DROPS Baby / 31 / 18

Ready, Set, Go by DROPS Design

De set bestaat uit: Trui met strepen en raglan voor baby, gebreid van boven naar beneden. Muts met strepen en oorflappen en sokken voor baby. Maat prematuur - 4 jaar De set wordt gebreid in DROPS Alpaca.

DROPS design: Patroon z-099-by
Garengroep A
----------------------------------------------------------

VOOR DE HELE SET HEEFT U NODIG:
Maat: 1/3 - 6/9 - 12/18 maanden (2 - 3/4) jaar.
De maat komt overeen met ongeveer de lengte van het kind in cm: 56/62 - 68/74 - 80/86 (92 - 98/104)
Hoofdomtrek: 40/42 - 42/44 - 44/46 (48/50 - 50/52) cm.
Voor voetlengte: 10-11-12 (14-16) cm
Materiaal:
DROPS ALPACA van garnstudio (behoort tot garengroep A)
150-200-200 (200-250) g kleur 618, licht beige
50-50-50 (50-50) g kleur 506, antraciet
50-50-50 (50-50) g kleur 101, wit
50-50-50 (50-50) g kleur 3900, donkerrood

Het werk kan tevens gebreid worden met garen van:
“Alternatief garen (garengroep A)” - zie link hieronder.

DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD (40 cm) MAAT 3 mm – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 24 steken en 32 naalden in tricotsteek = breedte 10 cm en 10 cm in de hoogte.

DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 2.5 mm – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 26 steken en 34 naalden in tricotsteek = breedte 10 cm en 10 cm in de hoogte.

DROPS HAAKNAALD 3 mm - voor het koord

DROPS HOUTEN KNOPEN Eiken NR 503: 4 stuks voor alle maten
----------------------------------------------------------

TRUI:
Maat: (prematuur) 0/1 - 1/3 - 6/9 - 12/18 maanden (2 - 3/4) jaar.
De maat komt overeen met ongeveer de lengte van het kind in cm: (40/44) 48/52 - 56/62 - 68/74 - 80/86 (92 - 98/104)
Materiaal:
DROPS ALPACA van garnstudio (behoort tot garengroep A)
(100) 100-100-100-150 (150-150) g kleur 618, licht beige
(50) 50-50-50-50 (50-50) g kleur 506, antraciet
(50) 50-50-50-50 (50-50) g kleur 101, wit
(50) 50-50-50-50 (50-50) g kleur 3900, donkerrood

Het werk kan tevens gebreid worden met garen van:
“Alternatief garen (garengroep A)” - zie link hieronder.

DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD (40 cm) MAAT 3 mm – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 24 steken en 32 naalden in tricotsteek = breedte 10 cm en 10 cm in de hoogte.

DROPS HOUTEN KNOPEN Eiken NR 503: 4 stuks voor alle maten
----------------------------------------------------------

MUTS:
Maat: (<0) 0/1 - 1/3 - 6/9 - 12/18 maanden (2 - 3/4) jaar
Hoofdomtrek: (28/32) 34/38 - 40/42 - 42/44 - 44/46 (48/50 - 50/52) cm
Materiaal:
DROPS ALPACA van garnstudio (behoort tot garengroep A)
(50) 50-50-50-50 (50-50) g kleur 618, licht beige
(50) 50-50-50-50 (50-50) g kleur 506, antraciet
(50) 50-50-50-50 (50-50) g kleur 101, wit
(50) 50-50-50-50 (50-50) g kleur 3900, donkerrood

Het werk kan tevens gebreid worden met garen van:
“Alternatief garen (garengroep A)” - zie link hieronder.

DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 3 mm – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 24 steken en 32 naalden in tricotsteek = breedte 10 cm en 10 cm in de hoogte.

