DROPS Fabel
DROPS Fabel
75% wol, 25% polyamide
vanaf 2.99 € /50g
DROPS Alpaca
DROPS Alpaca
100% alpaca
vanaf 3.50 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 25.96€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS SS24

Cat Stripes

DROPS vest in ribbelst, overdwars gebreid met verkorte naalden van ”Fabel” en ”Alpaca”. Maat S t/m XXL.

DROPS 110-2
Maat: S - M - L - XL - XXL
Materiaal: DROPS Fabel van Garnstudio,
Kleur nr. 905, zwart/wit mix:
200-250-250-300-300 gr
En gebruik: DROPS Alpaca van Garnstudio,
Kleur nr. 506, antraciet:
200-200-200-250-250 gr

DROPS Breinaald 3,5 mm - of de breinld, die u nodig heeft voor een steekverhouding van: 23 st x 45 nld ribbelst = 10 x 10 cm.

DROPS Haaknaald 3,5 mm - voor de gehaakte rand.

DROPS Zilveren knoop hoekig, nr. 534: 6 stk.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

DROPS Fabel
DROPS Fabel
75% wol, 25% polyamide
vanaf 2.99 € /50g
DROPS Alpaca
DROPS Alpaca
100% alpaca
vanaf 3.50 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 25.96€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

Tip Breien 1: Bij het keren van het werk, dient u de draad Alpaca en Fabel langs de onderrand samen te draaien na elke 4 nld ribbelst, zodat de draad Alpaca het werk netjes volgt.

Tip Breien 2: Stoom het breiwerk voor gebruik.

Verkorte naalden:
Er worden verkorte nld gebreid, dwz, dat u in het midden van de nld gaat keren, zodat het model een beetje een a-lijn krijgt.
Begin bij de onderrand en brei naar de hals.
* Brei over alle st met Fabel, keer het werk en brei terug.
Brei 103-108-112-115-119 st met Fabel, keer het werk en brei terug. Lees Tip Breien!
Brei 89-94-97-99-103 st met Fabel, keer het werk en brei terug.
Brei 70-73-76-78-80 st met Fabel, keer het werk en brei terug.
Brei over alle st met Alpaca, keer het werk en brei terug *.
Herhaal steeds *-*.

Verkorte naalden halsboord:
Begin aan het middenvoor (1e nld = op de goede kant):
* brei tot aan de 4e merkdraad op de nld, keer het werk. Brei 2 st recht samen en brei terug tot aan de 1e merkdraad op de nld, keer het werk. Brei 2 st recht samen en brei tot aan de 3e merkdraad op de nld, keer het werk. Brei 2 st recht samen en brei terug tot aan de 2e merkdraad op de nld, keer het werk. Brei 2 st recht samen en brei over alle st. Keer het werk, een brei terug over alle st *, herhaal *-*.

Het werk wordt overdwars gebreid. De eerste nld op de goede kant begint aan de onderrand en de laatste st op de nld is aan de hals. Het werk begint aan het middenvoor bij het linker voorpand, brei vervolgens de mouw, achterpand, de tweede mouw en eindig op het rechter voorpand.

Linker voorpand: Het hele breiwerk wordt in ribbelst gebreid. Dwz, alle naalden recht breien.
Zet losjes 115-120-125-129-134 st op met breinld 3,5 mm en Alpaca - 1e nld = op de goede kant (vanaf de onderrand naar de hals). Brei ca 3 cm met Alpaca over alle st = voorbies (eindig met 1 nld op de verkeerde kant = dwz, vanaf de hals naar de onderrand). Let op de steekverhouding! Brei vervolgens door met verkorte naalden – Lees de beschrijving hierboven. Lees Tip Breien! Brei zo door tot een hoogte van ca 23-25-27-30-33 cm vanaf de opzetnaald (meet langs de onderrand van het breiwerk).
Het werk heeft dan een hoogte van ca 11-12-12½-14-15 cm langs de hals. Brei vervolgens 1 cm heen en weer met Alpaca over de eerste 65-68-71-73-75 st vanaf de onderrandt. Plaats 1 merkdraad in het werk (= dit is de zijkant). Brei nog 1 cm heen en weer over de 65-68-71-73-75 st en plaats deze st op een hulpnld (van deze st worden later het achterpand gebreid). Brei vervolgens de linker mouw.

Linker Mouw: = 50-52-54-56-59 st op de nld. Zet losjes 11 nieuwe st op aan het eind van de nld boven de st op de hulpnld. Brei door met Alpaca alleen over de nieuwe st (= rand onder de mouw) en zet tegelijkertijd nieuwe st op voor de mouw aan het eind van elke 2e nld: 2 keer 15-14-14-13-13 st en 1 keer 17-17-15-15-12 st. Brei tegelijkertijd vanaf een hoogte van 2 cm door over alle st. En brei door met verkorte naalden. Als het opzetten van de nieuwe st voltooid is, staan er totaal 108 st op de nld. Brei door tot een hoogte van ca 22-24-24-25-26 cm (meet langs de onderrand van de mouw) vanaf de laatste nieuw opgezette st. Kant de onderste 17-17-15-15-12 st losjes af. Kant daarna verder af in elke 2e nld: 2 x 15-14-14-13-13 st en 1 x 11 st = 50-52-54-56-59 st op de breinld.

