DROPS Air
DROPS Air
65% alpaca, 28% polyamide, 7% Wool
vanaf 4.99 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 44.91€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS SS24
DROPS 205-11
DROPS design: Patroon ai-223
Garengroep C of A + A
----------------------------------------------------------

MAAT:
S - M - L - XL - XXL – XXXL

MATERIAAL:
DROPS AIR van garnstudio (behoort tot garengroep C)
450-500-550-600-650-700 g kleur nr 17, denimblauw

STEKENVERHOUDING:
14 stokjes in de breedte en 8.5 toeren in de hoogte = 10 x 10 cm.

HAAKNAALD:
DROPS HAAKNAALD 5 mm
De haaknaald is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, haak dan verder met een grotere haaknaald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, haak dan verder met een kleinere haaknaald.

DROPS BUFFELHOORNKNOPEN hoekig NR: 537: 5-5-5-6-6-6 stuks

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

DROPS Air
DROPS Air
65% alpaca, 28% polyamide, 7% Wool
vanaf 4.99 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 44.91€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

UITLEG VOOR HET PATROON:

----------------------------------------------------------

TIP VOOR DE LOSSE:
Het is belangrijk dat u de lossen op het begin van het werk niet te stevig haakt, gebruik een grotere haaknaald als de rand te strak is.

VOORBIES TIP:
Het is belangrijk dat telpatronen A.15, A.16, A.22 en A.23 niet te strak worden gehaakt (= voorbiessteken). Dit is met name belangrijk bij het minderen voor de V-hals.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 en A.23. Niet alle telpatronen worden gebruikt in alle maten.

BOBBEL - HAAK 5 DRIEDUBBELE STOKJES SAMEN:
Haak 1 driedubbel stokje maar wacht met de laatste doorhaling = 2 lussen op haaknaald. Haak 4 driedubbele stokjes op dezelfde manier = 6 lussen op de haaknaald. Maak 1 omslag op de haaknaald en haal door alle lussen op de haaknaald. Trek goed aan voordat u verder gaat.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 1 stokje door 2 stokjes samen te haken als volgt: Haak 1 stokje maar wacht met de laatste omslag en doorhaling, haak nog 1 stokje op dezelfde manier. Maak 1 omslag en haal door alle lussen op de haaknaald (= 1 stokje geminderd).

----------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

----------------------------------------------------------

VEST - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Wordt heen en weer gehaakt in verschillende delen en op het eind samengenaaid.

ACHTERPAND:
Haak losjes 70-76-82-88-96-104 lossen met haaknaald 5 mm en Air – als de lossen niet losjes genoeg gehaakt worden, gaat het werk samentrekken op de rand – lees TIP VOOR DE LOSSE in de uitleg hierboven. Haak telpatronen A.1-A.4 als volgt aan de goede kant:
Haak A.1 over 1-1-1-1-1-1 steek, haak A.2 over 0-2-0-2-2-2 steken, haak A.3 tot er 1 steek over is (= 17-18-20-21-23-25 keer) en haak A.4 over 1 steek.
Haak de telpatronen 1 keer in de hoogte.

Ga verder met haken volgens telpatronen A.5-A.10 als volgt aan de goede kant:

MAAT S: Haak telpatroon A.5 over 1 steek, haak telpatroon A.6 over 1 steek, haak telpatroon A.7 over 1 steek, haak telpatroon A.8 tot er 3 steken over zijn (= 8 keer), haak telpatroon A.6 over 2 steken en haak telpatroon A.10 over 1 steek.

MAAT M: Haak telpatroon A.5 over 1 steek, haak telpatroon A.6 over 1 steek, haak telpatroon A.8 tot er 2 steken over zijn (= 9 keer), haak telpatroon A.6 over 1 steek en haak telpatroon A.10 over 1 steek.

MAAT L: Haak telpatroon A.5 over 1 steek, haak telpatroon A.9 tot er 1 steek over is (= 10 keer) en haak telpatronen A.10 over 1 steek.

MAAT XL: Haak telpatroon A.5 over 1 steek, haak telpatroon A.6 over 2 steken, haak telpatroon A.7 over 1 steek, haak telpatroon A.8 tot er 4 steken over zijn (= 10 keer), haak telpatroon A.6 over 3 steken en haak telpatroon A.10 over 1 steek.

