DROPS Ull-Flamé
DROPS Ull-Flamé
100% wol
Uit het assortiment
find alternatives
DROPS SS24
DROPS 96-14
Maat: S - M - L - XL - XXL
Materialen: DROPS Ull-Flamé van Garnstudio
650-700-800-850-950 gr nr. 23, zwart

DROPS Rond- en sokkenbreinld nr. 9 – of de breinld, die u nodig heeft voor de volgende steekverhouding: 10 st x 14 nld tricotst = 10 x 10 cm.
DROPS Knopen van buffelhoorn, nr. 536: 3 stuks.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

DROPS Ull-Flamé
DROPS Ull-Flamé
100% wol
Uit het assortiment
find alternatives

Instructies voor het patroon

Boordst: *4 r, 4 av*, herhaal van *-*.

Tips voor het minderen (geldt voor de raglan): Alle minderingen komen op de goede kant van het werk.
Minder als volgt 2 st voor de merkdraad: 2 r samenbr, merkdraad, 1 r afh, 1r, afgeh st overh.

Tips breien: Let op: Als uw steekverhouding niet klopt in de hoogte, d.w.z. als er meer dan 14 nld op 10 cm zitten, wordt de raglan te kort en het armsgat te klein. U kunt dit compenseren door hier en daar, tussen de nld met minderingen, een extra nld te breien zonder te minderen.

Voor- en achterpand: De jurk wordt in het rond gebreid op de rondbreinld. Zet 96-104-112-128-136 st op met rondbreinld 9 mm en Ull-Flamé. Brei 6 cm boordst en ga daarna verder in tricotst. Brei 16-17-18-21-23 st, plaats een merkdraad, brei 16-18-20-22-22 st, plaats nog een merkdraad, brei 32-34-36-42-46 st, plaats een derde merkdraad, brei 16-18-20-22-22 st, plaats een vierde merkdraad en brei de resterende 16-17-18-21-23 st. Minder bij een hoogte van 10 cm 1 st voor de eerste en de derde merkdraad en 1 st na de tweede en de vierde (= 4 minderingen in een nld). Herhaal de minderingen op elke 5-5-5½ -5-5 cm nog 6-6-6-7-7 keer = 72-80-88-100-108 st op de nld. Meerder bij een hoogte van 43-44-45-47-48 cm 1 st voor de eerste en de derde merkdraad en 1 st na de tweede en de vierde merkdraad – meerder door het draadje tussen de linker- en de rechter breinld op te nemen en deze verdraaid r te breien. Herhaal de meerderingen op elke 5 cm 3 keer = 84-92-100-112-120 st op de nld. Verwijder de merkdraden na de laatste meerderingen. Plaats bij een hoogte van 57-59-61-63-65 cm een merkdraad aan weerskanten (= 42-46-50-56-60 st tussen de merkdraden). Kant in de volgende nld 6 st af aan weerskanten (d.w.z. 3 st aan weerskanten van de merkdraden) = 36-40-44-50-54 st over voor het voor- en achterpand. Leg het werk terzijde en brei de mouwen.

Mouwen: Zet 24-24-24-32-32 st op met sokkenbreinld 9 mm en Ull-Flamé en brei 6 cm boordst. Ga verder in tricotst, en pas tegelijkertijd het aantal st aan naar 22-24-26-38-30 in de 1e nld na de boord. Meerder vanaf een hoogte van 10 cm 6 x 1 st aan weerskanten van het midden ondermouw op elke 7 cm = 34-36-38-40-42 st. Kant bij een hoogte van 53-53-52-52-51 cm 6 st af op het midden van de ondermouw voor het armsgat = 28-30-32-34-36 st. Brei nog een mouw.

Pas: Zet de mouwen op dezelfde breinld als het voor- en achterpand, boven de afgekante st van het armsgat = 128-140-152-168-180 st. Plaats een merkdraad in alle overgangen van panden en mouwen = 4 merkdraden. Brei 2-2-1-0-0 nld voor de eerste raglanmindering. Minder vervolgens voor de raglan aan weerskanten van de elke merkdraad (= 8 minderingen per nld) – zie de tips voor het minderen – 2 x in elke 4e nld en 6-7-8-9-10 x in elke 2e nld.

