DROPS Super Sale - 7 katoengarens de hele maand maart in de aanbieding!
DROPS Belle
53% katoen, 33% viscose, 14% linnen
vanaf 1.70 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 27.20€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS AW2526
Markeer maat:


DROPS 268-2

#harvestdress

DROPS design: Patroon vs-131
Garengroep B
----------------------------------------------------------

MAAT:
XS - S - M - L - XL - XXL – XXXL
Vanwege het gewicht van het kledingstuk zal het kledingstuk tijdens het dragen een paar cm langer worden dan de afmetingen in de maattekening.

GAREN:
DROPS BELLE van garnstudio (behoort tot garengroep B)
800-900-1000-1100-1200-1350-1450 g kleur 24, Zand

HAAKNAALD:
DROPS HAAKNAALD 4 mm.

STEKENVERHOUDING:
18 stokjes in de breedte en 9 toeren in de hoogte op haaknaald 4 mm = 10 x 10 cm.
LET OP: De haaknaald is slechts een richtlijn. Als u te veel steken heeft op 10 cm, haak dan verder met een grotere haaknaald, als u te weinig steken heeft op 10 cm haak dan verder met een kleinere haaknaald.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

Misschien vindt u deze ook leuk...

DROPS Belle
53% katoen, 33% viscose, 14% linnen
vanaf 1.70 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 27.20€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

0
0


----------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

----------------------------------------------------------

LOSSE:
Als u aan het uiteinde van de haaknaald haakt, is de losse vaak te strak. 1 losse zou even lang moeten zijn als 1 stokje/vaste breed is.

INFORMATIE VOOR HET HAKEN:
Haak aan het begin van iedere toer met stokjes, 3 lossen Deze lossen vervangen het eerste stokje op de toer. Haak het laatste stokje op de toer in de 3e losse van het begin van de vorige toer.
Haak aan het begin van elke toer met vasten 1 losse. Deze losse vervangt de eerste vaste op de toer. Haak de laatste vaste op de toer in de 3e losse van het begin van de vorige toer.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.5.
Lees de telpatronen van rechts naar links als u aan de goede kant haakt en van links naar rechts als u aan de verkeerde kant haakt.
A.1 en A.3 laten zien hoe de toer begint en eindigt.

TIP VOOR HET OPMETEN:
Vanwege het gewicht moeten alle afmetingen worden gedaan door het werk omhoog te houden, anders wordt het kledingstuk te lang tijdens het dragen.

TIP VOOR HET MEERDEREN:
Meerder 1 steek door 2 steken in dezelfde steek te haken, dus haak 2 vasten of 2 stokjes in dezelfde steek (afhankelijk van welke toer in het telpatroon u meerdert
Haak de meerdersteken als 1 vaste of 1 stokje totdat de gemeerderde steek past in een hele herhaling van A.2 in de breedte.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

----------------------------------------------------------

JURK - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Haak het voor- en achterpand apart heen en weer en van boven naar beneden. Naai het werk samen op de schouders en in de zijkanten - er moet een split aan elke kant zijn.
Haak een rand met lossenlussen rondom de hals en rondom beide armsgaten.
Als er 0 steken staan in uw maat, sla dan de informatie over en ga verder met de volgende informatie.

