DROPS Baby / 11 / 15

Angel Kissed by DROPS Design

DROPS Doopjurk, mutsje en broekje met kantpatroon in DROPS BabyAlpaca Silk

Maat: 1/3 – 6/9 maanden
Maat in cm: 50/56 – 62/68.
Materialen: DROPS BabyAlpaca Silk van Garnstudio
Doopjurk:
500-550 gr nr. 1101, wit
Broekje:
300-300 gr nr. 1101, wit
Mutsje:
50-50 gr nr. 1101, wit

DROPS rondbreinld, sokkenbreinld en breinld 2.5 mm
DROPS haaknld 2.5 mm
DROPS Parelmoeren knoopjes, nr. 523: Doopjurk: 5 stuks, broekje: 5 stuks
Satijnen lint: ca 10 mm breed. Doopjurk: 560 cm, mutsje: 80 cm, broekje: 160 cm

Heeft u deze of een van onze andere ontwerpen gemaakt? Tag uw afbeeldingen in social media met #dropsdesign, zodat we ze kunnen zien!

Wilt u een ander garen gebruiken? Probeer de garenvervanger!

70% alpaca, 30% zijde
vanaf 5.40 € /50g
DROPS BabyAlpaca Silk uni colour DROPS BabyAlpaca Silk uni colour 5.40 € /50g
Wolplein.nl
Bestel
Naalden & Haaknaalden
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 91.80€ krijgen. Lees meer.

Instructies voor het patroon

Steekverhouding: 25 st x 34 nld met breinld 2.5 mm in tricotst = 10 x 10 cm. NB! In het blaadjespatroon zitten op 10 cm meer nld.

Ribbelst (heen en weer): Alle nld r breien.

Gerstekorrel: 1e nld: *1 r, 1 av*, herhaal van *-*. 2e nld: r boven av, av boven r. Herhaal de 2e nld.

Naaldplooitje: Brei 1 nld av op de goede kant en vervolgens 4 nld tricotst. Brei de volgende nld als volgt op de verkeerde kant: *Neem het bovenste deel van de st onder de av nld op, zet het lusje op de rechter, 1 av, haal het lusje over de av st *, herhaal van *-*. Brei 2 nld tricotst tussen elk naaldplooitje.

Tips voor het minderen I (geldt voor de pas van de jurk):
Minder naast de 2 kantst in ribbelst op de goede kant.
1e mindering (mindering met gaatje):
Na 2 kantst: 1 r afh, 2 r samenbr, afgeh st overh.
Voor de 2 kantst: 1 omsl, 3 r samenbr.
2e mindering (mindering zonder gaatje):
Na 2 kantst: 1 r afh, 1 r, afgeh st overh.
Voor de 2 kantst: 2 r samenbr.

Tips voor het minderen II (geldt voor het middenvoor van het broekje): Minder aan weerskanten van de 2 r als volgt:
Voor de 2 st: 1 r afh, 2 r samenbr, afgeh st overh.
Na de 2 st: 2 st r samenbr.

