DROPS Safran
DROPS Safran
100% katoen
vanaf 1.05 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 4.20€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Super Sale

Red River Cave

Gehaakte top in DROPS Safran. Het werk wordt van boven naar beneden gehaakt met ronde pas en kantpatroon. Maat XS–XXL.

DROPS 223-28
DROPS design: Patroon e-311
Garengroep A
-------------------------------------------------------

MAAT:
XS - S - M - L - XL - XXL

MATERIAAL:
DROPS SAFRAN van garnstudio (behoort tot garengroep A)
200-250-250-300-300-350 g kleur 59, rode klei

STEKENVERHOUDING:
20 stokjes in de breedte en 11.5 toeren in de hoogte = 10 x 10 cm.

HAAKNAALD:
DROPS HAAKNAALD 4 mm
De haaknaald is slechts een richtlijn! Als u te veel steken heeft op 10 cm, haak dan verder met een grotere haaknaald. Als u te weinig steken heeft op 10 cm, haak dan verder met een kleinere haaknaald.

-------------------------------------------------------

Alternatief garen – Bekijk hier hoe u een ander garen kiest
Garengroep A tot F – Bekijk hier hoe u hetzelfde patroon gebruikt met een ander garen
Garenverbruik als u een alternatief garen kiest – Gebruik onze garenvervanger

-------------------------------------------------------

DROPS Safran
DROPS Safran
100% katoen
vanaf 1.05 € /50g
Het garen om dit patroon van te maken kunt u vanaf 4.20€ krijgen.

De garenkosten worden berekend op basis van het benodigde materiaal voor de kleinste maat en het goedkoopste producttype. Op zoek naar nog een scherpere prijs? Deze vindt u wellicht bij de DROPS Deals!

DROPS Super Sale

BESPAAR 30% op 6 katoenfavorieten!
Geldit tot en met 12.04.2024

Instructies voor het patroon

-------------------------------------------------------

UITLEG VOOR HET PATROON:

-------------------------------------------------------

HAAKTIP VOOR DE LOSSE:
Als u aan het uiteinde van de haaknaald haakt, is de losse vaak te strak.
1 losse zou even lang moeten zijn als 1 vaste/stokje breed is.

INFORMATIE VOOR HET HAKEN:
Op het begin van iedere toer met stokjes haakt u 3 lossen. Deze lossen vervangen niet het 1e stokje maar worden aanvullend op de steken op de toer gehaakt.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.4.

TIP VOOR HET MEERDEREN (verdeeld):
Zo berekent u hoe vaak er gemeerderd moet worden, tel de steken waarover gemeerderd moet worden (dus 94 steken) en deel deze door het aantal te maken meerderingen (dus 18) = 5.2.
In dit voorbeeld meerdert u door 2 stokjes in ongeveer iedere 5e steek te haken.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder 1 stokje door de volgende 2 stokjes samen te haken als volgt: Haak 1 stokje maar wacht met de laatste doorhaling (= 2 steken op de haaknaald), haak dan het volgende stokje maar op laatste doorhaling haalt u het garen door alle 3 steken op de haaknaald.

-------------------------------------------------------

BEGIN HET WERK HIER:

-------------------------------------------------------

TOP - KORTE SAMENVATTING VAN HET WERK:
Haak de pas in de rondte, van boven naar beneden. Verdeel nu de pas voor het lijf en de mouwen. Haak het lijf in de rondte, van boven naar beneden. Haak de mouwranden in de rondte, van boven naar beneden.
LET OP: Het is belangrijk om de stekenverhouding in de hoogte in de gaten te houden zodat de afmetingen op de pas correct zijn.

PAS:
Haak 95-103-103-109-109-115 lossen - lees HAAKTIP VOOR DE LOSSE op haaknaald 4 mm met Safran en vorm een ring met 1 halve vaste in de eerste losse. Haak 3 lossen - lees INFORMATIE VOOR HET HAKEN, haak dan 1 stokje in elk van de 94-102-102-108-108-114 lossen en meerder tegelijkertijd 18-22-22-28-40-46 stokjes verdeeld - lees TIP VOOR HET MEERDEREN = 112-124-124-136-148-160 stokjes.
Voeg nu 4 markeerdraden in het werk als volgt:
1e markeerdraad: Voeg de 1e markeerdraad in op het begin van de toer.
2e markeerdraad: Sla de volgende 16 steken over, voeg de 2e markeerdraad hier in.
3e markeerdraad: Sla de volgende 40-46-46-52-58-64 steken over, voeg de 3e markeerdraad hier in.
4e markeerdraad: Sla de volgende 16 steken over, voeg de 4e markeerdraad hier in.
Er zijn 40-46-46-52-58-64 steken over op de toer na de laatste markeerdraad.
Neem de markeerdraden mee in de hoogte tijdens het haken. Ze worden vlak voor iedere herhaling van A.2 geplaatst op de toer en ze worden gebruikt bij het verdeeld meerderen.

