Clue #2 - Achterkant van de trui

Untitled Document

In deze clue breien we de achterkant van de trui, waarbij u ervoor kan kiezen of u al dan niet een kerstman op de achterkant wilt.

Aan het eind van de clue is tevens een lijst van video's en lessen toegevoegd zodat u nog makkelijker de trui kan breien! Twijfelt u nog steeds? Dan kunt u uw vraag kwijt door het formulier in te vullen onderaan de paginga, zodat onze experts kunnen proberen u te helpen!


Opmerkingen bij het patroon

PATROON: 
Zie telpatronen A.3 en A.2 (A.2 geldt alleen voor de maten 7/8 – 9/10 – 11/12 jaar).

TRUI – KORTE SAMENVATTING VAN HET ACHTERPAND:
Het achterpand wordt heen en weer gebreid met de rondbreinaald van onder naar boven. Eerst wordt een los deel gebreid voor de muts en deze wordt later gecombineerd met het achterpand op de laatste naald van het patroon; het hangt aan de buitenkant van de trui.


Laten we beginnen met breien!

Achterpand met kerstman

Zet 70-74-78-82-86-90 steken op met rondbreinaald 4.5 mm en medium grijs Air of grijs Nepal. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant).
De volgende naald wordt als volgt gebreid aan de goede kant: 1 kantsteek in RIBBELSTEEK – lees beschrijving hierboven, * 2 recht, 2 averecht * brei van *-* tot er 1 steek over is op de naald en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek voor 4 cm – pas aan zodat de volgende naald aan de goede kant wordt gebreid. Brei 1 naald recht terwijl u 12-12-12-14-14-14 steken verdeeld mindert – lees TIP VOOR HET MINDEREN = 58-62-66-68-72-76 steken.

Ga verder met rondbreinaald 5.5 mm. Brei tricotsteek (kantsteken aan elke kant gebreid in ribbelsteek op iedere naald) voor 1-1-4-4-6-8 cm (het werk meet in totaal 5-5-8-8-10-12 cm vanaf de rand).
Brei nu tricotsteek (kantsteken in ribbelsteek) en patroon in de verschillende maten als volgt aan de goede kant:

MATEN 2 – 3/4 – 5/6 jaar:
Brei 1 kantsteek in ribbelsteek, 6-8-10 steken in tricotsteek, A.3 (= 44 steken) – lees PATROON, brei 6-8-10 steken in tricotsteek en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek.

MATEN 7/8 – 9/10 – 11/12 jaar:
Brei 1 kantsteek in ribbelsteek, 11-13-15 steken in tricotsteek, A.2 (= 44 steken) – lees PATROON, brei 11-13-15 steken in tricotsteek en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. Als het werk 11-16-20 cm meet, brei dan patroon A.3 over patroon A.2.

ALLE MATEN:
Als het werk 20-23-26-29-32-35 cm meet – pas aan zodat de volgende naald aan de goede kant wordt gebreid, kant 2-2-2-3-3-3 steken af op het begin van de volgende 2 naalden voor de armsgaten = 54-58-62-62-66-70 steken. Ga verder met tricotsteek, A.3 (alleen in de kleinste maten) en 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant – minder TEGELIJKERTIJD op de volgende naald aan de goede kant voor de raglan – lees beschrijving hierboven. Minder voor de raglan iedere 2e naald (dus elke naald aan de goede kant) in totaal 13-14-15-16-17-18 keer. Als alle minderingen voor de raglan klaar zijn, zijn er 28-30-32-30-32-34 steken op de naald, kant af.

Telpatroon

= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant met medium grijs/grijs (kleur a)
= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant met naturel (kleur c)
= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant met tarwe/licht beige (kleur d)
= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant met framboos/diep rood (kleur b)
= averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant met framboos/diep rood (kleur b)
= averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant met tarwe/licht beige (kleur d)
= op deze naald (= aan de goede kant) breit u de losse muts samen met het voor-/achterpand
= leg de losse muts (= 12 steken) over deze 12 steken, * brei 1 steek van de muts en 1 steek van het kledingstuk recht samen met framboos/diep rood (= 1 steek) *, brei van *-* in totaal 12 keer.

Achterpand zonder kerstman:

Zet 70-74-78-82-86-90 steken op met rondbreinaald 4.5 mm en medium grijs Air of grijs Nepal. Brei 1 naald averecht (= verkeerde kant).
De volgende naald wordt als volgt aan de goede kant gebreid: 1 kantsteek in RIBBELSTEEK – lees beschrijving hierboven, * 2 recht, 2 averecht * brei van *-* tot er 1 steek over is op de naald en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek. Ga verder met deze boordsteek voor 4 cm – pas aan zodat de volgende naald aan de goede kant wordt gebreid. Brei 1 naald recht terwijl u 12-12-12-14-14-14 steken verdeeld mindert – lees TIP VOOR HET MINDEREN = 58-62-66-68-72-76 steken.

Ga verder met rondbreinaald 5.5 mm en brei tricotsteek met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Als het werk 20-23-26-29-32-35 cm meet – pas aan zodat de volgende naald aan de goede kant wordt gebreid, kant 2-2-2-3-3-3 steken af op het begin van de volgende 2 naalden voor de armsgaten = 54-58-62-62-66-70 steken. Ga verder met tricotsteek en 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant – minder TEGELIJKERTIJD op de volgende naald aan de goede kant voor de raglan – lees beschrijving hierboven. Minder voor de raglan iedere 2e naald (dus elke naald aan de goede kant) in totaal 13-14-15-16-17-18 keer.
Als alle minderingen voor de raglan klaar zijn, zijn er 28-30-32-30-32-34 steken op de naald, kant af.


Klaar

De achterkant van de trui is nu klaar. Bent u klaar voor de mouwen? Klik hieronder dan op Volgende > voor de volgende stap van de trui. En vergeet niet om afbeeldingen van uw voortgang naar de galerij te sturen. Klik hier om een link te sturen!


Heeft u hulp nodig?

Hieronder vindt u een lijst met bronnen om u te helpen met de trui.

Opmerkingen (1)

Marion Sbongk 18.11.2019 - 18:36:

☀️🙂🌈❣️

Laat een opmerking of vraag achter voor deze clue

Uw e-mailadres wordt niet openbaar gemaakt. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *