DROPS Lace
DROPS Lace
70% alpaca, 30% zijde
Uit het assortiment
find alternatives
DROPS SS24
DROPS 133-2
DROPS design: Model nr. LA-001
Garengroep A
---------------------------------------------------------
Lengte middenachter: ongeveer 48 cm na het opspannen
Breedte aan de bovenkant: ongeveer 155 cm na het opspannen
Materiaal: DROPS LACE van Garnstudio
100 gr. kleur nr. 0501, lichtgrijs

DROPS RONDBREINLD 3.5 mm (80 cm) - LET OP! Lees de informatie over de stekenverhouding hieronder.
DROPS HAAKNLD 2.5 en 3.5 mm

STEKENVERHOUDING:
Deze omslagdoek wordt na het breien in het water gelegd en dan opgespannen tot de juiste maat, de stekenverhouding is dus niet zo belangrijk. Maar om een idee te krijgen of u te los of te vast breit, kunt u een proeflapje breien in tricotst op breinld 3.5 mm, u dient een stekenverhouding te krijgen van ongeveer 23 st x 30 nld = 10 x 10 cm.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

DROPS Lace
DROPS Lace
70% alpaca, 30% zijde
Uit het assortiment
find alternatives

Instructies voor het patroon

TIP VOOR HET BREIEN 1 (met gehaakte ketting van lossen):
Haak een toer van 26 l met haaknld 3.5 mm en Lace. Knip de draad af – zet deze niet vast. Gebruik een nieuwe draad en neem 26 st op in deze l-toer met rondbreinld 3.5 mm – deze toer zult u later uithalen zodat u de st weer op de nld kunt zetten (“levende” steken.)

TIP VOOR HET BREIEN 2:
Brei voor een mooie rand als volgt: haal de eerste st av af zonder deze te breien – doe dit alle nld (dus de buitenste st aan iedere kant wordt slechts om de nld gebreid – dus maar half zoveel nld in de hoogte als de overige st).

PATROON:
Zie telpatroon M.1. Het telpatroon geeft de goede kant van het werk weer. Zowel de heengaande als de teruggaande naalden zijn weergegeven.

NOP:
1e nld (goede kant): Brei 7 st in 1 st als volgt: * 1 st r, 1 omsl *, herhaal van *-* in totaal 3 keer en eindig met 1 st r = 7 st. Het is belangrijk om deze st en de omsl zeer losjes te breien (ongeveer 1 cm lang).
2e nld (verkeerde kant): brei de 7 st av samen. Als u de st van de 1e nld niet los genoeg breit, zal het lastig zijn ze av samen te breien.
---------------------------------------------------------
---------------------------------------------------------

OMSLAGDOEK:
Brei eerst de kanten rand van de omslagdoek, neem dan st op aan de zijkant van deze rand en brei de omslagdoek verder. Het werk wordt heen en weer gebreid op de rondbreinld zodat alle st goed op de nld passen.
De kanten rand wordt uit 2 delen gebreid, begin middenachter - zie Fig. 1. Volg voor het opzetten TIP VOOR HET BREIEN 1 - en lees TIP VOOR HET BREIEN 2 voor u verder gaat.
Brei de 1e nld aan de verkeerde kant als volgt:
brei 1 nld av en brei de laatste 2 st av samen = 25 st. Brei dan 15 patroonherhalingen van telpatroon M.1 in de hoogte (= ongeveer 60 cm = 180 nld gebreid). Zet nu deze 25 st op een hulpdraad.
Haal de gehaakte toer van de opzetrand uit, de st van de opzetrand komen nu vrij, brei ze verder als volgt:
Zet de 25 st van de opzetrand terug rondbreinld 3.5 mm en brei 15 patroonherhalingen van telpatroon M.1 in de tegengestelde richting (= ongeveer 60 cm = 180 nld gebreid). Zet nu deze 25 st op nog een hulpdraad.

Brei nu de omslagdoek zelf als volgt:
Neem st op langs de kanten rand met rondbreinld 3.5 mm aan de goede kant in de buitenste lusjes van de st als volgt:
* Neem 1 st op in elke van de 3 volgende st langs de kanten rand, sla 1 st over *, herhaal *-* tot aan het eind van de nld = 270 st op de naald - Neem een extra st op in de laatste st = 271 st op de nld.
Brei 1 nld av aan de verkeerde kant. Brei de volgende nld als volgt: * 2 st recht samen, 1 omsl *, herhaal van *-* en eindig met 1 st r. Brei 1 nld av en zet TEGELIJKERTIJD de buitenste 116 st aan iedere kant op twee hulpdraden en hou de middelste 39 st op de nld.