Haak nu in patroon en meerder als volgt:
A.1 laat zien hoe de toer begint en eindigt.
Haak A.2 over de eerste 4 stokjes, A.3 over de volgende 12 stokjes (= 2 herhalingen van 6 steken), A.2 over de volgende 4 stokjes, haak A.3 over de volgende 36-42-42-48-54-60 stokjes (= 6-7-7-8-9-10 herhalingen van 6 steken), A.2 over de volgende 4 stokjes, A.3 over de volgende 12 stokjes, A.2 over de volgende 4 stokjes, A.3 over de laatste 36-42-42-48-54-60 stokjes.
DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Ga zo verder met het patroon in de rondte en meerder verdeeld:
Op de 6e toer in patroon meerdert u als volgt:
Haak * A.2 zoals hiervoor, haak A.3 tot de volgende markeerdraad en meerder tegelijkertijd 0-6-6-6-6-6 stokjes verdeeld – denk om TIP VOOR HET MEERDEREN (= 12-18-18-18-18-18 steken), haak A.2 zoals hiervoor, haak A.3 tot de volgende markeerdraad en meerder tegelijkertijd 6-6-12-12-12-12 steken verdeeld (= 42-48-54-60-66-72 steken) *, haak van *-* 1 keer op de toer (= 12-24-36-36-36-36 steken gemeerderd) = 180-204-216-228-240-252 steken op de toer.
In maat XS, S en M gaat u verder vanaf ALLE MATEN hieronder.

In maat L, XL en XXXL meerdert u als volgt:
Op de 10e toer in patroon meerdert u als volgt:
Haak * A.2 zoals hiervoor, haak A.3 tot de volgende markeerdraad en meerder tegelijkertijd 6-6-6 steken verdeeld (= 24-24-24 steken), A.2, haak A.3 zoals hiervoor tot de volgende markeerdraad en meerder tegelijkertijd 6-6-6 stokjes verdeeld (= 66-72-78 steken) *, haak van *-* 1 keer op de toer (= 24-24-24 steken gemeerderd) = 288-300-312 steken op de toer.

ALLE MATEN:
Haak tot A.2 in de hoogte is gehaakt.
Voeg op laatste toer in A.2 1 nieuwe markeerdraad in, aan het midden van elke A.2 (dus 18 stokjes aan elke kant van de markeerdraad in elk van de 4 herhalingen met A.2). Verwijder de oude markeerdraden (= 4 markeerdraden over in werk). De steken tussen de markeerdraden geven de overgang tussen het voor-/achterpand en de mouwen aan (= 48-54-54-60-60-60 stokjes op elke mouw). Er zijn nu 252-276-288-324-336-348 stokjes op de toer.
Haak nu in patroon als volgt: A.4 laat zien hoe de toer begint en eindigt. Ga verder met A.3 in de rondte en over de 36 stokjes in A.2 haakt u 6 herhalingen van A.3. Als A.3 1 keer in de hoogte is gehaakt, herhaal dan patroon A.3a in de hoogte.
Haak zo tot het werk 20-20-22-24-26-28 cm meet vanaf het begin van de pas – pas aan op het einde na de 1e, 3e, 7e, 12e of 13e toer in A.3a! Dit wordt gedaan om het patroon makkelijker op het lijf en de mouwen door te kunnen haken.

Verdeel nu het werk voor het lijf en de mouwen. Haak de volgende toer als volgt:
Haak A.3a tot de eerste markeerdraad (= 3 herhalingen voor het achterpand), haak 8-8-8-10-10-10 lossen, sla de steken tussen de 2 markeerdraden over (= 8-9-9-10-10-10 herhalingen voor de mouw), haak A.3a tot de volgende markeerdraad (= 13-14-15-17-18-19 herhalingen voor het voorpand), haak 8-8-8-10-10-10 lossen, sla de steken tussen de 2 markeerdraden over (= 8-9-9-10-10-10 herhalingen voor de mouw), haak A.3a over de rest van de toer (= 10-11-12-14-15-16 herhalingen – Er zijn nu 13-14-15-17-18-19 herhalingen voor het achterpand). Knip en hecht het garen af.