DROPS HAAKNAALD 3 mm - voor het koord.
----------------------------------------------------------

SOKKEN:
Maat: 1/3 - 6/9 - 12/18 maanden (2 - 3/4) jaar
Voor voetlengte: 10-11-12 (14-16) cm
Materiaal:
DROPS ALPACA van garnstudio (behoort tot garengroep A)
50-50-50 (50-50) g kleur 618, licht beige

Het werk kan tevens gebreid worden met garen van:
“Alternatief garen (garengroep A)” - zie link hieronder.

DROPS NAALDEN ZONDER KNOP MAAT 2.5 mm – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 26 steken en 34 naalden in tricotsteek = breedte 10 cm en 10 cm in de hoogte.
----------------------------------------------------------

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Opmerkingen (7)

100% alpaca
vanaf 3.51 € /50g
DROPS Alpaca uni colour DROPS Alpaca uni colour 3.51 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
DROPS Alpaca mix DROPS Alpaca mix 3.69 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 21.06€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

INFORMATIE VOOR HET PATROON:

RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid – geldt voor de trui en de muts):
1 ribbel = 2 naalden recht.

TIP VOOR HET MEERDEREN (geldt voor de trui):
Alle meerderingen worden aan de goede kant gemaakt.
Meerder met 1 omslag, brei op de volgende naald de omslag gedraaid averecht om gaatjes te voorkomen.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.4.

TIP VOOR HET MINDEREN (geldt voor de trui):
Minder 1 steek aan elke kant van de markeerdraad als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn voor de markeerdraad en brei 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit tussen deze steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek.

TIP VOOR HET MINDEREN-1 (geldt voor de sok):
Minder 1 steek voor de 1 steek averecht als volgt: Brei tot er 2 steken over zijn voor de 1 steek averecht, 2 recht samen.
Minder 1 steek na de 1 steek averecht als volgt: 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek.

MINDEREN VOOR DE TEEN (geldt voor de sok):
Minder 3 steken voor de markeerdraad als volgt: 2 recht samen, 1 recht.
Minder als volgt na de markeerdraad: 1 recht, 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek.
----------------------------------------------------------

TRUI:
Wordt van boven naar beneden gebreid. Brei eerst de pas heen en weer, verdeel dan het werk voor het lijf en de mouwen. Het lijf wordt in de rondte gebreid op de rondbreinaald, brei dan de mouwen op breinaalden zonder knop. Neem steken op in een voorbies aan elke kant van de raglanopening en brei op het einde een halsrand heen en weer gebreid.

PAS:
Zet (88) 88-92-92-96 (100-100) steken op (inclusief 1 kantsteek aan elke kant van het werk) op rondbreinaald 3 mm met licht beige. Brei nu heen en weer vanaf één raglanlijn (dus tussen het voorpand en de linkermouw).
Brei dan als volgt aan de goede kant:
Brei 1 kantsteek in RIBBELSTEEK – zie uitleg hierboven, brei 1 steek in tricotsteek en voeg de 1e markeerdraad in deze steek, brei (16) 16-14-14-14 (16-14) steken in tricotsteek en meerder (2) 4-4-6-6 (6-6) steken verdeeld (= linker mouw) – lees TIP VOOR HET MEERDEREN, brei 1 steek in tricotsteek en voeg de 2e markeerdraad in deze steek, (24) 24-28-28-30 (30-32) steken in tricotsteek, brei 1 steek in tricotsteek en voeg de 3e markeerdraad in deze steek (= achterpand), (20) 20-18-18-18 (20-18) steken in tricotsteek en meerder (2) 4-4-6-6 (6-6) steken verdeeld (= rechter mouw), brei 1 steek in tricotsteek en voeg de 4e markeerdraad in deze steek, brei (21) 21-25-25-27 (27-29) steken in tricotsteek, brei 1 steek in tricotsteek en voeg de 5e markeerdraad in deze steek en eindig met 1 kantsteek in ribbelsteek = (92) 96-100-104-108 (112-112) steken.
Brei 1 naald averecht op de verkeerde kant met 1 kantsteek in ribbelsteek aan elke kant van het werk.
Meerder op de volgende naald aan de goede kant voor de raglan als volgt: Meerder 1 steek na de 1e markeerdraad, 1 steek aan elke kant van de 2e, de 3e en de 4e markeerdraad (= 2 steken gemeerderd in totaal aan elke kant van deze markeerdraden) en meerder 1 steek voor de 5e markeerdraad (= 8 steken gemeerderd op iedere meerdernaald). Meerder om de naald (2) 4-8-9-13 (14-20) keer in totaal, meerder dan iedere naald (4) 4-3-3-2 (2-0) keer in totaal (= (6) 8-11-12-15 (16-20) keer in totaal) = (140) 160-188-200-228 (240-272) steken. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Zet bij een hoogte van (7) 8-9-10-11 (12-13) cm, 2 nieuwe steken op aan het einde van de volgende 2 naalden = (144) 164-192-204-232 (244-276) steken. Brei nu het werk in de rondte in tricotsteek (de naald begint in de overgang tussen de linkermouw en het voorpand) tot het werk (8) 9-10-11-12 (13-14) cm meet. Brei nu het lijf en de mouwen als volgt: Zet de eerste (34) 40-44-48-54 (58-64) steken op een hulpdraad voor de mouw (= linkermouw), zet 8 steken op onder de mouw, brei (38) 42-52-54-62 (64-74) steken recht, zet de volgende (34) 40-44-48-54 (58-64) steken op een hulpdraad voor de mouw (= rechter mouw), zet 8 steken op onder de mouw, brei de laatste (38) 42-52-54-62 (64-74) steken recht.

