DROPS Merino Extra Fine
DROPS Merino Extra Fine
100% wol
vanaf 3.60 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 28.80€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS SS24

Golden Girl

Trui met kabels, kantpatroon, raglan en A-lijn, gebreid van boven naar beneden. Maat: S - XXXL Het werk wordt gebreid in DROPS Merino Extra Fine.

DROPS 187-25
DROPS design: Patroon me-130
Garengroep B
----------------------------------------------------------
Maat: S - M - L - XL - XXL - XXXL
Materiaal:
DROPS MERINO EXTRA FINE van garnstudio (behoort tot garengroep B)
400-450-500-550-600-650 g kleur 30, mosterd

Het werk kan tevens gebreid worden met garen van:
“Alternatief garen (garengroep B)” - zie link hieronder.

DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD (40 en 60 of 80 cm) MAAT 4.5 mm – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 20 steken en 26 naalden in tricotsteek = breedte 10 cm en 10 cm in de hoogte.

DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD (40 en 60 of 80 cm) MAAT 4 mm voor de ribbels in ribbelsteek – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 21 steken en 42 naalden in ribbelsteek = breedte 10 cm en 10 cm in de hoogte.

DROPS KABELNAALD - voor de kabels.
----------------------------------------------------------

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

DROPS Merino Extra Fine
DROPS Merino Extra Fine
100% wol
vanaf 3.60 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 28.80€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

INFORMATIE VOOR HET PATROON:

RIBBEL/RIBBELSTEEK (wordt in de rondte gebreid):
1 ribbel = 2 naalden. Brei 1 naald recht en 1 naald averecht.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.3.

TIP VOOR HET MEERDEREN:
Meerder 1 steek door 1 omslag te maken tussen 2 steken. Brei op de volgende naald de omslag gedraaid om gaatjes te voorkomen.

TIP VOOR HET MINDEREN (geldt voor de mouwen):
Minder 1 steek aan elke kant van markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad, 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek, 2 recht (de markeerdraad is in het midden van deze steken), brei de volgende 2 steken recht samen.
----------------------------------------------------------

TRUI:
De pas en het lijf worden in de rondte gebreid op de rondbreinaald, van boven naar beneden. De mouwen worden in de rondte gebreid op naalden zonder knop.

PAS:
Zet 92-96-100-108-112-120 steken op een korte rondbreinaald 4 mm met Merino Extra Fine. Brei 3 ribbels in RIBBELSTEEK - zie uitleg hierboven. Ga verder met rondbreinaald 4.5 mm. Brei de volgende naald (de naald begint midden achter) als volgt:
Brei 17-18-19-21-22-24 recht en meerder 1 steek – lees TIP VOOR HET MEERDEREN (= helft van het achterpand), * 1 omslag, 1 recht *, brei van *-* 12 keer in totaal (= 12 steken gemeerderd = mouw), brei 34-36-38-42-44-48 recht en meerder 3-1-3-1-3-3 steken verdeeld (= voorpand), brei van *-* 12 keer in totaal (= 12 steken gemeerderd = mouw) en eindig met 17-18-19-21-22-24 recht en meerder 2-0-2-0-2-2 steken verdeeld (= helft van het achterpand) = 122-122-130-134-142-150 steken.
Brei 1 naald recht, brei alle omslagen gedraaid, zodat er geen gaatje ontstaat.
Brei dan de volgende naald als volgt:
Brei 15-15-19-19-19-23 recht, A.1a (= 6 steken), brei 18-18-14-16-20-16 recht, A.2a (= 6 steken), brei 31-31-39-39-39-47 recht, A.1a over de volgende 6 steken, brei 18-18-14-16-20-16 recht, A.2a over de volgende 6 steken en eindig met 16-16-20-20-20-24 steken recht (= 2 steken gemeerderd in iedere A.1a en A.2a = 8 steken gemeerderd in totaal) = 130-130-138-142-150-158 steken.
DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Meerder nu voor de raglan en brei TEGELIJKERTIJD in patroon, lees beide stukken door voordat u verder gaat:

RAGLAN:
Meerder op de volgende naald 1 steek door een omslag te maken aan elke kant van iedere A.1 en A.2 (= 8 steken gemeerderd in totaal). Brei de gemeerderde omslagen op de volgende naald recht zodat er gaatjes ontstaan. Meerder zo iedere andere naald 21-25-27-30-33-36 keer in totaal.