LIJF:
Begin in de 5e losse van de 8-8-8-10-10-10 lossen onder de mouw in een zijkant. Haak 3 lossen - denk om INFORMATIE VOOR HET HAKEN, haak 1 stokje in dezelfde losse. Haak nu 1 stokje in elk van de volgende 3-3-3-5-5-5 lossen, haak A.3a zoals hiervoor tot de lossen onder de tweede mouw, 1 stokje in elk van de 8-8-8-10-10-10 lossen onder de mouw. Haak A.3a zoals hiervoor tot de lossen onder de mouw, haak 1 stokje in elk van de laatste 4-4-4-4-4-4 lossen onder de mouw = 172-184-196-224-236-248- steken.
Haak de 8-8-8-10-10-10 steken onder de mouw in stokjes.
Voeg 1 markeerdraad in, in het werk. MEET NU HET WERK VANAF HIER!
Op de eerste toer in A.3a gehaakt met stokje mindert u 4-4-4-2-2-2 stokjes verdeeld – lees TIP VOOR HET MINDEREN = 168-180-192-222-234-246 steken. Haak dan A.3a in de rondte (= 28-30-32-37-39-41 herhalingen op de toer). Herhaal A.3a in de hoogte. Bij een hoogte van 12 cm, pas zo aan dat de volgende toer met stokjes is, mindert u 6 stokjes verdeeld = 162-174-186-216-228-240 stokjes. Herhaal nu A.3a 27-29-31-36-38-40 keer op de toer.
Bij een hoogte van 20-21-22-23-24-25 cm vanaf markeerdraad – pas zo aan dat de volgende toer met stokjes is, meerder 6 stokjes verdeeld – lees TIP VOOR HET MEERDEREN. Herhaal het meerderen op elk van de volgende 3 toeren met stokjes (= 24 steken gemeerderd) = 186-198-210-240-252-264 stokjes. Herhaal A.3a 1 keer in de breedte op iedere meerdering. Als alle meerderingen klaar zijn, herhaal dan A.3a 31-33-35-40-42-44 keer in de breedte.
Haak tot het werk 34-36-36-36-36-36 cm meet vanaf de scheiding – pas aan op het einde na een toer met stokjes.
Knip en hecht het garen af. De top meet ongeveer 54-56-58-60-62-64 cm vanaf de schouder naar beneden.

MOUWRANDEN:
Begin in de 4e losse van de 8-8-8-10-10-10 lossen onder de mouw. Haak 3 lossen - denk om INFORMATIE VOOR HET HAKEN, haak 1 stokje in dezelfde losse. Haak dan 1 stokje in elk van de volgende 4-4-4-6-6-6 lossen, haak de volgende toer in A.3a (dus een toer met stokjes) tot er 3 lossen over zijn op de toer, haak 1 stokje in elk van de laatste 3 lossen. Er zijn nu 1 toer met stokjes en 1 toer met vasten/lossen over - haak indien gewenst 1 stokje in ieder stokje tot de gewenste lengte.
Haak 1 toer met 1 stokje in ieder stokje en minder tegelijkertijd 10-10-8-10-6-4 stokjes verdeeld = 46-52-54-60-64-66 stokje.
Haak * 1 vaste in het eerste/volgende stokje, 1 losse, sla ongeveer 1 cm over *, haak van *-* rondom de hele mouw. Knip en hecht het garen af. Haak de andere mouw op dezelfde wijze.

Telpatroon

symbols = 1 losse – als u aan het uiteinde van de haaknaald haakt, is de losse vaak te strak 1 losse zou even lang moeten zijn als 1 vaste/stokje breed is.
symbols = 1 stokje in de steek eronder
symbols = 1 stokje om de lossenlus of losse eronder
symbols = 1 vaste in de steek hieronder
symbols = 1 vaste om de lossenlus eronder
symbols = 1 vasten 2 stokjes eronder
symbols = deze toer is reeds gehaakt - begin op de volgende toer.
symbols = haak 3 lossen op het begin van de toer. Eindig de toer met 1 halve vaste in de 3e losse vanaf het begin van de toer.
symbols = Haak 1 losse op het begin van de toer, eindig de toer met 1 halve vaste in de 1e losse vanaf het begin van de toer.
diagram
diagram
diagram
Heeft u een vraag? Bekijk een lijst met vaak gestelde vragen (FAQ)

De stekenverhouding bepaalt de uiteindelijke afmetingen van uw werkstuk en wordt normaliter aangegeven in 10 x 10 cm. Het wordt als volgt aangegeven: het aantal steken in de breedte x het aantal naalden in de hoogte - dus: 19 steken x 26 naalden = 10 x 10 cm.