ACHTERPAND:
RECHTERSCHOUDER:
Haak 12-12-12-12-14-14-14 LOSSEN - lees uitleg hierboven, op haaknaald 4 mm met DROPS Belle.
Lees de INFORMATIE VOOR HET HAKEN en het PATROON in de uitleg hierboven en haak dan als volgt:
TOER 1 (= goede kant): Haak A.1 (= sla de eerste 3 lossen op de toer over), haak A.2 4-4-4-4-5-5 keer in totaal, haak A.3 in de laatste steek = 10-10-10-10-12-12-12 stokjes.
TOER 2 (= verkeerde kant): Haak A.3 in de eerste steek, haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.1 in de laatste steek op de toer.
TOER 3 (= goede kant): Haak A.1 in de eerste steek, haak A.2 4-4-4-4-5-5 keer in totaal, haak A.3 in de laatste steek = 10-10-10-10-12-12-12 stokjes.
TOER 4 (= verkeerde kant): Haak A.3 in de eerste steek, haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.1 in de laatste steek op de toer.
Haak de 3e en 4e TOER 1-1-1-1-2-2-2 keer in totaal (dus haak de 5e en 6e toer in de telpatronen in de maten XL, XXL en XXXL). 4-4-4-4-6-6-6 toeren zijn in totaal vanaf de opzetrand gehaakt.
Meerder dan voor de hals als volgt:
TOER 1 (= goede kant): Haak A.1 in de eerste steek en meerder tegelijkertijd 1 steek in deze steek – lees TIP VOOR HET MEERDEREN, haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.3 in de laatste steek = 11-11-11-11-13-13-13 steken.
TOER 2 (= verkeerde kant): Haak A.3 in de eerste steek, haak A.2 zoals hiervoor tot er 2 steken over zijn op de toer, haak de volgende steek als 1 stokje, haak A.1 in de laatste steek en meerder tegelijkertijd 1 steek in deze steek = 12-12-12-12-14-14-14 steken. Knip het garen af. Het werk meet ongeveer 7-7-7-7-9-9-9 cm vanaf de opzetrand.

ACHTERPAND:
LINKERSCHOUDER:
Haak 12-12-12-12-14-14-14 lossen op haaknaald 4 mm met DROPS Belle.
Denk om de INFORMATIE VOOR HET HAKEN en haak dan als volgt:
TOER 1 (= goede kant): Haak A.1 (= sla de eerste 3 lossen op de toer over), haak A.2 4-4-4-4-5-5 keer in totaal, haak A.3 in de laatste steek = 10-10-10-10-12-12-12 stokjes.
TOER 2 (= verkeerde kant): Haak A.3 in de eerste steek, haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.1 in de laatste steek op de toer.
TOER 3 (= goede kant): Haak A.1 in de eerste steek, haak A.2 4-4-4-4-5-5 keer in totaal, haak A.3 in de laatste steek = 10-10-10-10-12-12-12 stokjes.
TOER 4 (= verkeerde kant): Haak A.3 in de eerste steek, haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.1 in de laatste steek op de toer.
Haak de 3e en 4e TOER 1-1-1-1-2-2-2 keer in totaal (dus haak de 5e en 6e toer in de telpatronen in de maten XL, XXL en XXXL). 4-4-4-4-6-6-6 naalden zijn in totaal vanaf de opzetrand gehaakt.
Meerder dan voor de hals als volgt:
TOER 1 (= goede kant): Haak A.1 in de eerste steek, haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.3 in de laatste steek en meerder tegelijkertijd 1 steek in deze steek – denk om TIP MEERDEREN = 11-11-11-11-13-13-13 steken.
TOER 2 (= verkeerde kant): Haak A.3 in de eerste steek en meerder tegelijkertijd 1 steek in deze steek, haak de volgende steek als 1 stokje, haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.1 in de laatste steek = 12-12-12-12-14-14-14 steken.
Knip het garen niet af. Haak nu de linker- en rechterschouder samen voor het achterpand zoals uitgelegd hieronder.

ACHTERPAND (linker en rechter schouder samen):
Haak nu de linker- en rechterschouder samen voor het achterpand, ga verder aan de goede kant over de steken van de linkerschouder en haak als volgt:
TOER 1 (= goede kant): Haak A.1 in de eerste steek, haak A.2 tot er 1 steek over is, haak A.3 in de laatste steek, haak 22-26-30-30-30-30-36 lossen voor de hals, haak A.1 in de eerste steek aan de goede kant op de rechterschouder, haak A.2 tot er 1 steek over is, haak A.3 in de laatste steek = 46-50-54-54-58-58-64 steken op de toer.
Ga zo verder in patroon heen en weer gehaakt – TEGELIJKERTIJD als het werk 11-11-12-11-12-11-12 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder en de volgende toer aan de verkeerde kant wordt gehaakt, meerder dan aan elke kant voor de armsgaten zoals uitgelegd hieronder – lees TIP VOOR HET OPMETEN! Denk om de stekenverhouding!