Maat XXL: Haak telpatroon A.5 over 1 steek, haak telpatroon A.6 over 2 steken, haak telpatroon A.7 over 1 steek, haak telpatroon A.8 tot er 4 steken over zijn (= 11 keer), haak telpatroon A.6 over 3 steken en haak telpatroon A.10 over 1 steek.

MAAT XXXL: Haak telpatroon A.5 over 1 steek, haak telpatroon A.6 over 2 steken, haak telpatroon A.7 over 1 steek, haak telpatroon A.8 tot er 4 steken over zijn (= 12 keer), haak telpatroon A.6 over 3 steken en haak telpatroon A.10 over 1 steek.

DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Ga verder met haken tot het werk 38-39-40-41-42-43 cm meet in totaal.

LEES HET VOLGENHET DEEL HELEMAAL DOOR VOORDAT U VERDER GAAT!
Haak niet over de buitenste 2-2-3-3-3-3 steken aan elke kant – naai hier later de mouwen in de trui. Knip het garen af en begin de volgende toer door in de 3e-3e-4e-4e-4e-4e steek vanaf de kant te haken en stop als er 2-2-3-3-3-3 steken over zijn op de toer = 66-72-76-82-90-98 steken.
LET OP: Zorg ervoor dat u verder gaat met het bobbelpatroon boven elkaar. Haak zoals hiervoor tot het werk 48-50-52-54-56-58 cm meet. De bobbels worden nu niet meer gehaakt, vervang 1 bobbel met 1 stokje. Ga verder met haken tot het werk 52-54-56-58-60-62 cm meet.
De middelste 12-12-14-14-16-16 stokjes worden nu niet meer gehaakt (= hals) = 27-30-31-34-37-41 stokjes op elke schouder. Haak 1 stokje in elk stokje. Minder TEGELIJKERTIJD op de eerste toer aan de goede kant 1 stokje richting de hals, lees TIP VOOR HET MINDEREN. Herhaal het minderen op de volgende toer aan de goede kant = 25-28-29-32-35-39 stokjes. Haak tot het werk 56-58-60-62-64-66 cm meet in totaal. Haak de andere schouder op dezelfde manier.

LINKER VOORPAND (als het kledingstuk gedragen wordt):
Haak losjes 40-43-46-49-53-57 lossen met haaknaald 5 mm en Air – als de lossen niet losjes genoeg worden gehaakt, gaat het werk samentrekken op de rand – lees TIP VOOR DE LOSSE in de uitleg hierboven.
Haak volgens telpatronen A.11 tot A.15 als volgt aan de goede kant:

MAAT S: Haak telpatroon A.11 over 1 steek, haak telpatroon A.12 over 2 steken, haak telpatroon A.14 tot er 5 steken over zijn (= 8 keer) en haak A.15 over 5 steken (= voorbies).

MAAT M: Haak telpatroon A.11 over 1 steek, haak telpatroon A.12 over 1 steek, haak telpatroon A.14 tot er 5 steken over zijn (= 9 keer) en haak A.15 over 5 steken (= voorbies).

MAAT L: Haak telpatroon A.11 over 1 steek, haak telpatroon A.14 tot er 5 steken over zijn (= 10 keer) en haak telpatroon A.15 over 5 steken (= voorbies).

MAAT XL, XXL en XXXL: Haak telpatroon A.11 over 1-1-1 steek, haak telpatroon A.13 over 3-3-3 steken, haak telpatroon A.14 tot er 5 steken over zijn (= 10-11-12 keer) en haak telpatroon A.5 over 5-5-5 steken (= voorbies).

ALLE MATEN: Haak de telpatronen 1 keer in de hoogte in totaal. Lees VOORBIES TIP in de uitleg hierboven. Ga verder met haken volgens telpatronen A.5, A.6, A.20, A.21 en A.22 als volgt aan de goede kant:

MAAT S en M: Haak telpatroon A.5 over 1 steek, haak telpatroon A.6 over 2-5 steken, haak telpatroon A.21 tot er 5 steken over zijn (= 4-4 keer) en haak telpatroon A.22 over 5 steken (= voorbies).

MAAT L: Haak telpatroon A.5 over 1 steek, telpatroon A.6 over 1 steek, telpatroon A.20 over 7 steken, haak telpatroon A.21 tot er 5 steken over zijn (= 4 keer) en haak telpatroon A.22 over 5 steken (= voorbies).