Brei nu heen en weer in tricotst over de middelste 39 st en brei TEGELIJKERTIJD 3 st terug op de nld van de hulpdraad aan het einde van iedere nld tot er 24 st over zijn op de twee hulpdraden aan iedere kant.
Ga verder en brei heen en weer in tricotst over de middelste st en brei TEGELIJKERTIJD 2 st terug op de nld van de hulpdraad aan het einde van iedere nld tot er 11 st over zijn op de twee hulpdraden aan iedere kant.
Ga verder en brei heen en weer in tricotst over de middelste st en brei TEGELIJKERTIJD 1 st terug op de nld van de hulpdraad aan het einde van iedere nld tot alle st van de twee hulpdraden zijn gebreid. Zet nu de st aan iedere kant van de kanten rand met telpatroon M.1 ook terug op de rondbreinld = 321 st.
Brei 4 nld recht over alle st met dubbele draad. Kant losjes alle st af.

GEHAAKTE RAND:
Haak een rand langs de onderkant van telpatroon M.1. Gebruik haaknld 2.5 mm en Lace. Haak in iedere kant st als volgt: * 1 v, 2 l, 1 stk, 2 l, 1 v *, herhaal van *-*.

OPSPANNEN:
Laat de omslagdoek weken in handwarm water. Haal de omslagdoek uit het water – niet wringen! – en rol de omslagdoek voorzichtig tussen een handdoek zonder te duwen of te persen. De omslagdoek is nu nog vochtig.
Leg de omslagdoek op een tapijt of matras – rek de doek voorzichtig op tot de juiste maat en zet vast met spelden. Laat de doek zo drogen. Herhaal dit proces elke keer als de doek gewassen wordt.

Dit patroon is gecorrigeerd.

Gewijzigd online: 13.03.2015
NIEUWE beschrijving onde OMSLAGDOEK:
Neem st op langs de kanten rand met rondbreinld 3.5 mm aan de goede kant in de buitenste lusjes van de st als volgt:
* Neem 1 st op in elke van de 3 volgende st langs de kanten rand, sla 1 st over *, herhaal *-* tot aan het eind van de nld = 270 st op de naald - Neem een extra st op in de laatste st = 271 st op de nld.

Telpatroon

symbols = Recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
symbols = 1 omsl tussen 2 st
symbols = 1 st r afh, 2 st recht samen, afgeh st overh
symbols = 1 st r afh, 1 st r, afgeh st overh
symbols = 2 st recht samen
symbols = nop - zie uitleg boven
symbols = tijdelijke opzetrand
symbols = breirichting
diagram
Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Laat een opmerking achter voor DROPS 133-2

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (54)

country flag Katharina wrote:

Wunderbar die Korrektur! Herzlichen Dank! Eine Frage bleibt mir dennoch. Wenn ich nun die Lochborte anstricke, nehme ich ja nur von der einen Hälfte der Lochborte die Maschen auf, was ist mit der anderen Seite? Es steht:Nun aus beiden Kurzseiten der Lochborte die Maschen auffassen (= je 25 Maschen an beiden Seiten) = 321 Maschen insgesamt auf der Nadel. Das verstehe ich nicht. Was ist die Kurzseite? Eine Hälfte der Lochborte ist doch garnicht angestrickt? DANKESCHÖN!

16.09.2020 - 20:54

DROPS Design answered:

Liebe Katharina, Sie stricken zuerst M.1 über 25 M, legen diese 25 M still, dann stricken M.1 von den 25 angeschlagenen M und legen diese M still - dann fassen Sie die 271 M auf und stricken mit verkürzten Reihe wie erklärt, und dann stricken Sie die 25 M, die am Anfang stillgelegt waren (= die von M.1 auf beiden Seite) und stricken 4 Reihen rechts mit 2 Fäden. Viel Spaß beim stricken!

17.09.2020 - 10:03

country flag Katharina wrote:

Ja, es fehlt! Nun habe ich 360 Randmaschen insgesamt und wenn ich nach der Beschreibung die Maschen nun aufnehmen soll habe ich insgesamt 540 Maschen, nicht 270 ((+1 Zunahme)). Denn ich habe ja 180 Maschen in die eine Richtung und in die andere Richtung.