MEERDEREN VOOR DE ARMSGATEN:
Haak de eerste toer als volgt - aan de verkeerde kant: Haak A.3 in de eerste steek en meerder tegelijkertijd 1-1-1-1-0-0-0 steken in deze steek, haak A.2 tot er 1 steek over is, haak A.1 in de laatste steek en meerder tegelijkertijd 1-1-1-1-0-0-0 steken in deze steek (= 2-2-2-2-0-0-0 steken gemeerderd). Meerder zo op iedere toer 2-1-1-2-0-0-0 keer in totaal.
Ga verder met meerderen op dezelfde manier maar meerder nu 2 steken aan elke kant, dus haak 2 steken in elk van de 2 buitenste steken. Meerder zo iedere toer 3-4-4-5-7-9-9 keer in totaal.
Na de laatste meerdering zijn er 62-68-72-78-86-94-100 steken op de toe, de laatste toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt en het werk meet ongeveer 17-17-18-19-20-21-22 cm vanaf de opzetrand op de schouder.
Zet nu aan elke kant nieuwe steken op voor de armsgaten - het is belangrijk dat de volgende 2 toeren rijen zijn met stokjes en dat de volgende toer aan de goede kant wordt gehaakt - ga verder met haken tot die volgende toer aan de goede kant kan beginnen: Haak 5-6-7-8-9-10-12 lossen, keer het werk, haak A.1 (= sla de eerste 3 lossen over), haak A.2 tot 0-1-0-1-0-1-1 steek, haak 1 stokje in de laatste steek (geldt voor maat S, L, XXL en XXXL), haak dan 5-6-7-8-9-10-12 lossen aan het einde van de toer, keer het werk, haak A.1 (= sla de eerste 3 lossen over), haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.3 in de laatste steek = 68-76-82-90-100-110-120 steken.

ACHTERPAND (naar beneden):
Haak patroon zoals hiervoor - haak de eerste toer aan de verkeerde kant en haak als volgt: Haak A.3 in de eerste steek, haak A.2 tot er 1 steek over is, haak A.1 in de laatste steek.
Als het werk 29-32-34-36-38-40-42 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder, begin dan met meerderen aan elke kant - denk om TIP VOOR HET OPMETEN.
Voeg 1 markeerder in aan de binnenkant van de 17-17-19-19-21-23-25 buitenste steken aan elke kant. Haak in patroon heen en weer zoals hiervoor - meerder tegelijkertijd 1 steek aan de binnenkant van de markeerder aan elke kant – lees TIP VOOR HET MEERDEREN en pas aan om te meerderen op de 5e, 6e of 7e toer in A.2 (haak de gemeerderde steken in patroon maar haak als 1 stokje/vaste tot er genoeg steken zijn voor een hele herhaling van A.2 in de breedte), Meerder altijd aan de binnenkant van de buitenste 17-17-19-19-21-23-25 steken aan elke kant.
Meerder zo iedere 3-3-2½-2½-2-2-2 cm 7-7-8-8-9-9-9 keer in totaal, meerder dan iedere 4-4-4-4-4½-4½-4½ cm 10 keer in totaal = 102-110-118-126-138-148-158 steken.
Haak tot het werk ongeveer 120-123-126-129-132-135-137 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder - denk om TIP VOOR HET METEN en pas zo aan dat de volgende toer aan de goede kant is.
Haak dan als volgt aan de goede kant: Haak A.4a in de eerste steek, haak A.4b over de rest van de toer. Knip en hecht het garen af.

