DROPS Super Sale · BESPAAR 30% op 5 knusse wolgarens.
DROPS Air
65% alpaca, 28% polyamide, 7% Wool
vanaf 4.48 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 22.40€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Autumn & Winter 26/27
Markeer maat:


DROPS Baby 53-8

#younglingjumpsuit

DROPS Design: Patroon ai-016-by
Garengroep C of A + A
-------------------------------------------------------

MATEN:
Hoogte van het kind in cm:
50 - 56/62 - 68/74 - 80/86 - 92 - 98/104 cm
Leeftijd van het kind:
0/1 maand - 1/3 maanden - 6/9 maanden - 12/18 maanden - 2 jaar - 3/4 jaar

GAREN:
DROPS AIR van garnstudio (behoort tot garengroep C)
250-300-350-400-450-500 g kleur 56, Pepermunt

KNOPEN:
DROPS KNOPEN NR 629: 6-6-6-7-7-7 stuks.

HAAKNAALD:
DROPS HAAKNAALD 3.5 MM.

STEKENVERHOUDING:
18 stokjes in de breedte en 10.5 toeren in de hoogte met haaknaald 3.5 mm = 10 x 10 cm.
LET OP: De haaknaald is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, haak dan verder met een grotere haaknaald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, haak dan verder met een kleinere haaknaald.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

Misschien vindt u deze ook leuk...

DROPS Air
65% alpaca, 28% polyamide, 7% Wool
vanaf 4.48 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 22.40€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

0
0


-------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

LOSSE:
Als u aan het uiteinde van de haaknaald haakt, is de losse vaak te strak; 1 losse zou even lang moeten zijn als 1 dubbel stokje/stokje breed is.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.6.
De telpatronen worden van rechts naar links gelezen als u aan de goede kant breit en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant breit.

TIP VOOR HET HAKEN:
De textuur gaat dus verder als u in de rondte haakt, het werk wordt aan het einde van elke toer gekeerd, afwisselend aan de goede en de verkeerde kant. Elke toer eindigt met 1 halve vaste in de 3e losse vanaf het begin van de toer voor het keren, zodat de toer "vergrendeld" wordt.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Haak 2 stokjes samen tot 1 stokje:
* Maak 1 omslag, steek de haaknaald door de volgende steek en neem de draad op, maak 1 omslag en haal het door de eerste 2 lussen op de haaknaald *, haak van *-* in totaal 2 keer (3 lussen op de haaknaald), maak 1 omslag en haal het door alle 3 lussen op de haaknaald (1 stokje geminderd).

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

PAK - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
De pas wordt heen en weer gehaakt vanaf midden voor en van boven naar beneden, meerder voor de raglan. Als de pas klaar is, wordt het verdeeld voor het lijf en de mouwen en het lijf wordt verder heen en weer gehaakt tot de opening midden voor klaar is, dan verder in de rondte heen en weer gehaakt om het structuurpatroon te behouden. Het werk wordt verdeeld voor de pijpen welke in de rondte, heen en weer worden gehaakt.
De mouwen worden in de rondte, heen en weer gehaakt.
Er worden steken opgenomen rondom de hals en de capuchon wordt heen en weer gehaakt vanaf midden voor. Er worden 2 pompons gemaakt en aan elke kant van de capuchon bevestigd.

HALS:
Haak 55-55-59-63-67-71 LOSSEN – lees uitleg hierboven, met haaknaald 3.5 mm en DROPS Air. Haak de eerste toer als volgt aan de verkeerde kant: A.1c in de 2e losse vanaf de haaknaald, A.1b in de volgende 8-8-9-10-10-11 lossen (= rechter voorpand), haak A.4 in de volgende 2 lossen (= raglansteken), A.1b in de volgende 8-8-8-8-10-10 lossen (= mouw), A.4 in de volgende 2 lossen (= raglansteken), A.1b in de volgende 12-12-14-16-16-18 lossen (= achterpand), haak A.4 in de volgende 2 lossen (= raglansteken), A.1b in de volgende 8-8-8-8-10-10 lossen (= mouw), A.4 in de volgende 2 lossen (= raglansteken), A.1b in de volgende 8-8-9-10-10-11 lossen en A.1a in de laatste losse (= linker voorpand), keer = 54-54-58-62-66-70 vasten + 1 losse aan het begin van de rij. De lossen in A.4 markeren de 4 raglanlijnen.
Voeg 1 markeerder in aan de binnenkant van 6 steken aan een kant (midden voor) zonder de steken te haken; Het werk wordt vanaf hier gemeten.