De stekenverhouding is heel erg individueel; sommige mensen breien/haken heel losjes, terwijl anderen vrij strak werken. De stekenverhouding past u aan met de naalddikte, wat de reden is waarom we slechts een suggestie voor de naalddikte geven! U moet deze aanpassen (naar boven of beneden) om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding overeenkomt met de stekenverhouding die aangegeven staat in het patroon. Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan zal het garenverbruik anders zijn, en zal uw werkstuk andere afmetingen krijgen dan het patroon aangeeft.

De stekenverhouding geeft tevens aan welk garen als vervanging kan dienen. U kunt verschillende garens met elkaar vervangen, zolang de stekenverhouding maar hetzelfde is.

Bekijk de DROPS les: Hoe u de stekenverhouding opmeet

Bekijk de DROPS video: Hoe u een proeflapje maakt

De benodigde hoeveelheid garen wordt aangegeven in grammen, dus bijvoorbeeld: 450 g. Om uit te rekenen hoeveel bollen u nodig heeft, moet u eerst weten hoeveel gram er in 1 bol gaat (25 g, 50 g, of 100 g). Deze informatie vindt u door op de individuele garenkwaliteit te klikken op onze site. Deel de hoeveelheid benodigde garen door de hoeveelheid per bol. Bijvoorbeeld, als de bollen 50 gram wegen (de meest gebruikelijke hoeveelheid), ziet de berekening er als volgt uit: 450 / 50 = 9 bollen.

Bij het kiezen van een ander garen is het belangrijk dat de stekenverhouding hetzelfde blijft. De afmetingen van het uiteindelijke werk zijn dan hetzelfde als aangegeven in de tekening bij het patroon. Het is makkelijker om dezelfde stekenverhouding te krijgen als u garen gebruikt uit dezelfde garengroep. Het is ook mogelijk om meerdere draden van een dunner garen te gebruiken om de stekenverhouding van een dikker garen te krijgen. Probeer onze garenvervanger. We raden u aan om altijd een proeflapje te maken.

LET OP: als u een ander garen neemt, kan het kledingstuk een andere 'look en feel' krijgen dan het kledingstuk op de foto, vanwege individuele eigenschappen en kwaliteiten van elk garen.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een ander garen gebruiken dan staat aangegeven in het patroon?

Al onze garens zijn ondergebracht in garengroepen (van A tot F) volgens dikte en stekenverhouding – groep A bevat de dunste garens en groep F de dikste. Dit maakt het makkelijker voor u om alternatieve garens te vinden voor onze patronen, indien u graag ander garen wilt gebruiken. Alle garens binnen dezelfde groep hebben ongeveer eenzelfde stekenverhouding en kunnen elkaar vervangen. Het is wel zo dat verschillende garenkwaliteiten verschillende structuren en eigenschappen hebben, wat het uiteindelijke werkstuk een unieke 'look en feel' geeft.

Klik hier voor een overzicht van de garens in elke garengroep

Bovenaan al onze patronen vindt u een link naar onze garenvervanger, welke handig kan zijn als u een ander garen wilt gebruiken dan staat aangegeven in het patroon. Door het garen in te vullen dat u wilt vervangen, de hoeveelheid (in uw maat) en het aantal draden, stelt de vervanger geschikte alternatieven voor met dezelfde stekenverhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u nodig heeft in de nieuwe kwaliteiten en of u met meerdere draden moet werken. De meeste bollen zijn 50 gram (sommige zijn 25 gram of 100 gram).

Als het patroon met meerdere kleuren wordt gebreid/gehaakt, moet elke kleur apart worden vervangen. Dit geldt ook als het patroon met verschillende draden van verschillende garens wordt gemaakt (bijvoorbeeld 1 draad Alpaca en 1 draad Kid-Silk) dan zult u voor elk individueel alternatieven moeten vinden.

Klik hier voor de garenvervanger

Omdat de verschillende garens verschillende kwaliteiten en verschillend texturen hebben, hebben we ervoor gekozen om het originele garen in het patroon te laten staan. Maar u kunt vrij makkelijk andere opties vinden tussen de beschikbare garenkwaliteiten door onze garenvervanger te gebruiken, of door een garen uit dezelfde garengroep uit te kiezen.

Het is mogelijk dat sommige verkooppunten nog bollen op voorraad hebben van garens die niet meer leverbaar zijn, of dat iemand thuis nog een paar bollen heeft liggen en hier een patroon bij zoekt.