Halskant: Zet tegelijkertijd bij een hoogte van 69-72-75-78-81 cm de middelste 12-14-16-20-22 st op een hulpdraad voor de hals en kant in de volgende nld aan de halskant aan weerskanten nog 1 x 1 st af. Als alle minderingen voor de hals en de raglan voltooid zijn staan er nog 50-52-54-58-60 st op de nld.

Hals: Neem ca 14 tot 24 st op langs de voorhals (incl. de st van de) met sokkenbreinld 9 mm en Ull-Flamé = ca 64 tot 84 st. Brei 1 nld av en 1 nld r en pas het aantal st aan naar 48-48-56-56-56. Brei 4 cm boordst en kant dan losjes af in patroon.

Afwerking: Sluit de openingen onder de armen.

Knopen: Zet, ter decoratie, 3 knopen langs de raglannaad op de rechterkant van het voorpand 3-9 en 15 cm vanaf de hals.

Telpatroon

diagram measurements

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen.

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Misschien vindt u deze ook leuk...

Laat een opmerking achter voor DROPS 96-14

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (37)

country flag Julie Bournival wrote:

Bonjour, Je suis en train de faire la grandeur L. Je suis rendue dans les réductions du haut de robe, mais je n'arrive pas au nombre de maille demander de 54, j arrive à 60 (158- 8-8 -(8x8) -2- 16), qu'elle réduction qu il me manque?

27.10.2022 - 18:27

DROPS Design answered:

Bonjour Mme Bournival, en fait vous devez avoir 152 et non 158 m au début de cette partie (soit 44 m pour le dos + 44 m pour le devant et 32 m pour chaque manche), vous arrivez ainsi bien à 54 mailles. La correction a été faite, merci pour votre retour. Bon tricot!

28.10.2022 - 09:51

country flag Josée wrote:

Bonjour, j aimerais savoir comment qu on diminue pour atteindre la quantité de mailles pour l'encolure de passer de 84 mailles à 56 ? Est ce en tavaillant tout le chandail en jersey ou seulement en diminuant sur l encolure? Faire1 rang env, 1 rand end., est ce seulement pour l encolure ?

28.09.2022 - 20:51

DROPS Design answered:

Bonjour José, tricotez 1 tour en mailles endroit et, en même temps diminuez 28 mailles (84-56) à intervalles réguliers (cette leçon explique comment procéder); tricotez ensuite 4 cm de côtes et rabattez les mailles comme elles se présentent. Bon tricot!

29.09.2022 - 08:41

country flag Julie wrote:

Re-bonjour, suite à votre réponse que je dois diminuer avant et après de chaque marqueur pour un total de 8 m par rang. Le patron demande " dim 1 m avant le 1er et le 3ème marqueur, et 1 m après le 2ème et le 4ème marqueur, (=4 m par rang) Répéter ces diminutions 6-6-6-7-7 fois tous les 5,5-5,5-5-5 cm = 72-80-88-100-108 m " ,donc si j'enlève 7 fois 8 m , je n'arriverais pas à 100 m. Est ce que je dois réellement diminuer 1 mailles avant et après pour les 4 marqueurs?

09.09.2022 - 14:00

DROPS Design answered:

Bonjour Julie et oupssss... j'étais déjà au raglan :) Donc effectivement, vous devez diminuer avant le 1er et le 3ème marqueur et après le 2ème et le 4ème marqueur soit seulement 4 mailles par rang pour cintrer le bas de la robe (pinces devant et dos) - vous diminuez 4 m x 6 fois au total = 24 diminutions, vous aviez 104 m, il en reste 80 m. Bon tricot!

09.09.2022 - 15:41

country flag Julie wrote:

Bonjour, est ce possible de valider si les diminutions pour les marqueurs 1 et 3 sont bien avant le marqueur ? Puisqu'il est mentionner "Diminuer 2 m avant le marqueur : 2 m end, marqueur, glisser 1 m à l’end, 1 m end, passer la m glissée sur la m tricotée", si on se fie au directive cela serait aussi après.

08.09.2022 - 22:34

DROPS Design answered:

-cf réponse ci-dessous + vous diminuez bien à tous les marqueurs, pas seulement aux marqueurs -1 et -3. Bonne continuation!

09.09.2022 - 09:09

country flag Julie wrote:

Bonjour, est ce possible de valider si les diminutions pour les marqueurs 1 et 3 sont bien avant le marqueur ? Puisqu'il est mentionner "Diminuer 2 m avant le marqueur : 2 m end, marqueur, glisser 1 m à l’end, 1 m end, passer la m glissée sur la m tricotée", si on se fie au directive cela serait aussi après.