MAAT XL EN XXXL: Haak telpatroon A.5 over 1 steek, telpatroon A.6 over 3-3 steken, haak telpatroon A.21 tot er 5 steken over zijn (= 5-6 keer) en haak telpatroon A.22 over 5 steken (= voorbies).

Maat XXL: Haak telpatroon A.5 over 1 steek, haak telpatroon A.20 over 7 steken, haak telpatroon A.21 tot er 5 steken over zijn (= 5 keer) en haak telpatroon A.22 over 5 steken (= voorbies).

ALLE MATEN: Ga verder volgens de telpatronen tot het werk 38-39-40-41-42-43 cm meet in totaal. Haak dan de armsgaten aan de goede kant van het voorpand door niet langer over de buitenste 2-2-3-3-3-3 steken in de zijkant haken (tegenovergestelde kant van de voorbies). Dit wordt gedaan op een toer op de verkeerde kant: Eindig de toer als er 2-2-3-3-3-3 steken over zijn. Dit wordt gedaan op een toer aan de goede kant: Knip het garen af, begin met haken in de 3e-3e-4e-4e-4e-4e steek vanaf de zijkant. LET OP: Ga verder met bobbelpatroon in de hoogte zoals hiervoor maar pas aan zodat u niet in de 3 buitenste steken richting de zijkant haakt (vervang 1 bobbel met 1 stokje).
Minder tegelijkertijd bij een hoogte van 40-39-43-45-42-48 cm, 1 steek aan de binnenkant van de 5 voorbiessteken door 2 stokjes samen te haken – lees TIP VOOR HET MINDEREN. Herhaal het minderen om de toer 8-8-9-9-10-10 keer in totaal. LET OP: Ga verder met bobbelpatroon in de hoogte zoals hiervoor maar pas aan zodat u niet in de 4 buitenste steken richting de voorbies haakt (vervang 1 bobbel met 1 stokje).
Tegelijkertijd bij een hoogte van ongeveer 48-50-52-54-56-58 cm, worden de bobbels niet meer gehaakt, vervang 1 bobbel met 1 stokje. Als alle minderingen voor de V-hals en de armsgaten klaar zijn, zijn er 30-33-34-37-40-44 steken op de toer.
Ga verder met haken tot het werk 56-58-60-62-64-66 cm meet. De schouder is nu klaar, haak nu over de 5 voorbiessteken (= de halsrand die vastgemaakt wordt aan de halsrand op het achterpand). Als de laatste toer aan de goede kant was, keer dan het werk en haak op de verkeerde kant. Als de laatste toer op de verkeerde kant was, knip dan het garen af en haak aan de goede kant in de 5 voorbiessteken. Haak tot het werk ongeveer 7-7-8-8-9-9 cm meet vanaf de schouder. Knip het garen af, maar laat ongeveer 20 cm over - dit wordt later gebruikt voor de afwerking.

RECHTER VOORPAND (als het kledingstuk gedragen wordt):
Haak losjes 40-43-46-49-53-57 lossen met haaknaald 5 mm en Air – als de lossen niet los genoeg gehaakt worden, gaat het werk samentrekken op de rand – lees TIP VOOR DE LOSSE in de uitleg hierboven. Haak volgens A.16 tot A.19 als volgt aan de goede kant:

MAAT S: Haak telpatroon A.16 over 5 steken, haak telpatroon A.17 tot er 3 steken over zijn (= 8 keer), haak telpatroon A.18 over 2 steken en haak telpatroon A.19 over 1 steek.

MAAT M: Haak telpatroon A.16 over 5 steken, haak telpatroon A.17 tot er 2 steken over zijn (= 9 keer), haak telpatroon A.18 over 1 steek en haak telpatroon A.19 over 1 steek.

MAAT L: Haak telpatroon A.16 over 5 steken, haak telpatroon A.17 tot er 1 steek over is (= 10 keer) en haak telpatroon A.19 over 1 steek.

MAAT XL, XXL en XXXL: Haak telpatroon A.16 over 5 steken, haak telpatroon A.17 tot er 4-4-4 steken over zijn (= 10-11-12 keer), haak telpatroon A.18 over 3 steken en haak telpatroon A.19 over 1 steek.