Achterpand: Zet de 65-68-71-73-75 st van de hulpnld terug op de breinld = 115-120-125-129-134 st. Brei door met verkorte naalden. Zet bij een hoogte van ca 21-23-25-28-31 cm vanaf de merkdraad in de zijkant (meet langs de onderrand van het breiwerk) 1 nieuw merkdraad in het werk = het midden van het achterpand, (het werk heeft nu een totale hoogte van ca 28-31-33-35-37 cm langs de hals).
Brei door tot een hoogte ca 20-22-24-27-30 cm vanaf de merkdraad in het achterpand (meet langs de onderrand van het breiwerk).
Brei vervolgens 1 cm heen en weer met Alpaca over de eerste 65-68-71-73-75 st vanaf de onderrand. Plaats 1 merkdraad in het werk (= dit is de zijkant). Brei nog 1 cm heen en weer over de 65-68-71-73-75 st en plaats deze st op een hulpnld. Brei de rechter mouw over de overige st op de breinld.

Rechter Mouw: Brei zoals de linker mouw.

Rechter voorpand: Zet de 65-68-71-73-75 st van de hulpnld terug op de breinld = 115-120-125-129-134 st. Brei door met verkorte naalden zoals voor het achterpand. Brei bij dezelfde hoogte als op het linker voorpand (tel bijvoorbeeld het aantal gebreide ribbels) de voorbies als volgt: Brei ca 1½ cm met Alpaca over alle st. Kant in de volgende nld op de goede kant af voor de knoopsgat als volgt (begin aan de onderrand): Brei 47-47-48-51-51 st, kant 1 st af, * brei 13-14-15-15-16 st, kant 1 st af *, herhaal *-* totaal 4 keer, en brei de resterende 11-12-12-13-14 st. Zet in de volgende nld 1 nieuwe st op boven de afgekante st. Brei door over alle st totdat de voorbies ca 3 cm breed is, en kant de st losjes af.
Manchetten: Neem 1 st op met Alpaca van elke ribbel langs de onderrand van de mouw. Brei ribbelst heen en weer over alle st. Pas tegelijkertijd in de 1e nld het aantal st aan naar totaal 51-55-55-58-60 st. Kant bij een hoogte van ca 15 cm (of bij een gewenste hoogte) de st losjes af.

Afwerken: Sluit de naden onder de mouwen rand aan rand met kleine steken – de naad zal ca 1 cm naast het midden van het ondermouw zitten, vanwege de rand onder de mouw. Sluit de naden onder de mouwen (bij de zijstukken).

Halsboord: De halsboord wordt in ribbelst gebreid. Dwz, alle naalden recht breien. Begin aan het middenvoor (op de goede kant). Neem 1 st op van elke ribbel rondom de hals (ook boven beide voorbiezen aan weerskanten) met Alpaca (= ca 120 tot 170 st). Brei 1 nld recht op de verkeerde kant. Plaats 4 merkdraden rondom de hals als volgt:
Plaats de 1e en de 4e merkdraad 19 st vanaf het middenvoor aan beide kanten. En plaats de 2e en de 3e merkdraad 30 st vanaf het middenvoor aan beide kanten. Gebruik deze 4 merkdraden voor de verkorte naalden.
Plaats daarbij nog 2 nieuwe merkdraden. Plaats 1 merkdraad aan weerskanten van het achterpand in de overgang tussen het achterpand en de mouwen. Gebruik deze 2 merkdraden voor de minderingen.
Brei vervolgens verkorte naalden – Lees de beschrijving hierboven. Minder tegelijkertijd in elke nld op de goede kant 1 st aan weerskanten van 2 de merkdraden in het achterpand (= 4 minderingen per nld).
Kant tegelijkertijd, als de boord ca 1½ cm hoog is, af voor nog 1 knoopsgat aan de rechter kant boven de overige knoopsgaten: kant de vierde st van het middenvoor af en zet in de volgende nld 1 nieuwe st op boven de afgekante st.
Brei door met verkorte naalden en minderingen, totdat de halsboord ca 4 cm hoog is (meet in het middenachter).
De minderingen in het achterpand zijn nu voltooid.
Brei 1 nld (op de goede kant) en minder tegelijkertijd gelijkmatig 20 st tussen de 2e en de 3e merkdraad. Brei 1 nld recht op de verkeerde kant. Brei door met verkorte naalden zoals eerder. Brei, als de halsboord ca 6 cm hoog is in het middenachter, 1 nld (op de goede kant) en meerder tegelijkertijd gelijkmatig 25 st tussen de 2e en 3e merkdraad. Brei door met verkorte naalden tot de halsboord een totale hoogte van ca 7 cm heeft (meet in het middenachter). Kant de st losjes af.