VOORPAND:
LINKERSCHOUDER:
Haak 12-12-12-12-14-14-14 lossen, op haaknaald 4 mm met DROPS Belle.
Denk om de INFORMATIE VOOR HET HAKEN en haak dan als volgt:
TOER 1 (= goede kant): Haak A.1 (= sla de eerste 3 lossen op de toer over), haak A.2 4-4-4-4-5-5 keer in totaal, haak A.3 in de laatste steek = 10-10-10-10-12-12-12 stokjes.
TOER 2 (= verkeerde kant): Haak A.3 in de eerste steek, haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.1 in de laatste steek op de toer.
TOER 3 (= goede kant): Haak A.1 in de eerste steek, haak A.2 4-4-4-4-5-5 keer in totaal, haak A.3 in de laatste steek = 10-10-10-10-12-12-12 stokjes.
TOER 4 (= verkeerde kant): Haak A.3 in de eerste steek, haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.1 in de laatste steek op de toer.
Haak de 3e en 4e TOER 1-1-1-1-2-2-2 keer in totaal (dus haak de 5e en 6e toer in de telpatronen in de maten XL, XXL en XXXL). 4-4-4-4-6-6-6 naalden zijn vanaf de opzetrand gehaakt.
Meerder dan voor de hals als volgt:
TOER 1 (= goede kant): Haak A.1 in de eerste steek en meerder tegelijkertijd 1 steek in deze steek – lees TIP VOOR HET MEERDEREN, haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.3 in de laatste steek = 11-11-11-11-13-13-13 steken.
TOER 2 (= verkeerde kant): Haak A.3 in de eerste steek, haak A.2 zoals hiervoor tot er 2 steken over zijn op de toer, haak de volgende steek als 1 stokje, haak A.1 in de laatste steek en meerder tegelijkertijd 1 steek in deze steek = 12-12-12-12-14-14-14 steken.
TOER 3 (= goede kant): Haak patroon zoals hiervoor en meerder tegelijkertijd 2 steken op het begin van de toer door 2 steken te haaken in elk van de eerste 2 steken op de toer, haak zoals hiervoor de rest van de toer = 14-14-14-14-16-16-16 steken.
TOER 4 (= verkeerde kant): Haak zoals hiervoor tot er 2 steken over zijn op de toer, meerder 2 steken door 2 steken te haaken in elk van de laatste 2 steken op de toer = 16-16-16-16-18-18-18 steken.
Knip het garen af. Het werk meet ongeveer 9-9-9-9-11-11-11 cm vanaf de opzetrand.

VOORPAND:
RECHTERSCHOUDER:
Haak 12-12-12-12-14-14-14 lossen, op haaknaald 4 mm met DROPS Belle.
Denk om de INFORMATIE VOOR HET HAKEN en haak dan als volgt:
TOER 1 (= goede kant): Haak A.1 (= sla de eerste 3 lossen op de toer over), haak A.2 4-4-4-4-5-5 keer in totaal, haak A.3 in de laatste steek = 10-10-10-10-12-12-12 stokjes.
TOER 2 (= verkeerde kant): Haak A.3 in de eerste steek, haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.1 in de laatste steek op de toer.
TOER 3 (= goede kant): Haak A.1 in de eerste steek, haak A.2 4-4-4-4-5-5 keer in totaal, haak A.3 in de laatste steek = 10-10-10-10-12-12-12 stokjes.
TOER 4 (= verkeerde kant): Haak A.3 in de eerste steek, haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.1 in de laatste steek op de toer.
Haak de 3e en 4e TOER 1-1-1-1-2-2-2 keer in totaal (dus haak de 5e en 6e toer in de telpatronen in de maten XL, XXL en XXXL). 4-4-4-4-6-6-6 naalden zijn vanaf de opzetrand gehaakt.
Meerder dan voor de hals als volgt:
TOER 1 (= goede kant): Haak A.1 in de eerste steek, haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.3 in de laatste steek en meerder tegelijkertijd 1 steek in deze steek – denk om TIP MEERDEREN = 11-11-11-11-13-13-13 steken.
TOER 2 (= verkeerde kant): Haak A.3 in de eerste steek en meerder tegelijkertijd 1 steek in deze steek, haak de volgende steek als 1 stokje, haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.1 in de laatste steek = 12-12-12-12-14-14-14 steken.
TOER 3 (= goede kant): Haak in patroon zoals hiervoor tot er 2 steken over zijn op de toer, meerder 2 steken door 2 steken te haaken in elk van de laatste 2 steken op de toer = 14-14-14-14-16-16-16 steken.
TOER 4 (= verkeerde kant): Haak patroon zoals hiervoor en meerder tegelijkertijd 2 steken op het begin van de toer door 2 steken te haaken in elk van de eerste 2 steken op de toer, haak zoals hiervoor de rest van de toer = 16-16-16-16-18-18-18 steken.
Knip het garen niet af. Haak nu de rechterschouder en linkerschouder samen voor het voorpand zoals uitgelegd hieronder.