ALLE MATEN: Haak telpatronen 1 keer in de hoogte. Lees VOORBIES TIP in uitleg hierboven. Ga verder met haken volgens telpatronen A.6, A.8, A.10, A.20 en A.23 als volgt aan de goede kant:

MAAT S en M: Haak telpatroon A.23 over 5-5 steken (= voorbies), haak telpatroon A.8 tot er 3-6 steken over zijn (= 4-4 keer), haak telpatroon A.6 over 2-5 steken en haak telpatroon A.10 over 1-1 steek.

MAAT L: Haak telpatroon A.23 over 5 steken (= voorbies), haak telpatroon A.8 tot er 1 steek over is (= 5 keer) en haak telpatroon A.10 over 1 steek.

MAAT XL: Haak telpatroon A.23 over 5 steken (= voorbies), haak telpatroon A.8 tot er 4 steken over zijn (= 5 keer), haak telpatroon A.6 over 3 steken en haak telpatroon A.10 over 1 steek.

Maat XXL: Haak telpatroon A.23 over 5 steken (= voorbies), haak telpatroon A.8 tot er 8 steken over zijn (= 5 keer), haak telpatroon A.20 over 7 steken en haak telpatroon A.10 over 1 steek.

MAAT XXXL: Haak telpatroon A.23 over 5 steken (= voorbies), haak telpatroon A.8 tot er 4 steken over zijn (= 6 keer), haak telpatroon A.6 over 3 steken en haak telpatroon A.10 over 1 steek.

ALLE MATEN:
LEES HET VOLGENHDE DEEL HELEMAAL DOOR VOORDAT U VERDER GAAT!
Ga verder volgens de telpatronen tot het werk 38-39-40-41-42-43 cm meet in totaal. Haak dan de armsgaten in de linkerkant van het voorpand door niet langer over de buitenste 2-2-3-3-3-3 steken aan de zijkant te haken (tegenovergestelde kant van de voorbies). Dit wordt gedaan op een toer aan de goede kant: Eindig de toer als er 2-2-3-3-3-3 steken over zijn. Dit wordt gedaan op een toer op de verkeerde kant: Knip het garen af, begin met haken in de 3e-3e-4e-4e-4e-4e steek vanaf de zijkant. LET OP: Ga verder met bobbelpatroon in de hoogte zoals hiervoor maar pas aan zodat u niet in de 3 buitenste steken richting de zijkant haakt (vervang 1 bobbel met 1 stokje).
Minder tegelijkertijd bij een hoogte van 40-39-43-45-42-48 cm 1 steek aan de binnenkant van de 5 voorbiessteken door 2 stokjes samen te haken – lees TIP VOOR HET MINDEREN. Herhaal het minderen om de toer 8-8-9-9-10-10 keer in totaal. LET OP: Ga verder met bobbelpatroon in de hoogte zoals hiervoor maar pas aan zodat u niet in de 4 buitenste steken richting de voorbies haakt (vervang 1 bobbel met 1 stokje).
Tegelijkertijd bij een hoogte van ongeveer 48-50-52-54-56-58 cm, worden er geen bobbels meer gehaakt, vervang 1 bobbel met 1 stokje. Als alle minderingen voor de V-hals en de armsgaten klaar zijn, zijn er 30-33-34-37-40-44 steken op de toer.
Ga verder met haken tot het werk 56-58-60-62-64-66 cm meet. De schouder is nu klaar, haak nu over de 5 voorbiessteken (= halsrand die vastgemaakt wordt aan de halsrand op het achterpand). Als de laatste toer op de verkeerde kant was, keer dan het werk en haak aan de goede kant. Als de laatste toer aan de goede kant was, knip dan het garen af en haak op de verkeerde kant in de 5 voorbiessteken. Haak tot het werk ongeveer 7-7-8-8-9-9 cm meet vanaf de schouder. Knip het garen af, maar laat ongeveer 20 cm over – dit wordt later gebruikt voor de afwerking.

