DROPS Muskat
DROPS Muskat
100% katoen
vanaf 1.50 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 15.00€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS SS24

Midnight Lace

Gehaakt vest in DROPS Muskat. Het werk wordt van onder naar boven gehaakt met kantpatroon en bloemenpatroon. Maat M-L/XL.

DROPS 68-15
-----------------------------------------
DROPS Design: Patroon r-389
Garengroep B
-----------------------------------------

Maat: M - L/XL
Afmetingen: 90-108 cm
Materialen: DROPS MUSKAT van Garnstudio,
500-550 g. kleur nr. 43, violet.
3 DROPS kokosnootknopen nr. 516

DROPS haaknld 4 mm of de maat die nodig is voor de juiste steekverhouding.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

DROPS Muskat
DROPS Muskat
100% katoen
vanaf 1.50 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 15.00€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

Instructies voor het patroon

Steekverhouding:
1 x teltekening = ca. 9 cm breed. 12 tr van Patroon 2 = ca. 10 cm hoog.

Patroon:
Zie de teltekening . Het patroon geeft de goede kant weer. De teltekening staat overdwars op de pagina met de onderkant van de teltekening langs het midden van de pagina. «1 rapport» = «1 herhaling».

NB: Alle afmetingen van het patroon gelden voor wanneer het vest gedragen of opgehouden wordt omdat het vest dan langer en smaller wordt vanwege het gewicht van het garen.

Lijf:
Haak losjes een ketting van 201-241 l. Keer en haak Patroon 1 op de tr (10-12 herhalingen = 60-72 l-boogjes). Haak op de volgende tr patroon 2 en herhaal dit in totaal 5 keer; het werk heeft een hoogte van ca. 20 cm. Haak nu Patroon 3.
Splits het werk bij een hoogte van ca. 32-35 cm en haak de voorpanden en het achterpand afzonderlijk verder. Elk voorpanddeel = 2 herhalingen; achterpand = 4 herhalingen, laat aan weerszijden voor de armsgaten 1-2 herhalingen ongehaakt.

Rechtervoorpand:
Ga verder met Patroon 3 over 2 herhalingen en begin middenvoor. Ga vanaf een hoogte van ca. 42-46 cm ( d.w.z. na een voltooide bloem) verder met Patroon 3 maar laat de bloemen vanaf nu achterwege. Maak tegelijkertijd de halsuitsnijding als volgt: Haak tot er 2 l-boogjes over zijn middenvoor. Keer een haak terug. Haak vervolgens steeds 3 x 1 l-boogje minder aan de halskant op elke tr. Haak door in patroon tot een hoogte van 52-56 cm en hecht dan af.

Linkervoorpand:
Haak als het rechtervoorpand maar in spiegelbeeld.

Achterpand:
Haak verder volgens Patroon 3 tot een hoogte van ca. 42-46 cm, haak de rest van het werk zonder bloemen (zoals op de voorpanden) en haak bij en hoogte van ca. 49-53 cm de volgende tr als volgt: 7 l-boogjes = schouder, haak v om de volgende 10 l-boogjes = hals (haak 1 v om elk l-boogje en 1 v tussen de l-boogjes), 7 l-boogjes = schouder. Eindig met 1 tr met l-boogjes op elke schouder. Het werk heeft een hoogte van ca. 52-56 cm, hecht nu af.

Mouw:
Haak losjes een ketting van 51-51 l. Keer en haak Patroon 1 eenmaal op de tr (2,5 herhalingen = 15 l-boogjes), haak vervolgens Patroon 2 twee keer en ga verder met Patroon 3. Meerder bij een hoogte van ca 10 cm 8-10 keer 1 l-boogje aan het eind van elke 3e en 4e tr – meerder door 4 l te haken en haak dan 1 v in de laatste v van de vorige tr = 23-25 l-boogjes op de tr. Ga verder tot een hoogte van ca. 52-54 cm . Haak vervolgens aan het eind van de tr steeds 1 l-boogje minder tot een hoogte van 56-58 cm en hecht af.