LIJF:
= (92) 100-120-124-140 (144-164) steken. Voeg 1 markeerdraad in werk, MEET NU HET WERK VANAF HIER! Ga verder in de rondte in tricotsteek als volgt: Brei bij een hoogte van (6) 9-12-13-14 (17-20) cm, A.1. Als A. 1 keer 1 is gebreid, brei dan de volgende naald averecht (= vouwrand). Brei 12 naalden recht met licht beige. Kant af met recht.

MOUW:
Zet de (34) 40-44-48-54 (58-64) steken van de hulpdraad aan een kant van het werk op breinaalden zonder knop maat 3 mm. Neem 1 steek op in elk van de 8 opgezette steken onder de mouw = (42) 48-52-56-62 (66-72) steken. Voeg 1 markeerdraad in midden onder de mouw. Brei in tricotsteek in de rondte. Bij een hoogte van 2 cm vanaf waar het werk gescheiden is van het lijf, minder dan 1 steek aan elke kant van de markeerdraad - lees TIP VOOR HET MINDEREN.
Minder zo iedere (2e) 4e-4e-4e-4e (4e-5e) naald (3) 5-7-9-11 (12-14) keer in totaal = (36) 38-38-38-40 (42-44) steken. Brei bij een hoogte van (4) 8-10-12-15 (18-23) cm A.2 (de laatste 12 naalden van A.2 wordt gevouwen en later aan de mouw genaaid). Kant af met licht beige. Brei de andere mouw op dezelfde wijze.

RAGLANOPENING:
Maak nu 1 voorbies aan de binnenkant van de 1 kantsteek op het voorpand heen en weer gebreid als volgt: Neem (17) 19-22-24-26 (29-31) steken op met rondbreinaald 3 mm met licht beige aan de goede kant. Brei A.3 (brei de eerste naald op de verkeerde kant, de laatste 10 naalden van A.3 wordt gevouwen en op de verkeerde kant aan de trui genaaid). Minder TEGELIJKERTIJD op de 6e naald (= aan de goede kant) voor 3 knoopsgaten verdeeld op de naald door 2 steken recht samen te breien en 1 omslag te maken (maak het eerste knoopsgat ongeveer 2 cm naar beneden vanaf de hals, maak de 2 overgebleven knoopsgaten verdeeld op de bies). Minder voor het knoopsgat op dezelfde manier op de 16e naald. Denk erom dat de knoopsgaten later boven elkaar moeten komen als de rand omgevouwen is, zodat de knopen door beide gaatjes gaan.
Maak nu 1 voorbies aan de binnenkant van de 1 kantsteek op de linkermouw heen en weer gebreid als volgt: Neem (17) 19-22-24-26 (29-31) steken op met rondbreinaald 3 mm met licht beige aan de goede kant. Brei 10 naalden in tricotsteek (brei de eerste naald op de verkeerde kant), kant af met recht op de verkeerde kant.