Blaadjespatroon:
1e nld: (= VK): * 5 r, 5 av*, herhaal van *-* en eindig met 5 r.
2e nld: (= GK): 2 av, * 1 omsl, 1 r, 1 omsl, 2 av, 5 r, 2 av*, herhaal van *-* tot er nog 3 st over zijn. Brei deze als volgt: 1 omsl, 1 r, 1 omsl, 2 av.
3e -5e – 8e – 9e – 11e – 13e – 16e – 17e nld: r boven r, av boven av. Brei alle omsl av.
4e nld: 2 av, *1 r, 1 omsl, 1 r, 1 omsl, 1 r, 2 av, 1 r afh, 1 r, afgeh st overh, 1 r, 2 r samenbr, 2 av*, herhaal van *-* tot er nog 5 st over zijn. Brei deze als volgt: 1 r, 1 omsl,1 r, 1 omsl, 1 r en 2 av.
6e nld: 2 av, * 2 r, 1 omsl, 1 r, 1 omsl, 2 r, 2 av, 1 r afh, 2 r samenbr, afgeh st overh, 2 av*, herhaal van *-* tot er nog 7 st over zijn. Brei deze als volgt: 2 r, 1 omsl, 1 r, 1 omsl, 2 r en 2 av.
7e nld: 2 r, *7 av, 5 r, *herhaal van *-* tot er nog 9 st over zijn. Brei deze als volgt: 7 av, 2 r.
10e nld: 2 av, 1 r afh, 1 r, afgeh st overh, 3 r, 2 r samenbr, 2 av, * 1 omsl, 1 r, 1 omsl, 2 av, 1 r afh, 1 r, afgeh st overh, 3 r, 2 r samenbr, 2 av*, herhaal van *-*.
12e nld: 2 av, 1 r afh, 1 r, afgeh st overh, 1 r, 2 r samenbr, 2 av, *1 r, 1 omsl,1 r, 1 omsl, 1 r, 2 av, 1 r afh, 1 r, afgeh st overh, 1 r, 2 r samenbr, 2 av*, herhaal van *-*.
14e nld: 2 av, 1 r afh, 2 r samenbr, afgeh st overh, 2 av, *2 r, 1 omsl, 1 r, 1 omsl, 2 r, 2 av, 1 r afh, 2 r samenbr, afgeh st overh, 2 av*, herhaal van *-*.
15e nld: 5 r, *7 av, 5 r*, herhaal van *-*.
18e nld: 5 av, *1 r afh, 1 r, afgeh st overh, 3 r, 2 r samenbr, 5 av*, herhaal van *-*.
19e nld: r boven r en av boven av. Meerder tegelijkertijd in de 5 r st tussen elk blaadje als volgt: (meerder door het draadje tussen de linker en rechter breinld van de vorige toer op te nemen en verdraaid te breien) 1 r, 1 st meerderen, 3 r, 1 st meerderen, 1 r.
20e nld: Alle st av behalve de st van de blaadjes . Brei deze als volgt: 1 r afh, 1 r, afgeh st overh, 1 r, 2 r samenbr.
21e nld: brei de 3 st van de blaadjes av en brei alle andere st r. Meerder tegelijkertijd tussen elk blaadje als volgt: (meerder zoals hierboven beschreven) 1 r, 1 st meerderen, 5 r, 1 st meerderen.
22e nld: Alle st av behalve de st van de blaadjes. Brei deze als volgt: 1 r afh, 2 r samenbr, afgeh st overh.

Patroon M.1 – M.7: Zie de teltekeningen. Alle nld van de teltekeningen geven het patroon weer op de goede kant . De Nederlandse vertaling van de symbolen in de teltekeningen staan onderaan dit patroon, en ze staan in dezelfde verticale volgorde als de symbolen naast de teltekening.

DOOPJURK:

Jurk: Wordt heen en weer gebreid op de rondbreinld vanaf het middenachter. Zet losjes 378-412 st op met rondbreinld 2.5 mm. Brei M.1 (1e nld = GK) maar brei 2 kantst aan weerskanten in ribbelst tot de vereiste afmetingen. Brei na M.1 1 nld tricotst en Maak vervolgens 2 naaldplooitjes – zie de beschrijving hierboven.
Brei nu de 4 eerste nld van M.2 (brei de st die niet in het patroon passen in tricotst) en minder tegelijkertijd, gelijkmatig verdeeld 11-13 st in de eerste nld = 367-399 st.
Brei de volgende 9 nld van M.2 als volgt: 2 kantst in ribbelst, *1 herhaling met gaatjes, 3 herhalingen zonder gaatjes (= 24 nld in tricotst)*, herhaal van *-* tot er nog 13 st over zijn. Brei deze als volgt: 1 herhaling met gaatjes, 3 st tricotst en 2 kantst in ribbelst (op het stukje met 24 st zonder gaatjes kunt u eventueel de naam van de dopeling borduren). Brei vervolgens de laatste 4 nld van M.2 over alle st (brei de st die niet in het gaatjespatroon vallen in tricotst). Ga nu verder met het blaadjespatroon – zie de beschrijving hierboven – en minder tegelijkertijd in de eerste nld 18-20 st = 349-379 st. Brei na het blaadjespatroon M2 met 2 kantst aan weerskanten in ribbelst, en minder tegelijkertijd, gelijkmatig verdeeld 6-4 st = 343-375 st. Brei 1 nld tricotst, en minder tegelijkertijd, gelijkmatig verdeeld 18-20 st = 325-355 st. Brei 2 naaldplooitjes en 1 nld tricotst, en minder tegelijkertijd, gelijkmatig verdeeld 21-31 st = 304-324 st. Ga verder met M.3 tot een hoogte van ca 63-72 cm – d.w.z. na een volledige herhaling. Brei de volgende nld als volgt op de VK: 2 kantst in ribbelst, *2 av samenbr*, herhaal van *-* over alle st en eindig met 2 kantst in ribbelst = 154-164 st. Brei 2 nld tricotst (1e nld = GK), en minder tegelijkertijd, gelijkmatig verdeeld 18-14 st in de laatste nld = 136-150 st. Brei nu 4 naaldplooitjes en 1 nld tricotst. Brei de volgende nld als volgt op de VK: 38-42 r, 60-66 av, 38-42 r. Kant 36-40 st af aan weerskanten in de volgende nld. Het werk heeft een hoogte van ca 68-77 cm.

Voorpand: = 64-70 st. Lees het onderstaande eerst goed door voordat u verder gaat!
Brei tricotst met M.5 op de 4 middelste st. Minder tegelijkertijd voor het armsgat aan weerskanten in elke 2e nld in totaal 10 keer – zie Minder tips hierboven. Wissel de 1e en 2e mindering af. Als alle minderingen voltooid zijn, brei dan gaatjes in elke 4e nld (op de GK) langs de armsgaten als volgt:
Na de 2 st in ribbelst: 1 r afh, 1 r, afgeh st overh, 1 omsl.
Voor de 2 st in ribbelst: 1 omsl, 2 r samenbr.
Hals: Kant tegelijkertijd bij een hoogte van ca 4 cm vanaf het begin van het voorpand (d.w.z. na 3 of 4 gaatjes van M.5) de middelste 2 st af voor de hals – kant av af op de GK. Zet de st van de linkerkant (bij het dragen) op een hulpdraad.
Rechterkant: Mindering 11-13 x 1 st aan de halskant in elke 2e nld – zie de Minder tips hierboven. Maak om en om de 1e en 2e mindering. Als alle minderingen voor het armsgat en de hals voltooid zijn = 10-11 st resteren voor de schouder (= 2 st ribbelst, 6-7 st tricotst, 2 st ribbelst). Brei verder over deze 11 st (= schouderbandje) en brei gaatjes in elke 4e nld (op de GK) zoal beschreven voor het armsgat. Kant af bij een hoogte van ca 28-32 cm vanaf het begin van het voorpand.

Linkerkant: Zet de st van de hulpdraad terug op de breinld en brei zoals het rechterdeel in spiegelbeeld.

Afwerking:
Knoopsgatlusjes: Haak langs de naaldplooitjes op het rechter achterdeel als volgt (begin bovenaan en haak naar de onderkant van de jurk): 9 v. Haak de volgende toer als volgt: *1 hv, 5 l, sla 1 v over, 1 hv in de volgende st*, herhaal van *-* tot er 3 lusjes zijn. Naai 3 knoopjes aan de naaldplooitjes van de linkerkant. Meet het bandje voor de juiste lengte voor de baby en haak op de goede kant op de goede kant een lusje op de goede kant van het bandje. 1 lusje = 1 hv, 5 l en 1 hv in dezelfde st (de rest van het bandje zit aan de binnenkant van de jurk ). Naai de knoopjes aan de boven kant op 3-4 cm vanaf het middenachter.