VOORPAND (rechter en linker schouder samen):
Breng nu de rechter- en linkerschouder samen voor het voorpand, ga verder aan de goede kant over de steken van de rechterschouder en haak als volgt:
TOER 1 (= goede kant): Haak A.1 in de eerste steek, haak A.2 tot er 1 steek over is, haak A.3 in de laatste steek, haak 14-18-22-22-22-22-28 lossen voor de hals, haak A.1 in de eerste steek aan de goede kant op de linkerschouder, haak A.2 tot er 1 steek over is, haak A.3 in de laatste steek = 46-50-54-54-58-58-64 steken op de toer.
Ga zo verder in patroon heen en weer gehaakt – TEGELIJKERTIJD als het werk 11-11-12-11-12-11-12 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder en de volgende toer aan de verkeerde kant wordt gehaakt, meerder dan aan elke kant voor de armsgaten zoals uitgelegd hieronder – lees TIP VOOR HET OPMETEN!

MEERDEREN VOOR DE ARMSGATEN:
Haak de eerste toer als volgt - aan de verkeerde kant: Haak A.3 in de eerste steek en meerder tegelijkertijd 1-1-1-1-0-0-0 steken in deze steek, haak A.2 tot er 1 steek over is, haak A.1 in de laatste steek en meerder tegelijkertijd 1-1-1-1-0-0-0 steken in deze steek (= 2-2-2-2-0-0-0 steken gemeerderd). Meerder zo op iedere toer 2-1-1-2-0-0-0 keer in totaal.
Ga verder met meerderen op dezelfde manier maar meerder nu 2 steken aan elke kant, dus haak 2 steken in elk van de 2 buitenste steken. Meerder zo iedere toer 3-4-4-5-7-9-9 keer in totaal.
Na de laatste meerdering zijn er 62-68-72-78-86-94-100 steken op de toer, de laatste toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt en het werk meet ongeveer 17-17-18-19-20-21-22 cm vanaf de opzetrand op de schouder. Zet nu aan elke kant nieuwe steken op voor de armsgaten - het is belangrijk dat de volgende 2 toeren rijen zijn met stokjes en dat de volgende toer aan de goede kant wordt gehaakt - ga verder met haken tot die volgende toer aan de goede kant kan beginnen: Haak 5-6-7-8-9-10-12 lossen, keer het werk, haak A.1 (= sla de eerste 3 lossen over), haak A.2 tot er 0-1-0-1-0-1-1 steek over is op de toer, haak 1 stokje in de laatste steek (geldt voor maat S, L, XXL en XXXL), haak dan 5-6-7-8-9-10-12 lossen aan het einde van de toer, keer het werk, haak A.1 (= sla de eerste 3 lossen over), haak A.2 tot er 1 steek over is op de toer, haak A.3 in de laatste steek = 68-76-82-90-100-110-120 steken.

VOORPAND (naar beneden):
Haak in patroon zoals hiervoor - haak de eerste toer aan de verkeerde kant en haak als volgt: Haak A.3 in de eerste steek, haak A.2 tot er 1 steek over is, haak A.1 in de laatste steek.
Als het werk 29-32-34-36-38-40-42 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder, begin dan met meerderen aan elke kant - denk om TIP VOOR HET OPMETEN.
Voeg 1 markeerder in aan de binnenkant van de 17-17-19-19-21-23-25 buitenste steken aan elke kant. Haak in patroon heen en weer zoals hiervoor - meerder tegelijkertijd 1 steek aan de binnenkant van de markeerder aan elke kant – lees TIP VOOR HET MEERDEREN en pas aan om te meerderen op de 5e, 6e of 7e toer in A.2 (haak de gemeerderde steken in patroon maar haak als 1 stokje/vaste tot er genoeg steken zijn voor een hele herhaling van A.2 in de breedte), Meerder altijd aan de binnenkant van de buitenste 17-17-19-19-21-23-25 steken aan elke kant.
Meerder zo iedere 3-3-2½-2½-2-2-2 cm 7-7-8-8-9-9-9 keer in totaal, meerder dan iedere 4-4-4-4-4½-4½-4½ cm 10 keer in totaal = 102-110-118-126-138-148-158 steken.
Haak tot het werk ongeveer 120-123-126-129-132-135-137 cm meet vanaf de opzetrand op de schouder - denk om TIP VOOR HET METEN en pas zo aan dat de volgende toer aan de goede kant is.
Haak dan als volgt aan de goede kant: Haak A.4a in de eerste steek, haak A.4b over de rest van de toer. Knip en hecht het garen af.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden – naai rand tegen rand met nette, kleine steken.
Naai de zijnaden van rand tegen rand - begin bij het armsgat en naai tot er ongeveer 30-30-30-30-32-32-32 cm over is aan de onderkant aan elke kant (= splitten).

