntos y dos cadenas. Las instrucciones dicenn de hacer 2 pb en la esquina + ( 1 pb en el siguiente pb + 1 pb en el siguiente pb + 2 pb en el siguiente pb) x tres veces + 2 pb en la esquina. Esto significa que solo se pone pb en 9 puntos y 2 esquinas. Qué pasa con los demas 4 puntos que tiene el cuadrado?

14.08.2018 - 03:44

DROPS Design answered:

Hola Aune. Ajustamos el lado de cada cuadrado para formar el borde inferior de la falda, es decir, trabajamos en las dos esquinas y en los 9 puntos bajos centrales del cuadrado. Como trabajamos 2 puntos bajos en el mismo punto en cada 3er punto bajo, tenemos al final 16 puntos bajos sobre cada cuadrado. Los otros 4 puntos del cuadrado se saltan para no hacer el borde de la falda demasiado ancho.

18.09.2018 kl. 10:50

Aune wrote:

Hello! I am a bit confused when starting the skirt part. Currently each side has 13 sc and 2 corner spaces so I do not get the indicated 16 sc per square. Instead I have 20 because I have to do the repeat *-* 4 times instead of 3. Where is that I am interpreting it wrongly? Do I have to skip the 2 sc that are already in the corners from previous round?

06.06.2018 - 22:27

country flag Anna wrote:

Hvor finner jeg diagram A2?

07.03.2018 - 12:57

DROPS Design answered:

Hej Anna, A2 står beskrevet øverst i opskriften sammen med striberne: MØNSTER A.2 OG STRIPER: 1 rapp A.2 = 2 omg/rader. Hekle vekselvis 1 omg/rad med st og 1 omg/rad med fm. Det hekles samtidig striper i A.2 slik: * Hekle 1 rapp A.2 (= 2 omg/rad) i Fabel havutsikt, 1 rapp (= 2 omg/rad) med Fabel havbrus *, gjenta fra *-* oppover.

07.03.2018 kl. 16:22

country flag Liesbeth wrote:

Verduidelijking op vorige vraag. toer 6 van vierkant = in 1e l-lus 2v, 3l en 2v (= hoek), * haak 3 v in elke van de volgende 3 l-lussen, haak in volgende l-lus 2v, 3l en 2v * Dat is dus een kant van het vierkant, na de eerste 3 l en tot de laatste 3l, De vasten daarvoor en daarna zijn om de hoek. Dan kom ik dus op 2v, 3x 3v en 2v = 13v per vierkant. Als ik dan de instructies van de rok opvolg heb ik teveel steken te vullen tot de hoek of ik moet de 2v in elke hoek overslaan

07.09.2014 - 19:52

DROPS Design answered:

Hoi Liesbeth. Je leest het als volgt (en vergeet niet de vasten die je in de lossenlus maakt): 2 v in 1e l-lus in hoek op 1 vierkant, * 1 v in elke van de volgende 2 v, 2 v in de volgende v *, herhaal van *-* nog 2 keer (3 keer in totaal), 2 v in laatste l-lus in hoek (= 16 v per vierkant) of = 2 + 4 + 4 + 4 + 2 = 16.

09.09.2014 kl. 12:05

country flag Liesbeth Jacobs wrote:

Ik heb een vraag over het haken van de rok. in het patroon staat: haak 1 toer v langs de ring van vierkantjes...... (= 16 v per vierkant). als ik alle vasten tel die ik dan moet maken kom ik echter op 20. moet ik misschien de 2v in de hoeklus van de laatste toer van het vierkant niet meetellen, of moet ik niet meerderen zoals in het patroon geschreven staat?

25.08.2014 - 21:44

DROPS Design answered:

Als ik de v optel, kom ik op 16 precies dus ik zie geen fout. Kunt u aangeven hoe u op 20 komt?

01.09.2014 kl. 17:11

Laat een opmerking achter voor DROPS 145-22

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.