Satijnband: Knip 3 linten met elk een lengte van 170 cm en rijg ze elk door de bovenste 3 nld gaatjes van M.2 (d.w.z. 2 boven en 1 onder het blaadjespatroon). Bevestig de uiteinden aan de binnenkant van de jurk. Knip 1 lint met een lengte van 50 cm en rijg het door de nld gaatjes aan weerskanten van de hals en de bandjes.




BROEKJE:

Brei de beide pijpjes afzonderlijk, zet ze aan elkaar, brei het lijfje en eindig met de mouwen.

Linker pijpje: zet 32-40 st op met sokkenbreinld 2.5 mm. Brei 5-6 cm gerstekorrel. Brei 1 nld tricotst, en meerder tegelijkertijd gelijkmatig verdeeld 8 st = 40-48 st. Brei volgende nld als volgt: *2 r samenbr, 1 omsl*, herhaal van *-*. Brei 1 nld tricotst, en meerder tegelijkertijd gelijkmatig verdeeld 8 st = 48-56 st. Brei verder volgens M.2 en ga dan verder met tricotst. Meerder tegelijkertijd in de 1e nld tricotst gelijkmatig verdeeld 12 st = 60-68 st. Plaats een merkdraad aan het begin van de toer = binnen been. Meerder tegelijkertijd vanaf een hoogte van 11-12 cm 6 x 1 st aan weerskanten van de merkdraad in elke 4e nld = 72-80 st. Deel het werk bij een hoogte van 18-21 cm bij de merkdraad in tweeën en brei heen en weer (het is makkelijker om de pijpjes op dezelfde rondbreinld zetten om het lijfje te breien ). Zet 1 st op aan weerskanten voor de naadtoeslag = 74-82 st. Kant bij een hoogte van 20-23 cm 5 st af aan weerskanten = 64-72 st. Leg het werk terzijde en brei het rechterpijpje op dezelfde manier.

Voor- en achterpand: Zet het rechter- en linkerpijpje op dezelfde rondbreinld = 128-144 st. Plaats een merkdraad in de overgang tussen de pijpjes op het middenvoor en middenachter . Brei 3 nld in tricotst. Brei verder in tricotst en Meerder 8 x 1 st aan weerskanten van de 2 middelste st van het middenachter in elke 2e nld , en minder 8 x 1 st aan weerskanten van de 2 middelste st van het middenvoor in elke 2e nld – zie de Minder tips hierboven = 128-144 st. Kant bij een hoogte van 30-40 cm de 8 st van het middenachter af (= opening) en brei verder heen en weer op de breinld = 120-136 st. Brei bij een hoogte van 39-48 cm M.6 (1e nld = VK en brei 1 kantst aan weerskanten in ribbelst). Brei tegelijkertijd in de laatste nld van M.6 de 2 middelste st samen = 119-135 st. Brei de volgende nld als volgt: 1 kantst, M.7A (= 9 st), M.7B over 96-112 st, M.7C (= 12 st) en 1 kantst. Brei tegelijkertijd bij een hoogte van 45-54 cm de volgende nld als volgt op de GK: 25-29 st r(= linker achterpand), Kant 6 st af voor het armsgat, 57-65 st (= voorpand), Kant 6 st af voor het armsgat, 25-29 st (= rechter achterpand). Brei elk deel afzonderlijk verder.

