DROPS Children 12-15 by DROPS Design

DROPS Trui met traditioneel Noors motief, muts en sjaal van “Karisma Superwash”.

Dit model heeft nog geen naam. Heeft u misschien een goede voorstel?

Trui:
Maat: 3/4-5/6-7/8 (9/10-11/12-13/14) jaar.
Materialen: DROPS Karisma Superwash van Garnstudio,
300-300-350 (400-400-450) gr nr. 21, grijs
100-100-100 (150-150-150) gr nr. 01, ecru
+ en een restje van bijvoorbeeld nr. 48, donkerrood.
DROPS Rondbreinld en mouwenbreinld 3mm en 4mm.

Muts:
Maat: 3/5 - 6/9 - 10/14 jaar.
Materialen: DROPS Eskimo van Garnstudio,
50-100-100 gr nr. 01, ecru
DROPS Breinld 9mm.

Sjaal:
Afmetingen: ca 14x70 - 16x80 - 18x90 cm.
Materialen: DROPS Eskimo van Garnstudio,
100-100-100 gr nr. 01, ecru.
DROPS Breinld 10mm.

(Ga verder naar het patroon...)

Trefwoorden: mutsen, scandinavisch, set, sjaal, truien,
Garen type
Deals vanaf
2.40 EUR
2.05 EUR
vanaf 1.35 EUR

Tips & Hulp

Bedankt dat u voor DROPS Design kiest!

We doen ons best om ervoor te zorgen dat onze patronen makkelijk te volgen zijn.

Daarom heeft elk patroon een specifieke video met handleiding, welke u onderaan de pagina kunt vinden.

Tevens hebben we stap-voor-stap lessen om u te helpen met een aantal technieken die in het patronen gebruikt worden. U kunt ze hier vinden!

TRUI:

Steekverhouding: 21 x 28 nld op breinld 4mm in tricotst = 10 x 10 cm. Gebruik eventueel grotere of kleinere naalden om de juiste steekverhouding te krijgen. Brei een proeflapje!

Boordst: * 1 r, 1 av *, herhaal steeds *-*.

Motief: zie teltekeningen M.1 t/m M.4. De teltekening geeft het motief aan van de goede kant. De teltekeningen in tricotst breien. De pijlen gelden alleen voor M.3 en niet M.4.

Achter- en voorpand: Deze trui wordt in het rond gebreid op de rondbreinld, en bij het afwerken worden de armsgaten opengeknipt (zie afwerken).
Zet 144-160-176 (184-200-216) st op met rondbreinld 3mm en grijs. Brei 4-4-5 (5-6-6) cm Boordst. Wissel naar rondbreinld 4mm en brei door volgens M.1 en daarna M.2. Let op de steekverhouding! Brei bij een hoogte van 25-27-29 (31-32-33) cm de volgende nld als volgt: Kant 5-8-9 (9-11-13) st af voor het armsgat, brei 63-65-71 (75-79-83) st = voorpand, kant 9-15-17 (17-21-25) st af voor het armsgat, brei 63-65-71 (75-79-83) st = rugpand en kant 4-7-8 (8-10-12) st af voor het armsgat. Zet in de volgende nld 5 nieuwe st op over de net afgekante st in de armsgaten (deze st worden bij het afwerken opengeknipt, en maken daarom geen deel uit van het patroon). = 136-140-152 (160-168-176) st.
Brei vanaf een hoogte van 26-29-32 (35-37-39) cm teltekening M.3 – begin bij het pijltje van de gewenste maat op het voor- en achterpand. Kant bij een hoogte van 34-37-40 (42-44-46) cm de middelste 11-11-13 (15-17-19) st van het voorpand af voor de hals = 125-129-139 (145-151-157) st op de breinld. De rest van de trui wordt heen en weer op de breinld gebreid. Brei door volgens M.3. Kant daarbij af aan de halszijden in elke 2e nld: 3 st x 1, 2 st x 1 en 1 st x 4 = 107-111-121 (127-133-139) st. Kant bij een hoogte van 38-41-44 (47-49-51) cm de middelste 25-25-27 (29-31-33) st van het achterpand af voor de hals. Kant daarbij 2 st af aan de halszijden in de volgende nld = 39-41-45 (47-49-51) st op elke schouder (incl. de 5 nieuwe st in de armsgaten). Kant de overige st af als M.3 is beëindigt. De trui heeft een totale hoogte van ca 40-43-46 (49-51-53) cm.

