DROPS Super Sale · BESPAAR 30% op 5 knusse wolgarens.
DROPS Alpaca
100% alpaca
vanaf 2.71 € /50g
DROPS Kid-Silk
75% mohair, 25% zijde
vanaf 4.70 € /25g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 42.47€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Autumn & Winter 26/27

Mossy Ridge Sweater

Gehaakte trui in DROPS Alpaca en DROPS Kid-Silk. Het werk wordt van boven naar beneden gehaakt met stokjes, raglan en sierranden. Maten XS - XXXL.

Markeer maat:


DROPS 271-27

#mossyridgesweater

DROPS Design: Patroon z-1079
Garengroep A + A of C
-------------------------------------------------------

MATEN:
XS - S - M - L - XL – XXL - XXXL

GAREN:
DROPS ALPACA van garnstudio (behoort tot garengroep A)
350-400-400-450-500-550-600 g kleur 7233, Olijf
En gebruik:
DROPS KID-SILK van garnstudio (behoort tot garengroep A)
125-150-150-175-175-200-225 g kleur 67, Helder Olijf

HAAKNAALD:
DROPS HAAKNAALD 4.5 MM.

STKEENVERHOUDING:
16 stokjes in de breedte en 9 toeren in de hoogte met 1 draad van elke kwaliteit op haaknaald 4.5 mm = 10 x 10 cm.
LET OP: De haaknaald is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, haak dan verder met een grotere haaknaald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, haak dan verder met een kleinere haaknaald.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

Misschien vindt u deze ook leuk...

DROPS Alpaca
100% alpaca
vanaf 2.71 € /50g
DROPS Kid-Silk
75% mohair, 25% zijde
vanaf 4.70 € /25g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 42.47€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

0
0


-------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.12.

LOSSE:
Als u aan het uiteinde van de haaknaald haakt, is de losse vaak te strak; 1 losse zou even lang moeten zijn als 1 stokje breed is.

INFORMATIE VOOR HET HAKEN (stokjes in een spiraal):
Na het verdelen van de pas voor het lijf en de mouwen, worden de stokjes in een spiraal gehaakt zonder de toeren af te sluiten. Begin de eerste toer met 1 vaste welke het eerste stokje vervangt, haak dan stokjes tot het einde van de toer. Sluit de toer niet af met 1 halve vaste maar haak 1 stokje in de vaste aan het begin van de vorige toer. Ga zo verder met stokjes, zonder de toeren af te sluiten.
Als u de laatste toer in de zijkant/midden achter eindigt, haak dan als volgt om een «hiaat» in de overgang te voorkomen: Haak tot er 2 stokjes over zijn, haak 1 half stokje in het volgende stokje, 1 vaste in het laatste stokje en 1 halve vaste in het volgende stokje.

TIP VOOR HET MINDEREN-1 (voor de mouwen):
Als u in de rondte haakt, wordt het begin van de toer verschoven. Voeg 1 markeerdraad in midden onder de mouw tussen 2 steken en beweeg de draad verticaal terwijl u verder breit, houd hem midden onder de mouw. Leg het kledingstuk plat neer om te controleren of de markeerdraad nog steeds correct is terwijl u mindert. Minder aan elke kant van 2 stokjes bij de markeerdraad als volgt: Haak tot er 3 stokjes over zijn voor de markeerdraad, haak 2 stokjes samen – lees TIP VOOR HET MINDEREN-2, haak 2 stokjes, haak 2 stokjes samen (2 geminderde steken).

TIP VOOR HET MINDEREN-2 (voor de mouwen):
Haak 2 stokjes samen als volgt: * Maak 1 omslag, steek de haaknaald in de volgende steek, neem de draad op, maak 1 omslag en haal het door de eerste 2 lussen op de haaknaald *, haak van *-* 1 keer (3 lussen op de haaknaald), maak 1 omslag en haal het door alle 3 lussen op de haaknaald (1 steek geminderd).

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De pas wordt in de rondte gehaakt vanaf de rechter schouder achter en van boven naar beneden.
Als de pas klaar is, wordt het werk verdeeld voor het lijf en de mouwen en het lijf wordt verder in de rondte gehaakt, terwijl de mouwen wachten. De mouwen worden van boven naar beneden gehaakt, in de rondte. Rondom de halslijn wordt een rand gehaakt om het af te maken.
Als er een «0» in uw maat staat, sla dan de informatie over en ga gelijk verder met de volgende instructie.