Rechter achterpand: = 25-29 st. Brei M.7, en kant tegelijkertijd af voor het armsgat aan de zijkant in elke 2e nld: 1-1 x 2 st en 3-4 x 1 st = 20-23 st. NB! Brei tricotst op de st langs het armsgat als ze niet in het gaatjespatroon passen. Kant bij een hoogte van 53-63 cm de 5-6 st van het middenachter af voor de hals en kant daarna 2 x 1 st af aan de halskant in elke 2e nld = 13-15 st voor de schouder. Kant af bij een hoogte van 55-65 cm.

Linker achterpand: Brei als het rechter achterpand in spiegelbeeld.

Voorpand: = 57-65 st. Brei M.7, en kant tegelijkertijd af voor de armsgaten zoals beschreven voor het achterpand = 47-53 st. Kant bij een hoogte van 51-60 cm de middelste 11-13 st af voor de hals en minder hierna langs de hals in elke 2e nld: 1 x 2 st en 3 x 1 st = 13-15 st voor elke schouder. Kant af bij een hoogte van ca 55-65 cm – gelijk aan het achterpand.

Mouwen: Zet losjes 68-68 st Op met sokkenbreinld 2.5 mm. Brei M.4 en minder in de laatste nld gelijkmatig verdeeld 28-20 st = 40-48 st. Brei M.2 en eindig de mouw met M.7. Meerder tegelijkertijd vanaf een hoogte van 8 cm 5-4 x 2 st op de middenondermouw in elke 6-9 nld = 50-56 st – brei de gemeerderde st in tricotst. Kant bij een hoogte van 17-19 cm 6 st af op het midden ondermouw en brei de rest van de mouw heen en weer. Minder voor de mouwkop in elke 2e nld: 2-3 x 2 st, 5-3 x 1 st en dan steeds 2 st aan weerskanten tot een hoogte van 23-25 cm. Kant af. Brei nog een mouw.

Afwerking: Sluit de schoudernaden.

Linkerkant: Neem ca 60-65 st op langs het middenachter met breinld 2.5mm. Brei heen en weer als volgt: 1 nld r op de VK, brei 2.5 cm gerstekorrel, kant af.
Rechterkant: Neem de st op en brei zoals de linkerkant maar maak gelijkmatig verdeeld 5 knoopsgaatjes na 1 cm. 1 knoopsgaatje = kant 2 st af en zet in de volgende nld 2 nieuwe st op.
Leg de rechter- over de linkerkant en sluit de onderkant van de biesjes.

Ajourkraag: Neem ca 55 tot 65 st op langs de VK nld van de hals met breinld 2.5 mm (neem geen st op boven d biesjes op het achterpand). Brei 4 nld ribbelst en 1 nld tricotst, en meerder in deze laatste nld gelijkmatig verdeeld naar 123 st. Brei vervolgens M.4 – begin bij de 3e nld van de teltekening – met 2 kantst aan weerskanten in ribbelst. Kant na M.4 losjes af. Haak rondom de kraag met haaknld 2.5 mm als volgt: 1 hv in de eerste st, *4 l, sla 2 st over, 1 hv in de volgende st*, herhaal van *-*.

Zet de mouwen in. Sluit de naad tussen de pijpjes en onder de voet. Zet de knoopjes aan de achterkant. Knip 2 linten van 20 cm en rijg ze door de gaatjes van de mouwen. Knip 2 linten van 60 cm en rijg ze door de onderste gaatjes van beide pijpjes.




MUTSJE:

Voor een hoofdomtrek van: ca 40/42 – 44/46 cm

Zet 87-104 st op (incl. 1 kantst aan weerskanten, die tot de vereiste afmetingen in ribbelst wordt gebreid) met breinld 2.5 mm. Brei M.1 tot een hoogte van 10-12 cm. Brei vervolgens een naaldplooitje – zie de beschrijving hierboven – en minder tegelijkertijd voor maat 6/9 maanden 1 st in de 1e nld van het naaldplooitje = 87 -103 st. Kant vervolgens 28-36 st af aan weerskanten = 31 st resteren (= middenstukje van de achterkant). Meet het werk verder vanaf hier! Ga verder als volgt: 1 kantst, M.7A (= 9 st), M.7B (= 8 st), M.7C (=12 st) en 1 kantst. Kant af als het middenstukje een hoogte van11-14 cm heeft. Naai het aan de zijstukjes. Neem ca 86 tot 98 st op (deelbaar door 4+2 om een even aantal gaatjes te krijgen voor het lint) langs de voorkant met breinld 2.5 mm en brei M.6 met 1 kantst aan weerskanten. Kant av af (op de GK). Knip een lint van ca 80 cm en rijg dit door de gaatjes.

