DROPS Snow
DROPS Snow
100% wol
vanaf 2.19 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 28.47€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Super Sale

Cozy Weekend

Gebreide trui met kabels en hoge col voor heren. Maat: S - XXXL Het werk wordt gebreid in DROPS Snow.

DROPS 185-16
DROPS design: Patroon ee-620
Garengroep E of C + C
----------------------------------------------------------
Maat: S - M - L - XL - XXL - XXXL
Materiaal:
DROPS SNOW van garnstudio (behoort tot garengroep E)
650-700-800-850-900-1000 g kleur 01, naturel

Het werk kan tevens gebreid worden met garen van:
“Alternatief garen (garengroep E” - zie link hieronder.

DROPS RONDBREINAALD (80 cm) MAAT 10 mm – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 9 steken en 12 naalden in tricotsteek = breedte 10 cm en 10 cm in de hoogte.

DROPS BREINAALDEN ZONDER KNOP EN RONDBREINAALD (40 en 80 cm) MAAT 9 mm voor de boordsteek – of de maat die u nodig heeft voor een stekenverhouding van 10 steken en 14 naalden in tricotsteek = breedte 10 cm en 10 cm in de hoogte.

DROPS KABELNAALD - voor de kabels.
----------------------------------------------------------

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

DROPS Snow
DROPS Snow
100% wol
vanaf 2.19 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 28.47€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Super Sale

BESPAAR 30% op 6 katoenfavorieten!
Geldit tot en met 12.04.2024

Instructies voor het patroon

INFORMATIE VOOR HET PATROON:

PATROON:
Zie telpatronen A.1 en A.2. De telpatronen laten alle naalden in het patroon aan de goede kant zien.

TIP VOOR HET MINDEREN-1:
Om uit te rekenen hoe u verdeeld mindert, gebruikt u het aantal steken waarover geminderd moet worden (dus 19) en deel deze door het aantal te maken minderingen (dus 7) = 2.7. In
dit voorbeeld mindert u door afwisselend iedere 1e en 2e steek en iedere
2e en 3e steek samen te breien.

TIP VOOR HET MINDEREN-2 (geldt voor de mouwen):
Minder 1 steek aan elke kant van het werk als volgt:
Minder als volgt aan de goede kant: Brei de 2 buitenste steken aan elke kant van het werk recht samen.
Minder als volgt op de verkeerde kant: Brei de 2 buitenste steken aan elke kant van het werk averecht samen.
----------------------------------------------------------

TRUI:
Wordt in de rondte gebreid op de rondbreinaald, van onder naar boven. Verdeel het werk wanneer u mindert voor het armsgat en brei het voor- en achterpand apart heen en weer verder. Neem steken op langs het armsgat voor de mouw en brei heen en weer op de rondbreinaald. Brei de hals op een korte rondbreinaald.

LIJF:
Zet 99-107-115-123-131-143 steken op de rondbreinaald 9 mm met Snow. Brei 1 naald recht, brei dan boordsteek in de verschillend maten als volgt:
MAAT S-L-XXL-XXXL:
* 2 recht, 2 averecht *, brei van *-* over de eerste 12-16-20-24 steken, 2 recht, brei A.1 (= 25 steken), * 2 recht, 2 averecht * over de overgebleven 60-72-84-92 steken.
MAAT M-XL:
* 2 averecht, 2 recht *, brei van *-* over de eerste 16-20 steken, brei A.1 (= 25 steken), * 2 recht, 2 averecht *, brei van *-* over de volgende 64-76 steken en eindig met 2 recht.

ALLE MATEN:
Ga zo verder in boordsteek tot het werk 6 cm meet. Ga verder met rondbreinaald 10 mm. Brei 0-0-0-0-0-1 steek in tricotsteek, de naald begint nu hier, voeg 1 markeerdraad in (de naald is nu 0-0-0-0-0-1 steek verplaatst). Brei de volgende naald als volgt: Brei in tricotsteek over de eerste 14-16-18-20-22-25 steken, A.2 (= 25 steken) over A.1, tricotsteek over de volgende 14-16-18-20-22-25 steken, voeg 1 markeerdraad in (= voorpand), brei in tricotsteek over de laatste 46-50-54-58-62-68 steken.
Ga zo verder in patroon. DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Kant bij een hoogte van 40-41-42-43-44-45 cm steken af voor het armsgat op de volgende naald als volgt (pas zo aan dat het de 1e-3e-5e-7e-9e-11e of 13e naald is in A.2): Kant de eerste 2-2-2-2-2-3 steken op de naald af, brei de volgende 49-53-57-61-65-69 steken zoals hiervoor (= voorpand), kant de volgende 4-4-4-4-4-6 steken af, brei tot er 2-2-2-2-2-3 steken over zijn, kant deze steken af. Knip het garen af. Brei nu elk deel apart verder.

ACHTERPAND:
= 42-46-50-54-58-62 steken. Ga verder in tricotsteek over alle steken (brei de eerste naald op de verkeerde kant). Kant bij een hoogte van 20-21-22-23-24-25 cm vanaf waar de steken afgekant zijn voor het armsgat (het werk meet 60-62-64-66-68-70 cm in totaal) de middelste 16-16-18-18-20-20 steken af voor de hals en eindig elk schouder apart = 13-15-16-18-19-21 steken over op elk schouder. Ga verder in tricotsteek en kant 1 steek af op de volgende naald vanaf de hals = 12-14-15-17-18-20 steken over op de schouder. Brei tot het werk 22-23-24-25-26-27 cm meet vanaf waar de steken zijn afgekant voor het armsgat (het werk meet 62-64-66-68-70-72 cm in totaal). Kant af. Brei de andere schouder op dezelfde manier.