PAS:
Haak stokjes heen en weer gehaakt terwijl u meerdert voor de raglan in elke losse (raglanlijn) als volgt:
TOER 1 (goede kant): Haak A.2a in de eerste steek, * A.2b tot de eerste/volgende losse (= raglanlijn), haak de volgende toer in A.4 om deze losse (= 1 stokje + 1 losse + 1 stokje) *, haak van *-* in totaal 4 keer, haak A.2b tot er 1 steek over is op de toer en A.2c in deze laatste steek = 8 gemeerderde stokjes (wees voorzichtig bij het haken van het laatste stokje op de toer zodat de rand gelijkmatig is midden voor).
TOER 2 (verkeerde kant): Haak A.2c in de eerste steek, * A.2b tot de eerste/volgende losse (= raglanlijn), haak de volgende toer in A.4 om deze losse (= 2 stokjes gemeerderd) *, haak van *-* in totaal 4 keer, haak A.2b tot er 1 steek over is op de toer en A.2a in deze laatste steek = 8 gemeerderde stokjes.
Herhaal TOEREN 1 en 2 tot u 10-12-13-14-15-15 toeren stokjes heeft gehaakt; zie telpatroon A.5 welke laat zien hoe u de gemeerderde steken haakt.
Haak op de volgende toer 1 stokje om de losse in elke raglanlijn (tussen de stokjes in A.4) in plaats van 1 stokje + 1 losse + 1 stokje.
U hebt in totaal 11-13-14-15-16-16 toeren stokjes gehaakt; De pas meet ongeveer 10-12-13-14-15-15 cm vanaf de markeerder. Er zijn 138-154-166-178-190-194 stokjes op de toer.
Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen.

VERDELEN VOOR HET LIJF EN DE MOUWEN:
Bij het verdelen komen de raglansteken op de voor- en achterpanden.
Haak zoals hiervoor over de eerste 23-25-27-29-31-32 steken (= voorpand), haak 6-6-8-8-8-10 lossen (midden onder de mouw), sla de volgende 26-30-32-34-36-36 stokjes over (= mouw), haak zoals hiervoor over de volgende 40-44-48-52-56-58 stokjes (achterpand), haak 6-6-8-8-8-10 lossen (midden onder de mouw), sla de volgende 26-30-32-34-36-36 stokjes over (= mouw), haak zoals hiervoor over de laatste 23-25-27-29-31-32 stokjes (= voorpand). Het lijf en de mouwen worden apart verder gehaakt.

LIJF:
= 98-106-118-126-134-142 stokjes. Ga verder met A.2 heen en weer. LET OP: Haak op de eerste toer 1 stokje in elk van de 6-6-8-8-8-10 lossen onder elke mouw, ga dan verder heen en weer gehaakt met stokjes in alle steken.
Haak tot het werk 26-31-32-35-37-39 cm meet vanaf de markeerder midden voor (ongeveer 29-34-35-38-40-42 cm vanaf de schouder), met de volgende toer aan de goede kant.
Haak op de volgende toer de biezen samen en ga verder in de rondte – lees TIP VOOR HET HAKEN, als volgt:
Knip de draad af. De buitenste 6 stokjes aan elke kant zijn de biezen die nu aan elkaar gehaakt worden: Leg de buitenste 6 stokjes op het rechter voorpand op de buitenste 6 stokjes op het linker voorpand. Begin met 1 halve vaste in het 6e stokje zodat de toer net voor de voorbies begint (haak door beide lagen zodat de biezen bij elkaar blijven), haak A.3a in dezelfde steek als de halve vaste, dan A.3b in elk van de volgende 6 steken (door beide lagen), haak A.3b tot het einde van de toer, eindig de toer met 1 halve vaste in de 3e losse vanaf het begin van de toer = 92-100-112-120-128-136 stokje haken.
Keer het werk, denk om TIP VOOR HET HAKEN en ga verder met afwisselende toeren aan de goede en de verkeerde kant.
Haak tot het werk 30-36-38-41-44-47 cm meet vanaf de markeerder op de hals en 33-39-41-44-47-50 cm vanaf de schouder (ongeveer 4-5-6-6-7-8 cm na het samenvoegen van de biezen) en met de volgende toer aan de goede kant.
Het werk wordt nu verdeeld voor de pijpen welke apart verder worden gebreid. Knip de draad af.