Dit patroon is gecorrigeerd. .

Gewijzigd online: 29.08.2016
DOOPJURK: (nld in tricotst met mindering verwijderd zodat M.2 patroon op de goede kant valt): Brei nu de 4 eerste nld van M.2 (brei de st die niet in het patroon passen in tricotst) en minder tegelijkertijd, gelijkmatig verdeeld 11-13 st in de eerste nld = 367-399 st.
Gewijzigd online: 15.09.2016
Correctie Tips voor het minderen I
2e mindering (mindering zonder gaatje):
Na 2 kantst: 1 r afh, 1 r, afgeh st overh. (en niet 2 st r samenbreien).

Telpatroon

= r op de GK, av op de VK
= av op de GK, r op de VK
= 2 av samenbr
= 1 omsl
= 2 r samenbr
= 1 r afh, 1 r, afgeh st overh
= 1 av afh, 2 av samenbr, afgeh st overh
= 1 av afh, 2 r samenbr, afgeh st overh.




1) Waarom is de stekenverhouding zo belangrijk?

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

2) Wat zijn de garengroepen?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

3) Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

4) Hoe gebruik ik de garenvervanger?

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

5) Waarom krijg ik de verkeerde stekenverhouding met de aangegeven naalddikte?

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

6) Waarom wordt het patroon van boven naar beneden gereid?

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

7) Waarom zijn de mouwen korter in de grotere maten?

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

8) Wat is een herhaling?

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

9) Hoe brei ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

10) Hoe haak ik volgens een telpatroon?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

11) Hoe brei/haak je verschillende telpatronen tegelijkertijd op dezelfde naald/toer

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

12) Waarom begint het werk met meer lossen dan waarmee gehaakt wordt?

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

13) Waarom meerderen voor de boord als het werk van boven naar beneden gebreid wordt?

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

14) Waarom meerderen in de afkantrand?

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

15) Hoe meerder/minder je afwisselend op elke 3e en 4e naald/toer?

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

16) Waarom is het patroon een beetje anders dan wat ik op de foto zie?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

17) Hoe kan ik een vest in de rondte breien, in plaats van heen en weer?

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

18) Kan ik een trui heen en weer breien in plaats van in de rondte?

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

19) Waarom staan er garens in de patronen die niet meer leverbaar zijn?

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

20) Hoe verander ik een kledingstuk voor dames in eentje voor heren?

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

21) Hoe voorkom ik dat een harig kledingstuk gaat pillen of pluizen?

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

22) Waar op het kledingstuk wordt de lengte gemeten??

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

23) Hoe weet ik hoeveel bollen ik nodig heb?

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

24) Heeft u hulp nodig voor dit patroon?

We hebben 34 instructievideo's om u te helpen bij dit patroon. Bekijk ze hier

Voor verdere hulp met een patroon, kunt u ook contact opnemen met het DROPS verkooppunt waar u het garen heeft gekocht, waar u kunt rekenen op vakkundige hulp van een winkel die gespecialiseerd is in DROPS patronen.

De patronen worden zorgvuldig gecontroleerd, maar wij nemen een voorbehoud in acht voor eventuele fouten. De patronen zijn vertaald vanuit het Noors en u kunt ook altijd het originele patroon bekijken voor afmetingen en berekeningen.

Ga naar het origineel patroon DROPS Baby 11-15.