RIBBELST (heen en weer gebreid op de nld):
brei alle nld recht.
GERSTEKORREL:
Nld 1: * 1 st recht, 1 st av *, herhaal van *-*.
Nld 2: recht boven av en av boven recht. Herhaal nld 2.
PATROON: Zie telpatroon M.1. Het telpatroon geeft de goede kant van het werk weer, eerste nld = verkeerde kant. De pijl geeft aan waar te beginnen voor het linker voorpand.
KNOOPSGATEN: Maak knoopsgaten op de rechter voorbies. 1 KNOOPSGAT: Kant de 3e st vanaf middenvoor af en zet 1 nieuwe st op in de teruggaande naald.
Maak knoopsgaten bij een hoogte van:
MAAT S: 5, 12, 19, 26 en 34 cm
MAAT M: 5, 12, 19, 27 en 35 cm
MAAT L: 5, 12, 20, 28 en 36 cm
MAAT XL: 5, 13, 21, 29 en 37 cm
MAAT XXL: 5, 11, 17, 24, 31 en 38 cm
MAAT XXXL: 5, 11, 18, 25, 32 en 39 cm
TIP VOOR HET MINDEREN: Minder voor de hals naast 17 st (= voorbies en 2 st av, M.1 en 1 st av). Minder door 1 st av samen te breien met de eerste st in gerstekorrel.
----------------------------------------------------------
----------------------------------------------------------
ACHTERPAND: Wordt heen en weer gebreid op de rondbreinld.
Zet 52-56-60-66-72-80 st op (inclusief 1 kant st aan iedere kant) met rondbreinld 8 mm en Eskimo. Brei 8 nld RIBBELST – zie boven, en ga dan verder in GERSTEKORREL – zie boven - met 1 kant st aan iedere kant (brei steeds in ribbelst). DENK OM DE STEKENVERHOUDING!
Minder bij een hoogte van 8 cm 1 st aan iedere kant en herhaal dit minderen iedere 4 cm in totaal 4 keer = 44-48-52-58-64-72 st. Meerder bij een hoogte van 26 cm 1 st aan iedere kant en herhaal dit meerderen elke 6-6-7-7-8-8 cm in totaal 3 keer = 50-54-58-64-70-78 st. Kant bij een hoogte van 41-42-43-44-45-46 cm af voor de armsgaten aan iedere kant aan het begin van iedere nld: 1 x 3 st, 1-2-2-3-4-5 x 2 st en 1-1-2-3-3-5 x 1 st = 38-38-40-40-42-42 st. Brei bij een hoogte van 56-58-60-62-64-66 cm ribbelst over de middelste 22-22-24-24-26-26 st met de overige st als hiervoor. Kant bij een hoogte van 58-60-62-64-66-68 cm de middelste 8-8-10-10-12-12 st af voor de hals en brei iedere schouder apart verder. Kant 1 st af langs de hals in de volgende nld = 14 st over voor iedere schouder. Ga verder met 6 ribbelst langs de hals. Kant af bij een hoogte van 60-62-64-66-68-70 cm.
RECHTER VOORPAND:
Zet 32-34-36-39-42-46 st op (inclusief 1 kant st aan de zijkant en 6 voorbies st middenvoor) met nld 8 mm en Eskimo. Brei 8 nld ribbelst en ga dan verder als volgt vanaf middenvoor aan de goede kant: 6 st gerstekorrel (= voorbies), 2 st av, 2 st recht, 1 omsl, 1 st recht, 1 omsl, 1 st recht, 1 omsl, 1 st recht, 2 st av, en eindig met 16-18-20-23-26-30 st gerstekorrel en 1 kant st = 35-37-39-42-45-49 st. Brei de volgende nld als volgt aan de verkeerde kant: 1 kant st, 16-18-20-23-26-30 st gerstekorrel, 2 st recht, M.1 (= 8 av st), 2 st recht, 6 st gerstekorrel (brei de omsl achter in de st om een gaatje te voorkomen). Denk om de KNOOPSGATEN – zie boven! Ga zo verder in patroon. Minder bij een hoogte van 8 cm aan de zijkant als beschreven voor het achterpand = 31-33-35-38-41-45 st. Meerder bij een hoogte van 26 cm aan de zijkant als beschreven voor het achterpand. Minder TEGELIJKERTIJD bij een hoogte van 35-36-37-38-39-40 cm 1 st voor de hals middenvoor – zie TIP VOOR HET MINDEREN – en herhaal dit minderen iedere 2 cm in totaal 11-11-12-12-13-13 keer. Kant TEGELIJKERTIJD bij een hoogte van 41-42-43-44-45-46 cm af voor de armsgaten aan de zijkant als beschreven voor het achterpand. Als alle minderingen en meerderingen gedaan zijn, zijn er 17 st over op de nld. Minder bij een hoogte van 59-61-63-65-67-69 cm 3 st over M.1 = 14 st over voor iedere schouder. Brei 1 nld en kant af, het werk meet ongeveer 60-62-64-66-68-70 cm.
LINKER VOORPAND:
Als het rechter voorpand, maar in spiegelbeeld en zonder knoopsgaten. Brei de eerste patroonnld als volgt, vanaf de zijkant en aan de goede kant: 1 kant st, 16-18-20-23-26-30 st gerstekorrel, 2 st av, 1 st recht, 1 omsl, 1 st recht, 1 omsl, 1 st recht, 1 omsl, 2 st recht, 2 st av, 6 st gerstekorrel (= voorbies). LET OP! Voor het linker voorpand begint M.1 in het midden van het telpatroon, zie de pijl voor het beginpunt.
MOUW: Wordt heen en weer gebreid op de nld.
Zet 42-42-44-48-50-54 st op met nld 8 mm (inclusief 1 kant st aan iedere kant in ribbelst). Brei 1 nld recht aan de verkeerde kant en ga verder in gerstekorrel. Kant bij een hoogte van 8-8-7-6-5-3 cm (minder cm voor de grootste maten voor een grotere mouwkop en bredere schouders) af voor de mouwkop aan iedere kant aan het begin van iedere nld: 1 x 3 st, 1 x 2 st, 3-4-4-6-7-9 x 1 st, dan 2 st aan iedere kant tot het werk 16-17-17-18-18-19 cm meet. Kant nu 1 x 3 st af aan iedere kant en kant de overgebleven st af. Het werk meet ongeveer 17-18-18-19-19-20 cm.
AFWERKING:
Naai de schoudernaden dicht. Naai de mouwen in het lijf. Naai zij- en mouwnaden dicht in de kant st. Naai de knopen aan zodat ze in de knoopsgaten passen.
DROPS Instructievideo: Kabel
DROPS nummer 117-41
Wij zijn er trots op brei- en haak patronen beschikbaar te stellen die correct zijn en eenvoudig te begrijpen. Alle patronen zijn uit het Noors vertaald en u kunt altijd het originele patroon bekijken voor maten en schematekeningen.
Ga naar het originele patroon van 117-41.
Al onze patronen zijn zorgvuldig gecontroleerd, maar wij nemen een voorbehoud in acht voor eventuele fouten.
In het geval dat er iets niet zou kloppen plaats dan a.u.b. een berichtje onder "hulp bij het breien". Voor algemene brei-instructies kunt uw vraag stellen op het breiforum.