VERDELEN VOOR DE PIJPEN:
Voeg 2 markeerdraden in zonder de steken te breien door als volgt te haken: Tel 3 stokjes, voeg markeerdraad-1 in voor de volgende steek (= midden voor), tel 46-50-56-60-64-68 stokjes (= linker pijp), voeg markeerdraad-2 in voor de volgende steek (= midden achter), er zijn 43-47-53-57-61-65 stokjes over op de toer + 3 overgeslagen steken aan het begin van de toer (= rechter pijp). De pijpen worden apart verder gehaakt.

RECHTER PIJP:
Begin aan de goede kant aan de achterkant van het pak met 1 halve vaste in het 3e-3e-3e-4e-4e-4e stokje na de markeerdraad midden achter, haak A.3a in deze steek (= dezelfde steek als de halve vaste), haak A.3b over de volgende 41-45-51-53-57-61 stokjes, dus eindig 2-2-2-3-3-3 stokjes voor de markeerdraad midden voor, eindig de toer met 1 halve vaste in de 3e losse aan het begin van de toer = 42-46-52-54-58-62 stokjes.
Ga verder met A.3, haak in de rondte afwisselend aan de goede en de verkeerde kant.
Voeg TEGELIJKERTIJD na 1 toer 1 markeerdraad in de 3 lossen aan het begin van de toer (= binnenkant pijp).
Minder op de volgende toer 1 stokje aan elke kant van de markeerdraad – lees TIP VOOR HET MINDEREN. Minder zo iedere 2e toer 3-3-4-4-4-4 keer = 36-40-44-46-50-54 stokjes.
Haak tot de pijp 15-18-25-33-38-42 cm meet vanaf de scheiding, met de volgende toer aan de verkeerde kant. Haak 1 toer vasten, dus A.6b in de eerste steek, dan A.6a tot het einde van de toer, eindig de toer met 1 halve vaste in de losse aan het begin van de toer. Knip en hecht de draad af. Vouw de onderkant 4-4-5-5-6-6 cm omhoog.

LINKER PIJP:
Begin aan de goede kant aan de voorkant van het pak met 1 halve vaste in het 3e-3e-3e-4e-4e-4e stokje na de markeerdraad midden voor, haak A.3a in dezelfde steek als de halve vaste, dan A.3b over de volgende 41-45-51-53-57-61 stokjes, dus eindig 2-2-2-3-3-3 stokjes voor de markeerdraad midden achter, eindig de toer met 1 halve vaste in de 3e losse aan het begin van de toer = 42-46-52-54-58-62 stokjes.
Eindig de pijp op dezelfde manier als de rechter pijp.