Gehaakte rand langs het vest: Haak een rand langs het vest. Begin in het middenachter op de halsboord, haak rondom de boord, langs de voorbies, langs de hele onderrand, langs de tweede voorbies en eindig in het middenachter. Haak met 2 draden Alpaca en haaknld 3,5 mm. Haak als volgt: * 1 v, 2 l, ca 1 cm overslaan *, herhaal *-* en eindig met 1 hv in de eerste v van de toer. NB! Maak niet de gehaakte rand te strak.

Gehaakte rand mouwen: Haak op dezelfde manier langs de onderkanten van beide mouwen.

Afwerken: Naai de knopen aan op de linker voorbies. Lees Tip Breien 2.

Telpatroon

diagram measurements

Elk van onze patronen hebben specifieke instructievideo's om u te helpen.

Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Misschien vindt u deze ook leuk...

Laat een opmerking achter voor DROPS 110-2

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (64)

country flag DROPS Design NL wrote:

De beschrijving van de verkorte naalden staan aan het begin van het patroon onder "verkorte naalden" - als goed is heeft u deze ook gebreid op het voorpand? Ik hoop dat u hiermee verder kunt. Succes. Gr. Tine

17.08.2009 - 10:42

country flag DROPS Design NL wrote:

Linker mouw: U heeft nu 50-52-54-56-59 st op de nld. Zet daarbij 11 nieuwe st op aan het eind van de nld tegen de st op de hulpnld (manchet in Alpaca). Brei nu door met Alpaca alleen over de nieuwe st en zet daarbij 2 x 15-14-14-13-13 st en 1 x 17-17-15-15-12 st op voor de mouw aan het eind van elke 2e nld. Brei na 2 cm door over alle steken met verkorte toeren. Brei de "nieuwe" st met Alpaca en de "oude" met Fabel. Brei door volgens de beschrijving.

17.08.2009 - 10:40

country flag DROPS Design NL wrote:

Linker mouw: U heeft nu 50-52-54-56-59 st op de nld. Zet daarbij 11 nieuwe st op aan het eind van de nld tegen de st op de hulpnld (manchet in Alpaca). Brei nu door met Alpaca alleen over de nieuwe st en zet daarbij 2 x 15-14-14-13-13 st en 1 x 17-17-15-15-12 st op voor de mouw aan het eind van elke 2e nld. Brei na 2 cm door over alle steken met verkorte toeren. Brei de "nieuwe" st met Alpaca en de "oude" met Fabel. Brei door volgens de beschrijving.

17.08.2009 - 10:40

country flag DROPS Design NL wrote:

Goedemorgen mevrouw. U moet het patroon breien als volgt. Aan het eind van het linker voorpand heeft u eerst de zijkant gemaakt. U plaatst deze 65-68-71-73-75 st vanaf de onderrand op 1 merkdraad De overige st op de nld zijn voor de mouw.

17.08.2009 - 10:36

country flag Van Der Zijde wrote:

Ik snap de instructie voor het maken van de mouwen niet goed. Zou deze instructie nog iets meer uitgeschreven kunnen worden (op welke plek komen de nieuwe steken, wanneer wisselen van wol, wat betekent verkorte naalden). Graag uw advies!

16.08.2009 - 08:54

country flag Marit Rasmussen wrote:

Jeh skjønner ikke hvordan du har fått for få masker her. Du skal jo legge opp noen m. ad gangen, og til slutt hadde du jo over 100m. Jeg har strikket mye på denne måten, og det har stemt hver gang. Ikke gi opp, prøv en gang til, og les nøye igjennom oppskr. der opplegget står. Lykke til!

21.07.2009 - 19:50

country flag Hanne Bak wrote:

Desværre er der alt for få masker til ærmerne, så jeg har nu trævlet hele blusen op. Det er første gang i mere end 40 år, at jeg har prøvet dette.

21.07.2009 - 13:58

country flag Tale wrote:

Jeg tror oppgitt mengde Alpaca i oppskriften for størrelse S er litt for stor. Jeg sitter igjen med nesten to hele nøster, så 150 g bør være mer enn nok!

10.08.2008 - 16:21

country flag Tale wrote:

Jakka på bildet er lekker, men resultatet avhenger veldig av innfargingen på Fabel-garnet. Jeg har vært uheldig og fått en innfarging med lange (2-3 m) stykker med svart. Dette har resultert i at stripeeffekten nesten er ikke-eksisterende, og jakka er mørk med kun enkelte lyse striper og spragler. Kjempeskuffa! Vurder å rekke opp hele jakka og bruke annet garn til de lyse stripene.

10.08.2008 - 16:18

country flag Aud Buringrud wrote:

Hei. jeg kan ikke helt skjønne hvordan vendingene blir på armen.jeg strikker størrelse large, og har på venstre side 125 masker. på armen blir d 108. hvordan deler jeg opp vendingene da? kan jo ikke bruke 112-97-76. håper på raskt svar, da jeg synes denne er utrolig spennende og strikke. jeg vil også berømme alle de flotte modellene dere har. har strikket temmelig mange av dem. på forhånd takk. med hilsen aud buringrud

11.07.2008 - 16:59