Degarenvervanger laat alternatieve garens zien en de hoeveelheid die u nodig heeft in de nieuwe kwaliteit.

Als u het lastig vindt om te bepalen welke maat u moet maken, dan is het wellicht een goed idee om een bestaand kledingstuk dat goed zit, op te meten. Vervolgens kunt u de maat kiezen door de afmetingen te vergelijken met de afmetingen in de maattekening bij het patroon.

U kunt de maattekening onderaan het patroon vinden.

Bekijk DROPS les: Maattekeningen lezen

De naalddikte die aangegeven is in het patroon geldt slechts als een richtlijn, het is van belang dat de stekenverhouding klopt. En omdat de stekenverhouding per persoon nogal verschillend is, zult u de naalddikte aan moeten passen om ervoor te zorgen dat UW stekenverhouding hetzelfde is als in het patroon – misschien is het nodig dat u 1 of zelfs 2 naalddiktes naar beneden of naar boven moet om de juiste stekenverhouding te krijgen. Daarom raden we ook aan om een proeflapje te maken.

Als u met een andere stekenverhouding werkt dan staat aangegeven in het patroon, dan kunnen de afmetingen van het werkstuk afwijken van de afmetingen volgens de tekening.

Bekijk de DROPS les: Hoe meet u de stekenverhouding

Bekijk de DROPS video: Hoe maakt u een proeflapje voor de stekenverhouding

Als u een kledingstuk van boven naar beneden breit, dan geeft dit meer flexibiliteit en mogelijkheden voor persoonlijke aanpassingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om het kledingstuk te passen terwijl u er mee bezig bent. U kunt ook makkelijker de lengte van de pas en de schouderkoppen aanpassen.

In de uitleg worden alle stappen zorgvuldig uitgelegd in de juiste volgorde. De telpatronen zijn aangepast aan de breirichting en worden zoals gebruikelijk gebreid.

Het telpatroon laat alle naalden en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt gelezen van onder naar boven, van rechts naar links. 1 vierkant = 1 steek.

Als u heen en weer breit, wordt elke andere naald aan de goede kant gebreid en elke andere naald wordt aan de verkeerde kant gebreid. Als u aan de verkeerde kant breit, moet u het telpatroon omgekeerd breien, dus van links naar rechts. rechte steken worden dan averecht gebreid en averechte steken recht, etc.

Als u in de rondte breit wordt elke naald aan de goede kant gebreid en het telpatroon wordt dan van rechts naar links gebreid op alle naalden.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees ik de teltekening bij de patronen?

Het telpatroon laat alle toeren en elke steek zien vanaf de goede kant. Het wordt van onder naar boven gehaakt en van rechts naar links.

Als u heen en weer haakt, wordt elke andere toer aan de goede kant gehaakt: van rechts naar links en elke andere toer wordt aan de verkeerde kant gehaakt: vank links naar rechts.

Als u in de rondte haakt, wordt elke toer in het telpatroon aan de goede kant gehaakt, van rechts naar links.

Als u een cirkelvormig telpatroon haakt, dan begint u in het midden en haakt u naar buiten toe, tegen de klok in, toer na toer.

Meestal beginnen de toeren met een opgegeven aantal lossen (overeenkomend met de hoogte van de volgende steek), deze zijn of in het telpatroon opgenomen, of uitgelegd in het patroon.

Bekijk de DROPS les: Hoe lees je telpatronen voor haken

Instructies om verschillende telpatronen achter elkaar op dezelfde naald/toer te breien/haken, worden meestal als volgt beschreven: “brei/haak A.1, A.2, A.3 in totaal 0-0-2-3-4 keer". Dit betekent dat u A.1 een keer breit/haakt, daarna wordt A.2 een keer gebreid/gehaakt, en A.3 wordt het aantal aangegeven keren (in de breedte) in uw maat gebreid/gehaakt – in dit geval als volgt: S = 0 keer, M = 0 keer, L=2 keer, XL= 3 keer en XXL = 4 keer.

De telpatronen worden zoals gebruikelijk gebreid/gehaakt: begin met de eerste naald/toer in A.1, brei/haak dan de volgende naald/toer in A.2 etc.

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor breien leest

Bekijk de DROPS les: Hoe u telpatronen voor haken leest

De totale breedte van het kledingstuk (van pols tot pols) is groter in de grotere maten, ondanks dat de eigenlijke mouwen korter zijn. De grotere maten hebben langere mouwkoppen en bredere schouders, dus er is een goede pasvorm in alle maten.