VOORPAND:
= 49-53-57-61-65-69 steken. Brei tot het werk 56-58-58-60-60-62 cm meet (brei de eerste naald op de verkeerde kant). Zet nu de steken op 1 hulpdraad voor de hals als volgt: Brei 16-18-19-21-22-24 steken zoals hiervoor, brei de volgende 17-17-19-19-21-21 steken zoals hiervoor en minder 7 steken verdeeld – lees TIP VOOR HET MINDEREN-1, over deze steken, zet ze op een hulpdraad (= 10-10-12-12-14-14 steken op de hulpdraad), brei de overgebleven 16-18-19-21-22-24 steken zoals hiervoor.
Brei nu elk schouder apart verder. Ga verder met recht en averecht zoals hiervoor over de overgebleven steken in A.2, en kant af voor de hals op het begin van iedere naald vanaf de hals als volgt: Kant 1 keer 2 steken af en 2 keer 1 steek = 12-14-15-17-18-20 steken over op de schouder. Ga verder tot het werk 62-64-66-68-70-72 cm meet, pas aan volgens het achterpand. Kant af. Brei de andere schouder op dezelfde manier.

AFWERKING:
Naai de schoudernaden samen.

MOUW:
Wordt heen en weer gebreid, van boven naar beneden.
Neem 40-42-44-46-48-50 steken op langs het armsgat in de buitenste steek op de rondbreinaald 10 mm met Snow. Brei in tricotsteek. Minder bij een hoogte van 4 cm, 1 steek aan elke kant van het werk – lees TIP VOOR HET MINDEREN-2 (= 2 steken geminderd). Minder zo iedere 8e-7e-6e-6e-5e-5e naald 8-9-10-9-10-11 keer in totaal = 24-24-24-28-28-28 steken. Ga bij een hoogte van 53-52-50-49-48-47 cm, verder met rondbreinaald 9 mm en brei boordsteek (= 2 recht/2 averecht). Als de mouw 58-57-55-54-53-52 cm meet, ga dan verder met rondbreinaald 10 mm. Kant de steken af met recht boven recht en averecht boven averecht. Brei de andere mouw op dezelfde wijze.

HALS:
Wordt in de rondte gebreid. Neem 56-56-60-60-64-64 steken op rondom de hals (inclusief de steken op de hulpdraad) op breinaalden zonder knop 9 mm met Snow. Brei 1 naald averecht en brei 1 naald recht, brei dan 12 cm boordsteek (= 2 recht/2 averecht). Kant dan de steken losjes af met recht boven recht en averecht boven averecht.

AFWERKING:
Naai de naden van de onderarm dicht, naai in de voorste lus van de buitenste steek om te zorgen dat de naad gelijkmatig wordt.

Telpatroon

symbols = recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
symbols = averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
symbols = zet 5 steken op een kabelnaald en houd deze voor het werk, 5 recht, 5 steken recht van de kabelnaald
symbols = zet 5 steken op kabelnaald in achter werk, 5 recht, 5 steken recht van de kabelnaald
diagram
diagram

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen.

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Misschien vindt u deze ook leuk...

Laat een opmerking achter voor DROPS 185-16

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (4)

country flag Fie wrote:

Tak for opskriften ☺️ Er der en speciel grund til at ærmerne strikkes frem og tilbage i stedet for bare rundt?

28.11.2023 - 19:55

DROPS Design answered:

Hej Fie, du må gerne strikke rundt :)

29.11.2023 - 11:39

country flag CATHERINE PAILHE wrote:

Bonjour, mon fils a 12 ans. a quelle taille correspond le S. Merci

06.01.2020 - 13:13

DROPS Design answered:

Bonjour Mme Pailhe, vous trouverez en bas des explications un schéma avec toutes les mesures pour chaque taille, comparez ces mesures à celle d'un vêtement similaire dont il aime la forme pour vérifier si la taille lui convient. plus d'infos sur les tailles ici. Bon tricot!

06.01.2020 - 14:17

country flag Bart wrote:

Hoi. Het is mij niet helemaal duidelijk of die 1ste naar recht in het lijf de goede kant of de verkeerde kan is. Mijn eerste gedachte was de goede kant, omdat het een rechte naald is, maar dan komen de boordsteken niet goed uit met patroon A1. Dus nu denk ik dat de 1ste naald recht aan de verkeerde kant is. Klopt dat?

18.10.2019 - 08:23

DROPS Design answered:

Dag Bart,

De eerste naald voor de boordsteek is 1 naald recht aan de goede kant. Je breit namelijk in de rondte en je keert het werk niet. Na de naald recht brei je boordsteek met 2 recht, 2 averecht, en A.1 over het midden van het voorpand.

05.11.2019 - 14:42

country flag Hawa wrote:

Bonjour. Je suis en train de réaliser ce modèle. Je ne suis pas sûre de ce que vous entendez par "ajuster pour que ce soit un tour 1-3-5-7-9-11 ou 13 de A.2". Est-ce un tour impair peu importe la taille ou est-ce un tour 1 pour une taille S, un tour 3 pour une taille M, etc.? Merci d'avance!

28.11.2018 - 08:34

DROPS Design answered:

Bonjour Mme Hawa, le tour suivant doit être un tour impair (rang 1, 3, 5, 7, 9, 11 ou 13 de A.2) quelle que soit la taille tricotée. Bon tricot!

28.11.2018 - 08:50