DROPS Super Sale - 7 katoengarens de hele maand maart in de aanbieding!
DROPS Bomull-Lin
53% katoen, 47% linnen
vanaf 2.15 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 6.45€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Super Sale
DROPS 265-13

#creambreezebag

DROPS design: Patroon l-181
Garengroep C
----------------------------------------------------------

MAAT:
Het werk meet ongeveer: Breedte: 20 cm Hoogte: 22 cm zonder handvat

GAREN:
DROPS BOMULL-LIN van garnstudio (behoort tot garengroep C)
150 g kleur 03, Zand

HAAKNAALD:
DROPS HAAKNAALD 3.5 mm.

STEKENVERHOUDING:
18 vasten in de breedte en 21 toeren in de hoogte op haaknaald 3.5 mm = 10 x 10 cm.
1 herhaling van patroon A.3 meet ongeveer 3 cm in de hoogte.
LET OP: De haaknaald is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, haak dan verder met een grotere haaknaald, als u te weinig steken heeft op 10 cm haak dan verder met een kleinere haaknaald.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

Misschien vindt u deze ook leuk...

DROPS Bomull-Lin
53% katoen, 47% linnen
vanaf 2.15 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 6.45€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

0
0


----------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

----------------------------------------------------------

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.3

INFORMATIE VOOR HET HAKEN (geldt voor de tas):
Begin elke vastentoer met 1 losse die aanvullend op de vasten wordt gehaakt. Eindig de naald met 1 halve vaste in deze losse.

TIP VOOR HET MEERDEREN:
Meerder door 2 vasten in dezelfde steek te haken aan elke kant van de markeerder. Meerder 4 steken per naald.
NA DE MARKEERDER: Haak 1 vaste in de eerste vaste, haak 2 vasten in de volgende steek.
VOOR DE MARKEERDRAAD: Haak tot er 2 steken over zijn voor de markeerder, haak 2 vasten in de eerste steek, haak 1 vaste in de volgende steek.

----------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

----------------------------------------------------------

TAS – KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Haak in de rondte, van onder naar boven. Brei dan een riem die aan elke kant op de tas wordt vastgemaakt.

TAS:
Gebruik haaknaald 3.5 mm en DROPS Bomull-Lin. Lees LOSSEN in de uitleg hierboven.
Haak 25 lossen, keer het werk en haak 1 vaste in de 2e losse vanaf de haaknaald, haak dan 1 vaste in elke losse over de hele toer = 24 vasten. Keer het werk om aan de onderkant van de lossen te haken en haak 1 vaste in elke losse, eindig met 1 halve vaste in de eerste losse = 48 lossen.
Lees INFORMATIE VOOR HET HAKEN in de uitleg hierboven.
Voeg 2 markeerdraden in het werk, voeg de markeerdraden tussen 2 steken in. Deze worden gebruikt bij het meerderen aan elke kant. Voeg een markeerder in aan het begin van de naald en een markeerder na 24 steken (= de zijkanten van de tas).
Haak nu vasten terwijl u tegelijkertijd meerdert, denk om de informatie voor het haken en lees TIP VOOR HET MEERDEREN!
Haak 1 vaste in elke vaste en meerder aan elke kant van elke markeerdraad (= 4 steken gemeerderd).
Meerder zo op iedere toer 6 keer in totaal = 72 vasten.
Haak 1 toer met vasten en meerder 1 vaste op de toer (meerder door 2 vasten in dezelfde steek te haken) = 73 vasten.
Ga nu verder in PATROON – zie uitleg hierboven en brei dan als volgt:
Haak A.1 (toont het begin en einde van de toer), haak A.2 over de hele toer = 73 halve vasten (op de 3e toer zijn er 36 sterren op de toer en op de 4e toer zijn er 72 halve stokjes op de toer).
Als de telpatronen in de hoogte zijn gehaakt, herhaal dan de naalden zoals te zien is in A.3 en verder.
Brei zo tot A.3 6 keer in totaal in de hoogte is gehaakt.
Haak nog 1 toer zoals laatste toer in A.3, haak dan 2 toeren met 1 vaste in elke steek. Knip en hecht het garen af. De tas meet ongeveer 22 cm vanaf de opzetrand.