De tekening/ het schema met de afmetingen geeft informatie over de volledige lengte van het kledingstuk. Als het een trui of een vest betreft, dan wordt deze vanaf het hoogste punt op de schouder gemeten (meestal het dichtst bij de halslijn), en recht naar beneden tot de onderkant van het kledingstuk. Het wordt NIET gemeten vanaf de punt van de schouder. Op gelijke wijze wordt ook de lengte van de pas gemeten, vanaf het hoogste punt op de schouder en naar beneden tot waar de pas gesplitst wordt voor het lijf en de mouwen.

Op een vest worden de afmetingen nooit over de biezen genomen, tenzij anders aangegeven. Meet altijd binnen de biessteken als u de lengte opmeet.

Bekijk de DROPS les: Maattekeningen lezen

Telpatronen worden vaak herhaald in de breedte op de naald en/of in de hoogte. 1 herhaling van het telpatroon is hoe het te zien is in het telpatroon. Als er staat dat u 5 herhalingen van A.1 op de naald moet breien, dan breit u het patroon in totaal 5 keer achter/na elkaar op de naald. Als er staat dat u 2 herhalingen van A.1 in de hoogte moet breien, dan breit u het hele telpatroon (dus alle naalden van het telpatroon) een keer en begint u opnieuw onderaan bij het begin en breit u het telpatroon nog een keer.

Lossen zijn ietsje smaller dan andere steken en om te voorkomen dat de opzetrand te strak wordt, haken we eenvoudigweg meer lossen om mee te beginnen. Het aantal steken wordt in de volgende toer aangepast zodat het overeenkomt met het patroon en de afmetingen in de tekening.

De rand in ribbelsteek is elastischer en zal ietwat samentrekken vergeleken met bijvoorbeeld tricotsteek. Door te meerderen voor de rand in ribbelsteek, voorkomt u een zichtbaar verschil in breedte tussen de rand in ribbelsteek en de rest van het lijf.

Het gebeurt vrij makkelijk dat u te strak afkant, en door omslagen te maken tijdens het afkanten (terwijl u deze tegelijkertijd afkant) voorkomt u dat de afkantrand te strak wordt.

Bekijk de DROPS video: Hoe kant u af met omslagen

Om gelijkmatig te meerderen (of te minderen) kunt u meerderen op, bijvoorbeeld: afwisselend elke 3e en 4e naald, als volgt: brei 2 naalden en meerder op de 3e naald, brei 3 naalden en meerder op de 4e naald. Herhaal dit tot het meerderen klaar is.

Bekijk de DROPS les: Meerder of minder 1 st afwisselend

Als u liever in de rondte breit dan heen en weer, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen. U moet dan steken midden voor toevoegen (meestal 5 steken) en de instructies volgen. Als u normaal het werk keert en aan de verkeerde kant breit, breit u nu over de extra steken en gaat u verder in de rondte. Aan het einde knipt u het werk open. Neem steken op voor de biezen en werk de afgeknipte randen af.

Bekijk de DROPS video: Hoe breit u knipbiezen en openknippen

Als u liever heen en weer breit dan in de rondt, dan kunt u natuurlijk het patroon aanpassen zodat u de panden apart van elkaar breit en aan het eind aan elkaar naait. Deel de steken voor het lijf in tweeën en voeg 1 kantsteek toe aan elke kant (voor het in elkaar naaien) en brei het voor- en achterpand apart van elkaar.

Bekijk de DROPS les: Kan ik een patroon aanpassen van rondbreinaalden naar rechte naalden?

Herhalingen van het patroon kunnen een beetje anders zijn in de verschillende maten, om de juiste verhoudingen te krijgen. Als u niet dezelfde maat maakt als het kledingstuk op de foto, wijkt uw werkstuk wellicht ietsje af. Dit is met zorg ontwikkeld en aangepaste zodat het totale beeld van het kledingstuk hetzelfde is in alle maten.

Zorg ervoor dat u de instructies en de telpatronen voor uw maat volgt!

Als u een patroon heeft gevonden doe alleen beschikbaar is in damesmaten, dan hoeft het niet heel moeilijk te zijn om deze aan te passen naar een herenmaat. Het grootste verschil is de lengte van de mouwen en het lijf. Begin met breien in de damesmaat die overeenkomt met de borstwijdte. De lengte die erbij komt wordt namelijk gebreid voordat u begint met afkanten voor de armsgaten. Als het patroon van boven naar beneden wordt gebreid, kunt u lengte toevoegen vlak na de armsgaten of voor de eerste mindering op de mouw.