PAS:
Gebruik haaknaald 4.5 mm, 1 draad DROPS Alpaca en 1 draad DROPS Kid-Silk (2 draden).
Haak 80-84-88-92-96-100-104 LOSSEN – lees uitleg hierboven. Haak de eerste toer stokjes als volgt - lees PATROON:
Haak A.1 in de eerste losse (= halve raglan), 1 stokje in elk van de volgende 16-16-18-18-18-18-18 lossen (= mouw), A.2 in de volgende losse (= raglan), 1 stokje in elk van de volgende 22-24-24-26-28-30-32 lossen (= voorpand), A.3 in de volgende losse (= raglan), 1 stokje in elk van de volgende 16-16-18-18-18-18-18 lossen (= mouw), A.2 in de volgende losse (= raglan), 1 stokje in elk van de volgende 22-24-24-26-28-30-32 lossen (= achterpand), haak A.4 in de eerste losse (dezelfde steek waarin A.1 werd gehaakt).
Na de eerste toer zijn er 84-88-92-96-100-104-108 stokjes en 4 lossenlussen op de toer. Aan het einde van de toer haakt u 1 losse (getekend in telpatroon A.4) en 1 half stokje in de 3e losse vanaf het begin van de toer (beschreven in telpatroon A.1). Op toeren 3-4 in telpatroon A.1, haak het eerste stokje om dit halve stokje.
Ga verder in de rondte tot A.1 tot A.4 klaar zijn in de hoogte.
Er zijn 140-144-148-152-156-160-164 stokjes en 4 lossenlussen op de toer. De steken worden als volgt verdeeld over de lossenlussen: 32-32-34-34-34-34-34 stokjes op elke mouw en 38-40-40-42-44-46-48 stokjes op de voor- en achterpanden. Denk om de stekenverhouding.

Ga verder door A.5 boven A.1, A.6 boven A.2, A.7 boven A.3 en A.8 boven A.4 9-10-11-12-13-15-16 keer in de hoogte te breien; In totaal 14-15-16-17-18-20-21 toeren vanaf het begin van het werk.
Er zijn 248-264-280-296-312-340-356 stokjes en 4 lossenlussen op de toer. De steken worden als volgt verdeeld over de lossenlussen: 50-52-56-58-60-64-66 stokjes op elke mouw en 74-80-84-90-96-106-112 stokjes op de voor- en achterpanden.
Haak 1 toer met 1 stokje in elk stokje maar haak 2 stokjes om elke lossenlus = 256-272-288-304-320-348-364 stokjes. Het werk meet ongeveer 17-18-19-20-21-23-24 cm midden achter. Knip de draad af. Het werk wordt nu verdeeld voor het lijf en de mouwen.

VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN:
Haak 2-2-3-4-6-6-7 lossen (midden onder de mouw), begin in het 2e stokje dat om de lossenlus voor het voorpand wordt gehaakt, en haak 1 stokje in elk van de 78-84-88-94-100-110-116 stokjes op het voorpand, haak 4-4-6-8-12-12-14 lossen (midden onder de mouw), sla 50-52-56-58-60-64-66 stokjes over (= mouw), haak stokjes over de 78-84-88-94-100-110-116 stokjes op het achterpand, sla 50-52-56-58-60-64-66 stokjes over (= mouw), haak 2-2-3-4-6-6-7 lossen en 1 halve vaste in de eerste losse. Het lijf wordt verder gehaakt terwijl de mouwen wachten. Het werk meet ongeveer 18-19-20-21-22-24-25 cm midden achter.

LIJF:
Het lijf wordt in een spiraal verder gehaakt zonder na elke toer te eindigen – lees INFORMATIE OVER HET HAKEN in de uitleg hierboven.
Haak 1 stokje in elke losse en 1 stokje in elk stokje (denk erom dat het eerste stokje wordt vervangen door 1 vaste en de toer wordt niet afgesloten) = 164-176-188-204-224-244-260 stokjes.
Ga verder in de rondte tot het werk 51-53-54-56-58-60-62 cm meet midden achter. Eindig de toer zoals beschreven in INFORMATIE VOOR HAKEN.
De trui meet ongeveer 56-58-60-62-64-66-68 cm vanaf de schouder.

MOUWEN:
De mouw wordt in een spiraal verder gehaakt zonder te eindigen na elke toer – denk om de INFORMATIE VOOR HET HAKEN. Begin in de 3e-3e-4e-5e-7e-7e-8e losse die midden onder de mouw wordt gehaakt. Haak 1 stokje in elk van de volgende 0-0-1-2-4-4-5 lossen (1 losse over voor de mouwsteken), haak 2 stokjes samen als volgt: Haak 1 stokje in de laatste losse maar wacht met de laatste omslag en doorhaling, haak nog 1 stokje op dezelfde manier in de overgang tussen het lijf en de mouw, Maak 1 omslag en haal het door alle 3 lussen op de haaknaald (dit sluit het gaatje in de overgang tussen het lijf en de mouw), haak 1 stokje in elk van de 50-52-56-58-60-64-64 overgeslagen stokjes op de mouw, haak 2 stokjes samen in de overgang tussen het lijf en de mouw zoals hiervoor. Haak 1 stokje in elk van de laatste 1-1-2-3-5-5-6 lossen die onder de mouw worden gehaakt = 54-56-62-66-72-76-80 stokjes. Denk eraan, de toeren eindigen niet en u haakt in een spiraal. Als de mouw 2 cm meet, minder dan midden onder de mouw – lees TIP VOOR HET MINDEREN-1 en TIP VOOR HET MINDEREN-2.
Minder zo iedere 4-4-6-6-6-6-4 cm 3-3-2-2-2-2-3 keer = 48-50-58-62-68-72-74 steken. Haak tot de mouw 44-43-42-42-42-41-40 cm meet.
Meerder op de volgende toer 4-4-4-4-4-4-4 steken verdeeld = 52-54-62-66-72-76-78 steken. Als de mouw 46-45-44-44-44-43-42 cm meet, meerder dan 0-2-2-2-4-4-6 steken verdeeld = 52-56-64-68-76-80-84 steken. Haak tot de mouw 47-46-46-46-45-44-43 cm meet vanaf de scheiding, eindig de toer onder de mouw zoals beschreven in INFORMATIE VOOR HAKEN.
Haak nu een rand rondom de manchet: Haak A.9 over 4 steken, dan A.10 tot het einde van de toer. De mouw meet ongeveer 48-47-47-47-46-45-44 cm. Knip en hecht de draad af.