AFWERKING:
Vouw de rand op het lijf naar boven en naai het netjes aan het lijf op de verkeerde kant met licht beige.
Vouw de rand op de mouwen naar boven en naai ze netjes aan de mouw op de verkeerde kant met licht beige.
Vouw de voorbies op het voorpand dubbel, plaats de voorbies op de linkermouw eronder en naai aan de onderkant waar de 2 steken opgezet zijn met licht beige.

HALSRAND:
Wordt heen en weer gebreid. Begin op de voorbies op het voorpand en neem ongeveer 70-97 steken op aan de goede kant rondom de hele hals tot aan de voorbies op de mouw (neem steken op door beide lagen op de voorbies op het voorpand). Brei A.3 over alle steken (1e naald = verkeerde kant). Minder TEGELIJKERTIJD op de 6e naald voor 1 knoopsgat, door de 4e en 5e steek recht samen te breien en maak 1 omslag, Minder voor het knoopsgat op dezelfde manier op de 16e naald.
Als A.3 is gebreid, kant dan af met licht beige. Vouw de rand dubbel en naai netjes vast waar de steken opgenomen zijn voor de hals met licht beige op de verkeerde kant. Naai de opening aan elke kant op de hals samen in de buitenste lus van de kantsteek met licht beige aan de goede kant. Naai de knopen op de halsrand en de voorbies op de linkermouw.
----------------------------------------------------------

MUTS:
Brei in de rondte op naalden zonder knop.
Zet (70) 82-92-96-98 (108-112) steken op breinaalden zonder knop maat 3 mm met licht beige. Brei 5 cm in tricotsteek. Brei 1 naald averecht (= vouwrand). Voeg 1 markeerdraad in het werk, MEET NU HET WERK VANAF HIER! Brei A.4 over alle steken. Als A.4 een keer in de hoogte is gebreid, ga dan verder met licht beige. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Minder bij een hoogte van (9) 8-9-10-10 (10-11) cm (4) 4-2-0-2 (0-4) steken verdeeld = (66) 78-90-96-96 (108-108) steken. Voeg dan 6 markeerdraden in, (11) 13-15-16-16 (18-18) steken uit elkaar. Er blijft ongeveer (5) 6-6-6-6 (7-7) cm over op de muts. Minder nu 1 steek na iedere markeerdraad door iedere andere naald 2 steken recht samen te breien (7) 8-6-5-5 (6-6) keer in totaal, dan iedere naald (2) 3-7-9-9 (10-10) keer in totaal = 12 steken. Brei alle steken 2 aan 2 recht samen = 6 steken. Knip het garen af en haal het door de overgebleven steken en trek samen. De hele muts meet ongeveer (19) 19-20-21-21 (22-23) cm (inclusief de vouwrand).
Vouw de rand van de muts naar boven en naai het netjes op de verkeerde kant met licht beige.

1e OORFLAP:
Houd de muts met de punt naar u toe en neem met een naald zonder knop 3 mm en licht beige (18) 22-24-24-24 (28-30) steken op aan de onderkant langs één kant - neem 1 steek op in iedere steek. Brei in RIBBELSTEEK - zie uitleg hierboven - heen en weer gebreid over de steken op de naald – minder TEGELIJKERTIJD
1 steek aan elke kant door de 2 volgende tot de laatste steken recht samen te breien, minder iedere 4e naald (5) 3-2-4-6 (5-6) keer en dan iedere andere naald (2) 6-8-6-4 (7-7) keer = 4 steken, brei deze steken 2 aan 2 samen en haal de 2 overgebleven steken over elkaar, knip het garen af en haal het door de overgebleven steek.
De flap meet ongeveer (5) 5-5-6-6½ (7-8) cm.