Wat betreft de extra hoeveelheid garen wat u nodig heeft: dit hangt heel erg af van hoeveel lengte u toevoegt, maar het is vaak meter dat u een bol te veel hebt dan te weinig.

Alle garens hebben vezels die uitsteken (door de productie) waardoor een kledingstuk gaat pluizen of pillen. Geborstelde garens (dus meer harige garens) hebben meer van deze losse, uitstekende vezels waardoor het eerder gaat pluizen of pillen.

Hoewel het niet mogelijk is om te garanderen dat geborsteld garen 100% pluisvrij is, is het wel mogelijk om dit drastisch af te laten nemen, door de volgende stappen te ondernemen:

1. Als het kledingstuk klaar is (voordat u het gaat wassen) schudt u het kledingstuk flink uit, zodat de losse haartjes eruit komen. LET OP: gebruik GEEN roller, borstel of andere methode, waardoor aan het kledingstuk getrokken wordt

2. Plaats het kledingstuk in een plastic zak en leg het in de vriezer - de temperatuur zorgt ervoor dat de vezels minder aan elkaar blijven zitten, en uitstekende vezels komen makkelijker los.

3. Laat een paar uur in de vriezer liggen, voordat u het eruit haalt en schudt het kledingstuk dan opnieuw uit.

4. Was het kledingstuk volgens de instructies op het garenlabel.

Pillen is een natuurlijk proces dat zelfs bij de meest exclusieve vezels voorkomt. Het is een natuurlijk teken van dragen dat lastig is te voorkomen en het meest zichtbaar is in gebieden waar de meeste wrijving optreedt, zoals bij de mouwen en de manchetten.

U kunt uw kledingstuk er als nieuw uit laten zien door het pillen te verwijderen met een pluizenkam of pillenverwijderaar.

Kunt u het antwoord op uw vraag nog steeds niet vinden? Scroll dan naar beneden en laat een vraag achter zodat een van onze experts kan proberen u te helpen. Dit wordt normaal tussen 5 tot 10 werkdagen gedaan..
In de tussentijd kunt u de vragen en antwoorden lezen die anderen bij dit patroon achter hebben gelaten of doe mee met de DROPS Workshop op Facebook om hulp te krijgen van mede breisters en haaksters!

Misschien vindt u deze ook leuk...

Laat een opmerking achter voor DROPS 223-28

Wij horen graag wat u vindt van dit patroon!

Wilt u een vraag stellen, kies dan de juiste categorie in het formulier hieronder om sneller een antwoord te krijgen. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Opmerkingen / Vragen (49)

country flag Sandra wrote:

Hallo liebes Team, ich versuche mich gerade an diesem Modell und habe ab Reihe 6 ein Problem. Die Markierer sitzen nicht mittig über dem Schulterbereich. Rapport, Maschen Zunahmen, alles habe ich mehrfach überprüft und alles stimmt. Wo könnte der Fehler liegen??? Viele liebe Grüße, Sandra

10.01.2024 - 12:08

DROPS Design answered:

Liebe Sandra, die Markierer sollen genauso wie zuvor sein, als die Zunahmen in A.3 gehäkelt werden, je nach der Grösse wird man entweder 0 (Größe S, Armel), oder 1 Rapport (6 Zunahmen) oder 2 Rapporter (12 Zunahmen) zunehmen, so gibt es 0-1-1-1-1-1 Rapport zwischen Anfang der Runde und 1. Markierer / 2. und 3. Markierer und 1-1-2-2-2-2 Rapporter mehr zwischen 1. und 2. + zwischen 3. und 4. Markierer. Viel Spaß beim häkeln!

10.01.2024 - 16:15

country flag Mette wrote:

Hei. Slik jeg tolker oppskriften så er det kunne 1 rad med staver før man går på første omg med luftmaskebuer i diagrammet, men på bildet så er det 2 rader med staver før første rad på mønsteret. Er det bare 1 rad staver før man begynner på diagram eller 2?

30.05.2023 - 18:01

DROPS Design answered:

Hej Mette, jeg tror du har ret i at der skal være 2 rader med staver - tak for info :)

01.06.2023 - 14:13

country flag Maririta Bianchi wrote:

Salve, vorrei fare questo modello con un filato più sottile utilizzando al massimo uncino n. 3. ho fatto un rapido conto di quante maglie dovrei aggiungere e come suddividerle ( il mio campione è 25 ma x 14 giri = 10cm x10cm ) ma seguendo lo schema come faccio a calcolare quanti giri in più devo fare per ottenere la stessa lunghezza ?, grazie per la vostra attenzione

15.05.2023 - 18:09

DROPS Design answered:

Buonasera Maririta, per un aiuto così personalizzato può rivolgersi al suo rivenditore DROPS di fiducia. Buon lavoro!