MOUWEN:
Haak losjes 52-54-56-58-62-66 lossen op haaknaald 5 en Air. Haak 2-2-3-3-3-3 toeren met stokjes heen en weer gehaakt (naai hier later het lijf aan de mouw). Haak dan stokjes heen en weer gehaakt, maar breng iedere toer samen met 1 halve vaste in het eerste gehaakte stokje op de toer en keer het werk (zodat het textuurpatroon over de hele mouw hetzelfde is en om te voorkomen dat u op het einde samen moet naaien). Haak tot het werk in totaal 20-19-18-17-15-13 cm meet (er is ongeveer 34 cm over tot de gewenste afmetingen voor alle maten). Meerder nu 2 stokjes op de onderkant van de mouw, meerder door 2 stokjes aan de binnenkant van de eerste en het laatste stokje op de toer te haken (= 2 stokjes gemeerderd). Herhaal het meerderen iedere 3e toer 8 keer in totaal = 68-70-72-74-78-82 steken.
Haak tot het werk 48-47-46-45-43-41 cm meet (LET OP! Minder voor de grotere maten vanwege bredere schouders). Minder op de volgende toer door 2 aan 2 stokjes samen te haken over de hele toer = 34-35-36-37-39-41 steken. Haak nog 1 toer en minder 6-7-4-5-3-5 steken verdeeld = 28-28-32-32-36-36 steken. Haak nu een rand op de onderkant van de mouw als volgt aan de goede kant: Haak 3 lossen (= vervangt het 1e stokje), haak 1 stokje om het volgende stokje vanaf de voorkant van het werk, * haak 1 stokje om elk van de 2 volgende stokjes vanaf de achterkant van het werk, haak 1 stokje om elk van de volgende 2 stokjes vanaf de voorkant van het werk *, haak van *-* over de hele toer. Ga zo verder met haken tot de rand ongeveer 4 cm meet, de mouw meet ongeveer 54-53-52-51-49-47 cm. Knip en hecht het garen af.
Haak een andere mouw op dezelfde manier.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden rand tot rand om een rommelige naad te vorkomen. Naai de mouwen in de trui – het deel dat heen en weer gehaakt is op de bovenkant van de mouw wordt vast gemaakt aan het voor-/achterpand waar de armsgaten gemaakt zijn. Naai de zijnaden dicht. Naai het einde van de 5 voorbiessteken van het linker voorpand samen met het einde van de 5 voorbiessteken op de rechter kant - zorg ervoor dat de voorbies niet draait = halsrand. Plaats de rand van de voorbiessteken zodat tegen de rand van de hals op het achterpand zit, hecht de voorbies aan met kleine steken. Hecht de knopen aan de linker voorbies, knoop door de steken op de rechter voorbies. De bovenste knoop moet komen waar de V-hals begint en de onderste knoop wordt ongeveer 2 cm vanaf de rand op de onderkant geplaatst. Plaats dan de overgebleven 3-3-3-4-4-4 knopen verdeeld hier tussen.

Dit patroon is gecorrigeerd.

Gewijzigd online: 25.03.2021
RECHTER VOORPAND:..MAAT M: Haak telpatroon A.16 over 5 steken, haak telpatroon A.17 tot er 2 steken over zijn (= 9 keer), haak telpatroon A.18 over 1 steek en haak telpatroon A.19 over 1 steek.

Telpatroon

symbols = Toer begint met 3 lossen, deze vervangt het 1e stokje in het telpatroon. Haak op de volgende toer het laatste stokje in de derde van deze lossen.
symbols = stokje in de steek
symbols = haak 1 stokje om het volgende stokje vanaf de achterkant van het werk
symbols = haak 1 stokje om het volgende stokje vanaf de voorkant van het werk
symbols = BOBBEL - HAAK 5 DRIEDUBBELE STOKJES SAMEN - zie uitleg in patroon
diagram
diagram
Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Misschien vindt u deze ook leuk...

Laat een opmerking achter voor DROPS 205-11

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (15)

country flag Hanneke wrote:

Leuk, als het patroon er is, ga ik meteen aan de slag.

14.10.2019 - 09:12

country flag Astrid wrote:

Har allerede bestemt meg for hvilken farge jeg skal hekle denne i! Gleder meg kjempemye til mønsteret kommer!!!

18.09.2019 - 07:09

country flag Erica Van Der Griendt wrote:

Ik heb mijn haaknaald al vast, nu nog het patroon!

13.09.2019 - 20:30

country flag Chantal Collin wrote:

I love this cardigan and the matching sweater. BEAUTIFUL!

30.07.2019 - 16:02

country flag Joanna wrote:

Beautiful!! I can't wait for the pattern

15.07.2019 - 15:26