2e OORFLAP:
Neem (22) 26-28-32-34 (34-34) steken na de eerste oorflap (deze (22) 26-28-32-34 (34-34) steken = midden voor op de muts), steken op met een naald zonder knop 3 mm met licht beige. Neem 1 steek op in elk van de volgende (18) 22-24-24-24 (28-30) steken. Er zijn nu (12) 12-16-16-16 (18-18) steken tussen de oorflappen op de achterkant. Brei deze oorflap op dezelfde manier als de eerste.

KOORDEN:
Haak met licht beige op haaknaald 3 mm als volgt: Haak 1 halve vaste door de punt op de oorflap, haak lossen voor ongeveer 20-30 cm, keer het werk en haak 1 halve vaste in iedere losse, eindig met 1 halve vaste in de punt op de oorflap. Hecht af. Haak 1 koord in elk van de oorflappen.
----------------------------------------------------------

SOK:
Zet 40-44-48 (52-56) steken op breinaalden zonder knop maat 2.5 mm met licht beige. Brei in de rondte in boordsteek (= 2 recht/2 averecht) tot het werk 5-6-7 (9-10) cm meet.
Zet de laatst gebreide steek op dezelfde naald als de eerste 19-19-23 (23-27) steken op de naald = 20-20-24 (24-28) steken op de naald voor de hiel.
Zet de andere 20-24-24 (28-28) steken (= op de bovenkant van de voet) op 1 hulpdraad – de boordsteek op de bovenkant van de voet begint en eindigt nu met 1 steek averecht.
Brei in tricotsteek heen en weer over de hielsteken voor 3-3-4 (4-4) cm. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van deze steken (= 10-12-12 (14-14) steken aan elke kant van de markeerdraad). Minder op de volgende naald aan de goede kant als volgt:
NAALD 1 (= aan de goede kant): Brei recht tot er 4 steken over zijn voor de markeerdraad, 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over (= 1 steek geminderd), 4 steken recht, brei de volgende 2 steken recht samen (= 1 steek geminderd), brei de rest van de naald = 18-18-22 (22-26) steken.
NAALD 2 (= op de verkeerde kant): Brei alle steken averecht.
NAALD 3: Brei recht tot er 3 steken over zijn voor de markeerder, 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over (= 1 steek geminderd), 2 steken recht, brei de volgende 2 steken recht samen (= 1 steek geminderd), brei de rest van de naald recht = 16-16-20 (20-24) steken. Kant de overgebleven steken af en naai samen in de buitenste lus van de kantsteek (= midden onder voet).
Neem dan 24-24-28 (28-32) steken op in de buitenste lus van de kantsteek over de hiel. Zet de steken van de hulpdraad terug op de naald = 44-48-52 (56-60) steken. Ga verder in de rondte. LET OP! Brei boordsteek over de 20-24-24 (28-28) steken op de bovenkant van de voet en tricotsteek over de 24-24-28 (28-32) steken onder de voet. Minder TEGELIJKERTIJD in iedere tweede naald 1 steek aan elke kant van de boordsteek op de bovenkant van de voet - lees TIP VOOR HET MINDEREN-1! Minder zo 2 keer in totaal = 40-44-48 (52-56) steken.
Als de sok 7½-8½-9 (11-12) cm meet vanaf de achterkant op de hiel (er is dan ongeveer 2½-2½-3 (3-4) cm over tot de gewenste afmetingen), verdeel dan de steken zodat er 20-22-24 (26-28) steken zijn op zowel de bovenkant van de voet als onder de voet. Voeg 1 markeerdraad in aan elke kant. Brei in tricotsteek in de rondte over alle steken - terwijl u tegelijkertijd 1 steek aan elke kant van iedere markeerdraad mindert – lees MINDEREN VOOR DE TEEN!
Minder zo om de naald 5-5-6 (6-7) keer in totaal = 20-24-24 (28-28) steken. Brei alle steken 2 aan 2 recht samen = 10-12-12 (14-14) steken. Knip het garen af en haal het door de overgebleven steken, trek samen en hecht af. De sok meet ongeveer 10-11-12 (14-16) cm. Brei de andere sok op dezelfde manier.

