DROPS / 187 / 21

Early May by DROPS Design

Gebreid vest met kantpatroon en raglan. Maten S - XXXL. Het werk wordt gebreid in DROPS Muskat.

Trefwoorden: kantpatroon, raglan, vesten,

DROPS Design: Patroon nr. r-717
Garengroep B
-----------------------------------------------------------
Maten: S - M - L - XL - XXL - XXXL
Materiaal:
DROPS MUSKAT van garnstudio (behoort tot garengroep B)
500-550-600-650-750-800 g kleur 10, perzik

Het werk kan tevens gebreid worden met garen van:
"Alternatief garen (Garengroep B)" – zie link hieronder.

DROPS NAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD (60 of 80 cm) MAAT 4 MM – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 21 steken en 28 naalden van tricotsteek is 10 cm breed en 10 cm hoog.

DROPS RONDBREINAALD (60 of 80 cm) MAAT 3.5 MM – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 22 steken en 30 naalden van tricotsteek is 10 cm breed en 10 cm hoog.

DROPS PARELMOERKNOPEN, Gebogen (wit) N0 521: 8 stuks voor alle maten.

---------------------------------------------------------

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!
Weet u niet zeker welke maat u moet kiezen? Dan is het misschien zinvol om te weten dat het model in de afbeelding ongeveer 170 cm is en maat S of M heeft. Wanneer u een trui, vest, jurk of vergelijkbaar kledingstuk maakt, dan kunt u onderaan het patroon een schema vinden met de afmetingen van het uiteindelijke kledingstuk (in cm).

100% katoen
vanaf 2.03 € /50g
DROPS Muskat uni colour DROPS Muskat uni colour 2.03 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 20.30€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

INFORMATIE VOOR HET PATROON:

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
1 ribbel = 2 naalden recht.

RIBBELSTEEK (wordt in de rondte gebreid - voor de mouw):
1 ribbel = Brei 1 naald recht en 1 naald averecht.

PATROON:
Zie telpatroon A.1. Het telpatroon laat alle naalden in het patroon aan de goede kant zien.

KNOOPSGATEN:
Brei knoopsgaten op de rechter voorbies. 1 KNOOPSGAT = brei de 3e en 4e steek vanaf de rand recht samen en maak 1 omslag. Brei de omslag recht op de volgende naald = gaatje.
Brei knoopsgaten als het werk meet:
S: 2, 8, 14, 20, 27, 34, 41 en 48 cm
M: 2, 8, 15, 22, 29, 36, 43 en 50 cm
L: 2, 9, 16, 23, 30, 37, 44 en 52 cm
XL: 2, 9, 16, 23, 30, 38, 46 en 54 cm
XXL: 2, 9, 16, 24, 32, 40, 48 en 56 cm
XXXL: 2, 10, 18, 26, 34, 42, 50 en 58 cm

TIP VOOR HET MINDEREN-1:
Om uit te rekenen hoe u verdeeld mindert, neem het totaal aantal steken op de naald (dus 223 steken), minus de biezen (dus 10 steken) en deel de overgebleven steken door het aantal te maken minderingen (dus 29) = 7.3. In dit voorbeeld breit u ongeveer iedere 6e en 7e steek samen; minder niet over de biezen.

TIP VOOR HET MINDEREN-2 (voor de zijkanten):
Begin 3 steken voor de markeerdraad, brei 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze 2 steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek.

TIP VOOR HET MEERDEREN (voor de mouwen):
Brei tot er 2 steken over zijn voor de markeerdraad, 1 omslag, 2 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze 2 steken), 1 omslag. Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid recht om gaatjes te voorkomen.

RAGLAN:
Minder 2 steken in elke overgang tussen het lijf en de mouwen.
Minder als volgt aan de goede kant:
Begin 3 steken voor de markeerdraad en brei dan als volgt: 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze 2 steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over.
----------------------------------------------------------

VEST:
Het lijf wordt heen en weer gebreid met de rondbreinaald, van onder naar boven. De mouwen worden in de rondte gebreid met breinaalden zonder knop, dan worden de mouwen en lijf op dezelfde naald gezet en de pas wordt heen en weer gebreid met minderingen voor de raglan.