08.09.2020 - 09:54

country flag Katharina wrote:

15 x 12 Rapport Reihen meinte ich

07.09.2020 - 17:48

DROPS Design answered:

Liebe Katharina, ja ganz genau, wenn Sie die ersten 15 x 12 Reihen in M. 1 gestrickt haben = 180 Reihen dann legen Sie die Maschen still. Die Maschen an der Lochkante auffassen und über die 25 Maschen nochmal 15 Mal die 12 Reihen in M.1 stricken = 180 Reihen. Es sieht aber so aus, daß etwas in die deutsche Anleitung fehlt, sie wird korrigiert, danke für den Hinweis. Viel Spaß beim stricken!

08.09.2020 - 09:41

country flag Katharina wrote:

Hallo! Nein das meine ich nicht. Ja es sollen 15 mal die 12 Rapporte gestrickt werden. Aber wenn man sich das Schema Fig 1. anschaut, sieht man das sie einmal von der Mitte des Tuches nach rechts und einmal nach links gehen. Das heißt man strickt einmal ein paar Rapporte und geht dann zum Anfang zurück nimmt Maschen auf und strickt in die andere Richtung wieder welche ran. Aber 15 Rapporte kann man schlecht durch 2 Teilen. Vielen lieben Dank für ihre Mühe und schnelle Antwort!

07.09.2020 - 17:47

country flag Katharina wrote:

Es sollen 15 Raporte gestrickt werden, aber aie gehen von der Mitte einmal nach links und einmal nach rechts weg. Jedoch kann man 15 nicht halbieren. Es sei denn, ich habe an beiden Enden jeweils nur einen halben Raport.???

07.09.2020 - 15:53

DROPS Design answered:

Liebe Katharina, ich verstehe vielleicht Ihre Frage, aber 15 Mal die 12 Reihen in M.1 sind insgesamt 180 Reihen. Meinten Sie etwas anderes?

07.09.2020 - 16:03

country flag Matty wrote:

What language is written this pattern? If anyone could tell me please. Thank you!!

05.06.2019 - 02:13

DROPS Design answered:

Dear Matty, all available languages to this pattern can be found by clicking the scrolling down menu under the picture. Happy knitting!

05.06.2019 - 10:15

country flag Marie-Ève wrote:

Bonjour, lorsqu'on doit tricoter les 116 m, les mettre en attente, ensuite tricotez les 39 m suivantes, est que je dois simplement glissez les 116 dernières mailles avant de les mettre en attente ou les tricoter et les mettre en attentes? Car si je dois les tricoter, je ne comprends pas comment faire pour tourner et poursuive sur les 39 mailles au rang suivant... Merci à l'avance.

29.05.2019 - 03:18

DROPS Design answered:

Bonjour Marie-Ève, tricotez 1 rang envers, glissez les 116 premières mailles de ce rang en attente, tricotez les 39 m suivantes (= les 39 m centrales) et glissez (sans les tricoter) les 116 dernières mailles du rang. Ainsi, votre fil se trouve juste au début des 39 m. Bon tricot!

29.05.2019 - 08:30

country flag Pia wrote:

Jeg undre mig over at der står at sjælen skal strikkes vådt, er det en fejl?

15.05.2019 - 08:37

DROPS Design answered:

Hej Pia, Nej, hvis du strikker sjalet i DROPS Lace, så fugter du sjalet bagefter og strækker det til de rigtige mål. God fornøjelse!

15.05.2019 - 09:37

country flag Julia wrote:

Das Tuch ist wunderschön. Finde die Anleitung aber leider sehr verwirrend.

06.02.2019 - 06:52

country flag Patty Pang wrote:

I would like to use the edging lace pattern on a triangular shawl shape. My plan is to sew the edging onto a completed triangular shawl. Do you have such a design already? I can\\\'t figure out how to create the center V for the point of the triangle within the lace edging.

21.09.2018 - 01:30

DROPS Design answered:

Dear Mrs Pang, we are unfortunately not able to adjust every pattern to each individual request. You are welcome to contact the store where you bought your yarn - even per mail or telephone - or ask for assistance on a knitting forum. Happy knitting!

21.09.2018 - 08:06