Telpatroon

= recht met donkerrood
= recht met licht beige
= recht met antraciet
= recht met wit
= averecht aan de goede kant en recht op de verkeerde kant met licht beige (= vouwrand)
= breirichting


Ella 20.04.2019 - 19:36:

Hallo! Ich habe verstehe leider die Ranlanzunahmen in der Passe nicht. Ich habe bei Gr. 56 100M und beginne dann je 8M in der Hinreihe zuzunehmen. Wie oft mache ich denn das? Und wann genau beginne ich damit in jeder Reihe 3M zuzunehmen? Wie ich es auch hin und her rechne ich komme am Ende nicht auf die 188M

Věra Linhartová 01.03.2019 - 08:07:

Dobrý den, bude tento postup přeložen také do českého jazyka? Děkuji za odpověď.

Teresa 13.09.2018 - 22:11:

Ich habe eine Frage zu den Zunahmen im Passe. Erfolgen diese tatsächlich in jeder 2.Reihe (also in jeder Hinreihe) oder in jeder 2. Hinrunde (und somit insgesamt in jeder 4.Reihe)? Daran anschließend stellt sich mir nämlich dann die Frage, ob die Zunahmen in"jeder" Reihe auch in Rückrunden erfolgen? Vielen Dank für eine Antwort.

DROPS Design 14.09.2018 kl. 08:25:

Liebe Teresa, wenn Sie in jeder 2. Reihe zunehmen werden Sie nur bei jeder Hinreihe zunehmen. Wenn Sie danach in jeder Reihe zunehmen, werden Sie bei jeder Hin- sowie bei jeder Rückreihe zunehmen. Viel Spaß beim stricken!

Anika Krupke 02.07.2018 - 14:29:

Hallo, ich arbeite am Pullover. Ich möchte gerne wissen, ob ich es richtig verstanden habe, dass ich die letzten Zunahmen in der Passe (in jeder Reihe insgesamt 2 Maschen zunehmen Größe 80/86) in Hin- und Rückreihe aufnehme? In Zunahmehilfe steht ja das nur in Hinreihen zugenommen wird, dann würde aber die Maschenprobe nicht mehr stimmen. Danke!

DROPS Design 02.07.2018 kl. 16:29:

Liebe Frau Krupke, in der Größe 80/86 stricken Sie in Reihen bis die Arbeit 12 cm mist, dann (2 neuen Maschen wurden kurz davor auf beiden Seiten angeschlagen) stricken Sie in der Runde = alle Raglanzunahmen werden dann von der Vorderseite = Hinreihen gearbeitet. Viel Spaß beim stricknen!

Mari 07.04.2018 - 12:18:

Hvor mange masker trenger man på den bredeste delen av hovedstykket til størrelse 10 måneder?

DROPS Design 13.04.2018 kl. 10:41:

Hej Mari, vælger du hovedvidde 44/46 cm som modsvarer ca 12/18 mnd, skal du legge opp 98 masker. God fornøjelse!

Tove Damgaard 28.03.2018 - 21:41:

Hvorfor er der så stor forskel på maskeantallet på de to ærmer i trøjen? Man starter med henholdsvis 14 og 18 masker inden udtagninger?

DROPS Design 04.04.2018 kl. 13:36:

Hej Tove, på overgangen til venstre ærme skal der bagefter strikkes kanter, så ærmet bliver lige så stort som højre ærme. God fornøjelse!

Mu 07.03.2018 - 00:08:

Merci d'avoir présenté ce joli modèle avec le concours d'un bout de chou porteur d'un angiome, sans retoucher la photo.

Laat een opmerking achter voor DROPS Baby 31-18

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.