HALSRAND:
Begin op een schoudernaad, haak een rand met lossenlussen om de hals op haaknaald 4 mm als volgt: Haak A.5a in de eerste steek, haak A.5b tot er ongeveer 1 cm over is op de toer, haak A.5c.

ARMSGAT RANDEN:
Begin aan de onderkant van het armsgat op de zijnaad, haak een rand met lossenlussen rondom het armsgat met haaknaald 4 mm als volgt: Haak A.5a in de eerste steek, haak A.5b tot er ongeveer 1 cm over is op de toer, haak A.5c.

Telpatroon

deze toer (grijs gemarkeerd) is reeds gehaakt en laat alleen zien hoe de volgende toer gehaakt moet worden in de steken eronder = deze toer (grijs gemarkeerd) is reeds gehaakt en laat alleen zien hoe de volgende toer gehaakt moet worden in de steken eronder
sla de eerste 3 lossen op de toer over = sla de eerste 3 lossen op de toer over
1 losse = 1 losse
1 vaste in de steek eronder / 1 vaste om de losse = 1 vaste in de steek eronder / 1 vaste om de losse
1 stokje in de steek eronder / 1 stokje om de losse = 1 stokje in de steek eronder / 1 stokje om de losse
3 stokjes samen gehaakt tot 1 stokje als volgt: Maak 1 omslag, voeg de haaknaald in door de volgende steek en pak de draad, maak 1 omslag en haal de draad door de 2 eerste lussen op de haaknaald, * maak 1 omslag, voeg de haaknaald in dezelfde steek, pak de draad, maak 1 omslag en haal de draad door de 2 eerste lussen op de haaknaald *, herhaal van *-* 2 keer in totaal (= 4 lussen op de haaknaald), maak 1 omslag en haal de draad door alle 4 lussen op de haaknaald = 3 stokjes samen gehaakt tot 1 stokje als volgt: Maak 1 omslag, voeg de haaknaald in door de volgende steek en pak de draad, maak 1 omslag en haal de draad door de 2 eerste lussen op de haaknaald, * maak 1 omslag, voeg de haaknaald in dezelfde steek, pak de draad, maak 1 omslag en haal de draad door de 2 eerste lussen op de haaknaald *, herhaal van *-* 2 keer in totaal (= 4 lussen op de haaknaald), maak 1 omslag en haal de draad door alle 4 lussen op de haaknaald
1 steek op het kledingstuk = 1 steek op het kledingstuk
sla ongeveer 1 cm over op het kledingstuk = sla ongeveer 1 cm over op het kledingstuk
op het begin van de toer haakt u 1 vaste in de steek eronder, de toer eindigt met 1 halve vaste in deze vaste = op het begin van de toer haakt u 1 vaste in de steek eronder, de toer eindigt met 1 halve vaste in deze vaste
herhaal verticaal = herhaal verticaal
Diagram for DROPS 268-2
Diagram for DROPS 268-2
Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

De garenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!
Heeft u dit patroon gemaakt?
Tag dan uw afbeeldingen met #dropspattern #harvestdress of stuur ze naar de #dropsfan galerij.

Laat een opmerking achter voor DROPS 268-2

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.