PATROON:
Als A.1a en A.2a een keer in de hoogte zijn gebreid, brei dan A.1b over A.1a en A.2b over A.2a. Herhaal telpatroon A.1b en A.2b in de hoogte.
Als alle meerderingen voor de raglan klaar zijn, zijn er 298-330-354-382-414-446 steken op de naald. Brei dan A.1c over A.1b en A.2c over A.2b (pas aan welke naald waarop u begint volgens het patroon, dus ga verder met de kabel zoals hiervoor en brei de naald met gaatjes aan elke kant van iedere kabel).

Ga verder met breien tot het werk 20-23-24-27-29-31 cm meet. Brei 1 naald en minder 2 steken verdeeld over iedere A.1c en A.2c (= 8 steken geminderd in totaal) = 290-322-346-374-406-438 steken.
Brei verder in tricotsteek over alle steken.
Verdeel nu de pas voor het lijf en de mouwen als volgt: 40-44-48-53-59-65 recht (= helft van het achterpand), zet de volgende 64-72-76-80-84-88 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 8 steken op onder de mouw, voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de nieuwe steken, brei 81-89-97-107-119-131 recht (= voorpand), zet de volgende 64-72-76-80-84-88 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 8 steken op onder de mouw, voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de nieuw opgezette steken en eindig met 41-45-49-54-60-66 steken recht (= helft van het achterpand) = 178-194-210-230-254-278 steken.
Brei het lijf en de mouwen apart verder.

LIJF:
= 178-194-210-230-254-278 steken. Brei A.3 (= 6 steken) over de middelste steken in de zijkant onder elk mouw (= 3 steken aan elke kant van elke markeerdraad), brei de overgebleven steken in tricotsteek. Bij een hoogte van 31-30-31-30-30-30 cm (er zijn ongeveer 218-230-250-266-290-314 steken op de naald) vanaf waar het lijf is gescheiden van de mouwen, gaat u verder met rondbreinaald 4 mm en brei 3 ribbels. Kant af. Zorg ervoor om een strakke afkantrand te voorkomen, kant af met 1 naald in een maat groter indien nodig.

MOUW:
Brei in de rondte op de naalden zonder knop. Zet de 64-72-76-80-84-88 steken van de hulpdraad aan een kant van het werk op breinaalden zonder knop maat 4.5 mm en neem daarnaast 1 nieuwe steek op in elk van de 8 opgezette steken onder de mouw = 72-80-84-88-92-96 steken op de naald. Voeg een markeerdraad in, in het midden van de nieuwe steken onder de mouw. Brei in tricotsteek in de rondte. Minder bij een hoogte van 2 cm, 2 steken midden onder de mouw - lees TIP VOOR HET MINDEREN. Minder zo iedere 2½-2-1½-1½-1½-1 cm 15-18-19-20-21-22 keer in totaal = 42-44-46-48-50-52 steken.
Brei bij een hoogte van 44-41-41-38-36-34 cm, verder met breinaalden zonder knop maat 4 mm en brei 3 ribbels in ribbelsteek. Kant af met recht. Zorg ervoor om een strakke afkantrand te voorkomen, kant af met 1 naald in een maat groter indien nodig.
De mouw meet 45-42-42-39-37-35 cm in totaal vanaf waar de mouw van het lijf is gescheiden. Brei de andere mouw op dezelfde wijze.

Telpatroon

symbols = averecht
symbols = recht
symbols = 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek
symbols = 2 recht samen
symbols = 1 omslag tussen 2 steken, brei op de volgende naald de omslag recht zodat er gaatjes ontstaan
symbols = 1 omslag tussen 2 steken, brei op de volgende naald de omslag gedraaid recht om gaatjes te voorkomen
symbols = zet 3 steken op een kabelnaald en houd deze achter het werk, 3 recht, 3 recht van de kabelnaald
symbols = zet 3 steken op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 3 recht, 3 recht van de kabelnaald
diagram
diagram

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen.