Afwerking:
Haak de schoudernaden samen als volgt: *1 v in het 1e l-boogje op het voorpand, 1 l, 1 v in het 1e l-boogje op het achterpand, 1 l*, herhaal van *-* op elke schouder. Haak de mouwnaden dicht vanaf de onderkant als volgt: * 1 v in de ene zijkant van de mouw, 2 l, 1 v in de andere zijkant van de mouw, 2 l *, herhaal van * - * tot er ca. 5-9 cm over is. Zet de mouwen in de panden op dezelfde manier als u de mouwnaden aan elkaar hebt gehaakt. Haak 1 tr van v langs de knoopsgatbiezen en de hals – haak een beetje strak langs de hals om te voorkomen dat de hals gaan uitrekken (pas het eventueel het vest aan voor de juiste maat).

Knoopsgatlusjes:
Maak 3 knoopsgatlusjes langs het rechtervoorpand. Begin bovenaan op het hoekje: * 1 v, 3 l, bevestig met 1 v 1 cm lager, haak ca. 8-9 cm hv naar beneden langs de bies * herhaal van * - * tot er 3 lusjes zijn. Zet de knopen aan op het linker voorpand.

Dit patroon is gecorrigeerd.

Gewijzigd online: 03.03.2006
Klanten hebben aangegeven dat zij dit patroon met haaknld 3,5 mm hebben gehaakt.
Gewijzigd online: 16.04.2010
MOUW:....Meerder aan het eind van elke 3e en 4e toer. Meerder door 4 l te haken en zet vast met 1 v in de laatste v van de vorige toer = 23-25 l-boogjes op de toer...

Telpatroon

symbols = 1 losse - Als u aan het uiteinde van de haaknaald haakt is de losse vaak te strak; 1 losse zou ongeveer even lang moeten zijn als 1 stokje breed is
symbols = 1 vaste in de steek eronder
symbols = 1 losse om mee te keren
symbols = 1 stokje in de steek eronder
symbols = 1 vaste om de lossenlus
symbols = 5 vasten om de lossenlus
symbols = 1 bobbel in de steek eronder: * maak een omslag, voeg de haaknaald in de vaste eronder en haal het garen op *, haak van *-* in totaal 3 keer = 6 lussen + 1 steek op de haaknaald. Maak een omslag en haal het garen door alle lussen + steek op de haaknaald (er blijft 1 steek op de haaknaald staan).
symbols = 1 stokje om de lossenlus
symbols = 1 blaadje (4 blaadjes vormen 1 bloem): * maak een omslag, voeg de haaknaald in de steek aan de bovenkant van de bobbel die eronder zit en haal het garen op *, haak van *-* in totaal 3 keer = 6 lussen + 1 steek op de haaknaald. Maak een omslag en haal het garen door alle lussen + steek op de haaknaald (1 steek over op de haaknaald).
symbols = 1 halve vaste
symbols = 1 blaadje (4 blaadjes vormen een bloem): * haak een omslag, voeg de haaknaald eronder in de halve vaste in het midden van de bloem en haal het garen op *, haak van *-* in totaal 3 keer = 6 lussen + 1 steek op de haaknaald. Maak een omslag en haal het garen door alle lussen + steek op de haaknaald (1 steek over op de haaknaald)
symbols = 1 herhaling
diagram
diagram
Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Laat een opmerking achter voor DROPS 68-15

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (121)

country flag Iannagebe wrote:

Hallo,\r\nich glaube, bei den Erklärungen zum Diagramm wurde ein Symbol vergessen, nämlich 3 Stb. in eine feste Masche, dann zusammen abketten. Im Vergleich zu anderen Diagrammen, finde ich dieses schlecht!