HALS:
Begin in de overgang tussen het achterpand en de mouw. Hecht de draad vast met 1 halve vaste, haak dan 1 vaste tussen elk stokje over de eerste toer van de pas = 80-84-88-92-96-100-104 vasten. Eindig de toer met 1 halve vaste in de eerste vaste. Haak A.11 over 4 steken, dan A.12 tot het einde van de toer. Eindig met 1 halve vaste in de eerste losse. Knip en hecht de draad af.

Telpatroon

Steken in grijs zijn al gehaakt; deze zijn hier getekend om te laten zien hoe de steken in de volgende toer worden gehaakt in de steken eronder = Steken in grijs zijn al gehaakt; deze zijn hier getekend om te laten zien hoe de steken in de volgende toer worden gehaakt in de steken eronder
1 losse = 1 losse
De toer begint met 3 lossen welke het eerste stokje vervangen. De toer eindigt met 1 half stokje in de 3e losse. = De toer begint met 3 lossen welke het eerste stokje vervangen. De toer eindigt met 1 half stokje in de 3e losse.
1 stokje in de steek eronder = 1 stokje in de steek eronder
1 stokje om de lossenlus eronder = 1 stokje om de lossenlus eronder
1 stokje om een half stokje van het einde van de vorige toer = 1 stokje om een half stokje van het einde van de vorige toer
1 stokje in de 3e losse van het begin van de vorige toer = 1 stokje in de 3e losse van het begin van de vorige toer
2 lossen (= lossenlus) = 2 lossen (= lossenlus)
De toer begint met 1 losse welke de eerste vaste vervangt. De toer eindigt met 1 halve vaste in de eerste losse. = De toer begint met 1 losse welke de eerste vaste vervangt. De toer eindigt met 1 halve vaste in de eerste losse.
1 vaste tussen de stokjes van toer 1 op de pas = 1 vaste tussen de stokjes van toer 1 op de pas
1 halve vaste in de steek eronder = 1 halve vaste in de steek eronder
in de steken van de vorige toer, haak dan als volgt: Sla 1 steek over, haak 5 stokjes in de volgende steek, sla 1 steek over = in de steken van de vorige toer, haak dan als volgt: Sla 1 steek over, haak 5 stokjes in de volgende steek, sla 1 steek over
Diagram for DROPS 271-27
Diagram for DROPS 271-27
Diagram for DROPS 271-27
Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

De garenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!
Heeft u dit patroon gemaakt?
Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #mossyridgesweater of stuur ze naar de #dropsfan galerij.

Laat een opmerking achter voor DROPS 271-27

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (3)

country flag Lucy Hemminger schreef:

Hallo, die Anleitung funktioniert mega. Haben sie auch Farbvorschläge zu dieser Anleitung?

03.10.2026 - 17:47

DROPS Design antwoorde:

Liebe Frau Hemminger, schauen Sie mal bei der Farbkarte Alpaca z.B. unter Garnkombinationen ganz unten der Seite einige Farbvorschläge für Alpaca und Kid-Silk - Ihr DROPS Händler kann Ihnen mehr - auch per Mail oder Teleofn - vorschlagen. Viel Spaß beim Häkeln!

05.10.2026 - 07:50

country flag Josien schreef:

In A6 haak je in de lossenlus 1 stokje, 2 lossen, 2 stokjes. In A7 haak je in de lossenlus eerst 2 stokjes en dan 1 stokjes. Je meerdere zo op het lijf meer dan op de mouwen. Maar hierdoor trekt het wel scheef. Kan ik dit voorkomen, want hierdoor gaat het ook n beetje bobbelen.

28.09.2026 - 19:34

country flag Josien schreef:

Doordat je bij de pas bij de mouwen minder meerdert als bij voor en achterpand, trekt hij bij mij scheef. Ik krijg geen identieke schuine lijnen en bij voor- en achterpand gaat hij rechts babbelen. Hoe kan ik dit voorkomen?

28.09.2026 - 15:16

DROPS Design antwoorde:

Dag Josien,

Helaas begrijp ik je vraag niet helemaal. Als je de telpatronen volgt, meerder je automatisch op de panden en het lijf evenveel.

28.09.2026 - 19:06