MOUWEN:
Begin in de 4e-4e-5e-5e-5e-6e losse midden onder de mouw. Haak 1 halve vaste in deze steek, dan A.3a in dezelfde steek als de halve vaste, A.3b in elke steek tot het einde van de toer en 1 halve vaste in de 3e losse aan het begin van de toer = 32-36-40-42-44-46 stokjes. Ga verder met A.3, haak in de rondte afwisselend aan de goede en de verkeerde kant.
Voeg TEGELIJKERTIJD na 1 toer 1 markeerder in de 3 lossen aan het begin van de toer (= midden onder de mouw).
Minder op de volgende toer 1 stokje aan elke kant van de markeerder – denk om TIP VOOR HET MINDEREN. Minder zo iedere 2e toer 1-1-3-3-4-4 keer = 30-34-34-36-36-38 stokjes.
Haak tot de mouw 15-17-20-23-28-33 cm meet vanaf de scheiding, met de volgende toer aan de verkeerde kant. Haak 1 toer vasten, dus A.6b in de eerste steek, dan A.6a tot het einde van de toer, eindig de toer met 1 halve vaste in de losse aan het begin van de toer. Knip en hecht de draad af. Vouw de onderkant 4-4-5-5-6-6 cm omhoog.

AFWERKING:
Naai de opening tussen de pijpen, dus het voorpand aan het achterpand, rand tegen rand met kleine steken.
Naai de knopen op de linker voorbies tussen het 3e en 4e stokje vanaf de rand. De knopen worden geknoopt tussen 2 stokjes op de rechter voorbies. De bovenste knoop wordt 1 cm vanaf de bovenkant van de hals geplaatst en de onderste knoop 4-5-5-5-5-6 cm boven waar de banden zijn samengevoegd. De andere 4-4-4-5-5-5 knopen zijn gelijkmatig tussen deze 2 knopen gepositioneerd.

CAPUCHON:
Begin aan de goede kant op het rechter voorpand en haak 1 halve vaste in de eerste steek, A.2a in dezelfde steek en dan A.2b tot er 1 steek over is op de toer, meerder tegelijkertijd 10-12-12-12-12-12 stokjes over deze steken – lees TIP VOOR HET MEERDEREN en haak A.2c in de laatste steek = 64-66-70-74-78-82 stokjes. Ga verder met A.2 heen en weer gehaakt voor 20-21-23-25-26-27 cm. Knip de draad af met een draadeinde dat lang genoeg is om de capuchon aan de bovenkant samen te naaien. Naai rand tegen rand in de buitenste lus van de buitenste steek zodat de naad plat is.

POM POM:
Maak 2 pompons met een diameter van 5 cm. Naai 1 pompon aan elke kant van de capuchon, 9-9-10-10-11-11 cm naar beneden aan elke kant van de bovenste naad en 6-6-7-7-8-8 cm vanaf de voorrand.

Telpatroon

deze toer (grijs gearceerd) is reeds gehaakt; laat zien hoe de volgende toer wordt gehaakt in de steken eronder = deze toer (grijs gearceerd) is reeds gehaakt; laat zien hoe de volgende toer wordt gehaakt in de steken eronder
1 losse = 1 losse
sla 1 losse over, haak 1 vaste in de volgende losse = sla 1 losse over, haak 1 vaste in de volgende losse
1 losse (gelijk aan 1 vaste aan het begin van de toer), eindig de toer met 1 halve vaste in deze losse = 1 losse (gelijk aan 1 vaste aan het begin van de toer), eindig de toer met 1 halve vaste in deze losse
1 vaste in de steek eronder/om de lossenlus = 1 vaste in de steek eronder/om de lossenlus
3 lossen (gelijk aan 1 stokje aan het begin van de toer) = 3 lossen (gelijk aan 1 stokje aan het begin van de toer)
1 stokje in de steek eronder = 1 stokje in de steek eronder
herhaal in de hoogte = herhaal in de hoogte
3 lossen (gelijk aan 1 stokje aan het begin van de toer), eindig de toer met 1 halve vaste in de 3e losse aan het begin van de toer, keer het werk = 3 lossen (gelijk aan 1 stokje aan het begin van de toer), eindig de toer met 1 halve vaste in de 3e losse aan het begin van de toer, keer het werk
haakrichting = haakrichting
Diagram for DROPS Baby 53-8
Diagram for DROPS Baby 53-8
Diagram for DROPS Baby 53-8
Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

De garenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!
Heeft u dit patroon gemaakt?
Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #younglingjumpsuit of stuur ze naar de #dropsfan galerij.

Laat een opmerking achter voor DROPS Baby 53-8

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.