08.07.2022 - 09:37

country flag Annette wrote:

Hi, I can't find the number of balls of yarn required for the Drops 68-15 pattern. Can you please advise how many Drops Muskat balls J require for the L/XL size. Thank you

22.09.2021 - 04:20

Annette answered:

Hi, I just worked it out, the pattern mentions 500-550 g therefore I believe this will be 10-11 50g balls.....

22.09.2021 - 04:25

country flag Joanne wrote:

Is the first row after cast on considered the right side ?

02.12.2020 - 19:26

DROPS Design answered:

Hi Joanne! Yes, the first row after cast on is on the right side. Happy crocheting!

02.12.2020 - 22:26

country flag Joanne Lovrek wrote:

Hello ! Love Drops 68-15 pattern. No problems with following until the "divide and crochet each body part separately ". How are we determining where the DIVIDES between the sections are ? I am making a LARGE and finding out my flowers on M.3 aren't working out to be evenly spaced from the front edges. Am I misreading the horizontal repeat ?

03.11.2020 - 00:12

DROPS Design answered:

Dear Mrs Lovrek, you should work each front piece over 2 repeats and the back piece over the middle 4 repeats, this means the 2 repeats on each side will be left unworked for the armholes. Could this video help you with M.3? Happy crocheting!

03.11.2020 - 09:01

country flag Patrizia S wrote:

Goodmorning \r\nin the picture upthere it seems that the flowers in m3 are crochetted in a different position than the rapport. they seem more central and symmetrical. If I follow the rapport I have to crochet a flower next to the edge. In the photo I don\'t see any flower next to the marge.

15.08.2020 - 11:30

country flag Siska wrote:

Ik zou deze graag in maat S willen haken. Welke aanpassingen doe ik dan?

12.07.2020 - 12:22

DROPS Design answered:

Dag Siska,

Helaas is dit, wat oudere patroon, er niet in maat S. Misschien is het een idee om met een kleinere haaknaald te haken en dan het patroon voor maat M te volgen. Maak eerst even een proeflapje. Op basis daarvan zou je uit kunnen rekenen hoe breed de panden etc. worden.

12.07.2020 - 14:24

country flag RHovestad wrote:

Moet er niet geminderd worden voor het armsgat ?

04.04.2020 - 14:35

DROPS Design answered:

Dag RHovestad,

Ja, dit staat bij het lijf beschreven: laat aan weerszijden voor de armsgaten 1-2 herhalingen ongehaakt.. En bij de mouwen haak je steeds 1 lossenboogje minder vanaf 52-54 cm.

04.04.2020 - 18:36

country flag Terri wrote:

Pattern 1, 2, and pattern 3. Where are they. Totally confusing.

21.03.2020 - 16:58

DROPS Design answered:

Dear Terri, pattern 1, 2 and 3 are the parts of the patterns. You can see on the right side showed with M.1, M.2 and M.3. Thus pattern1 ois the cast on + the 1st row, etc. Happy Crafting!

22.03.2020 - 11:14

country flag Mary Courtney wrote:

Crocheting the Midnight Lace pattern and loving it. However, once I have finished the border (M1 and M2) and start getting into M3, I'm finding that the from the start of M3, the size starts increasing outwards. Is there a good way to stop this happening, smaller hook, less stitches? Mary

04.02.2020 - 13:35

DROPS Design answered:

Dear Mrs Courtney, make sure your chain stitches are wide enough, ie they should be as wide as a double crochet/treble crochet, if they are wider, the piece will be wider on the section M.3 where you have to work a lot of chain spaces. Hope this helps. Happy crocheting!

04.02.2020 - 15:12

country flag Victoria Whipple wrote:

How do I print the Midnight Lace pattern - need an XL

09.07.2019 - 19:22

DROPS Design answered:

Dear Victoria, you can print the patttern by clicking on the icon "print: pattern" at any time (see right above the pattern text). Happy crocheting!

09.07.2019 - 21:14