LIJF:
Zet 223-241-259-289-313-343 steken op (inclusief 5 voorbiessteken aan elke kant) met rondbreinaald 3.5 mm en Muskat. Brei 1 naald averecht aan de verkeerde kant, brei dan als volgt – aan de goede kant: 5 steken RIBBELSTEEK– zie uitleg hierboven, boordsteek (3 recht /3 averecht) tot er 8 steken over zijn op de naald, brei 3 recht en 5 steken in ribbelsteek. Brei KNOOPSGATEN op de rechter voorbies – zie uitleg hierboven. Ga verder met boordsteek tot het werk 3 cm meet, brei 1 naald recht aan de goede kant terwijl u 29-31-33-39-39-45 steken verdeeld op de naald mindert – lees TIP VOOR HET MINDEREN-1 = 194-210-226-250-274-298 steken op de naald. Ga verder met rondbreinaald 4 mm. Ga verder met tricotsteek en 5 steken in ribbelsteek aan elke kant (= biezen). Voeg 2 markeerdraden in het werk, 51-55-59-65-71-77 steken in vanaf elke kant (achterpand = 92-100-108-120-132-144 steken). DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Als het werk 6 cm meet, minder dan 1 steek aan elke kant van de markeerdraden (= 4 steken geminderd), minder iedere 7 cm in totaal 4 keer – lees TIP VOOR HET MINDEREN-2 = 178-194-210-234-258-282 steken. Als het werk 30-30-31-32-32-32 cm meet, kant dan af voor de armsgaten aan elke kant als volgt: Brei tot er 4-4-5-5-6-6 steken over zijn voor de eerste markeerdraad in de zijkant, kant de volgende 8-8-10-10-12-12 steken af, brei tot er 4-4-5-5-6-6 steken voor de markeerdraad zijn aan de andere kant, kant de volgende 8-8-10-10-12-12 steken af en brei tot het einde van de naald. Er zijn nu 76-84-90-102-112-124 steken op het achterpand en 43-47-50-56-61-67 steken op elk voorpand. Laat het werk rusten en brei de mouwen.

MOUW:
Het werk wordt in de rondte gebreid met breinaalden zonder knop. Zet 47-49-51-53-55-57 steken op met breinaalden zonder knop maat 4 mm en Muskat. Brei 2 RIBBELS – zie uitleg hierboven. Voeg 1 markeerdraad in op het begin van de naald. Brei dan als volgt: Brei 9-10-11-12-13-14 steken recht, A.1 (= 29 steken), 9-10-11-12-13-14 steken recht. Ga verder met dit patroon in de hoogte, Meerder TEGELIJKERTIJD als het werk 6-6-8-8-8-6 cm meet, 1 steek aan elke kant van de markeerdraad – lees TIP VOOR HET MEERDEREN. Meerder iedere 3½-2½-1½-1½-1½-1½ cm in totaal 10-14-18-18-19-20 keer = 67-77-87-89-93-97 steken. De gemeerderde steken worden gebreid in tricotsteek. Als het werk 42-41-40-40-38-37 cm meet, (LET OP! Kortere afmetingen in de grotere maten vanwege een langere raglanminderingen en bredere hals) kant dan 4-4-5-5-6-6 steken af aan elke kant van de markeerdraad = 59-69-77-79-81-85 steken. Laat het werk rusten en brei de andere mouw.

PAS:
Plaats de mouwen op dezelfde rondbreinaald als het lijf waar u steken voor de armsgaten heeft afgekant = 280-316-344-372-396-428 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in alle overgangen tussen het lijf en de mouwen (= 4 markeerdraden). Ga verder met tricotsteek over de steken op het lijf, ribbelsteek op de biezen en patroon en tricotsteek zoals hiervoor op de mouwen, begin TEGELIJKERTIJD op de volgende naald, met de minderingen voor de raglan – zie uitleg hierboven (= 8 steken geminderd). Minder iedere 4e naald 11-10-8-8-9-8 keer, dan iedere 2e naald 7-12-17-19-20-24 keer (in totaal 18-22-25-27-29-32 keer). Na alle minderingen voor de raglan zijn er 136-140-144-156-164-172 steken over op de naald. Brei 2 ribbels en minder TEGELIJKERTIJD op de eerste naald van de ribbels 30-30-30-36-38-42 steken verdeeld – denk om TIP VOOR HET MINDEREN-1 = 106-110-114-120-126-130 steken. Kant af.

AFWERKING:
Naai de openingen onder de mouwen dicht. Naai knopen op de linker voorbies.

Telpatroon

= recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
= averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
= 1 steek recht afhalen, 2 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek
= maak 1 omslag tussen 2 steken
= 4 steken gedraaid recht samen
= 4 steken recht samen
= geen steek, sla dit vierkant over


1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

24) Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

We hebben 31 instructievideo's om u te helpen bij dit patroon. Bekijk ze hier

Voor verdere hulp met een patroon, kunt u ook contact opnemen met het DROPS verkooppunt waar u het garen heeft gekocht, waar u kunt rekenen op vakkundige hulp van een winkel die gespecialiseerd is in DROPS patronen.

De patronen worden zorgvuldig gecontroleerd, maar wij nemen een voorbehoud in acht voor eventuele fouten. De patronen zijn vertaald vanuit het Noors en u kunt ook altijd het originele patroon bekijken voor afmetingen en berekeningen.

Ga naar het origineel patroon DROPS 187-21.