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Misschien vindt u deze ook leuk...

Laat een opmerking achter voor DROPS 187-25

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (14)

country flag Christina wrote:

Hello! Can you explain why the stitches for the body from 178 become 218? As far as I understand the increases from A3 are 4+4=8. Do I knit A3 one time vertically? Thank you

16.08.2022 - 16:31

DROPS Design answered:

Dear Christina, when working A.3 on both sides of the jumper you will increase stitches (4 sts in each A.3 in height = 8 sts are increased after A.3 has been worked one time in height). You then repeat A.3 in height as before until body measures 31 cm from the division. You should have repeat A.3 approx. a total of 5 times in height (= 5 times x 4 sts x 2 sides = 40 sts increased + 178 sts at the beg of body = 218 sts). Happy knitting!

16.08.2022 - 17:10

country flag RJ wrote:

Pls guide how much Drops extra fine merino wool to buy for this Small sized sweater? Thank you.

27.09.2021 - 05:11

DROPS Design answered:

Dear RJ, you will always find the total amount of yarn required in grams at the beg of the pattern, under the header, ie in S: 400 g DROPS Merino Extra Fine /50 g a ball = 8 balls in size S. Happy knitting!

27.09.2021 - 08:43

country flag Roberta Ghezzi wrote:

Vorrei mettere la foto è possibile

02.04.2021 - 18:10

DROPS Design answered:

Buonasera Roberta, a questo link può inserire il suo progetto, oppure pubblicare un posto sui suoi social media e taggarci con #dropsdesign in modo che possiamo vedere il progetto. Buon lavoro!

03.04.2021 - 20:14

country flag Roberta Ghezzi wrote:

Ho fatto questo bel maglione ed ho seguito le vostre istruzioni per la taglia S. non ho fatto le maniche lunghe perchè ho usato un bellissimo cotone color corallo. Lo regalerò ad una giovanissima amica di mio figlio.

02.04.2021 - 17:38

country flag Françoise wrote:

Ma bordure en point mousse du bas du pull rebique et roule vers l’avant . Y a-t-il une raison à cela ? Dois je la refaire en prenant encore des aiguilles plus fines ? Merci de vos conseils !

03.12.2020 - 12:07

DROPS Design answered:

Bonjour Françoise, lavez (en suivant bien les indications de l'étiquette, du nuancier + ces quelques généralités) et faites sécher le pull bien à plat, ajoutez des épingles si besoin pour maintenir le bas. Bonnes finitions!

03.12.2020 - 16:15

country flag Pascaline wrote:

Vous dites "Juste après le jeté, tricotez 1 tour comme avant puis, tricotez A.1C et A.2C " Si je résume; rang 53 : dernière torsade de A1b, rg 54: jeté, rg 55 : normal- rg 56 : jeté (dernier de A1b) puis rg 57 : comme avant en tricotant les jeté à l'endroit comme vous le dites- rg 58 : premier rang de A1c avec jeté et rg 59: rg normal à en croire le diagramme A1c alors que je devrais avoir la torsade (5ème rang), Je suis désolée de ne pas comprendre

05.02.2019 - 11:44

DROPS Design answered:

Bonjour Pascaline, tout à fait, vous allez devoir commencer les jours de A.1c/A2c au 58ème rang et faire la torsade de ces 2 diagrammes au 59ème rang, et continuer ainsi, avec les jours tous les 2 tours de chaque côté de A.1c/A.2c et la torsade en décalage mais toujours tous les 5 tours pour ne pas la décaler entre les diagrammes b et c. Bon tricot!

05.02.2019 - 13:40

country flag Pascaline wrote:

Rebonjour, désolée, je ne comprends pas. L'augmentation par jeté se fait (si je ne me suis pas trompée ) sur les rangs pairs de A1a et A1b, c'est à dire sur les rangs précédents et suivants la torsade. Or, sur A1c, elle se fait sur le rang de la torsade, et sur rang impair, donc ça ne correspond pas..Puis je adapter et faire les jetés sur rangs pair de A1C?