Mouwen: Zet 44-48-48 (52-52-56) st op met mouwenbreinld 3mm en grijs. Brei 4-4-5 (5-6-6) cm Boordst. Wissel naar mouwenbreinld 4mm en brei volgens M.1, en daarna volgens M.2. Meerder tegelijkertijd vanaf een hoogte van 8 cm 2 st x 10-10-12 (12-14-14) in het midden van de ondermouw in Maat 3/4 jaar: In elke 7e nld. In Maat 5/6, 9/10 en 13/14 jaar: In elke 8e nld en in Maat 7/8 en 11/12 jaar: Afwisselend in de 7e en 8e nld = 64-68-72 (76-80-84) st - de nieuwe st geleidelijk volgens M.2. breien.
Lees a.u.b. de rest van het mouwenpatroon voordat u doorgaat met het breien!
Deel bij een hoogte van 34-37-40 (43-46-49) cm de mouw in het midden van de ondermouw en brei vanaf hier heen en weer. Brei tegelijkertijd vanaf een hoogte van 33-37-41 (44-48-52) cm volgens teltekening M.4 – begin aan de rechterkant van de teltekening voor alle maten. Brei na M.4 door met grijs in tricotst tot een hoogte van ca 36-40-44 (47-51-55) cm. Brei vervolgens 2 cm averechte tricotst met grijs (av op de heeng, en r op de terugg nld breien). Dit stukje wordt later over de afgeknipte rand van het armsgat gezet. Kant de st af.

Afwerken: Rijg een draad door het midden van de gemeerderde st aan weerskanten. Naai vervolgens met de naaimachine 2 naden naast deze rijgdraad: 1e naad = ½ st naast de rijgdraad, 2e naad = ½ st van de 1e naad. Knip vervolgens de armsgaten open tussen de naden. Sluit de schoudernaden.

Hals: Neem ca 80 tot 100 st op (het aantal st moet deelbaar met 2 zijn) rondom de hals met mouwenbreinld 3mm en grijs. Brei 1 nld av en 1 nld r. Brei vervolgens 5-5-5 (6-6-6) cm Boordst en kant daarna af met r over r en av over af. Vouw de halsrand naar binnen om en naai hem vast. Zet de mouwen in de trui als volgt (goede kanten op elkaar): naai afwisselend 1 steek in de laatste nld van tricotst voor het extra stukje op de mouw en vervolgens 1 steek in de trui net voor de naad. Leg aan de binnenkant van de trui het extra stukje van de mouw over de afgeknipte rand, en naai deze vast met mooie kleine steken, zodat dit stukje de afgeknipte rand bedekt.




MUTS:

Steekverhouding: 10 x 14 nld op breinld 9mm in tricotst = 10 x 10 cm. Gebruik eventueel grotere of kleinere naalden om de juiste steekverhouding te krijgen. Brei een proeflapje!

Boordst: * 2 r, 2 av *, herhaal steeds *-*.

Muts: Zet 44-48-52 st op met breinld 9mm en Eskimo en brei 4 nld tricotst (= gekrulde rand). Vanaf hier het werk meten. Brei 3 cm boordst en brei daarna door in tricotst op de rest van de muts. Minder tegelijkertijd gelijkmatig 4-3-2 st in de 1e nld na de Boordst = 40-45-50 st. Plaats bij een hoogte van 10½-11-11½ cm 5 merkdraden in het werk als volgt: 1 st, 1 merkdraad, * 8-9-10 st, 1 merkdraad *, herhaal steeds *-* in totaal 4 keer. Na de laatste merkdraad zijn er 7-8-9 st over. Minder vervolgens aan de linkerkant van alle merkdraden 1 st 6-7-8 keer 1 st in elke nld door de st 2 aan 2 r samen te breien = 10 st. Rijg 1 draad door de overige st en hecht stevig af. De muts heeft een totale hoogte van ca 19-21-23 cm. Sluit de naad achterin de muts in de eerste st, zodat de naad niet te dik wordt.




SJAAL:

Steekverhouding: 9 st x 9 nld op breinld 10mm in tricotst = 10 x 10 cm. Gebruik eventueel grotere of kleinere naalden om de juiste steekverhouding te krijgen. Brei een proeflapje!

Ribbelst (heen en weer op de breinld): Alle naalden rechts breien.

Sjaal: Zet 12-14-16 st losjes op met breinld 10mm en Eskimo en brei ribbelst. Plaats bij een hoogte van 10-12-14 cm de helft van de st op 1 draad. Brei door over de overige 6-7-8 st tot een hoogte van 19-22-25 cm. Plaats deze st op een tweede draad. Zet dan de st van de eerste draad terug op de breinld en breinld ribbelst tot hetzelfde hoogte: 19-22-25 cm. Zet alle st terug op de breinld en brei ribbelst over alle st tot een totale hoogte van ca 70-80-90 cm. Kant losjes af.

Telpatroon

= grijs
= naturel
= rood

Heeft u hulp nodig? Hier zijn een paar instructievideo's die kunnen helpen!

Voor verdere hulp met een patroon, kunt u ook contact opnemen met het verkooppunt waar u het garen heeft gekocht. Heeft u DROPS garens gekocht, dan kunt u ook rekenen op vakkundige hulp en weet u dat de winkel kennis heeft van DROPS patronen.

De patronen worden zorgvuldig gecontroleerd, maar wij nemen een voorbehoud in acht voor eventuele fouten. De patronen zijn vertaald vanuit het Noors en u kunt ook altijd het originele patroon bekijken voor afmetingen en berekeningen.

Denkt u een fout te hebben gevonden in het patroon? Laat dan een opmerking of vraag achter in ons Opmerkingen gedeelte bovenaan het patroon. Ga naar het origineel patroon DROPS Children 12-15.