08.09.2022 - 22:32

DROPS Design answered:

Bonjour Julie, vous diminuez effectivement de chaque côté de chacun des 4 marqueurs = on diminue 8 mailles au total soit 2 m ens à l'end avant le marqueur, puis aussitôt après le marqueur glissez 1 m à l'end, 1 m end, passez la m glissée par dessus la m tricotée, et répétez à chaque marqueur = vous diminuez 2 m sur chacune des manches, sur le dos et le devant. Cette vidéo montre comment diminuer mais avec 2 mailles à chaque raglan, ici, vous devez diminuer directement avant + après chaque marqueur. Bon tricot!

09.09.2022 - 09:08

country flag Marie wrote:

"Tricoter 16-17-18-21-23 m, mettre un marqueur, tricoter 16-18-20-22-22 m, mettre un marqueur de chaque côté, tricoter 16-18-20-22 m, mettre un 3ème marqueur, tricoter 16-18-20-22 m , mettre un 4ème marqueur et tricoter les 16-17-18-21-23 m restantes" je n'ai pas les 104 m du départ (17+18+18+18+17)

25.11.2021 - 11:19

DROPS Design answered:

Bonjour Marie, il y avait effectivement un erreur, en taille M placez vos marqueurs ainsi 17 m, 1er marqueur, 18 m, 2ème marqueur, 34 m, 3ème marqueur, 18 m, 4ème marqueur, il reste 17 m. La correction a été faite, merci pour votre retour. Bon tricot!

25.11.2021 - 16:28

country flag Sonya wrote:

My question is, if I'm doing the XL sweater, then I do 11 rows of decrease. From 168 stitches, that leaves 80 stitches. I"m not sure how I'm supposed to get 58 stitches from that. "After all dec for raglan and neck are complete = 50-52-54-58-60 sts left." Also second question is, picking up the neck stitches, shouldn't that just be the 20 stitches I have on the yarn place holder? "Now pick up approx 14 to 24 sts" (Seems like this should be 12-22?)

14.11.2019 - 18:33

DROPS Design answered:

Dear Sonya, neck will be shaped while raglan decreases are not finished, so that you will decrease 8 sts x2 + 8 sts x 9 = 88 sts for raglan + for neck: 20 sts on a thread + dec 1 st on each side = 22 sts for neck in total. There were 168 sts - 88 - 22 = 58 sts remain. You will then pick up sts for neck: 1 st in the decreased st + the 20 sts on a thread + 1 st in the decreased st = 22 sts for neck + 58 sts remain at the end of yoke = 80 sts. Happy knitting!

15.11.2019 - 08:18

country flag Anneke wrote:

In het Nederlands talige staat denk ik een foutje bij het steken aantal na de boord. Bij de een na grootste maat het steken aantal veranderen naar 28, ipv 38. Zo kom je met 6x 2 steken meerderen uit op 40 steken zoals vermeld

02.03.2017 - 07:02

country flag Caitlin wrote:

In the pattern, it says: When piece measures 10 cm dec 1 st before the first and third marking thread and 1 st after the second and fourth marking thread (= 4 dec per round). Repeat the inc on every 5-5-5½-5-5 cm a total of 6-6-6-7-7 times = 72-80-88-100-108 sts on round. I'm confused-- it says to decrease 4 times, but then to repeat the increase. Am I supposed to decrease or increase?

06.10.2015 - 18:55

DROPS Design answered:

Dear Caitlin, repeat the dec (typo that will be corrected asap), so that you had 96-104-112-128-136 sts and get then 72-80-88-100-108 sts. Happy knitting!

07.10.2015 - 09:49

country flag Michelle Snell wrote:

Hello! After the initial 6cm of ribbing at the beginning of the pattern, the pattern then states "When piece measures 10 cm dec 1 st before the first and third marking thread and 1 st after the second and fourth marking thread (= 4 dec per round)." Is the 10 cm inclusive of the 6cm of ribbing, or is it 10cm *from* the ribbing? Many thanks!

16.02.2015 - 23:11

DROPS Design answered:

Dear Mrs Snell, the 10 cm are from cast on edge, ie from the beginning, including ribbing. Happy knitting!

17.02.2015 - 14:03