HANDVAT:
Gebruik haaknaald 3.5 mm en DROPS Bomull-Lin. Haak 10 lossen.
Haak 1 vaste in de 2e losse vanaf de haaknaald, haak dan 1 vaste in elk van de 8 lossen op de toer = 10 vasten. Keer het werk en haak heen en weer gehaakt met vasten (de 1e vaste op de toer wordt vervangen door 1 losse).
Brei zo heen en weer gebreid tot het werk 5 cm meet.
Zet nu het werk samen tot een buis als volgt: Vouw het werk om verder in de rondte te haken (dus begin met 1 vaste in de 1e losse op de zojuist gehaakte toer. Haak in de rondte in een spiraal zonder de naald te beëindigen tot het bandje ongeveer 55 cm meet, of de gewenste lengte. Haak nu weer heen en weer, haak dan als volgt: Haak 1 losse (vervangt de 1e vaste), haak 1 vaste in iedere steek tot de losse aan het begin van de toer, keer het werk. Haak heen en weer gehaakt (de 1e vaste op de toer wordt vervangen door 1 losse).
Brei tot het bandje 60 cm meet. Er is nu een rond bandje met 5 cm heen en weer gebreid aan elke kant. Hecht het begin en einde van de riem netjes aan elke kant van de tas vast.

Telpatroon

het grijs gemarkeerde gedeelte is reeds gehaakt, begin op de volgende toer = het grijs gemarkeerde gedeelte is reeds gehaakt, begin op de volgende toer
1 losse, haak aan het einde van de toer 1 halve vaste in de 1e losse = 1 losse, haak aan het einde van de toer 1 halve vaste in de 1e losse
1 halve vaste in de achterste lus van de steek eronder = 1 halve vaste in de achterste lus van de steek eronder
3 lossen aan het begin van de toer, eindig de toer met 1 halve vaste in de 3e losse van het begin van de toer = 3 lossen aan het begin van de toer, eindig de toer met 1 halve vaste in de 3e losse van het begin van de toer
2 lossen aan het begin van de toer, eindig de toer met 1 halve vaste in de 2e losse van het begin van de toer = 2 lossen aan het begin van de toer, eindig de toer met 1 halve vaste in de 2e losse van het begin van de toer
1 half stokje in het stergaatje eronder - het stergaatje wordt uitgelegd in symbolen voor de 1e ster = 1 half stokje in het stergaatje eronder - het stergaatje wordt uitgelegd in symbolen voor de 1e ster
1 halve vaste voor de halve stokjes eronder = 1 halve vaste voor de halve stokjes eronder
1e ster: Haak 3 lossen (= 1 lus), voeg de haaknaald in door de volgende steken en haal de draad door de steek zodat er steeds meer lussen op de haaknaald komen: in de 2e losse vanaf de haaknaald (= 2 lussen), in de 3e losse vanaf de haaknaald (= 3 lussen), in de achterste lus van elk van de 3 volgende halve vasten van de naald eronder (= 6 lussen), Maak 1 omslag en haal door alle 6 lussen op de haaknaald, haak dan 1 losse welke de ster sluit. Er zit een klein gaatje in de ster, dit gaatje wordt een stergat genoemd als u verder gaat. = 1e ster: Haak 3 lossen (= 1 lus), voeg de haaknaald in door de volgende steken en haal de draad door de steek zodat er steeds meer lussen op de haaknaald komen: in de 2e losse vanaf de haaknaald (= 2 lussen), in de 3e losse vanaf de haaknaald (= 3 lussen), in de achterste lus van elk van de 3 volgende halve vasten van de naald eronder (= 6 lussen), Maak 1 omslag en haal door alle 6 lussen op de haaknaald, haak dan 1 losse welke de ster sluit. Er zit een klein "gaatje" in de ster, dit gaatje wordt een stergat genoemd als u verder gaat.
2e ster: Er zit al 1 lus op de haaknaald, voeg de haaknaald in door de volgende steken en haal de draad mee door de steek zodat er steeds meer lussen op de haaknaald komen: in het stergat (= lus die de losse sluit) (= 2 lussen), aan de zijkant van de laatste van de 6 lussen van de vorige ster (= 3 lussen), in de achterste lus van dezelfde halve vaste als de laatste 6e lus van de vorige ster (= 4 lussen), in de achterste lus van elk van de volgende 2 halve vasten van de naald eronder (= 6 lussen), maak 1 omslag en haal door alle 6 lussen op de haaknaald, haak dan 1 losse welke de ster sluit (= stergat). = 2e ster: Er zit al 1 lus op de haaknaald, voeg de haaknaald in door de volgende steken en haal de draad mee door de steek zodat er steeds meer lussen op de haaknaald komen: in het stergat (= lus die de losse sluit) (= 2 lussen), aan de zijkant van de laatste van de 6 lussen van de vorige ster (= 3 lussen), in de achterste lus van dezelfde halve vaste als de laatste 6e lus van de vorige ster (= 4 lussen), in de achterste lus van elk van de volgende 2 halve vasten van de naald eronder (= 6 lussen), maak 1 omslag en haal door alle 6 lussen op de haaknaald, haak dan 1 losse welke de ster sluit (= stergat).
Diagram for DROPS 265-13
Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

De garenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!
Heeft u dit patroon gemaakt?
Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #creambreezebag of stuur ze naar de #dropsfan galerij.

Laat een opmerking achter voor DROPS 265-13

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.