In deze DROPS-video geven we je een kort overzicht van hoe een kledingstuk met een pas met zadelvormige schouders op het lijf valt en waar de lijnen voor meerderingen/minderingen zich bevinden.
KORT OVERZICHT VAN HET WERKSTUK:
Het werkstuk kan van boven naar beneden of van onder naar boven gebreid/gehaakt worden, vaak zonder dat er onderdelen in elkaar gezet hoeven te worden.
VAN BOVEN NAAR BENEDEN:
De pas wordt over alle steken gebreid/gehaakt. Aan elke kant van de steken boven de schouders worden 4 punten gemarkeerd = het zadel.
De breedte van het zadel kan variëren, maar is meestal tussen de 6 en 15 cm. Er worden meerderingen gemaakt aan elke kant van het zadel tot de gewenste schouderbreedte is bereikt. Vervolgens wordt de pas naar beneden gebreid/gehaakt, terwijl er meerderingen worden gemaakt voor het lijf en de mouwen, in lijn met de 4 gemarkeerde punten. Wanneer de pas klaar is, worden het lijf en de mouwen verder naar beneden gebreid. De halslijn kan aan het begin of aan het einde van het project worden gemaakt.
VAN ONDER NAAR BOVEN:
Begin met het apart breien/haken van het lijf en de mouwen tot aan het begin van de pas. Brei/haak vervolgens de pas over zowel het lijf als de mouwen, terwijl je steken mindert aan elke kant van de 4 punten op de pas (bij elke overgang tussen het lijf en de mouwen).
Er worden minderingen gemaakt tot de bovenkant van de schouder overblijft. Er blijven ook steken over aan de bovenkant van de mouw = het zadel. De breedte van het zadel kan variëren, maar is meestal tussen de 6 en 15 cm. Brei/haak vervolgens de bovenkant van het schouderstuk, terwijl u minderingen maakt aan de buitenkant van elk zadel.
Als de pas klaar is, wordt de halslijn gebreid.
Patronen waarbij deze techniek wordt gebruikt