05.02.2019 - 10:47

DROPS Design answered:

Bonjour Pascaline, après les augmentations du raglan, vous tricotez A.1C et A.2C au-dessus de A.1b et A.2b, simplement comme avant (= pas de transition entre les deux diagrammes, vous devez avoir le même nombre de rangs entre les torsades). Juste après le jeté, tricotez 1 tour comme avant puis, tricotez A.1C et A.2C (les jours de chaque côté des torsades vont remplacer les jetés des augmentations du raglan). Vous pouvez ajuster les jours pour qu'ils soient tous les rangs pairs, mais les torsades doivent toujours être faites comme avant, avec 5 rangs entre chaque. Bon tricot!

05.02.2019 - 11:15

country flag Pascaline wrote:

Bonjour Je suis bloquée entre A1b /A2b et A1C/A2C. j'ai fini A1b /A2b par la 21ème augmentation par jeté. Avant de commencer A1c et A2C, dois je faire un retour classique pour tricoter les jetés à l'endroit avant de commencer la première ligne A1C/A2c (dans ce cas là, il y a une ligne en plus entre la torsade =6 rangs au lieu de 5). ou dois-je directement commencer A1C/A2C mais alors, il y a deux jetés de suite, le 21ème rang et la première ligne de A1C/A2C ? merci

05.02.2019 - 07:54

DROPS Design answered:

Bonjour Pascaline, comme le pull se tricote en rond, on n'a pas de rang "retour", mais au tour suivant, tricotez les mailles comme elles doivent l'être: continuez A.1b et A.2b comme avant (si c'est un rang impair du diagramme, commencez A.1c et A.2c, sinon, tricotez encore une fois A.1b et A.2b et au tour suivant (rang impair de A.1b/A.2b, continuez en suivant A.1c/A.2c, en tricotant les jours avant/après les diagrammes si vous êtes sur un rang impair, et la torsade si vous avez bien 5 rangs depuis la dernière torsade. Bon tricot!

05.02.2019 - 09:24

country flag Paco wrote:

BOnjour, Je ne comprends pas dans l'étape raglan: il est indiqué de faire un jeté de chaque côté A1 et A2. On est bien d accord que sur un tour, il y a 2 A1 et deux A2? Donc, ca augmente de 8 mailles comme vous le précisez (2jetes autour de 4 A1/A2). Je ne vois pas comment vous arrivez au chiffre de "augmenter ainsi 21 fois au total tous les 2 tours(je dirais 2 tours= 16 augmentations) je vous remercie

29.01.2019 - 13:22

DROPS Design answered:

Bonjour Mme Paco, c'est exact, on augmente bien de chaque côté de A.1 et de A.2 soit 8 mailles augmentées par tour d'augmentations. On augmente tous les 2 tours, donc après 2 tours d'augmentations, on aura augmenté un total de 16 mailles, après 3 tours d'augmentations un total de 24 mailles, mais toujours 8 mailles à chaque tour d'augmentations et donc 21 fois tous les 2 tours = 21 x 8 = 168 augmentations sur 21x2 tours = 42 tours. Bon tricot!

29.01.2019 - 16:29

country flag Martine PITSCHON wrote:

Bonjour : je tricote la taille S. Manches : 64m + 8m sous la manche. + 1m ds les 8m montées ? Le total ne peut être 72m ? Faut-il vraiment ajouter ces 8m supplémentaires ? Merci de votre réponse. Martine

10.09.2018 - 12:19

DROPS Design answered:

Bonjour Mme Pitschon, vous aviez mis 64 m en attente pour la manche et vous relevez ensuite 1 maille dans chacune des 8 mailles montées sous la manche lorsque vous les avez mises en attente (ces mailles ont ensuite été tricotées pour les côtés du pull avec le dos/le devant) = on a bien 72 mailles pour la manche. Bon tricot!

11.09.2018 - 09:44