15.05.2023 - 21:37

country flag Thea Emilie wrote:

Hei! Når en skal øke antall masker i rad 6 i diagrammet skjønar eg ikkje korleis eg skal auke, ettersom aukinga skal skje i A.3. A.2 har stavmasker i maska under i rad 6, men A.3 har ingen rad 6 og eg byrjer då på botnen av diagrammet, der rad ein er fastmasker, luftmasker og stavar, skal eg auke i denne rada? Eller hekle stavmasker slik som ein har i rad 6 i A.2?

11.05.2023 - 12:43

DROPS Design answered:

Hei Thea. Jo, 6. rad i A.3 består bare av staver, samme som 6. rad i A.2. mvh DROPS Design

15.05.2023 - 11:31

country flag Christine Rivière wrote:

Bonjour au rang 4 dans A 2 commence par 2 bride s espacée d’une maille en l’air puis un arceau de 4mailles en l’air ,une maille serrés et 4 mailles en l’air alors que dans A3 c’est 1 bride et les arceaux ont 3 mailles en l’air..est ce une erreur ou dois je bien repérer ou ce situe la section A2sur tous le rang pour faire le nombre exact de brides.merci

01.04.2023 - 22:30

DROPS Design answered:

Bonjour Mme Rivière, le diagramme A.2 permet les augmentations, il est donc normal qu'il soit différent de A.3. Pensez à bien suivre les diagrammes tels qu'ils sont, n'hésitez pas à ajouter des marqueurs pour bien les délimiter si besoin. Bon crochet!

11.04.2023 - 10:22

country flag Tina wrote:

Thank you for your response, Through a few trials and errors, I managed to figure it out. Your response to Larraine confirmed my final trial. I find your original instructions not detailed enough and are very hard to follow. I love the photo of the finished project, so I am persevering.

07.11.2022 - 04:17

country flag Larraine wrote:

Hi! I am making Drops crochet top for my first time.....DROPS 223-28. So far so good! I have finished the increase round 6 and am making size M. It says to work until A.2 has been worked vertically....does that mean for this section I am not doing A.3 at all until after round 14?? Hope this question makes sense ? Thank you so much!

05.11.2022 - 14:41

DROPS Design answered:

Dear Larraine, you continue with the pattern established with A.2 and A.3 as before, until you have worked the last row of A.2 (the top row in the diagram). Then, continue as explained later. Happy crocheting!

07.11.2022 - 00:03

country flag Tina wrote:

I am having lots of trouble! Everything is good until row 7 and beyond. I have the correct number of stitches at the end of row 6. If I then continue A.2 vertically, when I get to row 15 I have way too many stitches— a few hundred too many. What am I doing wrong? I have read all the tutorials. They are informative, but do not help me solve my problem.

05.11.2022 - 02:12

DROPS Design answered:

Dear Tina, please check the number of stitches on each row after the 6th one, so that we may know which row is giving you trouble (since there are increases in each row after row 6). Happy crocheting!

07.11.2022 - 00:30

country flag Darlene Huber wrote:

I am an experienced crocheted (51 years to be exact). I don’t understand why you have 2 different charts for the same rounds, causing the maker to flip between charts. Why not just create one chart that diagrams all the stitches in each row ??? It would simplify the work, and be more intelligible for the maker. As is, this pattern is very difficult to follow and inefficient, as one spends more time reading the charts and figuring them out than actual crocheting!

24.10.2022 - 20:36

country flag Helen Marshall wrote:

Hiya! I know in the crochet information it says the 3 chains don't count as a treble, but are they included in the stitch count? Only I've got to the first stitch count in the body section and am 5 stitches short. Either way, will this matter too much? Thanks!

06.10.2022 - 14:23

DROPS Design answered:

Dear Mrs Marshall, the first 3 chains do not count as a stitch, they are just worked to get the required height to work the treble crochets. So that you crochet 95-103-103-109-109-115, crochet 1 slip stitch in the first of these chains, then crochet 1 treble in each of the remaining chains = 94-102-102-108-108-114 trebles increasing at the same time 18-22-22-28-40-46 trebles evenly = 112-124-124-136-148-160 treble crochets. Happy crocheting!

06.10.2022 - 15:21